• Kiezen voor vooruitgang of behoud?

    Kiezen voor vooruitgang of behoud?

    Ismail Kadare, de bekendste schrijver uit Albanië, is geboren in 1936 en vorig jaar op 88-jarige leeftijd overleden. Eind jaren zeventig van de twintigste eeuw publiceerde hij zijn roman Uta me tri harque, in 1985 door Henne van der Kooy uit de geautoriseerde Franse vertaling in het Nederlands overgezet: De brug met drie bogen. Dit jaar is het boek opnieuw uitgebracht.

    Brug over de Oejane

    Kadare laat het verhaal over de brug over de rivier Oejane (gelegen in Albanië) vertellen door Gjon de Monnik. Jarenlang heeft de organisatie met de toepasselijke naam ‘Ponten en Veren’ mensen en vee per boot de rivier overgezet. Tot tevredenheid van Graaf Stres die een deel van de winst opstrijkt. In 1377 krijgt een ziener bij de pont een epileptische aanval waarna hij verklaart dat dit een teken van de Almachtige is: er moet op deze plek een brug gebouwd worden. Een handelsgezelschap, luisterend naar de eveneens toepasselijke naam ‘Wegen en Bruggen’, krijgt vervolgens toestemming van de graaf een stenen brug te bouwen.

    Moet de aanwijzing van de Almachtige gevolgd worden of is de brug de rug van de duivel en wordt iedereen die er overheen zal durven gaan, vervloekt? Het bijgeloof vergroot de angst. Het verzet tegen het bouwen van de brug symboliseert fraai de weerstand tegen vooruitgang en het willen vasthouden aan oude gewoonten. De toekomst is echter niet tegen te houden en men begint met de bouw van de brug.

    Strijd tussen krokodil en tijger

    Dat de brug er niet zonder slag of stoot zal komen wordt aan het begin van het verhaal al duidelijk wanneer een Hollandse (!) monnik aan Gjon vertelt over de strijd op leven en dood tussen een krokodil en een tijger, niet voor niets een water- en een landdier. De twee dieren storten zich op elkaar zonder dat ze erin slagen elkaar te bijten of te slaan: ‘Het leek erop of er aan het gevecht nooit een eind zou komen.’ Blijkbaar is Kadare deze opmerking snel vergeten, want vier pagina’s verder heeft de tijger (het landroofdier) de strijd toch gewonnen en rent hij, met bebloede muil, de savanne in.

    ’s Nachts wordt de brug beschadigd en dat brengt ‘een storm van geruchten en bange voorgevoelens teweeg’: de brug vraagt om een offer. Murrasj Zenebisje voldoet aan de wens van de brug en laat zich onder de eerste boog van de brug inmetselen. Gjon vermoedt dat het om dezelfde man gaat die eerder de brug beschadigd heeft. Is hij een martelaar of is hij het slachtoffer van een vloek? Zijn familie krijgt weliswaar een schadeloosstelling, maar over de verdeling ervan breekt in de familie een enorme ruzie uit.

    Vertaling

    Het verhaal wordt met veel vaart verteld in korte hoofdstukken (ruim zestig hoofdstukken in nog geen 150 pagina’s). De vertaling wordt niet toegelicht en dat laat een aantal vragen open. Waarom is de tekst vertaald uit het Frans en niet direct uit het Albanees? Roel Schuyt vertaalt immers direct uit die taal (ook werk van Kadare). Is de vertaling uit 1985 afgestoft of gaat het om een ongewijzigde herdruk? Komt de soms wat archaïsche taal (die natuurlijk goed past in een verhaal dat in de veertiende eeuw speelt) in de oorspronkelijke taal voor of is deze afkomstig uit de Franse of Nederlandse vertaling?

    Beklemmende sfeer

    De roman van Kadare heeft een beklemmende sfeer, mede door de dreiging van oorlog en de angst voor de komst van vreemde overheersers (de Turken) die een onheilspellende achtergrond bieden tegen spanningen die ontstaan tijdens de bouw van de brug. Door de dreigende achtergrond van oorlog en geweld is het een roman die perfect in de huidige tijdgeest past. En voelen veel mensen heden ten dage niet eveneens angst voor vooruitgang? Welke bruggen zijn er nodig op de elektronische snelweg en wie zal worden geofferd om de bouw van de bruggen dáár mogelijk te maken?

