• Weten wanneer je hulp moet bieden

    Weten wanneer je hulp moet bieden

    Nastya in Charkiv, Naar de frontlinie van Europa is een prachtig vormgegeven bundeling verhalen door Jaap Scholten over een hulpkonvooi naar Oekraïne, over Oekraïners in de strijd  tegen Rusland, en over arts en psycholoog Nastya. Zij is Nederlands-Bulgaars en groeide op in Den Haag en is een senior combat medic, een hospik in Charkiv. Ze is plaatsvervangend commandant van een compagnie, en spreekt Engels, Russisch en Oekraïens. ‘We helpen haar en haar eenheid al ruim een jaar. Ze is al drie jaar actief in de oorlog.’ Met geschreven en gesproken berichten via de smartphone heeft Scholten contact met haar. De berichten zijn in het boek in blauw cursief afgedrukt, net als alle uitspraken van anderen en citaten uit boeken of artikelen. Achterin het boek worden de bronnen door Scholten genoemd en toegelicht.

    Op het omslag, op de flappen en binnenin het boek staan indrukwekkende zwart-wit foto’s van Eddy van Wessel, die meereisde met het konvooi. Scholten onderneemt de tocht namens de mede door hem opgerichte organisatie Protect Ukraine. De manier waarop hij daarvan verslag doet, is meeslepend en met passende humor geschreven. Jaap Scholten verdiende zijn literaire sporen vanaf de jaren negentig met de bekroonde romans Kameraad Baron (2010) over de verdwijnende Transsylvaanse aristocratie en Horizon City (2014), de kroniek van zijn eigen familie. Sinds 2013 woont de schrijver met zijn Hongaarse echtgenote en hun kinderen in Hongarije. Direct na de Russische inval werd hij actief in de ondersteuning van Oekraïne en in 2022 verscheen daarover het boek Drie zakken dameskleding, twee cakes Kyiv & een sniper.

    Weten wanneer je hulp moet bieden

    In Nastya in Karkiv vertelt Scholten hoe hij ertoe gekomen is zich in te zetten voor Oekraïne. Op de ochtend na de invasie werd hij gebeld door een nichtje dat haar leven deelt met een Oekraïner. Ze vroeg of hij de familie van haar vriend in Kyiv kon helpen. Waarna Scholten zonder aarzelen vanuit Hongarije naar de grens reed die hij, na vier dagen wachten, wist te passeren. Daar zag Scholten hoe een roodharig meisje vanuit een roestige bestelbus een stapel dekens tevoorschijn haalde en aan verkleumde vluchtelingen uitdeelde. Hij schreef daarover al in zijn eerdere Oekraïne boek, maar hier vertelt hij wat het voor hem betekende: ‘In de vrieskou bij de grenspost besloot ik, op het moment dat de deken over de schouders van het bibberende meisje werd geslagen, dat ik niet moest blijven toekijken en noteren, maar iets moest gaan dóen’.

    De verhalen springen heen en weer in de tijd, van februari 2022 tot februari 2025. Ook kijkt Scholten terug naar november 2003 toen hij in Hongarije een huis opknapte. ‘Eigenlijk had ik veel eerder in mijn leven bewust moeten worden wat het Kremlin en Poetin bezielden, maar ik heb niet opgelet.’ Door zijn deelname aan het Europees Cultureel Parlement leerde hij onderzoeksjournalist Anna Politskovskaja kennen. Zij schreef voor de Navaja Gazeta maar werd ‘op 7 oktober 2006, de verjaardag van Poetin, in de lift van haar appartement […] doodgeschoten.’ De dag ervoor had ze een verhaal ingeleverd over de martelpraktijken in Tsjetsjenië. Scholten citeert een tekst van Politskovkaja uit 2004, waarin staat dat een journalist zich totaal moet onderwerpen aan Poetin. ‘Anders kan het de dood, de kogel of een rechtszaak zijn.’

    Het zevende konvooi

    Tien verhalen hebben als titel Konvooi 7 en zijn geschreven tijdens of na zijn reis in februari 2025. Ze zijn de rode draad in het boek en gaan over het zevende konvooi naar Oekraïne. Maar ook in de andere verhalen gaat het vaak over het konvooi en wat zich daar afspeelt. Dit konvooi bestaat uit twintig konvooigangers en ‘drie ambulances, vijf terreinauto’s een passagiersbusje en een vrachtwagen met rode kruizen.’ De auto’s zijn volgeladen met medicijnen en allerlei medische en militaire hulpmiddelen. Vooral grote en kleine drones, maar bijvoorbeeld ook haringen en stroopwafels. ‘We toeren door Oekraïne en leveren spullen en terreinauto’s af bij de eenheden.’ Ze zijn op weg naar Nastya aan het front, de reis gaat via Lviv, Kyiv, Sumy, Charkiv en Mikolajiv naar Odessa. Als eerste ontvangt Olesya het konvooi in Lviv. Zij is arts en therapeute en vertelt de konvooigangers over haar werk. Olesya heeft via internet met Scholten contact gelegd, nadat ze de Engelse vertaling van zijn vorige boek had gelezen en ze vroeg hem om spullen die ze nodig hebben.

