• Oogst week 9 – 2023

    De Pool

    Een concertkring in de gotische wijk van Barcelona organiseert maandelijks een recital. Deze keer hebben ze een bekende maar controversiële Poolse Chopinvertolker uitgenodigd, want, zegt een lid van het organisatiecomité dat verstand van muziek heeft en voorstelde de pianist uit te nodigen: ‘Hij heeft een nieuwe generatie Chopinvertolkers in zijn geboorteland de weg gewezen.’

    In zijn nieuwe roman, De Pool, beschrijft de Australische, van oorsprong Zuid-Afrikaanse, veel gelauwerde schrijver J.M. Coetzee de moeizame liefde die volgt. De pianist wordt na het concert mee uit eten genomen door het organisatiecomité, onder wie Beatriz. Zij houdt niet van zijn Chopin-interpretaties, maar de man zelf met zijn lange zilvergrijze haren is een uitgesproken persoonlijkheid die haar wel boeit.

    De pianist valt als een blok voor Beatriz en maakt avances die zij, getrouwd, afweert. Hij vliegt terug naar Berlijn, maar als hij later weer naar Spanje komt om er een masterclass te geven, doet hij een nieuwe poging en nodigt Beatriz uit. Zij neemt de uitnodiging twijfelend aan. Coetzee, bekend om grote thema’s als liefde en geluk, goed en kwaad, dierenleven, angst en eenzaamheid, tekent in De Pool een ongemakkelijke liefde. Beatriz is twintig jaar jonger dan de pianist en ook taal en cultuur belemmeren moeiteloos spontaan contact.

     

    De Pool
    Auteur: J.M. Coetzee
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee 2023

    Het laatste voorjaar

    Lerares Duits Ese besluit in Het laatste voorjaar van Minke Douwesz nogal plotseling tot een fietstocht vanuit Nederland naar Jalta om daar het huis van Tsjechov te bezoeken. Nadat ze op school in conflict kwam met een directeur en een onderwijsvernieuwer die met trendy ideeën bevoorrechte leerlingen wil doen excelleren, heeft ze haar baan opgezegd. Ze is tegen de plannen, maar geen van haar collega’s steunt haar. Bovendien is haar geliefde, Martie, overleden.

    Deze gebeurtenissen hebben Ese doen besluiten tot de afmattende fietstocht door Duitsland, Polen en Oekraïne. Kou, regen en malende gedachten over de gebeurtenissen op school, over de relatie met Martie, over het hedendaagse leven met het ongelimiteerd consumeren van velen en de achteloze omgang met de natuur drukken op Ese’s toch al eenzame tocht.
    Lange tijd laat Douwesz onvermeld wat er precies met Martie is gebeurd. Gaandeweg wordt duidelijk waarom Ese – behalve om het ontslag en Martie’s overlijden – nog meer besloot tot de plotselinge en niet bepaald voor de hand liggende stap.

    Met veel details tekent Douwesz Ese’s dagelijkse werkelijkheid en wisselt ze haar kleine beslommeringen af met overpeinzingen over wereldomvattende onderwerpen.

     

    Het laatste voorjaar
    Auteur: Minke Douwesz
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot 2023

    De Liefdader

    In De Liefdader van Stasio Komar werkt de Nederlandse Julian bij een liefdadigheidsorganisatie en reist hij naar Brazilië om te onderzoeken met welke goede doelen aldaar kan worden samengewerkt. Hij ontmoet er Arnold Burgers, eveneens een Nederlander, die een grote organisatie voor hulp aan straatkinderen leidt. De organisatie is populair, evenals Burgers, maar deze directeur is ook gevreesd in de favela’s van Rio. Julian komen geruchten over zijn seksuele avontuurtjes met minderjarigen in de sloppenwijken ter ore. Hij onderzoekt het verleden van Burgers, stuit ook op gesjoemel met donaties en valse medische titels en gaat vragen stellen. Behalve Burgers zelf is ook niemand in zijn omgeving daarvan gediend, want de achterban is afhankelijk van de financiën van de organisatie. Julian wordt door Burgers monddood gemaakt en uiteindelijk sluit de hele Braziliaanse hulpsector hem buiten.

    Voor Burgers’ gedrag zijn bewijzen noch beschikbare getuigen, tot er compromitterende foto’s opduiken van Burgers en zijn kliek in gezelschap van kinderen. Dan zijn er twee getuigen, die echter worden omgebracht. Burgers gaat op zoek naar de foto’s, wat slecht voor hem afloopt. Helaas raken ook de foto’s verloren.
    De roman laat zien hoe één man zijn gang kan gaan dankzij zijn macht en dankzij degenen die koste wat het kost goed doen voorop willen stellen.

    Stasio Komar (1947) studeerde Frans en had verschillende werkzaamheden waaronder ontwerpen en vertalen. Hij was muzikant, publiceerde zes dichtbundels en werkte als ontwikkelingswerker waardoor hij uit de eerste hand een inkijk in de hulpverleningswereld kan geven. Hij is nog steeds betrokken bij Braziliaanse hulpprojecten. De Liefdader is zijn eerste roman.

     

     

    De Liefdader
    Auteur: Stasio Komar
    Uitgeverij: Uitgeverij Nobelman 2022
  • Topje van de ijsberg

    Topje van de ijsberg

    Het lam staarde mij aan in een steeg van de stad. Het was bij één van die uitbouwsels waar ze gratis boeken aanbieden. Mensen hadden genoeg van hun boeken, of deden niet genoeg moeite. Of ze kochten teveel boeken en hadden te weinig tijd. God mag weten wat de reden was. Feit is dat ze hun boeken in een zelf geknutselde kast op straat zetten. Als wezen op een rij. Voor altijd uitgestoten. De Schooldagen van Jezus van J.M. Coetzee was gesierd met dat Lam. Schitterende omslag van Irwan Droog.  Ik nam het boek in een plastic tas mee, maakte mij geen zorgen om de andere kinderen in de kast en besloot deze, na een kleine wandeling door het park, in mijn armen te sluiten. Te adopteren. Jaren geleden had ik veel van Coetzee gelezen – Foe, Michael K., Barbaren – dat waren werelden die mij zeer dierbaar waren, in al hun allegorische niet-welluidendheid, net als de halsstarrige houding van de schrijver zelf, het niet willen geven van interviews, het niet duiden. In de laatste jaren was ik ‘m uit het oog verloren, geen idee waarom, er was geen reden, geen oorzaak. En toen was ie er ineens weer.

