• Ondergronds in Turkije

    Ondergronds in Turkije

    Onder het bewind van Erdogan zijn schrijvers in Turkije tot nu toe grotendeels buiten schot gebleven. Terwijl kritische journalisten het werken onmogelijk wordt gemaakt of erger, kunnen romanciers nog gebruik maken van fictie om maatschappelijke misstanden aan de kaak te stellen. Bijvoorbeeld Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk, die in zijn boek Dat vreemde in mijn hoofd (2014) fraai illustreerde hoe het narratief van een uniform, islamitisch Turkije strategisch wordt ingezet in dienst van persoonlijke belangen.

    In Istanbul, Istanbul is de kritiek minder subtiel: het boek speelt zich af in een ondergrondse gevangenis, waar politiek ongewensten niet alleen zijn opgesloten maar ook excessief worden gemarteld. Schrijver Burhan Sönmez weet er zelf het een en ander van. In 1996 raakte hij, op dat moment nog werkzaam als jurist, gewond bij een aanslag die naar verluidt door de Turkse politie werd uitgevoerd. Hij week uit naar Engeland voor medische behandeling en politiek asiel. Istanbul, Istanbul is zijn derde roman. Daarnaast schrijft Sönmez voor internationale kranten.

    Hoewel de naam Erdogan nergens valt en er geen tijdsaanduiding wordt gegeven, is het verleidelijk om het boek eerst en vooral als politieke stellingname te zien. De beschreven repressie kan namelijk niet los worden gezien van de actuele situatie in Turkije. Het daarbij laten zou echter geen recht doen aan de literaire insteek van de roman. Istanbul, Istanbul is bijvoorbeeld, om de meest voor de hand liggende inspiratiebron te noemen, gemodelleerd naar de Decamerone. Boccacio liet in zijn werk uit de 14eeeuw een afgezonderde groep mensen, op de vlucht voor de pest in Florence, elkaar gedurende tien dagen beurtelings een verhaal vertellen. Sönmez deelt zijn boek ook op in tien dagen en laat zijn personages eveneens verhalen opdissen om de realiteit van het moment te ontvluchten. Zij hebben elkaars gezelschap echter niet zelf gekozen maar delen met zijn vieren een krappe en ijskoude cel. Contact met de buitenwereld kan slechts tot stand komen via de verbeelding.
    ‘We waren als gewone inwoners van Istanbul. We idealiseerden het verleden of fantaseerden over de toekomst. We probeerden te doen alsof vandaag niet bestond. Of we vertelden het verhaal van het verleden of dat van de toekomst. […] We piekerden onophoudelijk over de vraag die we niet konden uitspreken: wie bezat vandaag, van wie was vandaag?’

    De verhalen staan doorgaans genoteerd aan het begin van een hoofdstuk (oftewel een dag), en hebben soms de vorm van een lange mop of een raadsel. Helaas zijn deze vertellingen met een humoristische insteek, anders dan bij Boccacio, te matig van kwaliteit om werkelijk lucht te brengen binnen de loodzware romansetting. Andere verhalen beschrijven het leven voor de opsluiting, vooral in Istanbul, en geven zo meer achtergrond aan de personages. Vanuit de fictie komen ze alle vier telkens weer bij hun eigen geschiedenis uit. De factor die hen verbindt is het lijden en niet een politiek ideaal, althans niet hun eigen.
    ‘Als pijn de wereld verdeelde op dezelfde manier als het de geest verdeelde, dan gold deze cel als de plek van de pijn en het bovengrondse Istanbul als de pijnloze plek. […] Een leugen hield je het beste verborgen met een nieuwe leugen. En de beste manier om de bovengrondse pijn te verbergen was door ondergrondse pijn te veroorzaken.’