    Onderweg ontmoeten de konvooigangers de Oekraïners bij wie de auto’s, drones en andere spullen worden afgeleverd. Jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, medici, militairen, mariniers, beroeps en vrijwilligers, managers, boeren, chauffeurs, een graffity-artiest, een danseres. Het zijn er veel en allemaal verdedigen ze hun land. In de andere verhalen schrijft Scholten over de Oekraïense PEN, de verhouding tussen de soldaten, tussen mannen en vrouwen, over mensenrechten, en over de ontmoeting met Nastya. Zij vertelt over het moment waarop zij besloot meer te doen dan spullen naar Oekraïne te brengen: ‘Ik ben geen vechter, ik ben geen soldaat, maar helpen wil ik wel.’ Jaap Scholten, Tommy Wieringa en vijf konvooigangers bezoeken ook Nastya’s huwelijksfeest. Ze ‘straalt als de zon’ wanneer ze vertelt hoe ze haar man ontmoette. Ze trouwen en gaan twee dagen op huwelijksreis, buiten het bereik van de raketten.

    Het maskeren van bedoelingen door Rusland

    In een van de laatste verhalen vertelt Scholten over ‘maskirovka’, het maskeren van je bedoelingen, wat Rusland voortdurend doet om iedereen op het verkeerde been te zetten.  En hij schrijft over de martelingen, het geweld en de geweldsdreigingen die Poetin uit laat voeren, als bewonderaar van Felikjs Djerzjinski, de oprichter van de eerste bolsjewistische geheime dienst Tsjeka.Hun werkwijze zie je volgens Scholten terug in Oekraïne. Hij citeert en interviewt ook mensenrechtenadvocaat Oleksandra Matviichuk, die ambassadeur is voor Support Ukraine, over de ‘werkelijke racistische cultuur’ in Rusland. ‘Russische bezetting betekent gewelddadige ontvoering, verkrachting, merteling.’ Zij maakt zich hard voor een speciaal tribunaal voor Vladimir Poetin.

    In het verloop van de oorlog zijn hun tochten volgens Scholten een ‘langzame en onvermijdelijke afdaling in het gitzwarte’. De spullen die ze brengen zijn ‘stille getuigen van het desperate karakter van de oorlog’. Sinds vorig jaar nemen ze ook katheters en luiers mee. ‘Vrijwel alle Oekraïense militairen die uit Russische gevangenschap terugkeren, zijn zodanig gemarteld dat ze incontinent zijn.’ De meest gruwelijke dingen die ze hebben gehoord noteert hij niet in detail. ‘Ik heb op het laatste moment martelverhalen geschrapt, anders leest geen hond in Nederland dit boek.’ De lezer moet sowieso een sterke maag hebben, ook zonder al die martelingen. Maar het geeft een goed beeld van binnenuit wat de Oekraïense bevolking moet doorstaan en wat de westerse pers niet laat zien.

    Het konvooi eindigt in Odessa, met een wandeling langs de beroemde en door een bom beschadigde Transfiguratiekathedraal. Met de trappen die bekend zijn geworden door de film Pantserkruiser Potjomkin van Sergej Eisenstein. Scholten probeert nog van een proefgranaat af te komen, die hij als een ongewenst cadeautje in zijn bagage heeft. Hij wil het ding ongezien in zee laten vallen, als een van de ondanks de oorlog min of meer tragisch humoristische anekdotes in dit overdonderende oorlogsverhaal.

     

     

  • Oogst week 43 – 2025

    Gesprekken tussen vluchtelingen

    In 1933, één dag nadat de Reichstag in vlammen opging, ontvluchtte de politiek geëngangeerde dichter en (toneel) schrijver Bertolt Brecht (1898-1956) zijn vaderland. Hij vertrok in eerste instantie naar Denemarken, woonde daar 5 jaar en verbleef achtereenvolgens in Zweden, Finland, Rusland, de Verenigde Staten en Zwitserland.

    In die jaren tot 1945 schreef hij ‘Exilliteratur’ waarin hij zich verzette tegen de nationaalsocialistische en fascistische bewegingen.
    In Gesprekken tussen vluchtelingen verwerkte hij zijn eigen ervaringen als balling en legde hij de anti-immigratiepolitiek bloot. Hij schreef het in 1941, het verscheen postuum in 1956 en was tot nu toe nog niet in het Nederlands vertaald. Uitgeverij Jurgen Maas heeft daar nu verandering in gebracht.

    In dit boek gaan in Helsinki twee Duitse vluchtelingen met elkaar in gesprek, ze bespreken de staat van de wereld en hun eigen situatie daarin. Het zijn de intellectueel Ziffel en de arbeider Kalle, twee totaal verschillende mannen met uiteenlopende meningen en ervaringen die elkaar toch in de ballingschap weten te vinden.
    Gesprekken tussen vluchtelingen wordt door de uitgeverij omschreven als ‘een roman in dialogen vol humor en absurdisme’.

    In de NRC noemt Michiel Krielaars het verschijnen van dit boek in deze tijd ‘als geroepen’.