  • Peultjes, prei en schorseneren

    Peultjes, prei en schorseneren

    De onlangs overleden Albanese schrijver Ismail Kadare wordt algemeen beschouwd als een van de grootste schrijvers van zijn tijd. In het communistische Albanië van diktator Enver Hoxha heeft hij getracht een modus te vinden om als kritisch schrijver actief te blijven zonder zich al te veel te vereenzelvigen met het regime. Hij deed dit door zijn politieke boodschappen te verpakken in legendes, volksverhalen, parabels, allegorieën, satiren en insinuaties. Hoewel hij op deze manier hoopte buiten schot te blijven van de censuur, is hem dit niet altijd gelukt.

    De geheime dienst

    Hoewel Kadare zijn boek Het Dromenpaleis situeert in het 17e eeuwse Istanbul, de hoofdstad van het multiculturele Ottomaanse Rijk, waar Albanië indertijd deel van uitmaakte, gaat het in werkelijkheid om het Albanië van Hoxha. De hoofdpersoon in het verhaal is Mark-Alem, een telg uit een aanzienlijke familie met Albanese roots. Het Dromenpaleis is een uiterst geheime en geheimzinnige instelling en een broeinest van politieke intriges. Daar worden de dromen van alle mensen in het rijk verzameld, geselecteerd, geanalyseerd en geïnterpreteerd, een soort geheime dienst avant la lettre. Elke dag worden de dromen met speciale bodes uit het hele rijk verzameld en afgeleverd bij het paleis. Zo komt de regering te weten wat er zoal leeft onder de bevolking. Elke vrijdag wordt er op de afdeling Meesterdromen één droom uitgekozen als meesterdroom. Deze wordt plechtig overhandigd aan de sultan. De meesterdroom kan, zoals overigens ook andere dromen, grote gevolgen hebben voor de situatie in het rijk. Dromen worden niet alleen beoordeeld op particulier niveau om te zien of iemand een mogelijk gevaar kan opleveren voor de sultan en zijn coterie, maar ook op meer algemeen niveau. Zo kan het zijn dat uit bepaalde gebieden in het rijk nogal wat nachtmerries en koortsdromen komen. Dit kan duiden op onrust onder de bevolking aldaar zodat er wat meer militaire aandacht nodig is.

    De droom van de groenteman

    Door zijn machtige familie wordt er op Mark-Alem druk uitgeoefend een baan te nemen bij het Dromenpaleis. Geheel tegen de gebruiken van het paleis in krijgt hij meteen een baan op de afdeling Selectie, een van de hoogste afdelingen in de bureaucratische hiërarchie. Men heeft ‘buitengewoon hoge verwachtingen’ van hem. Die ‘hoge verwachtingen’ zorgen er voor dat hij ook later pijlsnel carrière maakt in de organisatie en al spoedig doorstroomt naar de afdeling Interpretatie. Voor het interpreteren van dromen is een goede kennis van de symboliek in dromen van wezenlijk belang. Tijdens zijn werk stuit hij op een droom van een Albanese groenteman waar een brug in voorkomt. De symbolische betekenis van het woord ‘brug’ in deze droom doet hem denken aan zijn familienaam Qyprilli, die taalkundig ook gebaseerd is op het woord ‘brug’. Grappig, of toch niet?

    Tijdens zijn gang door de verschillende afdelingen raakt Mark-Alem voortdurend de weg kwijt en dwaalt hij, zonder iemand tegen te komen, door de schaars verlichte krochten van het immense bouwwerk. Telkens als hij de wanhoop nabij is, vindt hij weer een ingang naar de afdeling waarnaar hij op zoek is. Contact met andere ambtenaren op zijn afdeling heeft hij niet. Iedereen werkt stil voor zichzelf aan de stapel dromen op zijn bureau. Alleen tijdens de pauze kan hij in contact komen met anderen. Daar hoort hij van iemand van de afdeling Kopiëer dat er ook isoleercellen in het gebouw zijn en dat in één van die cellen iemand al veertig dagen lang dag en nacht wordt ondervraagd naar aanleiding van zijn droom. Zijn dossier bevat inmiddels honderden pagina’s. Mark-Alem krijgt steeds somberder en angstiger gevoelens, zeker als hij voor de tweede keer dezelfde droom op zijn bureau aantreft van de Albanese groenteman. De huiveringwekkende kant van het Dromenpaleis krijgt hem steeds meer in zijn greep.