    Vanuit de vorm komt in Istanbul, Istanbul voortdurend en onvermijdelijk de (politieke) inhoud om de hoek kijken. Het boek blijft daarbij om dezelfde thema’s cirkelen; om het lijden, om de kracht van verbeelding en om de stad die zich alle verhalen toe-eigent; Istanbul. Jammer genoeg voelt het soms echt als rondjes draaien, zonder dat je als lezer tot de achterliggende materie kan doordringen. De gedachten die naar voren komen over de genoemde thema’s blijven op zichzelf staan en vormen niet een uitgewerkt geheel. Daarbij maakt het proza zelf geen indruk, integendeel, het is mat en weinig creatief. In hoeverre hierbij meespeelt dat de Nederlandse uitgave een vertaling is vanuit het Engels valt moeilijk in te schatten, maar merkwaardig is deze keuze wel.

    Vanwege de expliciete beschrijving van politieke repressie in Turkije mag dit boek van Burhan Sönmez gerust moedig worden genoemd. In 2017 won de auteur niet zonder reden de ‘Disturbing the peace award’ van de Vaclav Havel Library Foundation, een prijs voor schrijvers die in het geweer komen tegen schendingen van de mensenrechten. Op literair vlak echter komen zowel het zichtbare als het ondergrondse Istanbul niet genoeg tot leven. De gebrekkige ontwikkeling en vlakke stijl kunnen zelfs een vrij moeizame leeservaring opleveren.

     

  • Burhan Sönmez vertalen via een omweg

    Omdat Burhan Sönmez er in Istanbul, Istanbul blijk van geeft de stad die in zijn roman zo’n voorname rol speelt nogal goed te kennen, lag het voor Petra Stienen – vorige maand moderator van dienst tijdens PEN Spreekt: Turkish Writers in Exile – voor de hand de vertaler, te vragen of een reis naar die stad onderdeel uitmaakte van de voorbereidingen van zijn vertaling.
    Hij, René van Veen, reageerde nogal ongemakkelijk toen Petra Stienen hem die vraag stelde. Van Veen zat in de zaal en was duidelijk niet voorbereid op een actieve rol tijdens het gesprek. Hij antwoordde desondanks en met zijn antwoord verbaasde hij Petra Stienen. René van Veen bekende namelijk nog nooit in Istanbul geweest te zijn.

    Nog voordat Van Veen vertelde dat hij het wel heel graag gewild had: naar Istanbul gaan, leek Petra Stienen haar belangstelling voor hem verloren te hebben. Toen ook nog eens bleek dat het boek niet van de voor haar voor de hand liggende uitgever was, spoedde zij zich terug naar haar gasten op het podium. Van René van Veen wilde ze niets meer weten.

    Ik vond het eerlijk gezegd niet zo gek dat René van Veen nog nooit in Istanbul geweest was. René van Veen heeft geen bijzondere band met Turkije en/of de Turkse literatuur. Hij vertaalde Istanbul, Istanbul niet uit het Turks, maar uit het Engels.
    Dat moet Petra Stienen geweten hebben – het stond duidelijk in het colofon – en daar had ze een vraag over moeten stellen.

    Waarom koos uitgever Orlando ervoor om Istanbul, Istanbul via een omweg te laten vertalen? Was er geen vertaler beschikbaar die het boek op korte termijn uit het Turks kon vertalen; wilde de uitgever de kwaliteit van de vertaling kunnen controleren en was het Engels als afgeleide brontaal handiger of gaf de schrijver wellicht zelf de voorkeur aan het via-via vertalen?
    Ik had ook wel willen weten wat Hanneke van der Heijden, vertaalster van Turks proza (zij zat naast Burhan Sönmez en de naar Nederland uitgeweken schrijfster Çiler Ilhan op het podium) en/of eventuele andere in de zaal aanwezige vertalers van Turkse literatuur vonden van de keuze voor een vertaler die het Turks niet machtig is.