     

    Gesprekken tussen vluchtelingen
    Auteur: Bertolt Brecht
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas (2025)

    Nastya in Charkiv

    Eén dag al na de invasie raakt Jaap Scholten betrokken bij de oorlog in Oekraïne, zo valt te lezen in Nastya in Charkiv, Scholtens nieuwste boek. Omdat hij in Hongarije woont wordt hem gevraagd of hij een gezin met kleine kinderen kan helpen dat de gebombardeerde stad heeft verlaten en op weg is naar de grens.

    Vrij snel daarna richt Scholten samen met een aantal anderen de stichting Protect Ukraine op en komt hij in contact met Oekraïense burgers en buitenlandse vrijwilligers die met (meestal niet militaire) middelen het land helpen verdedigen. De stichting Protect Ukraine bevoorraadt het Oekraïense leger met uiteenlopende zaken. Daarover verscheen in 2024 het boek Spullen brengen van Jelle Brandt Cortius die zich aansloot bij de stichting.

    Een van de vrijwilligers is Nastya, een Bulgaars-Nederlandse studente uit Den Haag. Zij vertrok drie jaar geleden naar Oekraïne en is nu een ‘superior combat medic’ aan het front in Charkiv. Zij waagt dagelijks haar leven om militairen en burgers te redden.
    In Nastya in Charkiv schrijft Scholten over zijn contacten met Nastya, over de situatie waarin zij en haar landgenoten verkeren. Zijn teksten worden afgewisseld met korte berichtjes van Nastya zelf.
    De foto’s in het boek zijn van Eddy van Wessel die al jaren door Oekraïne reist en fotografisch verslag doet vanaf het front.

    Nastya in Charkiv
    Auteur: Jaap Scholten
    Uitgeverij: M10Boeken

    Hier en aan de overkant

    Bij, zoals zij zichzelf noemen, de piepjonge uitgeverij Drift die zich ‘ten doel stelt ouderwets mooie boeken op de markt te brengen’ is onlangs het eerste deel verschenen van een trilogie die begint in 1926 en doorloopt tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hoofdpersoon Alistair MacEwen keert terug naar de plek in Noord-Frankrijk waar hij vlak na de Eerste Wereldoorlog, toen hij was ingestort na de verschrikkingen in de loopgraven, werd verzorgd door Ghislaine.

    Hun weerzien heeft voor hen beiden en voor de mensen om hen heen grote, onomkeerbare gevolgen. Zowel Alistair als Ghislaine, maar ook de andere personages in Hier en aan de overkant hebben de nodige trauma’s te verwerken. Ieder doet dat op zijn of haar eigen manier. Door middel van herinneringen en flashbacks vertelt J.M. Williams tegen de achtergrond van het Interbellum hun verhaal.

    J.M. Williams (1959) studeerde o.a. filosofie en geschiedenis. Naast fictie schrijft zij non-fictie en poëzie, recenseert voor o.a. Literair Nederland. In 2022 debuteerde zij met De kwartiermaker. Momenteel legt zij de laatste hand aan het derde deel van de MacEwen-trilogie.

    Hier en aan de overkant
    Auteur: J.M. Williams
    Uitgeverij: Uitgeverij Drift
  • Biologische tomatenplantjes

    Biologische tomatenplantjes

    Maandagochtend stond ik in een agrarische winkel met mijn vest binnenstebuiten. Ik stond in de rij met twaalf biologisch gekweekte tomatenplantjes in een karretje. Niemand zei iets over mijn vest. Goed, het is misschien ook wel intiem een ander te wijzen op een foutje in je kleding. Beetje gênant als je er op aangesproken wordt. Dat begrijp ik wel. Achter mij stonden een vrouw en een man. Even daarvoor stonden ze naast me bij de tomatenplantjes. De vrouw hoorde ik bij de tomatenplantjes (alsof ze ‘getverderrie’ zei) roepen: ‘Dat zijn biologische’. Ik kocht ze alle twaalf. Ik was biologisch gewend, ik kon ertegen. Zij stond er met haar neus bovenop, op mijn vest. Ze had iets kunnen zeggen. Maar het was geen vrouw die de wereld om haar heen wilde corrigeren. Dacht waarschijnlijk dat zij, die biologische plantjes kopen, rommelig gekleed gaan.

    Thuis merkte ik het pas. Aan het geborduurde rondje op mijn linkermouw dat nu op mijn rechter zat. Ik trok het vest uit, zette de tomatenplantjes op het gras, ging naast de poes op de tuinbank zitten. Het was zo’n ochtend voor een fijn verhaal. In het weekend las ik verhalen van Jaap Scholten, Van Oldenzaal tot Ouagadougou. Gedreven als een cowboy  jaagt Scholten je zijn verhalen door. Sterke verhalen, geweldig goed. Je moet ze maar eens lezen. Vandaag was ik in De verhalenbundel van Josien Laurier (wie kent haar nog?) begonnen. Al haar verhalen gaan een kant op die je niet verwacht, zijn deregulerend.