    Het was vooral de Jezus in de titel die mij aantrok. Iemand die een klassiek avonturenboek als Robinson Crusoe kon omtoveren tot een wereld onder de romanwereld van het oorspronkelijke boek. Iemand die laat zien dat een boek (en dus in potentie elk boek!) ook slechts kan dienen als een topje van een ijsberg – en dat die heel verzonken massa ook nog onthuld kan worden in een nieuw kunstwerk (maar uiteraard niet helemaal!), nou, als die aan het werk was gegaan met zo’n beetje het bekendste verhaal van de Westerse beschaving, dat zou toch niet mis kunnen gaan?
    En dat ging het vanaf de eerste bladzijde niet. Ook al begon ik halverwege, want De schooldagen is het middelste van een trilogie, donderde dat totaal niet. Vanaf het allereerste begin en waar je ook begint, dit was en is precies wat ik zocht en zal blijven zoeken. Ik zat namelijk al een tijd in een leeswak, totdat ik deze boodschap van Coetzee tegenkwam. Lamgeslagen door teveel duiders en mensen die denken dat ze iets te zeggen hebben. Maar ziehier het wonder! Als een verslaafde gelovige las ik daarna De jeugdjaren– en de Dood van Jezus. (Full disclaimer: Niet als adoptiekinderen, maar keurig gekocht in de lokale winkel). 

    Eindeloos laafde ik mij aan de sobere, afgemeten, klinische  stijl van Coetzee, het wegkijken nadat een dramatische scène zich heeft voorgedaan, het spelen met verwachtingen als je heel groot JEZUS op drie boeken zet, en vervolgens het woord nooit meer verspreidt, de volstrekt unieke allegorie die zich voor jouw ogen ontvouwt, met alleen maar speldenprikken naar dat nieuwe testament, scènes in vervorming, een wereld waar Don Quichot als plaatsvervanger veel meer ruimte krijgt, waar ouders geen ouders zijn, wezen geen wezen, waar iedereen alleen maar als connectie met elkaar bestaat, zoals alles in relatie tot elkaar staat, zelfs de getallen en de sterren… maar bovenal een wereld waarin het plot en de verhalen die verteld worden niet zo belangrijk zijn, als de ideeën die deze verhalen vertegenwoordigen.

    Hoe makkelijk was het geweest om met wat simpele woordspelingen en flauwe verwijzingen dit evangelie te vertellen. Lees bovenstaande nog maar eens door, er zijn er genoeg te vinden. Dat is wat elke middelmatige schrijver zou doen.
    Maar niet Coetzee. Die schreeuwt: De ijsberg blijft een ijsberg! En dus zit ik na deze trilogie weer terug in het wak.

     

     


    Mike Naafs studeerde Film aan de Universiteit van Amsterdam, schreef in de beginjaren van Literair Nederland stukjes voor de site. Werkt nu als chefkok in een psychiatrische instelling, leest wel eens een boek.

  • Oogst week 46 – 2019

    De man in de rode mantel

    De Amerikaanse portret- en landschapsschilder John Singer Sargent (1856-1925) maakte met zijn Portrait of Madame X (1883-1884) de tongen los: omdat het expliciet erotisch zou zijn, maar wellicht ook omdat het een weergave was van aristocratische stijl en decadentie die niet werden gewaardeerd in de Franse bourgeoisie-kringen van destijds (aldus Jonathan Jones in The Guardian). Vanwege alle ophef exposeerde Singer zijn Dr. Pozzi at Home, dat hij in 1881 al voltooide, in Londen onder de naam A Portrait. Singer zou met die anonimiteit de reputatie van de geportretteerde, de jonge chirurg en gynaecoloog Samuel-Jean Pozzi, hebben willen beschermen. Poserend in een flamboyant rood gewaad, zijn hand op zijn borst, wendt Dr. Pozzi zijn blik van de toeschouwer af. Het schilderij vormde de inspiratiebron voor de alom geprezen auteur Julian Barnes, die de lezer in zijn De man in de rode mantel langs ingrijpende gebeurtenissen gedurende de Belle Époque voert, maar vooral de mysterieuze figuur Pozzi in een nieuw licht plaatst en hem de biografie schenkt die hij naar Barnes’ idee verdient.

    De man in de rode mantel
    Auteur: Julian Barnes
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De dood van Jezus

    Nobelprijs- en tweevoudig Booker Prize-winnaar J.M. Coetzee sluit zijn saga over het leven van de jonge Davíd af met De dood van Jezus (vertaling Peter Bergsma), waarin hoofdpersoon Davíd zich geëngageerd toont en gaat, zonder dat zijn ouders Inès en Simón enige inspraak hebben op zijn keuze, in een weeshuis wonen. Als hij kort daarna onverklaarbaar en ernstig ziek wordt, vrezen zijn ouders voor zijn leven. Coetzee schuwt diepe thema’s en emoties niet in zijn nieuwe roman – iets wat hij volgens kenners van zijn werk per definitie niet doet. Zoals Griet Op de Beeck eens zei: ‘(Precies daarom) is hij me zo lief: hij loopt niet in een boogje om de grote emoties heen, maar staart ze vol in het gezicht.’

     

    De dood van Jezus
    Auteur: J.M. Coetzee
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Vormen van gekte

    In het gedicht ‘Een kinderspiegel’, uit Beemdgras (1968), reflecteert dichteres en toneelschrijver Judith Herzberg op het ouder worden – en alle ongemakken die de verteller in de toekomst liever uit de weg zou gaan:

    ‘Als ik oud word neem ik blonde krullen
    ik neem geen spataders, geen onderkin,
    en als ik rimpels krijg omdat ik vijftig ben
    dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
    alleen wat kraaiepootjes om mijn ogen.’

    Nu, op haar vijfentachtigste, is Herzberg even jong van geest en actief als altijd. In Vormen van gekte, haar nieuwste bundel, zijn zowel oude als nieuwe gedichten opgenomen. Herzbergs werk werd onder meer bekroond met de P.C. Hooft-prijs, de Constantijn Huygens-prijs en de Prijs der Nederlandse Letteren.

    Vormen van gekte
    Auteur: Judith Herzberg
    Uitgeverij: Uitgeverij De Harmonie
  • Achterliggende filosofie in het werk van de Zuid-Afrikaanse meester

    Achterliggende filosofie in het werk van de Zuid-Afrikaanse meester

    Van Nobelprijswinnaar J. M. Coetzee verscheen onlangs de verhalenbundel, De oude vrouw en de katten. Eerder dit jaar publiceerde voormalig Denker des Vaderlands en professor emeritus Hans Achterhuis het boek Coetzee, een filosofisch leesavontuur, waarin hij de filosofie in het werk van de Zuid-Afrikaanse meester belicht. In zijn inleiding heeft hij het over zijn persoonlijke fascinatie met Coetzee, al had hij aanvankelijk weinig affiniteit met zijn werk omdat het niet altijd even politiek correct overkwam. De omslag kwam er pas met In ongenade, zoals waarschijnlijk ook voor veel andere Coetzee-lezers geldt.