    Daar ging het die avond in de Balie natuurlijk niet over, en dus was het heel verstandig van Petra Stienen om niet door te vragen. Vragen naar het waarom van het niet rechtstreeks uit de brontaal vertalen, zou een discussie op zich geworden zijn en afgeleid hebben van waar het die avond echt over ging: wat het voor een Turkse schrijver betekent om in ballingschap te leven en te werken?
    Maar dat René van Veen de roman uit het Engels vertaalde, dat had wel vermeld moeten worden. Niet alleen was het dan minder gek geweest dat hij nooit in Istanbul was, het had veel meer recht gedaan aan alles wat er daarvoor en daarna gezegd werd over de netelige positie waarin ook vertalers zich in Turkije bevinden.

     

    foto: still uit de stream

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

  • Oogst week 40 (2018)

    Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie

    Er mag rivaliteit geweest zijn tussen de schrijvende broer en zus – Geerten en Doeschka – Meijsing, maar uit Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie spreekt vooral verwantschap en vertrouwdheid. Dat zal voor een deel zijn – zoals Geerten Meijsing in Spätlese, het nawoord bij de brieven schrijft, waaruit ook blijkt hoe hard de klap van de plotselinge dood van zijn zus bij hem aangekomen is – omdat zij elkaar op papier ontzagen en vooral complimenteus waren waar het hun werk betrof, maar dat is niet de voornaamste reden.
    Belangrijker is dat zij elkaar als mens verstonden en hun vak op dezelfde manier benaderden:

    ‘het schrijverschap was en is voor ons een allesomvattende levenshouding waaraan alle andere bezigheden en beslommeringen van het dagelijkse leven ondergeschikt zijn, de nevenwerkzaamheden die mijn zuster voorzichtigheidshalve bijna tot op het einde verricht heeft ten spijt.’

    In de brieven, die de periode 1979 tot 2009 beslaan, gaat het over het werk en de litteratuur, maar minstens even prominent aanwezig zijn de beslommeringen – privé en zakelijk – die in de praktijk behoorlijk veel energie en tijd vragen. Doeschka en Geerten Meijsing nemen geen blad voor de mond en sparen elkaar ondanks hun verwantschap niet. Hun jalousie de métier laait op als de één van de ander vindt dat hij/zij zich teveel op het territorium van de ander begeeft.

    De brieven zijn door Nop Maas zo gedetailleerd geannoteerd dat er niet veel aan de verbeelding van de lezer wordt overgelaten, maar zijn werkwijze stimuleert het

     

    Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie
    Auteur: Geerten Meijsing & Doeschka Meijsing
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Istanbul, Istanbul

    Burhan Sönmez leefde tien jaar in ballingschap in Londen. Inmiddels woont en werkt hij weer in Istanbul, maar bij terugkeer trof hij een andere stad aan dan hij verliet, waardoor hij in zekere zin opnieuw in ballingschap verblijft. Vertelde hij vorige maand in De Balie, waar hij te gast was tijdens PEN Spreekt.
    Istanbul, Istanbul volgt de vorm van de Decamerone van Boccaccio. Tien dagen lang vertellen vier politieke  gevangenen – een dokter, een student, een barbier en ‘oom Küheylan’ – elkaar verhalen om de moed erin te houden. Zij zitten in een ondergrondse cel in Istanbul waar zij op elk willekeurig moment opnieuw verhoord kunnen worden.

    In die verhalen is Istanbul alom tegenwoordig. De bovengrondse stad, de stad die in herinneringen voortleeft en het mythische Istanbul. De vier die behalve hun gevangenschap weinig met elkaar gemeen hebben, bieden via hun verbeelding weerstand tegen de martelingen die zijn ondergaan.
    Istanbul, Istanbul verscheen in 2015, voordat de situatie in Turkije door de mislukte coup dramatisch verslechterde, maar de roman kan gelezen worden als een aanklacht tegen de meedogenloze manier waarop tegenstanders van het regime sindsdien onschadelijk gemaakt worden.