    In ‘De schoonmaakster’ komt een Argentijns meisje bij een oude man Hendrik schoonmaken. Hij drukt haar op het hart niets te verplaatsen. ‘Do not move anything. What you call chaos, to me is order.’ Na de eerste schoonmaakbeurt inspecteert Hendrik het huis. ‘De tandpastavlekken waren weg, maar de dop was niet op de tube gedraaid, de wasmachine draaide, maar zijn vuile sokken lagen in een hoek van zijn slaapkamer en toen hij zijn werkkamer betrad, betrad hij zijn werkkamer.’ Niets was er veranderd, en dat stemde hem tevreden. Zelfs het klokhuis op de hoek van zijn bureau stond er nog. Maar wacht. Had hij een appel gegeten? Zijn hart begon te bonken. Nee, toch? Hij pakte een spiegeltje om zijn tanden te onderzoeken op een miniem stukje appelschil. Nee, hij had geen appel gegeten. De tweede keer nadat de schoonmaakster is geweest, is er een boek in zijn boekenkast verplaatst. Een volgende keer staat er een bloeiende geranium in zijn vensterbank. ‘Deregulatie’, denkt de oude man. ‘Teneinde krankzinnigheid te bewerkstelligen.’ 

    Er is een verhaal van een man die het nieuwste boek van zijn lievelingsauteur koopt. In een café scheurt hij het boek uit de verpakking, gooit de prop weg, en leest: ‘Een man van middelbare leeftijd verfrommelde gehaast het papier waarmee de nieuwste bundel van zijn lievelingsauteur was ingepakt, gooide de prop weg, en sloeg, zelfs voordat hij zijn jas losknoopte, het boek open.’ De man kijkt naar zijn jas, de prop papier. En wil verder lezen. Hij leest vervolgens hoe hij naar zijn jas keek, naar de prop papier en zijn ogen sloot. Alles wat de man doet, leest hij daarna in het boek. Hij wordt er gek van. Goed verhaal! Al Lauriers verhalen zijn goed. Ik kijk op, de tuin in. Zie de biologische tomatenplantjes vanuit het gras naar me kijken. Ze willen de grond in. Dus hup, aan het werk. Daarna verder lezen.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Altijd op zoek naar een goed verhaal.

  • Oogst week 27 – 2023

    Ideeën – Het boek Le Grand

    Welke passage over de liefde zou beroemder zijn: Korintiërs 1 vers 13 of ‘Es ist was es ist, sagt die Liebe’? De laatste zin komt van dichter Heinrich Heine, de geestelijk vader van onder andere Die Lorelei. Als vertegenwoordiger van de Romantiek vermengt hij in zijn oeuvre bittere ernst met zwartgallige humor, mislukking met triomf, liefde voor kunst met maatschappijkritiek. Hij waarschuwt zelfs voor regimes die boeken verbranden, want zulke regimes zullen hetzelfde met mensen doen. Dat hij tijdens het Derde Rijk logischerwijs zélf onder ‘entartete Kunst’ viel, heeft zijn status allerminst bezoedeld. Eén van zijn vroegste prozawerken uit 1827, Ideen – das Buch Le Grand, kent eindelijk een Nederlandse vertaling van Ria van Hengel. In dit boek toont Heine zich de humorist én criticus van wie Duitsland zo veel houdt.

    In Ideeën – het boek Le Grand vertelt Heine over zijn jeugd en eerste liefdes, zijn bewondering voor revolutionair Napoleon én een bijzondere trommelaar. Even beroemd als Oskar uit Die Blechtrommel van Günter Grass is deze monsieur Le Grand weliswaar niet, maar de drummende tamboer-majoor dicteert wel de cadans waarin Heine schrijft. Zo blijft de dichter Heine altijd aanwezig in de bij vlagen polemische, journalistieke teksten. Het verbaast overigens niet dat talloze schrijfsels van Heine postuum tot lied zijn omgetoverd. Uiteindelijk kiest de romanticus voor een leven (en levenseinde) in Parijs. De opmaat naar deze zelfgekozen emigratie klinkt al door in Ideeën – het boek Le Grand. Weggaan doet zeer, maar hoe zit dat met weten dat je ooit weg zult gaan?

    Ideeën - Het boek Le Grand
    Auteur: Heinrich Heine
    Uitgeverij: Uitgeverij G.A. van Oorschot

    Het volle leven

    De ultieme inspiratiebron van Charles Bukowski heet John Fante (1909 – 1983). Dat belooft wat. Deze zoon van een Italiaanse immigrant maakt in de jaren ’30 furore met de boeken Wait until spring, Bandini en Ask the Dust. Aangezien Fante uitwijkt van Colorado naar Los Angeles, wordt één aantrekkelijk scenario bewaarheid: hij mag filmscripts gaan schrijven. Maar waar zijn eerste twee romans zeer geschikt zijn voor het witte doek, zit dat anders met de biografische roman Het volle leven, origineel Full of Life (1952). Het blijkt een romcom, zonder dat er echt iets te lachen valt. Niettemin wordt het boek een gigantisch commercieel succes. Zonder gêne kiest Fante voor de Amerikaanse droom van financiële onafhankelijkheid: “My business in life is to save myself. (…) I shall not dirty my hands trying to save the masses.” Scoren dus.

