• Sprankelende verhalen die de lezer aan het werk zetten

    Sprankelende verhalen die de lezer aan het werk zetten

    Af en toe is het je gegeven een bijzondere ontdekking te doen in de wereld van de letteren. Vergeten reis van de Argentijnse dichter, schrijfster en beeldend kunstenaar Silvina Ocampo (1903-1993) is er zo een. De verhalen in deze bundel zijn stuk voor stuk pareltjes: mysterieus, verontrustend – wreed zelfs – en doorregen met zinnen en beelden van uitzonderlijke schoonheid. Ocampo, telg uit een grote en zeer rijke familie, bracht haar leven in weelde door te midden van de Argentijnse elite. Villa’s, landgoederen, bediendes, kindermeisjes, gouvernantes en verre reizen: in bijna alle verhalen is Ocampo’s geprivilegieerde achtergrond merkbaar.

    Hoewel ze later erkenning kreeg voor haar werk en diverse prijzen won, stond Ocampo voor het merendeel van haar leven in de schaduw van haar man Adolfo Bioy Casares, schrijver van de Argentijnse klassieker Morels uitvinding, en hun goede vriend, dichter, essayist en korteverhalenschrijver Jorge Luis Borges. Een tijd lang werd haar werk onterecht gezien als een mislukte poging om te schrijven als Borges. Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd het op waarde geschat. Veel van haar verhalen gaan over het lot van meisjes en vrouwen. Of de verhalen feministisch zijn bedoeld weten we niet; Ocampo was zeer op haar privacy gesteld en gaf nauwelijks interviews.

    Beschermengelen

    Al is de setting in Ocampo’s vertellingen herkenbaar, de gebeurtenissen zijn steevast surrealistisch, soms tegen het magisch-realistische aan. Zo maken we in ‘De twee huizen van Olivos’ kennis met twee vriendinnen, de een rijk en de ander arm. Beiden vinden ze het huis waarin ze wonen lelijk. De een omdat haar huis tien kamers heeft ‘waar je nooit naar binnen mag’ en een tuin die geen frambozen geeft waardoor haar vader altijd boos is. De ander omdat haar huis ‘helemaal van blik’ is en koud in de winter. Bovendien staat het op de oever ‘tot waar het hoogwater altijd komt.’ Ze spreken af bij de omheining die hun huizen van elkaar scheidt en bij iedere ontmoeting gaan ze steeds meer op elkaar lijken. Eenmaal identiek ruilen ze van kleding en huis. Ze maken echter één grote fout: ze vergeten van beschermengel te ruilen. De beschermengelen zelf hadden niets door, zo wordt de lezer voorgehouden, die lagen op het gras te slapen. 

    Sommige verhalen tonen een wreedheid die doet denken aan de horrorverhalen van Edgar Allan Poe. In ‘Het slecht gemaakte portret’ ontmoeten we Eponina, moeder van meerdere zonen die ze ‘stuk voor stuk verfoeide naarmate ze werden geboren, als dieven van haar jeugd die niemand opsluit, afgezien van de armen die ze in slaap sussen.’ Die in slaap sussende armen zijn van het overwerkte dienstmeisje Ana. Slechts drie bladzijden heeft Ocampo nodig om het verhaal tot een even tragisch als gruwelijk einde te brengen.

    Geraffineerde stijl

    Het alledaagse weet Ocampo op een caleidoscopische manier te vervormen; niets is wat het lijkt. ‘Ze was leeftijdloos en net op het moment dat je meende een kinderlijk gezicht te zien, werden de diepste rimpels in haar gelaat en het wit van haar vlechten geaccentueerd.’ Veel van de verhalen gaan over meisjes, hun vriendschappen, hun kwetsbaarheid. Opgroeien, lijkt Ocampo te zeggen, is een gevaarlijke zaak. Gemene kinderen en ‘duivelse’ volwassenen liggen op de loer. In ‘Glazen soldering’ bijvoorbeeld zien we de angst van een kind voor de boze, straffende volwassene. ‘Er klonken demonische stappen van heel zwarte schoenen, dichtgeknoopt met veters die als ze losraakten dodelijke driftbuien opwekten […] de blote voeten stopten met springen; de voeten renden in rondjes zonder elkaar te bereiken; de rok rende achter de blote voetjes aan, strekte de armen met uitgeslagen klauwen, en een haarlok bleef hangen, haakte aan de handen van de zwarte rok, en kreten van uitgetrokken haren welden op.’ Let op de onheilspellende details: schoenen, voeten, armen, handen (klauwen!), rok – precies het blikveld van een klein kind. En dan die kwetsbare, touwtje springende blote kindervoeten tegenover ‘de voeten verpakt in de bottines van een verdorven gouvernante.’ Je voelt de rillingen over je rug lopen.