    Als hij op een familiebijeenkomst hoort dat zijn oom Kurt hoog opgeeft van het feit dat de Albanese familie Qyprilli de enige familie in het Rijk is waarover een echt epos is geschreven, iets waarop zelfs de familie van de sultan niet kan bogen, ziet Mark-Alem dat zijn andere oom, de grootvizier, somber begint te kijken, zeker als oom Kurt belooft de volgende keer te zorgen voor een Albanese groep rapsoden om het epos muzikaal ten gehore te brengen. Na een privégesprek met zijn oom, de grootvizier, die hem vertelt dat er soms sprake is van het bewust in omloop brengen van valse dromen, voelt Mark-Alem zich steeds meer een vooruitgeschoven pion op het schaakbord van de macht. Hij hoort dat zijn directeur verwikkeld is een machtsstrijd met zijn familie en hij vermoedt dat de droom van de groenteman, over de brug, op zijn bureau een provocatie moet zijn. In de daarop volgende dagen is er onrust in de stad met veel militair vertoon en wordt zijn oom Kurt gearresteerd. Mark-Alem is totaal geschokt als hij hoort dat de droom van de groenteman inderdaad de meesterdroom is die de afgelopen dagen gezorgd heeft voor alle onrust. Op zoek naar het dossier van de Groenteman in het Archief stuit hij onverwacht op een stoet bewakers die een lijkkist torst. Zou daar de groenteman in liggen wiens dossier uit niets anders blijkt te bestaan dan uit honderden pagina’s lange opsommingen van zaken als de prijs van peultjes, prei en schorseneren op bepaalde dagen in bepaalde seizoenen?

    De ander, dat ben jezelf

    Ismaïl Kadare heeft een indringend boek geschreven over het Albanië van Enver Hoxha, waar de angst te worden opgepakt door de geheime politie regeert en waar niemand veilig is. De situering in het labyrintachtige Dromenpaleis heeft sterke Kafkaëske trekken. De staat die het menselijk individu wil controleren door te regeren over zijn meest geheime gedachten, krijgt in dit boek gestalte in het Dromenpaleis. In onze huidige wereld zien wij deze controledwang vooral terug in dictatoriale landen als China. Maar ook in onze eigen Westerse wereld worden wij steeds meer beheerst door de angst voor de ander en neemt de invloed van geheime diensten sterk toe. Het boek van Kadare bevat een uiterst actuele boodschap en heeft een tijdloos karakter.

     

     

  • Stuivertje wisselen

    Stuivertje wisselen

    Droom en werkelijkheid schuiven in de nieuwe roman van de Albanese schrijver Ismail Kadare (1936) over en door elkaar. Het Moskou van Stalin en Boris Pasternak, het Tirana van Enver Hoxha – die wel de Albanese Stalin wordt genoemd – en van Kadare zelf. Heden en verleden doen aan stuivertje wisselen. ‘Een mysterieus telefoongesprek tussen Stalin en Pasternak’ luidt de ondertitel van Onenigheid aan de top. 

    We schrijven 1934 wanneer Stalin Pasternak belt, en zoveel jaar later, 1964 als Hoxha met Kadare belt. Het ene gesprek (Stalin en Pasternak) roept bij de inmiddels 86-jarige Kadare herinneringen op aan een ander, namelijk het gesprek tussen hem en Hoxha. Kadare hoort over het telefoongesprek tussen Stalin en Pasternak in 1959, wanneer hij in Moskou studeert. Een gesprek dat op de achtergrond blijft sudderen en doorwerken, tot hij er in 2022 de vorm voor vindt om het op te schrijven. Overigens eigenlijk meer een essay dan een roman.

    Telefoongesprekken met Stalin

    Het was niet uitzonderlijk dat Stalin naar de telefoon greep. We kennen het fenomeen ook uit bijvoorbeeld de biografie van de Russische schrijver Michail Boelgakov, de dag na de zelfmoord van Majakovski in 1930. De Russische auteur vermengde trouwens in zijn meesterwerk De meester en Margarita op een soortgelijke manier als Kadare fictie met werkelijkheid, twee steden en tijdsperiodes. In Boelgakovs geval Moskou in de tijd van Stalin en het Jeruzalem in de tijd van Jezus. Kadare noemt Boelgakov terloops en gaat verder op diens gesprek met Stalin niet in.