    Deze lelijke waarheid, waarover Fante altijd eerlijk is geweest, verweeft hij in al zijn boeken. In het voorwoord van Het volle leven noemt Jaap Scholten John Fante de grootmeester van het verlangen. Inderdaad is verlangen de drijvende kracht achter de American Dream, waar Full of Life aan appelleert: nooit is het genoeg, altijd lonkt de belofte naar meer. Tegelijk laat Fantes carrière zien hoe gewoontjes en toevallig het leven van een schrijver in een stroomversnelling raakt. Pas als filmscenarist begint hij de successen te boeken die hem uit de armoede van zijn jeugd sleuren. Het volle leven is zo Amerikaans als wat: ene John krijgt vrouw en kind, maakt ruzie met zijn bemoeizuchtige Italiaanse ouders én worstelt zich omhoog in de arena van Los Angeles. Want net als nu, was het toen flink sappelen voor de broodschrijvers in Hollywood…

    Het volle leven
    Auteur: John Fante
    Uitgeverij: Uitgeverij Oevers

    De amuletten van de liefde en van de wapenen – een trilogie

    Kort na de Tweede Wereldoorlog verschijnen drie liefdesverhalen van Andreas Embirikos. Hij is Griekenlands beroemdste psychoanalyticus en surrealist. Argo of de Ballonvaart, Zemfyra of het Geheim van Pasiphaë en Beatrice of de Liefde van Buffalo Bill komen pas in 2012 als drieluik samen tot De amuletten van de liefde en van de wapenen. In deze trilogie verkent Embirikos de grens tussen lust en liefde en kiest hij voor een vrijzinnige ondertoon. Dit deed hij overigens al eerder in het erotische O Megas Anatolikos. Anders gezegd: niet voor niets kent het fenomeen ‘porneia’ zijn oorsprong in het oude Griekenland. Argo speelt zich af in Zuid-Amerika, Zemfyra in Parijs en Beatrice in de VS. De liefde komt voorbij in respectievelijk goede vs. slechte lust, relatietherapie en ware liefde.

    Vertaler Hero Hokwerda merkt op dat moderne Griekse literatuur allang niet meer hoofdzakelijk doordrenkt is met de mythologie uit de Klassieke Oudheid. Deze ontwikkeling dankt zij mede aan modernisten als Andreas Embirikos. Toch dringt de associatie met een zwaarwegende, eeuwenoude traditie zich op in De amuletten van de liefde en van de wapenen. Argo is de boot waarop Iason en de Argonauten koers zetten naar Het Gulden Vlies. Pasiphaë bevalt van de beroemde Minotaurus na gemeenschap met een witte stier. En Beatrice is de muze van niemand minder dan Dante Alighieri, de schrijver van De Goddelijke Komedie. Je zou haast denken dat er alleen over erotiek geschreven mag worden, zolang de grote namen een eervolle vermelding krijgen. Rode oortjes vallen niet op onder het schijnsel van een aureool.

     

    De amuletten van de liefde en van de wapenen - een trilogie
    Auteur: Andreas Embirikos
    Uitgeverij: Ta Grammata
  • Oogst week 29 – 2020

    Suikerbastaard

    Jaap Frederik Scholten (1963) is een echte romancier en woont sinds 2003 in Hongarije waarover hij jarenlang columns schreef voor het NRC. In 2011 won hij de Libris Geschiedenis Prijs voor Kameraad Baron, een verslag van de gevolgen van het communisme voor de Hongaarse aristocratie in Transsylvanië. In 2014 verscheen Horizon City en dit jaar zijn meest omvangrijke roman Suikerbastaard.

    Hoofdpersoon Frederik vertrekt met zijn jeugdliefde Mila naar Ethiopië om het verleden van zijn grootvader te achterhalen en Mila gaat op zoek naar haar vader, die voor Frederiks grootvader in Ethiopië werkte en nooit terugkwam naar Nederland. Deze grootvader was leidinggevende bij een internationale machinefabriek die machines leverde om suikerfabrieken in Ethiopië te laten bouwen.

    Niet alleen Frederik en Mila vertellen een verhaal: ook hun families en de Twentse jongens die in de jaren vijftig en zestig voor drie jaar naar Ethiopië vertrokken, maken deel uit van deze grootse roman.
    Suikerbastaard is een mengeling van feit en fictie en werd uitgeven in een samenwerkingsverband tussen AFdH Uitgevers en Uitgeverij Pluim.

    Suikerbastaard
    Auteur: Jaap Scholten
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim en uitgeverij AFdH

    Houd afstand, raak me aan

    Onlangs verscheen er nog een publicatie als reactie op de coronacrisis: de Vlaamse hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse Paul Verhaeghe (1955) richt zich in Houd afstand raak me aan op het leven na deze crisis. Hij pleit voor het maken van andere keuzes op het gebied van economie, milieu, omgang met elkaar en onderzoekt welk effect dit heeft op onze mentale gezondheid.

    Paul Verhaeghe publiceerde ruim tweehonderd artikelen en verschillende boeken. Met Liefde in tijden van eenzaamheid (1998) brak hij door naar een algemeen en internationaal publiek. In zijn werk is de wisselwerking tussen de maatschappij en het individu een terugkerend thema. Houd afstand raak me aan bevat een hoopvolle boodschap: de coronacrisis biedt een kans voor verandering, het leven na de crisis kan beter worden dan het leven daarvoor.

