• Oogst week 41 – 2021

    Het Martyrium

    Het Martyrium van Elias Canetti is sinds de eerste Nederlandse vertaling uit 1967 altijd wel verkrijgbaar geweest. Dat gold tot kort geleden alleen nog voor de uitgave in de stijlvolle Perpetuareeks. Voor wie de prijs daarvan een bezwaar was is er nu van dezelfde uitgever een zeer betaalbare achtste druk, net als alle vorige vertaald door Jacques Hamelink. Canetti schreef de roman met de Duitse titel Die Blendung (Verblinding) volgens eigen zeggen in één jaar in 1930. Het werk verkocht pas goed sinds de jaren zestig.

    Het Martyrium is een allegorie over het verzet van de mens tegen de macht van het Kwaad. De wereldvreemde sinoloog Peter Kien, die volledig opgaat in zijn boeken, trouwt met zijn lelijke huishoudster Therese Krumbholz. Zij stort hem, louter belust op zijn geld, in het ongeluk. Het leidt er zelfs toe dat hij zijn huis wordt uitgezet. Zijn leven blijft zich echter rond boeken en bedrog afspelen en culmineert in de beroemde scène waarin hij zijn eigen bibliotheek en uiteindelijk zichzelf in brand steekt. Een nog altijd beklemmend en aansprekend boek.

    Het Martyrium
    Auteur: Elias Canetti
    Uitgeverij: Athenaeum

    Zelfmoord

    De Franse schilder, fotograaf en schrijver Edouard Levé verhing zichzelf op 15 oktober 2007 in zijn appartement. Hij was 42. Tien dagen ervoor had hij het manuscript van zijn roman Suicide ingeleverd bij zijn uitgever.

    De nu in het Nederlands als Zelfmoord vertaalde roman (novelle) vertelt het verhaal van een 25-jarige man, waarschijnlijk een vroegere vriend van de schrijver hoewel hij in de roman naamloos is, die met zijn vrouw wil gaan tennissen. Plotseling zegt hij haar dat hij thuis iets vergeten is. Zodra hij weer binnen is hoort ze een knal. Hij heeft zichzelf door het hoofd geschoten. Er wordt betwijfeld of hij met Zelfmoord een signaal afgaf voor zijn eigen plannen om een eind aan zijn leven te maken. De coïncidentie tussen de roman en de dood van de auteur is niettemin op zijn minst intrigerend.

    Zelfmoord
    Auteur: Edouard Levé
    Uitgeverij: Koppernik

    De hooier

    ‘Timo stapte uit bed, misschien voor de laatste keer als scholier’. Het is de eerste zin van de derde roman van Ricus van de Coevering, die in 2007 veelbelovend debuteerde met Sneeuweieren. Zeven jaar later volgde Noordgeest en nu, weer zeven jaar later, is er De hooier.
    Timo zit die laatste keer te wachten op de uitslag van zijn vwo-examen en besteedt de tijd tot het verlossende telefoontje aan een terugblik op zijn leven. Daarin deed zich het ongeluk voor van Ruben, zijn broer met een verstandelijke beperking. Diens dood greep in de verhoudingen binnen het gezin diep in.

    Op een dag sloeg boer Horssen met de hooier achter zijn Fordson Dexta Ruben een blauw oog in plaats van hem te betalen voor een klusje. Timo was weggerend. ‘Ruben had wraak willen nemen, Ruben wel, hij had het nog gedurfd ook als hij de kans gekregen had, maar het ongeluk was kort daarna’.

    De hooier
    Auteur: Ricus van de Coevering
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Een bundel die afstand schept

    Een bundel die afstand schept

    In een zeldzaam interview in De Groene Amsterdammer noemt dichter Jacques Hamelink (1939) zichzelf ‘[o]precht onthecht’. Hoewel de waardering voor zijn werk er zeker is – hij won belangrijke (oeuvre)prijzen en krijgt goede recensies – lijkt hij een soort randfiguur te zijn die op niet op brede, maar ‘smalle’ aandacht kan rekenen. Het verschijnen van zijn laatste bundel Oden voor komende nacht (2016), geschiedde vrijwel geruisloos. Heel vreemd is dat niet, want het is een afstandelijke bundel die Hamelink geschreven heeft die zich moeilijk laat benaderen.