    Kadare schrijft over de drie minuten die het telefoongesprek duurde waarin Stalin aan Pasternak vroeg wat hij van Osip Mandelstam vond en Pasternak het niet onvoorwaardelijk voor de dichter opnam. De auteur probeert te achterhalen wat er waar is van de dertien versies die over het gesprek de ronde doen en waarom die drie minuten hem zo intrigeren. Afgezien van het feit dat het natuurlijk ook met zijn eigen levensloop te maken heeft.

    Dertien versies

    Het grootste deel van het boek, dat soepel is vertaald door Roel Schuyt, bestaat uit het uitpluizen van die versies. Op grond van de archieven van de KGB, de memoires van Galina Nikolajevna von Meck, van Nikolaj Vilmont, een vriend van Pasternak, van Pasternaks vrouw, van de dichter Sergej Bobrov, Isaiah Berlin en anderen.
    Op z’n best zijn het interessante beschouwingen. Vooral de meer uitgewerkte hoofdstukken zijn geslaagd. Dat zijn de stukken waarin Kadare zich inleeft in de gemoedstoestand van Pasternak. Steeds dichter nadert hij de kern. De cirkels sluiten zich gaandeweg steeds nauwer, van buiten naar binnen, naar de naaste familie en vrienden. Een groot verschil tussen de versies wordt op die manier duidelijk: de vrouw van Pasternak, Zinaida, schrijft in haar memoires (1993) bijvoorbeeld tot twee maal toe dat haar man aan de telefoon rustig bleef, in tegenstelling tot wat in de andere versies wordt beweerd. Zinaida is volgens Kadare ‘een uiterst paradoxale figuur: ze is enerzijds zijn trouwe echtgenote en anderzijds een onderdeel van de Sovjet-Unie’.
    De koelste en afstandelijkste beschrijving van wat er gebeurde, is volgens Kadare afkomstig van Nadezjda Mandelstam, ‘de vrouw van de onfortuinlijke dichter’. Koel, vooral richting Pasternak: waarom was hij niet voor haar man opgekomen?

    De geschiedenis opgerekt

    Vervolgens rekt Kadare de cirkels weer wat op, tot de syfilis die Lenin bij een Zwitserse prostituee zou hebben opgelopen aan toe. Het lijkt ver verwijderd van zijn eigenlijke onderzoek, maar je moet als lezer niet vergeten dat het ook Pasternak was die geloofde in keerpunten in de geschiedenis, of in wat hij kwesties van leven en dood noemde. En die ziekte van Lenin zou er zo een kunnen zijn. Magische verbanden zijn het, zoals Kadare die ook beschreef in zijn roman Kroniek in steen, waarvan tegelijkertijd met deze roman een nieuwe uitgave is verschenen in de Perpetua-reeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep.
    Een overeenkomst tussen beide boeken zit in de aandacht die Kadare schenkt aan de noodlotszwangere Griekse mythologie. Bijvoorbeeld met Helena van Troje, degene die net als Pasternak zweeg.

    De twee lijnen van het boek, de reconstructie van het telefoongesprek tussen Stalin en Pasternak en de herinneringen die dat bij Kadare oproept aan zijn gesprek met Hoxha, zijn mooi uitgewerkt. De derde lijn, de verwerking hiervan, loopt als een wat dunnere draad er doorheen. Een dunne, maar daarover is het misschien beter niet (te snel) te oordelen. Dat kan hooguit een betrokkene zelf, zoals Boelgakov, die zijn onmacht en lafheid beschrijft. Misschien is de tijd voor een al te diepgravend zelfonderzoek bij Kadare nog niet rijp. Of, zoals hij zelf schrijft: ‘Jullie moesten eens weten hoe dat voelt’, zo’n gesprek, en: ‘Oordeel niet te snel’. Dat moet voorlopig genoeg zijn.