     

    Houd afstand, raak me aan
    Auteur: Paul Verhaeghe
    Uitgeverij: Bezige Bij

    De man van nu

    Sara Berkeljon (1982) werkt bij De Volkskrant en maakt al negen jaar portretterende interviews voor Volkskrant Magazine. Het viel haar op dat ze meer mannen interviewde dan vrouwen. In De man van nu zijn twintig van haar beste interviews met mannen gebundeld. De interviews geven een beeld van hoe de ander zich door het leven slaat. Voor haar is een goed interview een portret dat door iedereen anders gelezen wordt: ze is tevreden wanneer de ene lezer de geïnterviewde sympathiek vindt en de andere lezer huivert van afschuw.

    De man van nu gaat uit van de stelling dat de man zichzelf opnieuw moet uitvinden. De interviews geven de lezer de kans om zelf een oordeel te vellen over zowel de geportretteerde personen als over mannen in het algemeen.

    De man van nu
    Auteur: Sara Berkeljon
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim
  • Een brief

    Een brief

    Vorige week zondag was Jaap Scholten op de radio. Ik lees zijn verhalen, zijn eerste boek. Mooie verhalen die goed beginnen met, ‘Het regende en het regende.’ Of ‘Vanuit de trein zag ik een schaap. Of ‘Een paar weken geleden ben ik op een avond bij Louise binnengevallen.’ Ze gaan nergens over, toch ook weer over van alles. Zoals een goede brief. Waarvan elke zin je nieuwsgierig maakt naar de volgende, wat de schrijver je wil vertellen, wat hem overkomen is.

    Op de radio vertelde Scholten over het ontstaan van zijn nieuwe roman Suikerbastaard. Hoe er vijf jaar geleden in Deventer na een lezing over Horizon City, een man naar hem toekwam. Hem vertelde dat machinefabriek Stork uit Hengelo in de jaren vijftig in Ethiopië suikerfabrieken had gebouwd. Dat daar veel bastaardkinderen rondlopen, die, zoals daar gebruikelijk, de voornaam van de vader als achternaam kregen. Zijn grootvader Frans Stork leidde de machinefabriek Stork in Hengelo, was in Ethiopië geweest. De man wist dat er drie kinderen met de achternaam Frans, waren. ‘Dat was voor mij het startpunt om dit uit te gaan zoeken en een roman te schrijven.’ 

    Eenmaal in Ethiopië bleek het zoeken naar die kinderen geen doen. Zijn onderzoek richtte zich op de suikerfabrieken, het leven van de Nederlandse jongens die daar gewerkt hebben. Daar naartoe gehaald door Keizer Haile Selassie van Ethiopië, die in 1942 Koningin Wilhelmina in Londen had ontmoet, de contacten waren gelegd. Voor de bouw van deze fabrieken werden jongens van de Storkfabriek in Hengelo geronseld. Jonge jongens, ongetrouwd. Bleven er drie jaar, hadden een eigen huisje, een motor, een zogenaamde tuinboy, vrijheid.

    Begin dit jaar was de schrijver op het festival Lutterzand Literair. Op een zaterdagmiddag gaf hij drie maal een lezing over Suikerbastaard, dat in de afrondende fase zat. Eenzelfde verhaal werd drie keer verteld. Ik was een van de gastvrouwen. Goeie verhalen kun je niet genoeg horen. Tussendoor regelden we glaasjes water, ordenende stoelen, lieten een nieuwe stroom bezoekers binnen. Na afloop kregen we van de schrijver een kopie van een brief die in 1959  per Air Mail verstuurd was vanuit Djibouti, Ethiopië, naar Hengelo (O), Holland. Een brief van een van die jongens, de hoofdpersoon uit Suikerbastaard, aan zijn meisje. Een fijne attentie, een brief van vier kantjes met pen beschreven. Hierbij een fragment, een schets van de omgeving van de jongeman in Djibouti.

    ‘Ik zit onder de bogen van Hotel des Arcades (hier is schaduw) en heb het eerste al genoteerd. Ik denk niet dat ik je elke dag kan schrijven maar ga wel proberen zoveel mogelijk. Doe jij dat ook Mon chérie? Dit heb ik vandaag voor jou in het dagboek opgeschreven: bougainvillea palmen […] rioolstank lepralijders mensen met horrelvoeten gezwellen kinderen op blote voeten geen last van de kiezels vrouwen in gewaden soldaten van vreemdelingenlegioen keppies brede lege straten witte gebouwen met platte daken afgeronde kantelen de markt chaos kriskras paardenkarren dromedarissen takkenbossen op de flanken koopwaar op de zandvlakte armoede. Telegramstijl zo ga ik dat doen. Dan kan ik alles voor jou onthouden.’
    Een pracht brief, ondertekend met, ‘Honderd kussen en lieve pakkerds, Je Rinus’.
    Het moet wel een kanjer van een roman zijn geworden.

     

    Suikerbastaard / Jaap Scholten / AFdH Uitgevers|Uitgeverij Pluim / verschijnt 28 mei
    Luister hier het radiofragment bij OVT VPRO


    Inge Meijer is een pseudoniem, blijft nog steeds thuis, rommelt met boeken en schrijft over ontdekkingen aan de randen van de literatuur.