    Coetzee en de lezer

    Geheel onlogisch is dat niet: Achterhuis was naar eigen zeggen doordrongen van Sartres opvattingen over ‘engagement’: literatuur zou politiek betrokken moeten zijn en het standpunt van de onderdrukten verdedigen. Typisch voor J.M. Coetzee is echter  dat zijn werk helemaal niet zo zwart-wit, maar zelfs opzettelijk meerduidig is. Om die reden weigert hij uitleg over zijn werk te geven, de lezer moet immers zelf aan de slag. Je kunt je afvragen of het dan nog überhaupt mogelijk is om over dat werk te schrijven, maar Achterhuis stelt zijn interpretaties gelukkig nergens als zaligmakend of definitief voor en beseft dat ook filosofen het risico lopen om ‘gevangen te zijn in hun eigen wijsgerige denkkaders’.
    Niet onbelangrijk in dit opzicht zijn de verwijzingen naar wat bijvoorbeeld Kundera zoal schreef over de verschillen tussen de filosofie en de roman. Zo mogen we niet uit het oog verliezen dat de roman geen eenduidige waarheid verkondigt, een polyfoon karakter heeft, en dat het denken in de roman niet alleen rationele, maar ook irrationele, verhalende en meditatieve middelen mobiliseert om inzicht te krijgen in het menselijke bestaan.

    Geen inleiding tot

    Dit boek is dus niet bedoeld als inleiding tot het werk van Coetzee. In feite wordt van de lezer verwacht dat hij niet alleen zijn belangrijkste romans heeft gelezen, maar ook vertrouwd is met het filosofische begrippenapparaat en een bovengemiddelde kennis heeft van de filosofie. Voor wie nog nooit van Hannah Arendt, Jacques Derrida, Walter Benjamin of Michel Foucault heeft gehoord, kan het boek beter laten liggen.

    Coetzee, een filosofisch levensavontuur bestaat naast de vermeldenswaardige inleiding – uit zeven hoofdstukken waarin Achterhuis telkens een bepaald thema belicht (de mens-dierverhouding in de filosofie en literatuur, de omgang met het koloniale verleden enzovoort) aan de hand van een of meerdere romans. De roman Schemerlanden uit 1974 is bijvoorbeeld een houvast om op zoek te gaan naar een antwoord op de vraag hoe we moeten omgaan met ons ‘vaak van geweld doortrokken’ koloniale verleden. Een actueel onderwerp, vooral omdat Coetzee weerstand biedt tegen de pogingen om dat verleden uit te wissen door angstvallig namen van straten te veranderen of standbeelden te verwijderen. Was het maar zo eenvoudig, lijkt hij te willen zeggen.

    Onomkeerbaar verleden

    Coetzee wil wel degelijk ‘de beerput’ openen van wat het betekent om Zuid-Afrikaan te zijn en is geenszins blind voor het koloniale geweld, maar probeert zich in Schemerlanden toch in te leven in Jacobus Coetzee, een kolonist uit de achttiende eeuw die een strafexpeditie door de Kaapprovincie onderneemt. Vanuit zijn logica is geweld immers onvermijdelijk om de barbaarse Hottentotten in bedwang te houden.

    Is die combinatie van distantie en inleving tegenstrijdig? Nee, want achteraf bekeken is het gemakkelijk om de misdaden van onze voorouders te veroordelen. We moeten ons ervan bewust zijn dat elk mens kind van zijn tijd is en wordt doordrongen van een bepaalde religieuze en maatschappelijke overtuiging. In feite kunnen we ons moeilijk moreel superieur opstellen ten aanzien van onze voorouders, omdat ook onze nazaten wellicht een en ander aan te merken zullen hebben op ons gedrag en ons tijdsgewricht. Zullen zij het ons vergeven, om maar één voorbeeld te geven, dat we het klimaatprobleem niet grondig hebben aangepakt toen het nog kon?

    Moed of conservatisme

    Begrip hoeft echter niet per se tot onverschillig relativisme te leiden. Achterhuis citeert historicus Doeko Bosscher: ‘Het is goed mogelijk te “begrijpen” waarom mensen in vroeger tijd bedenkelijke dingen hebben gedaan zonder er in morele zin “begrip” voor te hebben.’ Achterhuis schuwt daarbij trouwens ook geen kritisch zelfonderzoek: als jonge snaak verbleef hij in North Carolina, op een uitsluitend blanke school. In die tijd bestond er nog een strikte rassenscheiding in het zuiden van de Verenigde Staten, maar voor wie daar toen mee leefde, werd die toestand als vanzelfsprekend aanvaard. Er kwam pas schoorvoetend verandering door de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Geschiedfilosoof Frank Ankersmit merkt daarover op dat er periodes in de geschiedenis zijn waarin normen beginnen te verschuiven en mensen de keuze hebben om zich conservatief op te stellen of moed te tonen.
    Op gelijkwaardige genuanceerde wijze bekijkt Achterhuis door middel van In ongenade ook het probleem van de seksualiteit, die geen neutraal terrein blijkt te zijn ‘waarin vrijelijk afspraken kunnen worden gemaakt om lichamelijke behoeften te bevredigen’.

    Seks en macht in Coetzees werk

    In feite was Coetzee met In ongenade de hele MeToo-discussie jaren voor. Niet verwonderlijk, want het inzicht dat seks en macht innig met elkaar zijn verbonden, is niet nieuw – lees er Foucault maar op na. Het lijkt nu echter haast een gewaagd, volstrekt utopisch standpunt dat seks tussen gelijkwaardige partners, zonder machtsmisbruik, misschien nog zou kunnen bestaan. En weer blijkt dat Coetzee met In ongenade niet voor de gemakkelijkste, simplistisch moraliserende weg koos: hoofdpersoon David Lurie doet aanvankelijk een beroep op een prostituee om zijn seksuele verlangens te bevredigen, maar knoopt later een relatie met een van zijn studentes aan. Terugblikkend op een vrijpartij zegt hij: ‘Geen verkrachting, dat net niet, maar niettemin ongewenst, ongewenst tot op het bot. Alsof ze had besloten zich slap te houden, vanbinnen dood te gaan zolang het duurde, als een konijn wanneer de tanden van de vos zich om zijn nek sluiten.’ Dat Achterhuis pas walging en afkeer voelde toen hij de verfilming zag, waarin deze passage zonder meer een gewelddadige verkrachtingsscène wordt, is tekenend voor de meerduidigheid van Coetzee’s werk.

     

  • Oogst week 15 – 2019

    Weldra zal ik onder de guillotine liggen

    Hoewel dit autobiografische verhaal van de van oorsprong Schotse Grace Dalrymple Elliott (1754-1823) door historici niet helemaal geloofwaardig wordt gevonden, – het is zo hier en daar wel erg toevallig en gekleurd -, is het wel ‘een prachtige blik van binnenuit op het gekonkel aan het koninklijk hof en van de intriges in revolutionaire kringen ten tijde van de Franse Revolutie’.

    Zo’n tweehonderd jaar geleden heeft deze courtisane haar memoires geschreven. De Engelse koning George III had haar gevraagd haar belevenissen uit de jaren tussen 1789 en 1794 in Parijs voor hem op te schrijven. Als maîtresse van Louis- Philippe d’Orléans, intrigant en neef van de onthoofde Franse koning Lodewijk XVI, maakte ze de Franse Revolutie van nabij mee. Haar boek is nu voor het eerst in het Nederlands vertaald.