     

     

  • Oogst week 40 – 2022

    Kroniek in steen

    Ismail Kadare (1936) is Albanië’s meest beroemde schrijver. In 1963 kreeg hij internationale bekendheid met zijn roman De generaal van het dode leger waarin een Italiaanse generaal twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog opdracht krijgt om in Albanië de stoffelijke resten van Italiaanse militairen op te sporen die daar omgekomen zijn bij gevechten met Albanese partizanen, Grieken en Duitsers. Kadare schreef daarna nog tientallen andere verhalen en romans, waarvan uitgeverij Atheneum nu Kroniek in steen uitgeeft in een vertaling van Hans de Bruijn. Kadare schreef het in 1971 en onder de titel Kroniek van de stenen stad verscheen het tweemaal eerder in het Nederlands.

    Het werk van Kadare heeft vaak een historische context, waarbij wraak, geruchten, afgunst en een koude omgeving met sneeuw, regen en kilte de belangrijkste ingrediënten zijn. In Kroniek in steen vertelt een jongetje van rond de tien jaar de lotgevallen van een niet bij naam genoemde oude stad in Albanië. Hij zwerft rond door stenen straten, markten en pleinen met waterputten. Hij komt in abattoirs en bezoekt salons waar oude vrouwen de toekomst voorspellen. De magie van het alom tegenwoordige bijgeloof wordt ruw verstoord door de Tweede Wereldoorlog en de werkelijkheid wordt afwisselend bepaald door Italiaanse, Griekse en Duitsers bezetters. Met een onbevangen kinderblik vertelt het jongetje wat hij waarneemt van communisten, fascisten, zigeuners, een vluchtende bevolking en uiteindelijk de partizanen, wier komst een nieuw begin inluiden. Ondertussen heeft hij een van zijn grootvader gekregen boek gelezen waardoor hij de betoverende kracht van taal heeft leren kennen.

    Kroniek in steen
    Auteur: Ismail Kadare
    Uitgeverij: Atheneum 2022

    In het labyrint – Nagelaten verhalen

    De literaire aantrekkingskracht van Franz Kafka (1883-1924) behoeft geen betoog. Zijn wereldberoemde Het proces heeft talloze lezers bekoord en weinig schrijvers kunnen erop bogen dat hun naam een bijvoeglijk naamwoord is geworden. “Kafkaësk” is zo ingeburgerd geraakt dat menigeen zich er wel een situatie bij kan voorstellen.
    De meester van de vervreemding, het beklemmende en het absurde heeft veel ongepubliceerde teksten nagelaten. Deze zijn allemaal verzameld in de Nachgelassene Schriften und Fragmente, waaruit In het labyrint – Nagelaten verhalen is samengesteld.

    De Franse literatuurcriticus Roland Barthes maakt een onderscheid tussen ‘leesbare’ en ‘schrijfbare’ teksten. De leesbare teksten zijn duidelijk, de lezer hoeft niet te gissen naar de betekenis van de woorden en zinnen. Bij de schrijfbare teksten is de betekenis multi-interpretabel waardoor er weinig zinnigs over gezegd kan worden. De teksten in In het labyrint zijn volgens de uitgever leesbare stukken. Het boek bevat een vrijwel afgerond verhaal plus andere, onaffe verhalen, maar ook losse uitgewerkte scènes en afzonderlijke zinnen waarmee Kafka een idee opschreef. Hoe kort of lang ook, de beelden die Kafka met zijn woorden oproept tonen altijd weer zijn fantastische, absurde en toch herkenbare wereldbeeld, waarin de humor niet ontbreekt.

    In het labyrint - Nagelaten verhalen
    Auteur: Franz Kafka
    Uitgeverij: Koppernik 2022

    Boekhandel in de bergen

    De Italiaanse Alba Donati (1961) maakte naam als dichter en literair criticus. Met haar werk won ze verschillende Italiaanse poëzieprijzen. Ze werkte voor tv en radio, vertaalde poëzie en had poëziecolumns in diverse kranten. Het Regionaal Orkest van Toscane zette haar gedicht Het lied voor de vernietiging van Beslan op muziek.

    Woonachtig in Florence neemt Donati het besluit om een nieuw project te starten. In haar geboortedorp Lucignana, waar 170 mensen wonen, opent ze een boekhandel. In Boekhandel in de bergen, het dagboek waarin ze haar werk in de boekhandel en het leven in Lucignana beschrijft, tekent ze op: ‘Het idee van de boekhandel kwam op een nacht kant-en-klaar, ingepakt en wel, bij me aankloppen. Het was 30 maart 2019. (…) Ik had weinig geld: ik moest iets verzinnen.’

