• Tomaten en Biesheuvel

    Tomaten en Biesheuvel

    Er was eens een vriendengroep die elkaar gevonden hadden in het korte verhaal. Van de zes vrienden was er een verhalenschrijver, waakte een ander over de juiste woordkeuze, was er een handelaar in verhalen, een verteller, een luisteraar en de zesde voorzag de opbouw van de verhalen van een kritische noot. Eens in de maand troffen ze elkaar in een huis met zes kamers in het Oosten van het land. Dan reisden ze daar met koffers vol verhalen, flessen calvados, wijn, en één paar schone sokken naar toe. Nadat ieder zijn spullen had uitgepakt, de calvados en wijn in de keuken op het drankflessenschap waren bijgezet, kookten ze gezamenlijk een maaltijd. Toen de tomaten gesneden waren, de eieren gekookt, schoven enkele vrienden om de keukentafel en werden de eerste glazen gevuld. De verteller, popelend om als eerste een verhaal te vertellen, vroeg: ‘Duurt het nog lang voor de aardappelen gaar zijn?’ Nog twintig minuten’, zei de handelaar in verhalen.

    En zo begon de verteller, die wachttijd ziet als een lege hand die gevuld moet worden, te vertellen. ‘Ik las in een  boek van fijnbladig papier een verhaal geschreven door een Angstkunstenaar. Een verhaal dat me deed beseffen dat je bij wat je ook onderneemt, op alles voorbereid moet zijn.’ ‘Begin nu maar’, zei de verhalenschrijfster, ‘anders zijn zo de aardappelen gaar’. Welnu: ‘Er waren twee pastoors van plan waren de St. Pietersberg bij Maastricht – bestaand uit een doolhof aan gangen waar zelfs gidsen niet verder dan dertig meter naar binnen durfden gaan – te onderzoeken. Op hun vrije dag gingen ze met een haspel, waarop vierduizend meter dun touw en wat kaarsen de berg binnen. Voor ze het gebergte betraden, ontstak een journalist van een landelijke krant, hun kaarsen. Welgemoed liepen ze door duistere gangen met flakkerende kaarsen, het dunne touw gestaag afdraaiend van de haspel. Na honderden meters wilde de ene pastoor weten hoe donker het nu zou zijn, zonder kaarslicht. Beiden blazen hun kaars uit. ‘Donker hè?’, zei de een. ‘Huu’, zei de ander, ‘Maar we moeten weer verder. Heb jij vuur, lucifers of aansteker?’ ‘Nee, ik rook niet.’ In het aardedonker vielen ze in een kuil, het dunne touw dat ze naar de uitgang moest leiden, knapte en ze stierven een langzame dood.

    Tijdens zulke dagen ontstond er bij de vriendengroep van het korte verhaal, het idee een prijs in het leven te roepen voor de beste korte verhalenbundel van het jaar. Een prijs om het verhaal onder de aandacht te brengen, die de winnaar en niet-winnaars op scherp moet zetten nog meer verhalen te schrijven. De prijs moest vernoemd naar de meest unieke verhalenverteller aller tijden, J.M.A. Biesheuvel, en zo geschiedde. In 2020, het vijfde jaar, viel er een hiaat (te weinig prijzengeld, keuze aanbod te klein), knapte het draadje van geloofwaardigheid (door schrijvers als Sanneke van Hassel, Thomas Verbogt te negeren) en zou de prijs een langzame dood sterven.

    Eert het verhaal en zijn verteller zoals uw vader en uw moeder en God in de hemel in de gedaante van Karel van het Reve, zou Biesheuvel kunnen zeggen. De prijs had hoe dan ook uitgereikt moeten worden.

     

     

    Geïnspireerd op het verhaal ‘Vier mannen’ uit de Angstkunstenaar (1987) in Verzameld werk 3 / J.M.A. Biesheuvel / Van Oorschot.


    Inge Meijer (pseudoniem), reist met het OV, schrijft over haar ontdekkingen aan de randen van de literatuur.

  • De eenheid van verhaal

    De avond had een feestelijk karakter, want er werd een prijs – de J.M.A. Biesheuvelprijs – toegekend en uitgereikt. Dé prijs voor de beste verhalenbundel van het jaar. Een prijs die indirect bijdraagt aan de acceptatie van het korte verhaal als volwaardig literair genre.
    Er werd die avond ook een vrij fundamentele vraag gesteld. Een vraag waar je een hele avond aan zou kunnen wijden. En toch kreeg die vraag niet de aandacht die hij verdiende. Moderator Daan Windhorst stelde hem. Lodewijk Wiener, Ad van den Kieboom en Sander Blom – die aantraden als pleitbezorgers voor de genomineerde bundels van Joubert Pignon, Annelies Verbeke en Vonne van der Meer – probeerden hem te beantwoorden.