    Joris Verbeurgt vertaalde haar boek en voorzag het van een inleiding en een uitgebreid register met informatie over tal van personages die erin voorkomen, van adelijken tot aan het  personeel.

    Weldra zal ik onder de guillotine liggen
    Auteur: Joris Verbeurgt
    Uitgeverij: Uitgeverij Vrijdag

    De Chinese Droom

    Jarenlang was Oscar Garschagen correspondent voor het NRC in China.
    De Volksrepubliek China viert op 1 oktober 2019 haar zeventigste verjaardag. Trots wordt gevierd dat het ‘Land van het Midden’ welvarender en machtiger is dan ooit. Onder de strakke regie van partijleider en president Xi Jinping ontstaat een socialistische supermacht met een modern leger en ambitieuze plannen voor nieuwe zijderoutes en hoogtechnologische vernieuwing. In De Chinese droom beschrijft Oscar Garschagen hoe de grootste, bijna honderdjarige Communistische Partij zich voortdurend vernieuwt en brede steun behoudt, zonder democratische hervormingen – de nachtmerries van de armen, de repressie van christenen, minderheden en de media ten spijt.

    De Chinese Droom
    Auteur: Oscar Garschagen
    Uitgeverij: De Geus

    Niemand bleef

    Met Niemand bleef, het Dagboek van Meneer B. legde Alfred Birney volgens de uitgeverij de kiem voor De tolk van Java, het grote succes van Birney uit 2016 waar hij de Libris Literatuur Prijs en de Henriette Roland Holst-prijs mee won.

    ‘”De nacht is mijn vijand als ik slaap, mijn vriend als ik waak.” In 2005 wordt de wereld van Meneer B. kleiner als hij het na een hartinfarct rustig aan moet doen. In dit dagboek mijmert hij tijdens het herstel zonder schroom over voorbije liefdes, muziek maken, het schrijven, de boeken en de schrijvers die hem irriteren of inspireren. Hij fantaseert bij het uitzicht dat hij vanuit zijn flat heeft op vrijmoedige buurvrouwen. Hij maakt zich zorgen over zijn zoon die bij hem woont en zich afsluit. Gaandeweg herwint Meneer B. de lust om te schrijven en hij preludeert op een groots plan.’

    .

     

    Niemand bleef
    Auteur: Alfred Birney
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Coetzee, een filosofisch leesavontuur

    ‘De Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee is vooral bekend als romanschrijver. Wat vele lezers niet weten, is dat zijn werk doordrenkt is van filosofie. Door de thematiek in zijn romans en verwijzingen naar bekende denkers als Jacques Derrida en Michel Foucault, laat Coetzee zien dat hij ook als filosoof een waardevolle gesprekspartner is. In Coetzee, een filosofisch leesavontuur gaat Hans Achterhuis op zoek naar deze filosofie in het werk van Coetzee. In het verlengde van iedere roman ligt een maatschappelijk vraagstuk. Zo koppelt Achterhuis bijvoorbeeld In ongenade aan de MeToo-discussie, Schemerlanden aan onze omgang met het koloniale verleden en Mr. Foe en Mrs. Barton aan de postmodernistische ideeën over de relatie tussen feiten, interpretatie en leugens. Hij geeft niet alleen een introductie in het werk van Coetzee, maar biedt ook nieuwe interpretaties’

    Coetzee, een filosofisch leesavontuur
    Auteur: Hans Achterhuis
    Uitgeverij: Uitgeverij Lemniscaat

    Heimat

    Een bijzondere graphic novel tot slot. Hij is van de Duitse Nora Krug, kunstenaar in New York. Zij leeft al jaren in de Verenigde Staten als zij op zoek gaat naar de oorlogsgeschiedenis van haar familie.

    De uitgeverij: ‘In het schitterende en volkomen originele Heimat graphic novel, familieplakboek en onderzoeksjournalistiek in een – maakt Nora Krug gebruik van brieven, archiefmateriaal, spullen van de vlooienmarkt en foto’s om duidelijk te maken wat het betekent om bij een land te horen en bij een familie.’

    Heimat
    Auteur: Nora Krug
    Uitgeverij: Uitgeverij Balans
  • Mogelijkheid van genade

    Mogelijkheid van genade

    Ineens was In ongenade overal: in een auteursgesprek raadde ik dit beroemde werk van J.M. Coetzee aan en nog geen uur later wandelde een collega, bij het gesprek afwezig, mijn kamer binnen om te vertellen dat hij het aan het lezen was. Daarnaast stond de titel al enige tijd op mijn lijst met te herlezen boeken. Toeval? Als tiener geloofde ik alleen in de volledige verbondenheid van het universum als ik verliefd was. Gelukkig was ik altijd verliefd – nog steeds eigenlijk. Thuis trok ik het boek direct uit de kast.

    ‘Ik werd er heel neerslachtig van,’ zei diezelfde collega een week later, hij zuchtte er zelfs bij. Dat gevoel herkende ik. In ongenade is een roman die je, na het dichtslaan, van je af moet ademen. Ik had het nog niet uit en toch kiemde die zucht al in mijn borst.
    Iemand anders moest drie dagen bijkomen van Mogelijkheid van een eiland. Hij las de roman van Houellebecq tijdens een strandvakantie met vrienden en, zijn woorden, het voelde als een emotionele kater. Vermoeidheid, ja, dat is ook wat ik aan dat boek overhield.
    In ongenade is een veelomvattende roman. Aan de hand van een weinig sympathiek personage, de gevallen professor Lurie, wandelt de lezer langs grote thema’s. Lust, schuld, ouderschap en familiebanden, ze worden alle bevraagd. Zowel voor Lurie als voor de lezer liggen er weinig antwoorden klaar: de schrijver reikt aan en de lezer kijkt wat hij kan met wat hij in zijn handen gedrukt krijgt. Dat kan per lezer en per lezing verschillen.
    De man die drie dagen moest bijkomen van Mogelijkheid van een eiland noemde In ongenade zonder twijfel zijn lievelingsboek.

    Waarom lees ik en herlees ik? Er is nooit een eenduidig antwoord op die vraag geweest. Soms is het slechts om mezelf te vermaken, dan weer om mezelf te inspireren, vaak lees ik om te kunnen schrijven. Sinds lezen mijn beroep is, begin en eindig ik de dag bewust met iets dat ik goed vind. Wat vind ik goed? Ook dat wisselt.
    Tijdens mijn vrije-tijdslezen denk ik – en ik merk dat ik enige schroom heb bij deze gedachte – dat ik hoop zoek – of, op zijn minst mededogen.