    Oden voor komende nacht is een merkwaardige bundel. Het vangt aan met nostalgische jeugdherinneringen over de rook van de Cokesfabriek (inderdaad met hoofdletter), ‘de droomtijd mei’, ene Zotte Lies Poppe, en ‘Op het zeil van de open zolder heb ik / Moskou, Ninevé, Jeruzalem ineen nagebouwd / met pilaren en bogen uit mijn blokkendoos’. In de verte doen ze wat aan zijn Ierse generatiegenoot Seamus Heaney (1939-2013) denken, maar dan in een taalgebruik dat afstand schept. Zotte Lies Poppe bijvoorbeeld is een typische dorpsgek, zo een voor wie je als kind ontzettend bang kunt zijn, en dat is intrigerende stof voor een gedicht. Vervolgens ontstaat er een grote kloof met die kindertijd door een beschrijving als ‘[ze loopt] op werkmansschoenen, / in turfbruine overjarige vlooiejas, haar / viltkalot draagt ze tot helm over haar // hoofd getrokken. Schouderstrengen ashaar.’

    De hele bundel lang blijft de taal afstand scheppen. Het gaat van paralando-achtige regels naar veelvoudige neologismen als ‘zeezinksgrijsheid’ ‘nazonsondergangspotlight’ tot pijnlijk beschamende regels als ‘Van mijn stijve, die zich voorbeslijmend / stootklaar staat, schaamt ze zich niet / me te zeggen, verrukt, dat ze hem ruikt.’ Die laatste passage staan dan weer in een gedicht dat ‘In de crapaud’ heet, want Hamelink lijkt er plezier in te scheppen om zijn lezers van alles na te laten zoeken, zodat ook hij/zij weet dat hier gepaard wordt in een lage, negentiende-eeuwse leuningstoel. Of zoals Bouke Vlierhuis ooit een recensie van een Hamelink-bundel als titel meegaf: ‘Alle naslagwerken uit de kast’.

    En zo gaat dat ruim 120 pagina’s door – de dubbele omvang van de gemiddelde gedichtenbundel – vol verwijzingen naar bijvoorbeeld Brodsky, Adorno en Ovidius’ Metamorfosen, ongebruikelijke woorden als ‘malachiet’ en ‘spermatozoa’, gekunsteld taalgebruik en af en toe een banale, seksistische opmerking zoals de borsten van ene Belle Griep een ‘beroddelde twee / ling’ [sic] noemen. Wie die stijl weet te bedwingen, ontdekt dat daaronder niet heel veel schuil gaat. Wat leren we uiteindelijk van Belle Griep? Ze is een ‘bijna professionele dansmeid’, bekeken en bepoteld in de kroeg vanwege haar ‘twee stevige eendere tieten’. Deze locker room talk in dichtvorm graaft niet veel dieper dan dat, of het moet het slot zijn: ‘Stel je maar voor // de tiet van die bloedvarkenstanden gehavend.’ Samengevat: iedereen zit aan Belle Grieps borsten, waardoor ze zo gehavend zijn, en vervolgens klaagt iedereen dat haar borsten zo gehavend zijn.

    Op zijn beste momenten weet Hamelink heel precies een gevoel te beschrijven – de schijnbaar eindeloze lente in de jeugd bijvoorbeeld wordt prachtig ‘de droomtijd mei’ genoemd. Dat zorgt voor lichtpuntjes in Oden voor komende nacht, dat er sterk onder lijdt dat er zo’n afstand wordt opgetrokken tot iets dat eenmaal genaderd weinig indrukwekkend blijkt te zijn.

     

     

     

  • Oogst week 51

    Argus

    Dit is de laatste ‘Oogst’ van dit jaar. De komende twee weken zullen we – onregelmatig- bijdragen publiceren in het kader van de Winterrubriek 2016, met daarin de reacties van onze recensenten op de vraag: ‘Wat zijn jouw leeservaringen van het afgelopen jaar. Uit welke boeken heb je citaten genoteerd? Van welke boeken heb je genoten?’
    Er zitten inspirerende bijdragen tussen!