    ‘Is een bundel een relevante eenheid?’ Dat was de vraag. Een vraag die een ontsnappingsmogelijkheid biedt. Wie hem beantwoordt, kan nadruk leggen op de relevantie van een zekere thematische verwantschap tussen verhalen die samen een bundel vormen. Die kant ging het die avond vooral op. ‘Het begint bij wat een schrijver wil. Bij Annelies is het uitgangspunt een thema. Op basis van dat thema – in Halleluja is het thema “begin en einde” – kiest of schrijft zij de verhalen die gebundeld worden.’ Dat was de kern van het antwoord van Ad van den Kieboom, als redacteur verantwoordelijk voor het werk van Annelies Verbeke.
    In het verlengde van dat antwoord kwam ter sprake dat het voor het onder de aandacht brengen van een bundel heel handig is dat verhalen iets met elkaar te maken hebben. Een opmerking die nogal wat impliceert en daarom verontwaardiging had moeten oproepen, maar die avond geen enkele ophef veroorzaakte. Blijkbaar waren de aanwezigen reëel genoeg om zich niet tegen deze door de commercie ingegeven realiteit te verzetten.

    Beide antwoorden suggereren dat de kleinste eenheid van verhaal niet het korte verhaal maar de verhalenbundel is. Als dat echt zo is en als een bundel geen verzameling losse verhalen mag zijn (ook dat werd gezegd), dan – merkte Sander Blom, als redacteur betrokken bij de totstandkoming van het werk van Vonne van der Meer, op: ‘ontneem je de schrijver de mogelijkheid om af en toe een kort verhaal te schrijven.’
    Dat is natuurlijk niet waar. Het staat iedere schrijver vrij om af en toe een kort verhaal te schrijven. De vraag is alleen waarom hij dat zou doen als dat ene verhaal niet de aandacht krijgt die het verdient.

    In het kader van de emancipatie van het genre is het mooi dat er een prijs bestaat voor de beste verhalenbundel, maar iemand die incidenteel een (heel) goed verhaal schrijft, schiet daar (helemaal) niets mee op. Zo kun je de vraag van Daan Windhorst ook interpreteren. Als een kleine kanttekening bij een gewaardeerd initiatief.
    Wat het genre naast de J.M.A. Biesheuvelprijs nu alleen nog nodig heeft, is een aanmoedigingsprijs. Een prijs die ook iemand die nog nooit een kort verhaal geschreven heeft weet te verleiden (zoals de Turing Gedichtenwedstrijd mensen aanzet tot het schrijven van een/één gedicht). Een prijs die recht doet aan de eenheid van verhaal: het verhaal.

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

  • J.M.A. Biesheuvelprijs 2018 voor Annelies Verbeke

    J.M.A. Biesheuvelprijs 2018 voor Annelies Verbeke

    Voor de vierde maal werd woensdagavond 21 februari in het Amsterdamse Lloyd Hotel & Culturele Ambassade de J.M.A. Biesheuvelprijs uitgereikt. Annelies Verbeke werd met haar verhalenbundel Halleluja (De Geus, 2017) de gelukkige winnaar.  Volgens de jury is: ‘Halleluja is een doorwrochte bundel vol prachtige zinnen, sterke vondsten, geloofwaardige eigenaardigheden en personages om in je hart te sluiten – en soms ver van je vandaan te houden.’

    De Biesheuvelprijs is de eerste literaire prijs voor de beste Nederlandstalige korteverhalenbundel. Aan de prijs was dit jaar een bedrag van € 7.336 verbonden. Dit bedrag is geheel door middel van crowdfunding bijeengebracht – wat uniek voor een literaire prijs is.

    De jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs 2018 bestaat uit Babs Gons (schrijver, performer, theatermaker, docent), Marieke de Groot (boekverkoper), Theo Hakkert (journalist, recensent) en Sanneke van Hassel (schrijver).