    De boeken die ik niet uitlees zijn vaak slecht getimed, niet wat mijn hoofd op dat moment behoeft, zijn slecht geschreven of ze zijn in de kern cynisch. In het dagelijks leven vind ik cynisme al lui, dus in een roman moet ik er helemaal niets van hebben. Laten zien dat iets lelijk is, daar is geen kunst aan. Laten zien dat er tussen allerlei ellende schoonheid te vinden is, vergt niet alleen mentale maar ook literaire kracht.
    Is In ongenade een cynisch boek? Je zou het bij aanvang kunnen denken, maar nee: hoe vilein en donker de toon en de ideeën van de verteller ook mogen zijn, cynisch zou ik het niet willen noemen. Opbeurend evenmin. Heeft David Lurie iets geleerd aan het einde van het verhaal, is hij veranderd? Geen idee. Maar ik wel.

     


    Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen bij Uitgeverij Cossee.

     

  • Een ondoorgrondelijk verhaal 

    Een ondoorgrondelijk verhaal 

    Wanneer een schrijver, die je graag leest en van wie je enkele goede boeken hebt gelezen, een nieuw boek publiceert, ben je daar benieuwd naar. In het verleden waren dat van Coetzee Wereld en Wandel van Michael K en In ongenade, stuk voor stuk mooie boeken. Vooral In ongenade is een aangrijpend verhaal en prachtig geschreven.

    De schooldagen van Jezus is een vervolg op het in 2013 verschenen De kinderjaren van Jezus. De ontvangst van De kinderjaren van Jezus was gemengd: niet direct te begrijpen en met vele indirecte en directe verwijzingen naar filosofisch gedachtegoed. Dat wetende begin je met enige schroom te lezen. Maar eerst iets over de verhaallijn van De Kinderjaren van Jezus.

    De kinderjaren van Jezus
    Dit boek gaat over de vlucht over zee van de vijfjarige David en de 45 jarige Simon naar een Spaanstalig land. Ze krijgen een nieuwe naam en nieuwe persoonsgegevens, hun persoonlijke geschiedenis moeten ze achter laten. Op de boot ontfermt Simon zich over David, werpt zich op als zijn pleegvader. David had een brief van zijn moeder bij zich, maar is die kwijt geraakt. Simon belooft David in het land van aankomst een moeder te zullen zoeken voor hem. Hij vindt die uiteindelijk in Ines.
    David blijkt een bijzonder kind, dat zich niet gemakkelijk schikt; hij loopt uit de pas, is eigenwijs, eigengereid en zoekt steeds de confrontatie met Simon, hoe jong hij ook is.

    De schooldagen van Jezus
    Ines, Simon en David zijn weer op de vlucht, nu voor de onderwijsinspectie, omdat ze David van school houden. Ze zijn op zoek naar onderwijs dat beter past bij David. Uiteindelijk komen ze terecht in Estrella. Maar in die stad is geen ‘normaal’ onderwijs, er zijn slechts twee opleidingsinstituten, een muziekacademie en een dansacademie. David wil naar geen van beiden, maar wordt tot een keus gedwongen; dan kiest hij voor de dansacademie waar hij vooral leert over het verband tussen sterren en dansen. Hij leert cijfers – de 1, de 2 en de 3 – dansen. Het dansonderwijs is erop gericht de ziel van de leerlingen in contact te brengen met de beweging van het universum. Die bewegingen manifesteren zich in getallen die zich bevinden tussen de sterren en die door middel van dans kunnen neerdalen in het hier en nu. Deze filosofie is volstrekt onbegrijpelijk, net zoals veel andere gebeurtenissen in het boek.

    Neem het volgende voorbeeld. De dansacademie wordt geleid door een echtpaar waarvan de mooie, door vele mannen begeerde vrouw Ana Magdalena (what’s in a name) een relatie blijkt te hebben met de conciërge van het naastgelegen museum, Dimitri geheten. Deze Dimitri is een merkwaardig personage die rondhangt bij de dansacademie om maar een glimp van zijn minnares te kunnen opvangen. Hij is zeer geliefd bij de leerlingen en ook David mag hem graag. Wanneer Ana Magdalena dood wordt gevonden, blijkt zij te zijn vermoord door Dimitri. Hij weigert te zeggen waarom hij dat heeft gedaan en wordt veroordeeld tot levenslange dwangarbeid in de zoutmijnen. Deze moord vindt halverwege het boek plaats en domineert de tweede helft van het boek, waarin Dimitri meer en meer bizarre trekken vertoont. Zo probeert hij Simon in te schakelen om zijn eigen straatje schoon te vegen (aanvankelijk weigert hij, later doet Simon wat hem gevraagd wordt). Ook weet Dimitri, wanneer hij onderzocht wordt in het psychiatrisch ziekenhuis, te ontsnappen en zoekt hij regelmatig David op. Maar bij al deze gebeurtenissen is voor de lezer niet helder welke betekenis die hebben. Wat moet hij denken van die Dimitri? Welke rol speelt hij in het verhaal? Waarom vermoordt hij Ana Magdalena?

    Ook de namen van de personages roepen vragen op. Zo is de jonge David de Jezus uit de titel en verwijst die naam naar de voorvader van Jezus, maar zijn verdere overeenkomsten moeilijk te vinden. Zo is Ines, zijn pleegmoeder, nog maagd, maar daar houdt iedere overeenkomst met Maria op. Ines speelt overigens geen grote rol in het verhaal; dat concentreert zich vooral op de verhouding tussen Simon en David. De pragmatische en rationele Simon heeft grote moeite de eigenwijze David op te voeden. David heeft een sterk karakter en neemt niet alles wat Simon hem voorhoudt voor waar aan. ‘Hij, Simon, beschouwt zichzelf als een verstandige, rationele man die de jongen een verstandige, rationele toelichting geeft op waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Maar zijn de behoeften van een kinderziel meer gebaat bij zijn droge preekjes dan bij de fantastische kost die op de academie wordt voorgezet? Waarom zou je hem deze kostbare jaren niet laten doorbrengen met het dansen van de getallen en het een worden met de sterren, (…) en wachten tot verstand en rede komen als de tijd er rijp voor is?’

    Simon begrijpt David steeds minder. David ontdekt door het dansen de ziel, waar Simon vertrouwt op de rede. Misschien is dat wel wat Coetzee wil vertellen: het belang van het onderscheid tussen lichaam en geest, tussen emotie en ratio. Maar dat doet hij op zo’n ingewikkelde manier dat het gissen blijft en het leesplezier eronder lijdt. Schrijven kan Coetzee wel maar doordat het verhaal zo ondoorgrondelijk blijft kan het niet plezieren.

    In de loop van het boek groeien de pragmatische en rationele Simon en emotionele en lichamelijke David steeds verder uit elkaar, hoewel Simon er alles aan doet om zijn pleegzoon te begrijpen.
    Aan het eind van het boek zien we weer een voorzichtige toenadering tussen die twee, wanneer Simon dansles neemt: ‘Met zijn armen uitgestoken, zijn ogen dicht, schuifelt hij traag in een kring rond. Boven de horizon komt de eerste ster op.’