    Maar Istanbul, Istanbul laat zich los van een specifieke historische context ook lezen als een pleidooi voor het vertellen van verhalen. Burhan Sünmez geeft zijn personages de nodige overwegingen mee die ontleend zijn aan de (wereld)literatuur.

    Istanbul, Istanbul
    Auteur: Burhan Sönmez
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando (2018)

    Alle verhalen

    Haar schilderijen tonen verwantschap met het werk van Jheronimus / Jeroen Bosch. Ze worden bevolkt door wezens die eerder aan de fantasie ontsproten lijken te zijn dan dat zij hun oorsprong in de werkelijke wereld hebben. Leonora Carrington (1917-2011) schilderde niet alleen, ze schreef ook, zij het niet heel veel en vooral korte verhalen. Die verhalen – vorig jaar ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag gebundeld en nu onder de titel Alle verhalen verschenen in het Nederlands – zijn net zo surrealistisch als haar schilderijen. Macabere sprookjes lijken het, waarin de grens tussen leven en dood vloeibaar is. Zwarte verhalen, waarin de natuur en de vergankelijkheid zich opdringen. Maar tegelijk getuigen ze van een scherpe kijk op de conventies waarmee het leven gepaard gaat. Veel van haar vrouwelijke personages onttrekken zich aan hun voorbestemde leven, zonder dat Leonora Carrington nadrukkelijk een feministisch statement maakt.

    Haar vroegste verhalen dateren uit de jaren 1937/’38. Naarmate de tijd verstrijkt, sluipt er meer herkenbare werkelijkheid en idem dito maatschappijkritiek in de verhalen die Leonora Carrington in het Engels, Frans en Spaans schreef.

    Eerder dit jaar verscheen al het autobiografische Beneden, waarin Leonora Carrington verslag doet van de waanzin die haar trof na de arrestatie van kunstenaar Max Ernst en haar gedwongen opname in een inrichting.

     

    Alle verhalen
    Auteur: Leonora Carrington
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando (2018)

    Kellendonk

    ‘Een schrijversbiografie heeft pas iets in te brengen wanneer de schrijver zich niet volledig heeft kunnen waarmaken, wanneer toevallige omstandigheden hun bulten en blauwe plekken op het oeuvre hebben achtergelaten en de schepper interessanter is dan het werk, dat in zoverre dus mislukt mag heten.’

    Tot zover Frans Kellendonk. Zijn oeuvre – verre van mislukt – is relatief klein gebleven, want toen Frans Kellendonk in 1990 stierf, was hij pas 39. In zekere zin geldt voor hem dus dat hij zich als schrijver niet volledig heeft kunnen waarmaken en is het gerechtvaardigd dat er een biografie verschijnt van een schrijver die al wel veel beloftes inloste, maar nog niet uitgedacht en uitgeschreven was.
    Jaap Goedegebuure was niet de eerst aangewezen biograaf, maar uiteindelijk wel degene die de opdracht tot een (goed) einde bracht. Afgaande op zijn inleiding en het eerste hoofdstuk gaat Jaap Goedegebuure op zoek naar ‘continuïteit’ in het werk van de auteur in wiens leven juist (culturele) breuklijnen bepalend waren. Kellendonk trad niet in de voetsporen van zijn vader – zoals veel zonen van zijn generatie dat niet meer deden – en gaf gehoor aan de roep van het dichterschap én hij nam afstand van de traditionele wijze van het belijden van het rooms-katholieke geloof zonder de rituelen vaarwel te zeggen. Wat Jaap Goedegebuure voor ogen stond, was het traceren van de ‘spiegeling van de familiegeschiedenis in de grote geschiedenis.’ Hij zocht naar de invloed van Kellendonks afkomst op zijn maatschappijvisie en wereldbeschouwing, zoals die in zijn werk – romans, verhalen en essays – vorm kreeg. Volgens degenen die Kellendonk: een biografie al uit hebben met wisselend succes.

    Kellendonk
    Auteur: Jaap Goedegebuure
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)