    Dan terug naar de Oogst, de rubriek waarin wij u attent maken op nieuwe uitgaven. Ik wil beginnen bij Argus, een nieuwe twee-wekelijkse krant door ‘oude rotten’. Hij ligt nog niet op onze burelen, maar is wel de moeite van het vooraankondigen waard: een krant, zoals ze zelf schrijven ‘zonder content, maar met inhoud’ en ‘vanuit een eigenzinnig perspectief’ over binnenlandse en buitenlandse ontwikkelingen, economie, cultuur en sport. Artikelen geschreven door ervaren, maar gepensioneerde journalisten die voor uiteenlopende kranten en tijdschriften geschreven hebben.

    Rudie Kagie en Kees Schaepman vormen samen de hoofdredactie, het boekengedeelte staat onder leiding van Anton de Goede. Hans Vervoort is een van de medewerkers. Het zal in deze rubriek vooral gaan om herinneringen aan en de boeken van oudere schrijvers.

    Argus gaat van start als er ten minste 1.500 Argusvrienden gevonden zijn die iets zien in het blad en bereid zijn een jaarabonnement van € 50,- te nemen. Die start zal plaats vinden op 1 maart 2017.

    Ga naar de website www.argusvrienden.nl  voor meer informatie en een 0-nummer. Vanaf het eerste nummer is Argus alleen op papier verkrijgbaar.

    Argus

    Eden

    Eindelijk is het er dan bijna, Eden, de nieuwe roman van Marcel Möring en het derde deel van de DIS-trilogie. Het kan los van de andere twee (DIS en Louteringsberg) gelezen worden, maar maakt van de drie titels één geheel. In maart 2014 zei Möring in het NIW (Nieuw Israëlitisch Weekblad) over dit boek:

    Het eerste deel bestrijkt de periode eind 15e eeuw tot onze tijd; het lijkt op een historische roman. Het tweede deel speelt zich af in een psychiatrisch ziekenhuis in Drenthe. Dat zijn twee volstrekt verschillende boeken met verschillende schrijfstijlen. Maar hoe verder je in het boek bent, hoe meer je de verbondenheid ziet. Meer kan ik er niet over zeggen, anders haal ik de angel eruit.’

    Op 5 januari a.s. zal Petra Possel in het programma Kunststof Radio (19:00 uur) in gesprek gaan met de auteur over Eden. Een dag later zal Connie Palmen het eerste exemplaar in ontvangst nemen in boekhandel Donner in Rotterdam.

    Eden
    Auteur: Marcel Möring
    Uitgeverij: De Bezige Bij

    Amerika of de verdwenen jongen

    Amerika of de verdwenen jongen verscheen in 1927 voor het eerst in Duitsland, maar in een door Max Brod bewerkte vorm. Pas in 1983 verscheen een editie in de vorm zoals Kafka het geschreven had.

    Kafka is nooit in Amerika geweest, maar dat heeft hem er niet van weerhouden om dat land wel als decor te gebruiken, zij het in een naar zijn eigen hand geschetste werkelijkheid.

    In de roman komt een jonge Duitse immigrant Karl Rossmann in Amerika terecht. Hij wordt in eerste instantie liefdevol ontvangen door een rijke oom, maar als hij op straat gezet wordt, is dat het begin van een lange zwerftocht door het onbegrijpelijke land. Hij heeft een baantje als liftboy in een enorm hotel en ontmoet bizarre randfiguren. Uiteindelijk verdwijnt hij op een lange treinreis in het niets.

    Hoewel het veel minder bekend is dan Het proces en Het slot behoort het nooit voltooide Amerika ook tot de grote werken van Franz Kafka.

    Amerika of de verdwenen jongen
    Auteur: Franz Kafka
    Uitgeverij: Athenaeum

    Oden voor komende nacht

    Van Jacques Hamelink (1939) is onlangs een bloemlezing uit zijn beste werk verschenen: Oden voor komende nacht. Hierin spelen zowel de natuurwereld als het erotische en het seksuele een toonaangevende rol.

    Jacques Hamelink (1939) schreef altijd over Zeeuws-Vlaanderen en heeft diverse grote literaire prijzen gewonnen (o.a. de Busken Huetprijs, de Herman Gorterprijs en de Constantijn Huygensprijs, of was er voor genomineerd (o.a.VSB Poëzieprijs).
    Hij publiceerde in onder meer Merlyn, Nieuw Vlaams Tijdschrift, Ons Erfdeel, Podium, Raster en Tirade.

     

     

     

     

    Oden voor komende nacht
    Auteur: Jacques Hamelink
    Uitgeverij: Querido