    Waardering
    De vele verwijzingen – al dan niet direct – naar bijbelse gebeurtenissen en filosofische ideeën maken het boek lastig te begrijpen. Het is een mysterieus verhaal, dat een grondige kennis van filosofie en religie vraagt. Simon probeert, net als de lezer, te begrijpen wat er allemaal gebeurt maar lijkt daar ook niet in te slagen. Het boek laat de lezer in verwarring achter, helaas.

     

     

  • Oogst week 36

    Een ongeduldig verlangen. Herinneringen

    De eerste pagina’s van Een ongeduldig verlangen nodigen direct uit om door te lezen. Willem Nijholt komt na een stormachtige tocht in Nederland aan. Nog gekleed in zijn tropengoed stapt hij samen met zijn broertje naar buiten, het dek op.

    Maar al meteen merkten we hoe de ijzige winterkou ons heftig in de klauwen greep, ons liet kleumen in onze dunne, lichte tropenkleren, ons liet glibberen op het gladde, met een laag ijzel bedekte dek, ons kon laten neerkletteren. Hoe alles wat je handen aanraakten onmiddellijk vast zou vriezen als je geen wanten of handschoenen aanhad. En Jan en ik hadden handschoen noch want, muts noch winterkleding.’ 

    Maar: ‘We hadden het gehaald! De Jap was verslagen. Wij, kinderen, hadden in Indië jaren van honger meegemaakt, dagelijks onder bewaking van de Jappen op onze knieën moeten liggen hakken in de keiharde tropische grond, onder de koperen ploert, met een geweer in de rug en geschreeuw aan je kop.

    Eigenlijk nog maar kort na het verschijnen van Met bonzend hart, zijn brieven aan Hella Haasse, verschijnt er weer een nieuw boek van Willem Nijholt. In Een ongeduldig verlangen vertelt hij over zijn jeugd in Indië, de tocht naar Nederland en zijn eerste tijd daarna.

    Volgende week een lange recensie!

    Een ongeduldig verlangen. Herinneringen
    Auteur: Willem Nijholt
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido

    Het Sumatra van Bloem

    Ook over Indonesië, over het eiland Sumatra om precies te zijn, gaat Het Sumatra van Bloem, dat Marion Bloem samen met haar echtgenoot Ivan Wolffers heeft gemaakt. Ze reizen door een overweldigende natuur, langs de smalle Trans Sumatra Highway.
    Ook dit boek is een reis door de tijd, al gaat het hier niet over de auteur zelf, maar over haar familie. Bloem heeft haar leven lang verhalen gehoord o.a. van en over haar grootmoeder en vader. Die verhalen geeft ze door in dit boek.

    Daarnaast bevat het boek prachtige foto’s, maar ook recepten uit de bijzondere keuken van Sumatra.

     

     

    Het Sumatra van Bloem
    Auteur: Marion Bloem
    Uitgeverij: Uitgeverij De Arbeiderspers

    De schooldagen van Jezus

    Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee behoeft geen betoog. Zijn nieuwe boek, De schooldagen van Jezus (niet te verwarren met zijn boek De kinderjaren van Jezus), gaat over Símon en zijn pleegzoon David.

    De schooldagen van Jezus toont ons een vader die zijn kijk op de wereld baseert op logica en feiten, die meer op zijn geest vertrouwt dan op zijn lichaam, en een zoon die in alles het tegenovergestelde lijkt. Maar dan gebeurt er iets in het schoolgebouw dat de hele stad op zijn kop zet. Langzaam ziet Simón in dat er misschien nog een andere kant van het menselijk bestaan is: iets náást denken en ratio. Het lichaam, het gevoel, de dans; iets wat vooralsnog ongrijpbaar voor hem was, maar waar Davíd het levende bewijs van is. Simón zet alles op alles om zijn zoon te kunnen liefhebben en eindelijk te begrijpen.’

     

     

     

    De schooldagen van Jezus
    Auteur: J.M. Coetzee
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee

    Hoe lees ik?

    Op het omslag van Hoe lees ik? van Lidewijde Paris staat al een aantal vragen. ‘Wat wil de schrijver?’ ‘Hoe is de opbouw van het verhaal?’ ‘Weet iemand alles beter?’

    Het is een aanzetje tot de inhoud van het boek. Hoe lees ik? geeft gelukkig niet aan hoe je moet lezen, of wat je uit een boek moet halen. Dat is voor iedereen anders, betoogt Paris, maar toch geeft ze een paar aanwijzingen die elke lezer kunnen helpen een tekst eens anders te lezen. Hoe lees ik? staat vol met dat soort suggesties, aan de hand van zinnen, alinea’s, verhalen en romans. Van de Max Havelaar via De zwarte met het witte hart naar David Mitchell. Het eindigt met allerlei tips voor leesclubs, boekhandelaren, scholen, beginnende schrijvers en alle andere lezers.

     

     

    Hoe lees ik?
    Auteur: Lidewijde Paris
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam
  • Dokter Wouters en de gestolen dildo

    Dokter Wouters en de gestolen dildo

     

    Alles verandert is opgedragen aan John Coetzee, en gebaseerd op diens veelgeprezen roman In ongenade, maar dan gespiegeld: dat wil zeggen de man is vervangen door de vrouw. Iris Verdonck, de vrouw om wie het gaat in deze roman geeft colleges TransSexLit, waarin zij met studenten probeert te beredeneren hoe verschillende romans eruit zouden zien als hun hoofdpersonen een andere sekse zouden hebben.

    Alles verandert, de laatste roman van Kristien Hemmerechts is geen boek dat past in haar zo rijke oeuvre. Was ze in het verleden de feministische en vrijgevochten schrijfster die op de barricaden stond voor de emancipatie van de vrouw, nu lijkt ze zich te verlagen tot een doktersroman. Mooi dat ze Coetzee wil eren, maar je kunt je afvragen of ze dat op deze manier en met deze roman had moeten doen.

    De opzet is vergelijkbaar met die van In ongenade: Iris, een vrijgevochten, gescheiden vrouw met een mooie carrière, een zoon en een dochter, begint een nogal eenzijdige romance met een van haar vrouwelijke studenten, een Poolse. Maar niet nadat ze de deur is gewezen door haar dokter Wouters die stopt met zijn praktijk. Hij en zij hebben een jarenlange, nogal bijzondere, seksuele relatie achter de rug.

    Iris gelooft niet dat dokter Wouters haar zo maar in de steek laat en begint hem te stalken. Hij laat echter niets meer van zich horen.

    Haar seksuele relatie met de studente, nogal expliciet beschreven, komt in de openbaarheid, Iris wordt op de vingers getikt door haar werkgever en op non-actief gezet.