    Na een paar weken al breekt er brand uit in Donati’s boekhandel, maar met hulp van haar dorpsgenoten en jeugdvrienden komt ze er bovenop. ’s Nachts leest ze, overdag runt ze de winkel. ‘De pakketjes voor de vrouw in Salerno en haar twee dochters zijn bijna klaar. Dit is hoe ik op het idee ben gekomen om een boekhandel te beginnen in een dorpje in de Toscaanse bergen tussen de Prato Fiorito en de Apuaanse Alpen. Ik ben erop gekomen zodat een moeder in Salerno haar dochters twee dozen vol Emily Dickinson kan geven,’ schrijft ze in het dagboek. Haar Libreria Sopra la Penna wordt een toevluchtsoord voor gelijkgestemden. In beeldrijke taal noteert Donati haar gedachten over de beste boeken, bezielde auteurs en memorabele personages, gelardeerd met dorpsverhalen en beschrijvingen van de Toscaanse natuur.

    Boekhandel in de bergen
    Auteur: Alba Donati
    Uitgeverij: Cossee 2022
  • Op zoek naar een gouden snijtand

    Op zoek naar een gouden snijtand

    De grote verhaallijn in De generaal van het dode leger van Ismail Kadare is eenvoudig. Twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog gaat een Italiaanse generaal op zoek naar de stoffelijke overschotten van landgenoten die in Albanië zijn gesneuveld. Hij doet dat samen met een priester die Albanees verstaat. Italië heeft met de Albanese overheid een regeling getroffen die opgravingen mogelijk maakt en waarbij de generaal gebruik mag maken van Albanese arbeiders. Hij is er in het bijzonder op gespitst de restanten te vinden van kolonel Z. Deze kolonel was aanvoerder van het Blauwe Bataljon dat gold als het meest wrede onderdeel van het Italiaanse leger. Als hulpmiddelen heeft de generaal een kaart bij zich waarop (vermoedelijke) plekken staan aangegeven van de graven – als de soldaten er al één hebben, want de meesten zijn zomaar ergens neergelegd – en beschrijvingen van de belangrijkste kenmerken van de gevallenen. Van kolonel Z is bijvoorbeeld bekend dat hij 1:82 m lang was en een gouden snijtand had.
    Bovendien droegen alle soldaten in de strijd een medaillon met de beeltenis van de Heilige Maria met daaronder een regimentsnummer.

    Het graven naar de stoffelijke overschotten is tevens een afdaling in de Albanese ziel en een oprakelen van het oorlogsleed. De omstandigheden kleuren het lugubere van de expeditie nog eens extra want op alle dagen is het mistig of regent het.
    De generaal van het dode leger is Kadares romandebuut. Het verscheen in de jaren zestig in het Albanees, maar trok pas aandacht door de Franse vertaling in 1970. Zeer tot ongenoegen van de toenmalige dictator, president Enver Hoxha, een bewonderaar van Stalin en Mao, die zijn land in een ongekend communistisch isolement had gedreven. Pas in het jaar van de Franse vertaling drong tot Hoxha door dat Kadare via de omweg van een historisch verhaal kritiek leverde op het Albanese regiem.

    Ontbindingen

    In de serie Kritische Klassieken van Uitgeverij Schokland is nu de vierde druk van de Nederlandse vertaling (uit het Frans) verschenen. Deze gaat vergezeld van een zeer informatief Nawoord van Piet de Moor over Kadare, dat de alleszeggende titel Welkom in de hel draagt: ‘Afgehakte hoofden en verminkte ledematen vormen (…) de ingrediënten van de literaire fricassee die Kadare in heel zijn oeuvre voor zijn lezers serveert’. En even verder:  een ‘jongleren met afgerukte ledematen en het versnijden van lichaamsdelen als aankondiging van grotere, staatkundige ontbindingen’. Geen wonder dat Hoxha zich in een hoek gedreven voelde.
    De Moor beschrijft ook de aanleiding voor het ontstaan van De generaal van het dode leger. Kadare was als opgroeiende jongen zeer opgewonden geweest over de vestiging van een bordeel voor Italiaanse soldaten in zijn geboortestad Gjirokastër. Dat had hij een vriend verteld, die hem kort voor die naar China vertrok, liet beloven dat hij daar een roman over zou schrijven. Toen deze vriend korte tijd later op de terugvlucht verongelukte voelde Kadare dat hij zijn belofte gestand moest doen. Het bordeelverhaal duikt in de roman op als de generaal stuit op het lijk van een vermoorde prostituee.

