• Op zoek naar waarheid en onafhankelijkheid

    Op zoek naar waarheid en onafhankelijkheid

    Rune Christiansen vertelt in De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd het verhaal over Norma, die halfweg dertig, op zoek is naar onafhankelijkheid en antwoorden op blinde vlekken in haar verleden.
    Al vrij vroeg in het verhaal komen we nadrukkelijk te weten dat Norma van beroep toneelspeelster is en moeder van een puberende dochter die vernoemd werd naar haar eigen inmiddels dementerende moeder Edith-  zij sterft vrij vroeg in het verhaal. We komen ook te weten dat Norma zich onbevredigd voelt in haar relatie met een niet uitgeschreven echtgenoot Jonathan van wie zij besluit te scheiden.
    Na de begrafenis van haar moeder vertrekt vader Thornsten naar een eiland  waar de familie een oud zomerhuis bezit, om zich daar te vestigen.

    Zovele vragen

    Een aantal maanden na de dood van haar moeder besluit Norma een bezoek te brengen aan haar vader. Zij pakt een koffer en neemt de veerboot naar het eiland. Vanaf het moment dat Norma voet zet op het eiland ziet zij overal aanwijzingen of tekenen van een voor haar verzwegen verleden. Veel van wat de vader tijdens haar verblijf zegt, vertelt of doet, blijft lang onbegrepen door de steeds overal dingen achter zoekende Norma. De meeste van de korte gesprekjes die zij met haar vader heeft, worden door de  zoekende Norma steeds vanuit haarzelf geïnterpreteerd. Vader Thornsten heeft wat haar betreft heel wat uit te leggen, maar doet dat niet. Norma heeft veel vragen maar stelt ze niet. Dat lijkt lang tot niets te leiden en maakt het verhaal voor de lezer hier en daar ergerlijk. Norma gaat wel consequent en vrij fanatiek op zoek naar feiten die haar vage vermoedens kunnen bevestigen. Dat gaat letterlijk met vallen en opstaan –ze struikelt over wortels in een bos en vindt daarbij een Tarotkaart, die haar het gevoel geeft dat zij op het goede spoor is- maar het brengt haar wel dichterbij de felbegeerde ‘waarheid’.

    Laat je leiden

    Het verhaal ontvouwt zich evenwel schoksgewijs aan de lezer. De opzet aan het begin van het verhaal zet je tijdelijk op het verkeerde been met een overdaad aan informatie gelardeerd met de warrige gedachten en gevoelens van Norma. Maar dat komt allemaal goed. Best goed zelfs. De traag ontsluierde ‘waarheid’ is vele malen straffer dan je bij aanvang al vermoedt. Dat betekent dat je al lezend vooral zelf geen conclusies zou moeten trekken maar je best kunt laten leiden door de gedachten en de niet aflatende stroom gevolgtrekkingen van de achterdochtige, labiele maar uiteindelijk toch zeer doortastende Norma.

    Het is door de hier en daar bijna zwierig beschreven situering van het huis, het eiland, het vochtige bos, de slierten mist, de eigenheid van enkele eilandbewoners met hun geheimen én de verassende uitkomst van alles, dat dit boek bij uitstek geschikt is voor een ijskoude winteravond of een mistige zondagmorgen.

    Rune Christiansen (1963) werd een belangrijke figuur in het Noorse landschap bij het verschijnen van zijn eerste dichtbundel in 1986. In 2014 brak hij door met De eenzaamheid in het leven van Lydia Erneman. Daarna verscheen Fanny en het mysterie in het treurende bos.

     

  • Naar een ultieme staat van verlichting

    Naar een ultieme staat van verlichting

    De man die een berg werd van Grete Simkuté speelt zich af ergens in Noord-Japan en begint in 1823 op dag 0. Het verhaal behandelt het leven van de jonge boerenzoon Myo. Hij is eerstgeborene. De ouders zijn arme rijstboeren en de jongen praat niet totdat jaren later zusje Asa geboren wordt. Het zijn Myo’s gelukkigste jaren. Wanneer er hongersnood uitbreekt en de twee kinderen hun vader en moeder van nabij zien sterven, besluit de jonge Myo om met zijn zusje naar de stad te vluchten. Onderweg moet hij haar echter achterlaten. Wanneer hij terugkomt is ook zij gestorven. De jongen wordt geplaagd door schuldgevoelens, en houdt als automatisch weer op met praten. Hij wordt gevonden en onder de hoede genomen door meester Katashi, leider van een excentrieke sekte ergens hoog in de bergen. Myo ondergaat in en buiten de geïsoleerde tempel loodzware beproevingen en ontberingen om zijn lijf en geest te verschonen en te harden.

    Het oude Japan en de 21e eeuw

    Deze roman neemt je mee naar een ongekende wereld in het oude Japan. Het is een meeslepend verhaal van rituelen, eenzaamheid, innerlijke conflicten, opofferingen en toewijding.
    Met de stijl is iets vreemds aan de hand.
    De schrijfster begint het boek met een proloog geschreven in maart 2019 in Noorwegen. Zij zit met haar vriend gevangen in een onbevredigende relatie. Ze vertrekken samen naar Marokko om daar verandering in te brengen. Maar hij gaat surfen en zij verveelt zich.
    Zij schrijft zich verongelijkt in voor een yoga-retraite en leest daar ‘een boek’ met ‘weifelende’ aandacht. In het boek staat een stukje over de geest van Sokushinbutsu, een monnik die, kort gezegd, levend onder de grond gaat en daar uiteindelijk mummificeert.
    De schrijfster herkent in de eenzame opsluiting haar eigen situatie (!) en gaat op zoek naar meer informatie. Ze gaat daar mee door wanneer zij weer terug zijn in Noorwegen.

    Op Dag 0 lopen we plotseling op houten sandalen, met een brief in de hand, over een bemost bospad.  We zijn op weg naar meester Katashi. Vanaf dat moment sleurt de schrijfster ons het verhaal van Myo in. Maar omdat schrijfster zich in de proloog vereenzelvigd heeft met het lot van de onbekende monnik klinkt haar eigen stem regelmatig door in de veelal interne observaties en schuldbewuste gedachten van de verder zwijgende Myo. Dat botst. Het taalgebruik van Myo verandert op die momenten in de taal van de eenentwintigste eeuw en verbreekt daardoor direct de betovering.
    De schrijfster heeft er klaarblijkelijk voor gekozen zichzelf te pas en te onpas op te voeren; dit doet zij zo vaak dat het ergerlijk wordt.

    Schrijven is schrappen

    Het verhaal van Myo kent 378 dagen. Die 378 dagen zijn vaak meeslepend, hier en daar betoverend mooi beschreven. Het verhaal krijgt een buitenaards karakter wanneer je met Myo de berg op en vele bladzijden later de berg in getrokken wordt. En ook hier geldt, als zo vaak met dikkere boeken; schrijven is schrappen. Met honderd bladzijden minder had hier een debuut gelegen dat zijn gelijke niet had gekend.
    Er zit een prachtige roman verborgen in dit slordige debuut. Grete Simkuté kan wondermooi schrijven, daar is geen twijfel over. Zij verdient, voorlopig althans, een ter zake kundige, strengere redacteur.

    Grete Simkuté (Lithouwen 1991) is journalist. Zij woonde en werkte langere tijd in België, Noorwegen en delen van Azië.
    Haar teksten over kunst, cultuur en architectuur verschenen in De Morgen, De Standaard en in Elle. In opdracht schrijft zij voor architectenbureaus, galeries en kunstenaars. De man die een berg werd is haar debuut.