    Ze besluit haar zoon op te zoeken. Deze liep als jongen bij haar weg en heeft ze al die tijd niet bezocht. Hij is beheerder van een landgoed dat gesitueerd is naast een vluchtelingenkamp cq. asielzoekerscentrum. Daar doet de actualiteit haar intrede en daarmee wordt deze roman veel sprekender. Hemmerechts laat merken dat ze zich goed kan inleven in de sentimenten die rondom de vluchtelingenproblematiek een rol spelen. Had ze zich daar maar meer op gericht. Nu gebruikt ze het als nogal exotische achtergrond voor een verhaal waarin seksueel misbruik, gestolen dildo’s  en sterke vrouwen een rol spelen.

    En dan komt het uiteindelijk ook nog bijna goed en lijkt de roman een happy end te krijgen: Iris heeft weer een band met haar zoon, haar dochter dartelt er wat om heen, ze begrijpt Aminia, een van de asielzoekers en rijdt dan, als was ze Lucky Luke op een paard de roman uit. ‘Ze stopt de dildo in haar zak, loopt naar haar paard, draait zich om naar Aminia, geeft haar een laatste kans om te zeggen: neem me mee.’

    Hemmerechts heeft urgentere romans geschreven. Altijd stof tot discussie, altijd bereid tot strijd. Ze schrijft een proza dat uitblinkt in stijl, natuurgetrouwe dialogen, en ze is een meester in de beheersing van de plot. Denk bijvoorbeeld aan haar voorlaatste roman, die ze vanuit het gezichtspunt van de vrouw van Marc Dutroux schreef (De vrouw die de honden eten gaf). Jammer dat in Alles verandert deze sterke punten door het zwakke verhaal veel minder tot hun recht komen.

  • Coetzee ontleed tot op de millimeter

    Coetzee ontleed tot op de millimeter

    Het universum van J.M. Coetzee, van David Attwell, is een doorwrocht werk dat het vergrootglas legt op de romans van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee (75). Maar het zullen waarschijnlijk alleen de superfans van de Zuid-Afrikaanse schrijver zijn, en een handvol studenten literatuurwetenschap, die de goed verzorgde uitgave op waarde zullen weten te schatten.

    Coetzee laat de analyses van zijn werk graag aan anderen over. De schrijver van bekroonde romans als Wereld & wandel van Michael K (1983) en In ongenade (1999) staat niet bekend als een schrijver die zijn literaire programma graag verklaart of uit de doeken doet hoe zijn romans zijn ontstaan. Daar staat tegenover dat hij er geen moeite mee heeft om anderen toegang te verschaffen tot zijn rijke archief. Hij heeft in ieder geval zijn landgenoot David Attwell (1959), ooit een student van hem, de sleutel gegeven en Attwell heeft uitgebreid gegrasduind in de archiefdozen.

    Het resultaat is een serie analyses van Coetzee’s romans die beschrijven hoe de werken tot stand zijn gekomen. Coetzee heeft zelf literatuur onderwezen op universiteiten in Zuid-Afrika en de VS en weet dus als geen ander hoe waardevol het is als een schrijver niets weggooit, ook de mislukte probeersels bewaart. Dat heeft hij zelf ook gedaan. Attwell heeft dagboeken mogen lezen en manuscripten. Van sommige romans heeft Coetzee wel vijftien eerdere versies overgeleverd; in een archief van de universiteit van Texas worden ze bewaard. Het moet een rijke bron zijn geweest waaruit Attwell heeft kunnen putten.

    Meer nog dan we konden vermoeden, blijken de romans van Coetzee afspiegelingen te zijn van zijn persoonlijke leven en zijn verhouding tot zijn vaderland. Dat geldt met name voor de recente geschiedenis van Zuid-Afrika. In ongenade bijvoorbeeld, de met de Bookerprijs bekroonde roman, beschrijft niet alleen de neergang van een cynische professor die wordt ontslagen na een affaire met een studente. Volgens Attwell ademt de roman ook uit hoe in die eerste jaren na het afschaffen van de Apartheid, begin jaren negentig, de nieuwe politiek voelbaar werd in de universitaire wereld. Politieke kortetermijndoelen werden boven academische belangen gesteld, schrijft Attwell. Daarin moeten we de werkelijke reden van het ontslag van de professor zien, die immers niet met een blanke, maar met een kleurlingenmeisje had aangepapt. Politieke correctheid en dus niet moraliteit vormde de drijfveer van het universiteitsbestuur om de prof te ontslaan. Coetzee stelt die veranderingen in In ongenade aan de kaak. De alom bejubelde manier waarop het nieuwe Zuid-Afrika het rauwe verleden verwerkte – door het instellen van een Waarheids- en Verzoeningscommissie – was voor Coetzee niets anders dan machtsvertoon van de bewindvoerders, aldus Attwell.

    Zelden krijg je de ontstaansgeschiedenis van belangrijke romans zo op een dienblad geserveerd als Attwell hier doet. Dan moet je die romans wel eerst gelezen hebben. Dat is geen straf want Coetzee’s romans zijn stuk voor stuk de moeite waard. De vraag blijft gerechtvaardigd: wat hebben we aan die doorwrochte analyses achteraf? Moet lezing van het primaire werk zelf niet de voldoening geven?

     

     

  • Een minder sterk boek

    Een minder sterk boek

    Een nieuwe roman van een schrijver die de Nobelprijs won is per definitie iets bijzonders, en dan ook nog een boek dat eerst in het Nederlands, en dan pas buiten dit land verschijnt. Er zijn er ons teveel reeds ontvallen, van de schrijvers die deze eer toegewoven kregen. We hebben geen José Saramago meer (Nobelprijs 1998), die met lange meanderende zinnen de lezer in een hoek dreef van zijn maatschappijkritische parabels. Dat waren vaak parabels waarin we maar moesten aannemen dat er bijvoorbeeld op een goed moment niemand meer sterft in een land en wat er dan gebeurt. Of dat iedereen in een stad tegelijkertijd blind wordt. Saramago gebruikte grote, bijna ongelooflijke gebeurtenissen en beschreef hoe eenvoudige mensen daarop reageerden. En dat lukte hem.

    De nieuwe roman van J.M. Coetzee, Nobelprijswinnaar in het jaar 2003, lijkt in de titel: De kinderjaren van Jezus te knipogen naar een befaamde titel van Saramago, Het evangelie volgens Jezus Christus. Maar de overeenkomst met het werk van Saramago gaat verder. 

    Waar Saramago het evangelie herinterpreteert volgens een nieuw beschreven levensverhaal van Jezus, houdt Coetzee veel meer afstand en ziet de lezer slechts een zekere analogie in het leven van de jongen David, zijn tijdelijke vader Simon, en zijn aangenomen moeder Ines, en de klassieke ‘Heilige Familie’.