  • Trailer ‘Against A Perfect Sky’

    In Against A Perfect Sky – de titel is afkomstig uit een gedicht van Johns zoon Dan Fante – worden de schrijvers en Fantianen Jaap Scholten en Henk van Straten op hun pelgrimage naar het Italiaanse dorp gevolgd, wat de bron is van Fante’s verhalen. Ze proberen vast te leggen hoezeer zijn Italiaanse roots een wezenlijk onderdeel, en wellicht zelfs de kern vormen van zijn schrijverschap.

  • SLANG Magazine vijfde edititie

    SLANG Magazine vijfde edititie

     SLANG is een literair initiatief waarin cultuur, vormgeving en actualiteit samenkomen en is tevens de overkoepelende term voor SLANG Magazine en SLANG Bytes.

    Het thema van de vijfde editie van SLANG is de Balkan, al weet de redactie niet meer precies wat hiertoe de aanleiding was. De Balkan wordt belicht in o.a. essays, proza en poëzie van Nederlandstalige – als ook autochtone  auteurs zoals onder meer Claudia Zeller, Guido van Eijck, Arja van den Bergh, Mirza Dolic, Andrei Patru en Dane Zajc. De teksten worden afgewisseld met fotografisch-, schilder- en tekenwerk.

    Als eerste een interview met de in Hongarije residerende schrijver Jaap Scholten die dit jaar De Libris Geschiedenis Prijs ontving voor zijn roman Kameraad Baron. Scholten kwam voor het avontuur naar Hongarije maar is sinds hij daar woont de voorspelbaarheid van het leven in Nederland meer gaan waarderen. Hij vertelt dat hij zijn verhalen, zoals hij het huis, dat hij stukje bij beetje opbouwde van verzamelde materialen,  opbouwt uit een verzameling aan dingen die hij gehoord en gezien heeft. En passant verwijt hij de Hongaarse schrijver Peter Esterhazy (1950) dat deze zijn vader verraden heeft in zijn boek Harmonia Caelestis om zo meer boeken te kunnen verkopen. ‘Als je het verhaal van anderen optekent, moet je daarbij eerbied betrachten. Dat is wat ik probeer.’ Volgens Scholten heeft Esterhazy dit verzuimd.

    Een gedicht van de Roemeense dichter Andrei Patru Romania Mea, is opgenomen in het Roemeens met een vertaling in het Engels erbij. Daaronder een briefje als reactie van D. Petrie aan de heer Steltenpool. Of deze heer de vertaler is of D. Petrie zelf is niet duidelijk.

    De bijdragen zijn opvallend kort van stof met uitzondering van het interview met Jaap Scholten (voor een interview toch weer wel). In het essay De Cremers en de pornoficatie van Joegoslavië belicht Sven Peeters drie generaties Cremer. Cremer sr., de vader van de man die Ik Jan Cremer schreef, was auteur van ‘onschuldige’ teksten die hij voor verschillende kranten schreef tijdens een fietstocht naar Palestina eind jaren dertig vorige eeuw. Terug fietste hij door de Balkan landen, waar in 1992 zijn kleinzoon Cliff Cremer (1967) als ‘ex-marinier, freelance journalist en modern avonturier’ in Kroatië belandde en er nogal de beest uithing.

    De inhoud van een enkele bijdrage is niet gericht op de Balkan. Zoals het bondige stukje proza van Twan Zegers, Internationale betrekkingen. In  beeldende taal wordt een dag uit het leven van een postbezorger beschreven dat begint aldus: ‘Hier stond ik dan, doorweekt en alleen, in een verlaten straat, halfhurkend voorovergebogen om de stapel brieven die zwaar op mijn verkrampte rechterarm leunde tegen de regen te beschermen.’ Waarna de strijd tegen de weerselementen een aanvang nemen en de beloften van het postbedrijf ‘Iedereen kijkt naar je uit’ de postbezorger tot het uiterste drijft. Zegers maakt mooie zinnen die meer zeggen dan er staat geschreven. ‘ De zon was doorgebroken, en ik kon mij verheugen over het feit dat ik de tijd die mijn baas voor mijn werkzaamheden had vastgesteld en waarvoor ik beloond werd, met minder dan twee uur overschreden had.’ Prachtig!

    Fotografie is er van Eli Vandecasteele, die ook de coverfoto bezorgde. Bij het gedicht (in het Engels) Coitus amor van de Joegoslavische dichter Mirza Dolic een veelzeggende foto van Vandecasteele van een Roma familie waarvan de woonstee gelijk een vuilnisbelt is.

    Geïnteresseerden zouden beslist wat meer over de achtergrond van de auteurs van deze SLANG willen weten. Waar komen ze vandaan en wat hebben ze gedaan? Want wie weet wie Friso van Endt is, waarvan op pag. 4 een schilderij staat afgebeeld? En wie is Willem Slofstra die een portret van Zvjezdan schreef?

    SLANG verschijnt vier keer per jaar:
    Prijs:  20 euro per jaar (Nederland)
    25 euro per  jaar (buiten Nederland)

    Bekijk hier de website van SLANG.