    Overige genomineerden waren: Vonne van der Meer met Brood, zout, wijn (Atlas Contact 2017) en Joubert Pignon met Mooie lieve schat (Atlas Contact 2017)

     

     

  • J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten ’t Hart

    J.M.A. Biesheuvelprijs voor Maarten ’t Hart

    C5GS66RW8AELn97Zondag 19 februari werd voor de derde maal de J.M.A. Biesheuvelprijs uitgereikt – de enige literaire prijs voor de beste Nederlandstalige korteverhalen van het voorgaande jaar. Uniek aan deze prijs is dat het geldbedrag geheel en al door middel van donaties bijeen wordt gebracht.

    Uit vijf genomineerden won Maarten ’t Hart (1944) met zijn vorig jaar uitgekomen verhalenbundel De moeder van Ikabod (Arbeiderspers). Het gedoneerde bedrag voor de prijs van dit jaar was € 5105,70, dat in zijn geheel naar de winnaar gaat.

    Volgens de jury getuigt de verhalenbundel van ’t Hart van een ‘grote kennis’, een ‘aanstekelijk schrijfplezier’ verenigd met  een ‘ongeëvenaarde stijl’; ‘een boek dat de lezer voortdurend aanspoort om dóór te lezen’.  ‘
    ‘Om de kleurrijke personages, de subtiele excentriciteit en de onmiskenbare kwaliteit kennen wij de J.M.A. Biesheuvelprijs 2017 met groot plezier toe aan De moeder van Ikabod van Maarten ’t Hart,’ aldus sprak de jury.

    De jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs bestond dit jaar uit: Irwan Droog (redacteur), Babs Gons (schrijver, performer), Marieke de Groot (boekverkoper), Theo Hakkert (journalist, recensent) en Sanneke van Hassel (korteverhalen schrijver).

    Het was dit jaar voor het eerst dat de Biesheuvelprijs een shortlist hanteerde. Voorgaande jaren was er enkel sprake van een winnaar. Dit jaar werden naast De moeder van Ikabod Maarten ’t Hart de volgende bundels genomineerd:

    A.H.J. Dautzenberg – De dag dat de gieren buigen (Atlas-Contact)
    Bertram Koeleman – Engels voor leugens (Atlas-Contact)
    A.N. Ryst – De blauwe maanvis  (Querido)
    Kira Wuck – Noodlanding (Podium)

    Alle genomineerden krijgen een schrijfweekend aangeboden op de Buitenwerkplaats. Waarbij je je natuurlijk afvraagt of Maarten ’t Hart hiervan gebruik zal maken.

    www.jmabiesheuvelprijs.nl
    (
    www.buitenwerkplaats.nl).

     

     

  • J.M.A. Biesheuvelprijs 2016 voor ‘ongezellige’ verhalen Marente de Moor

    J.M.A. Biesheuvelprijs 2016 voor ‘ongezellige’ verhalen Marente de Moor

    Op vrijdag 12 februari werd voor de tweede maal de J.M.A. Biesheuvelprijs, prijs voor de beste Nederlandstalige korteverhalenbundel, uitgereikt. De Biesheuvelprijs is de enige literaire prijs in Nederland die door crowdfunding bijeen wordt gebracht. Marente de Moor (1972) won met haar bundel Gezellige Verhalen (Querido, 2015) een bedrag van € 4875,35.

    Marente de Moor die zich graag toelegt op het schrijven van korte verhalen, sprak zich in de weekendeditie van het NRC uit over de noodzaak daarvan: ‘Het is zuur dat verhalen zo slecht gelezen worden en zo weinig aandacht krijgen. (…) Ik snap daar niets van: je kunt verhalen fijn tussendoor lezen en het zijn toch complete, afgeronde geschiedenissen.’

    De jury van de J.M.A. Biesheuvelprijs 2016, bestaande uit Arjen Fortuin (recensent NRC), Esther Kuijper (producent en redacteur), Daphne de Heer (directeur SLAA), Roos van Rijswijk (schrijver) en Edith Vroon (redacteur en boekverkoper), kwam unaniem tot het oordeel dat Gezellige verhalen van Marente de Moor de winnaar moest zijn.
    Volgens de jury wil het niet echt gezellig worden in De Moors verhalen; ‘de ongezelligheid die zij in haar verhalen tentoonspreidt is van een ongekende verhaaltechnische trefzekerheid. De Moor heeft haar verhalen en personages volledig in de hand, en durft tegelijkertijd effectief te ontsporen wat dikwijls onvergetelijke beelden en gebeurtenissen oplevert.’

    De J.M.A. Biesheuvelprijs is vernoemd naar één van de grootmeesters van het korte verhaal in het literaire genre.