    Simon en David komen in een Spaanstalig land aan, over zee, ze zijn vluchtelingen zonder geschiedenis. David had op de boot nog een brief met meer informatie over zijn ouders, maar die is verdwenen, waarna Simon zich over hem ontfermt. De zoektocht van Simon naar de moeder van David is een belangrijke impuls voor de eerste hoofdstukken van het boek. Simon vindt werk als stuwadoor in de graanhavens en brengt zijn tijd door met socratische vraaggesprekken met zijn collega-stuwadoors en met de jongen, David, maar ook met Ines, de ‘moeder’ die Simon op zeker moment‘herkent’. David ontwikkelt zich mede door deze socratische vraaggesprekken tot een eigenzinnig en intelligent kind. Maar gaandeweg is zijn eigenzinnigheid eerdere verwendheid, en zijn intelligentie lijkt op hol geslagen. Hij rekent en leest ‘anders’ dan gewone kinderen en in de manier waarop Ines en Simon daarop reageren, herkennen we de hedendaagse tijgerouders die iedereen en alles afwijzen die de buitengewone begaafdheid van hun kind niet wenst in te zien. Een collega van Simon waagt zoiets te zeggen en de anders zo rustige Simon voelt een grote woede opkomen.

    Coetzee heeft in De kinderjaren van Jezus een wereld geschapen die in veel lijkt op de onze, waar armoede en vluchtelingenbewegingen een plaats hebben, waar gewone mensen een leven moeten opbouwen, en heeft in dit bestaan een drietal figuren geplaatst, een atypische ‘heilige’ familie die in een vrijwel voortdurend vraaggesprek verwikkeld is.

    Coetzee wil enerzijds, door net als Saramago te verwijzen naar het oude en overbekende Christusverhaal dat als basis van onze cultuur geldt, de lezer helpen principiële vragen te stellen over de wereld. Vragen over familieverbanden, verbanden in werk, vragen over angst en vertrouwen. Wie is familie? Wie bloedverwant is of wie kiest voor elkaar te zorgen? Waartoe dient werk, om dat wat gedaan moet worden zo efficiënt mogelijk voor elkaar te krijgen, of om zinnig een dag door te komen? Waartoe moet dit leven leiden? Een vraag die blijft hangen specifiek in het roadmovie-achtige slot van het boek (op de vlucht voor de onderwijsinspectie), maar algemener ook wel door de ontwortelende doelloosheid in de levens van de hoofdfiguren.

    Maar anderzijds lijkt de monsterlijke aandacht voor het kind, van David gewoon een vervelend rotjoch te maken, zijn ‘ouders’ zijn stekeblind. En is dat dan de uiteindelijke portée van deze maatschappijkritische parabel à la Saramago? Dat teveel filosofisch nadenken over getallen en leren lezen aan de hand van Don Quichotte de realiteitszin verweekt? Of moeten we aannemen dat matig doorgronde denkbewegingen de ontstaansgrond van het christendom zijn?

    Coetzee wekt in De kinderjaren van Jezus de indruk op teveel paarden te wedden. Er is een reminiscentie met eerdere grote boeken van hem: de wereld van Michael K. in Wereld en wandel van Michael K. Er is een vergelijking mogelijk met Wachten op de barbaren, maar Coetzee houdt in De kinderjaren van Jezus de spanning niet vol of is halverwege van thema gewisseld. Tot ruim halfweg is de lezer geboeid door de stilistische kracht van Coetzee, zijn sturende afstandelijkheid.  Waar de levens van personages in zijn eerdere boeken echter écht raakten, worden Ines, Simon en David naar het einde toe vooral onbegrijpelijk in hun toch al wonderlijke maar eerst nog fascinerende overtuigingen. Dan wreekt zich de laboratoriumsituatie steeds meer dat de personages geen verleden mogen hebben, er geen logische verklaring lijkt voor veel van hun handelen en we dus teveel maar moeten aannemen. Bijvoorbeeld waarom een cocktail-nippende en tennisspelende rijkere dame in een residence overtuigd raakt voor een armoedig kind te willen zorgen en bovendien in een krot trekt omdat kinderen in de residence niet zouden ‘mogen’. Of waarom Simon werkelijk van David houdt, maar door een afspraak met zich zelf alles goedkeurt wat Ines aan hem verprutst. In deze roman is teveel psychologisch ongefundeerd ten faveure van een filosofische lading die het toch ook niet tot het einde redt.

    Coetzee heeft na een lange min of meer autobiografische reeks prachtboeken in een poging aan te sluiten bij vroeger werk een minder sterk boek afgeleverd.

    Zie ook de recensie van Zomertijd op Literair Nederland

     

  • Biografie J.M. Coetzee, Een schrijversleven – J.C. Kannemeyer

    Onlangs verschenen

    De biografie van J.M. Coetzee door J.C. Kannemeyer. In deze diepgaande biografie wordt  de wereld en wandel van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee gevolgd van Zuid-Afrika tot Groot-Brittannië en van de Verenigde Staten tot Australië. Hij belicht de politieke en sociale achter gronden van Coetzees oeuvre net zo uitvoerig als diens persoonlijke geschiedenis. Omdat de schrijver zijn medewerking verleende, had Kannemeyer toegang tot de meest uiteenlopende bronnen, wat verrassende inzichten in Coetzees werk en werkwijze opleverde. De biografie geeft een beeld van een bewogen leven in een verscheurde eeuw en laat zien hoe John Maxwell Coetzee zich heeft ontwikkeld van docent Engelse letterkunde tot een van de belangrijkste auteurs van onze tijd.

     Over de schrijver van onder andere de meesterwerken In ongenade en Wachten op de barbaren is weinig bekend. Deze grondige eerste biografie verandert dat. Kannemeyers boek bevat veel foto’s uit het archief van de familie Coetzee en een schat aan nooit eerder gepubliceerd materiaal, van Coetzees eerste gedichten tot fragmenten uit zijn masterscriptie, van redevoeringen tot brieven. Zo ontstaat voor de lezer een zo compleet mogelijk beeld van Coetzees werk en geschiedenis, vanaf het moment dat zijn Nederlandse voorouders zich in de zeventiende eeuw in Zuid-Afrika vestigden, tot aan zijn huidige verblijf in Australië.

    John Christoffel Kannemeyer (1939-2011) was als academicus een autoriteit op het gebied van de Afrikaanse literatuur en de schrijver van meerdere veelgeprezen biografieën over Afrikaanse auteurs. Daarnaast publiceerde hij talloze studies over de geschiedenis van de Afrikaanse literatuur. Voor zijn biografieën en literaire essays ontving hij onder andere de Recht Malan Prize, de C. Louis Leipoldt-prijs, en een eredoctoraat aan de Universiteit van Stellenbosch. Hij overleed kort na de voltooiing van deze biografie. ‘Deze biografie is een uiterst indrukwekkende onderneming. Het boek voorziet de lezer van een immense  hoeveelheid informatie die voorheen ontoegankelijk was, en werpt een nieuw licht op het schrijverschap van J.M. Coetzee.’ – Derek Attridge.       

    Biografie; J.M. Coetzee, Een schrijversleven

    J.C. Kannemeyer
    Vertaald door Joost Poort-Prijs
    Prijs: € 45,-
    Uitgeverij Cossee