    Foto cover: Eli Vandecasteele

     

  • Jaap Scholten

    Jaap Scholten

    Jaap Frederik Scholten (Enschede, 1963) is de vierde van vijf zonen die door moeder alleen werden grootgebracht. Behalve een studie binnen het kader van een filosofie keuzevak naar de invloed van Tolstoi op Wittgenstein, wees niets op een literaire toekomst. Door pech – een onder de auto uitgevallen cardanas – in de Algerijnse woestijn, 600 kilometer ten noorden van de dichtstbijzijnde stad Insalah, ontdekte hij de magie van het geschreven woord. Na drie dagen kwam een vrachtautochauffeur langs die na één blik op Scholten concludeerde; ‘Et ça, c’est le philosophe?’

    Niet lang daarna schreef Scholten in een kloostercel nabij Barcelona het script voor Beauville, een lange korte film over een oude man die voor hij sterft zijn zoutwaterschildpadjes naar zee wil brengen. In 1995 werd het scenario in Los Angeles verfilmd door de Belgische regisseur Rudolf Mesdag met in de hoofdrollen Julien Schoenaerts en Marianne Sagebrecht. Scholten sloot zich hierop van de wereld af in de Dordtse Biesbos. Daar probeerde hij proza te schrijven, wat helaas op niets uitdraaide. Hij knapte onderwijl  een oude – uitsluitend per boot bereikbare – kooikerswoning – zonder elektriciteit of stromend water – op en werd na drie maanden horendol van het witte papier en vooral van het oeverloze gekwetter van eenden. Hij ging werken in de drukkerij van Schiphol en woonde aan de Bloemgracht waar hij ’s nachts korte verhalen in briefvorm schreef, die hij naar uitgever Thomas Rap stuurde.

    Verhalen in briefvorm

    Na enkele maanden zei Rap: ‘We gaan een boek maken.’  Dat werd Bavianehaar & Chipolatapudding (1990).
    Na veel omzwervingen, vooral door Oost-Europa, werkte Scholten vijf jaar lang full-time in reclame en uitgeverij. Onderwijl schreef hij ’s avonds en ’s nachts de roman Tachtig en het toneelstuk Caravangeluk. Na het succes van Tachtig en een lucratief aanbod van een filmmaatschappij nam hij ontslag.
    Sindsdien kwam er nog maar weinig uit zijn vingers. Het volledige schrijverschap verlamde hem of hij hield zich met andere zaken bezig.

    De laatste tijd komt daar verandering in; hij schreef een televisiefilm, Wodan! (regie Norbert ter Hall) voor de KRO in de serie ‘De zeven deugden’. Daarnaast verscheen de roman Morgenster (longlist AKO literatuurprijs). Scholten werkt momenteel aan de korte film Mercedes (regie Mark de Cloe), aan een speelfilm met de werktitel Luna (regie Jean van der Velde) en aan de novelle Als één van de honden jarig is.
    In april/mei 2001 verscheen Reisverhalen en bedevaartstochten, met daarin de herbegrafenis van de laatste tsaar in Sint Petersburg; een zoektocht naar de Hongaarse bloedgravin Erszébet Bathory; een bezoek aan Paul Bowles in Tanger kort voor diens dood; Pepín Bello en de Residencia de Estudiantes in Madrid en een bedevaartstocht naar J.D. Salinger in Cornish, New Hampshire.

    Bijzonderheden: Scholten studeerde industriële vormgeving in Delft, grafische vormgeving en reclame in Rotterdam. Hij richtte een meubelwerkplaats op, ontwierp affiches, werd tweede met de jeugdkampioenschappen Tae Kwondo, trok door de Sahara, werkte als barkeeper en als tankercleaner. Na het afronden van zijn studies werkte hij als art-director bij een groot Amerikaans reclamebureau maar werd ontslagen wegens het beledigen van de directeur. Op het moment woont hij met zijn gezin in Hongarije.

    Citaat: ‘Ik heb een voorliefde voor mensen die tegen de stroom ingaan. Ik houd van die romantiek, ben iemand van heldenverering en bedevaartsoorden.’ (HP/De Tijd, 5-1-1996)

     

    Bibliografie:
    Bavianehaar & Chipolatapudding (korte verhalen,1990 )
    Tachtig (autobiografische roman, 1996)
    Zelda – vertel me hoe te leven (novelle, 1996)
    Morgenster (roman, 2000)
    Reisavonturen en bedevaartstochten (reisverhalen, 2001)
    De wet van Spengler, (autobiografische roman, 2008)
    Heer & Meester. Berichten uit de voormalige dubbelmonarchie, (non-fictie, 2008)
    De avonturen van Jaap Scholten. Van Oldenzaal tot Ouaguadougou, verhalen 2010 (verscheen eerder als Bavianehaar & Chipolatapudding, 1990)
    Kameraad Baron. Een reis door de verdwijnende wereld van de Transsylvaanse aristocratie, (non-fictie, 2010)
    Horizon City, 2014 (familiekroniek, onder meer over zijn tante Ankie Stork)
    Suikerbastaard, 2020

    Prijzen:
    1995: Longlist AKO Literatuurprijs voor Tachtig
    2000: Longlist AKO Literatuurprijs voor Morgenster
    2009: ‘selexyz uitgelezen keuze’ voor De wet van Spengler
    2011: Shortlist Bob den Uyl-prijs voor Kameraad Baron
    2011: Libris Geschiedenis Prijs voor Kameraad Baron
    2014: Overijssels Boek van het Jaar 2014 voor Horizon City,

     

    Bron: Schrijversnet / Wikipedia