    Ocampo hanteert een zeer gerijpte en geraffineerde stijl. In een paar pagina’s weet ze een sfeer op te roepen die doet denken aan de gedichten van William Blake en John Keats (denk aan het prachtige ‘La Belle Dame sans Merci’), maar ook aan de bedwelmende roman Wuthering Heights van Emily Brontë. Dit doet ze onder meer door een mysterieuze, weelderige wereld te scheppen en knap gebruik te maken van terugkerende elementen die het gevoel van mysterie versterken: paarden, circussen en circusdieren (apen vooral), kledingstukken, hutkoffers, treinen, de zee. Hiermee toont Ocampo zich een zeer zintuiglijke schrijver: ze laat ons zien, voelen, ruiken, zelfs horen. Ieder verhaal is een schilderij haast, en verraadt een kunstenaarsoog. De zinnen zijn in balans, de woorden precies. Dit alles vraagt een aandachtig soort lezen, zoals goede poëzie dat doet. De beloning is ook hetzelfde: indringende beelden die nog lang door je geest dwalen. 

     

  • Oogst week 7 – 2022

    Vergeten reis

    De Argentijnse Silvina Ocampo (1903-1993) stamde uit een zeer bemiddeld bourgeoisgezin, waarin ze zich niet thuis voelde. Ze schopte nog al eens tegen zere benen, voelde zich het zwarte schaap, had liefdesaffaires met mannen en vrouwen, ging schilderkunst studeren bij de surrealist De Chirico en mocht, toen ze eenmaal schreef, Borges tot haar vrienden rekenen. Ze heeft tal van werken op haar naam staan, gedichten, kinderboeken en romans en korte verhalen.

    De eerste bundel met 28 sprookjesachtige vertellingen, Viaje Olvidado, verscheen in 1937 en is er nu in Nederlandse vertaling: Vergeten reis. Geen zoetsappige kost. Er staan nog al wat verhalen in over kinderen die, net als Ocampo zelf, het gevoel hebben er niet bij te horen en niet begrepen worden. Vaak zijn ze het slachtoffer van geweld door volwassenen uit hun eigen kring. In het eerste verhaal bijvoorbeeld, ‘Glazen zoldering’, levert dat zinnen vol angst op als een kind op bezoek is bij een oudtante: ‘Er was die dag niemand in de bovenwoning, behalve de lichte snikken van een meisje (dat ze net welterusten had gekust, maar dat niet wilde slapen) en de schim van een rok vermomd als tante, als een zwarte duivel met voeten verpakt in de bottines van een verdorven gouvernante’. Het schilderij van Munch op het omslag, The Gothic Girl, is dan ook treffend.  Annelies Verbeke verzorgde een nawoord.

    Vergeten reis
    Auteur: Silvina Ocampo
    Uitgeverij: Orlando

    Over de bouwkunst

    In de Middeleeuwen bestonden er geen architecten die als zodanig benoemd werden. De ontwerper en bouwkundige begeleider van een gebouw kon iedereen zijn: de toekomstige eigenaar, de handwerksman of iemand anders die verstand had van materialen en constructies. De Romeinen kenden nog wel een beroep als architect – zie de beroemde Vitruvius die al vóór Chr. over bouwen als kunst schreef – maar die leek voor de Middeleeuwers wel vergeten.

    Dat veranderde in de Renaissance toen Vitruvius werd herontdekt en in zijn spoor het beroep van architect een eigen status kreeg. Eén van de beroemdste Italianen die daarvoor opkwam was Leon Battista Alberti (1404-1472). Vanaf dan kennen we de architect als iemand die speciaal is opgeleid voor het ontwerpen van gebouwen in al zijn aspecten. Zijn beroemde traktaat De Re Aedificatoria verscheen in 2010 in het Nederlands als Over de bouwkunst. Uitgeverij Boom geeft er nu een nieuwe druk van uit onder dezelfde titel.

    Over de bouwkunst
    Auteur: Leon Battista Alberti
    Uitgeverij: Boom

    Hubertina

    De vrouw uit de titel van de nieuwste roman van Kristien Hemmerechts, Hubertina, werd geboren als Anna Hubertina Aretz (1893-1973). De schrijfster hoorde over haar via een archivaris van het Rode Kruis. Hubertina was een raadselachtige vrouw. In de Tweede Wereldoorlog hielp ze Joden in de onderduik, ze belandde ervoor in Ravensbrück en kwam zeer vermagerd terug. En dan zet ze zich een paar jaar later ineens in voor de Vlaamse Beweging waarin veel voormalige collaborateurs zaten. Die wending is nog maar één van de raadsel waar Hemmerechts tegenaan liep. Ze ontdekte dat er veel meer was in haar leven waarbij vraagtekens te zetten waren. Om die te beantwoorden dook de schrijfster de archieven in en las getuigenissen uit Hubertina’s leven. Onwrikbare verklaringen vond ze niet, zodat de romanvorm nodig was om inzicht te krijgen in wat er gebeurd kon zijn.

    Hubertina
    Auteur: Kristien Hemmerechts
    Uitgeverij: De Geus