    Medaillon

    Het verhaal van die prostituee is één van de voorbeelden die De generaal van het dode leger op gevoelsniveau zo schrijnend maken. De generaal, die naamloos blijft, wroet zich met zijn gravers door de modder en de kilte terwijl er steeds toespelingen zijn op behoefte aan warmte en liefde. Een bijzondere motivatie van de generaal om de resten van kolonel Z te vinden is bijvoorbeeld zijn heimelijke verliefdheid op diens weduwe. Die speelt hem zozeer parten dat hij de priester ervan verdenkt iets met haar te hebben. Verder is er ook een heimelijke verliefdheid van een gedeserteerde Italiaanse soldaat op een dochter van een Albanese molenaar (de soldaat kan niet worden geïdentificeerd omdat hij zijn medaillon aan het meisje heeft gegeven) en een keer of vijf staat in de roman een nauwelijks opvallende zin over een jong stel dat de generaal op een bankje in het park of in een hoekje van het café ziet zitten.

    Nylonleger

    Maar vooral schrijnend en tragikomisch zijn de confrontaties met de Albanese bevolking. De generaal is zo bezeten van zijn opdracht (en van zijn doel de resten van kolonel Z te vinden) dat hij over de gevoelens van de Albanezen heen walst. Dat blijkt vooral als hij van de priester waarschuwingen krijgt om zich anders te gedragen, maar daar doof voor is. Zijn onderneming wordt getekend door vooroordelen over de Albanezen, ‘een grof en achterlijk volk’; ze willen alleen maar doden want dat is hun instinct. Daarnaast is er de luitenant-generaal, een enigszins onbestemde figuur met één arm, van wie de nationaliteit niet duidelijk wordt, die de generaal steeds meer verleidt om het niet zo nauw te nemen met zijn opdracht. Er zijn zoveel soldaten van 1:82 m. En die gouden tand kan toch kwijt zijn geraakt! Waarom niet gewoon een willekeurig stel botten naar huis gestuurd?
    Als het erop lijkt dat de restanten van kolonel Z zijn gevonden, maar dan wel op een gruwelijker manier dan de generaal zich had voorgesteld, kan hij letterlijk de last niet aan. Zijn opdracht heeft zozeer bezit van hem genomen dat hij geestelijk in de war is en alleen nog maar wil vluchten. Hij wil ontsnappen aan dit nylonleger (de botten worden verpakt in nylon zakken voor ze de kist ingaan).

    Daarvóór al is hij tijdens een bezoek aan een Albanese bruiloft door de mand gevallen toen een oude man hem aansprak, ‘Ik weet waarom je in ons land bent gekomen’, had hij gezegd; de generaal had de opmerking gevoeld als een dolksteek. Hij was al lang bang voor een gesprek dat tot een provocatie zou kunnen leiden: ‘Hij had zich ingespannen de reden van zijn eigen aanwezigheid te vergeten, in de waan dat zijn vergeten dat van anderen tot gevolg zou hebben (…) Het speet de generaal dat hij gekomen was.’.

     

  • Het reisverbod – Ismail Kadare

    Etalage

    In de eerste week van januari 2014 verschijnt de nieuwe roman Het reisverbod van de Albanische schrijver Ismail Kadare (1936).

    De beroemde toneelschrijver Rudian Stefa wordt door een onderzoekscommissie van de partij ondervraagd over zijn relatie met een meisje. Hij denkt dat het over zijn minnares Migena gaat. Zijn verbazing is dan ook groot als het gaat om een vriendin van zijn minnares, Linda B., die zelfmoord gepleegd heeft. Hij kende haar niet. De vraag is; waarom wordt Stefa over Linda ondervraagd. Wat is haar relatie tot zijn minnares en waarom pleegde zij zelfmoord?

    In Het reisverbod verweeft Ismail Kadare de waanzin van het leven in communistisch Albanie met het mytische verhaal over Orpheus en Eurudice. Een tragische geschiedenis over liefde, macht en noodlot. Kadare wordt beschouwd als een van de grootste levende schrijvers van de Balkan. Volgens Abdelkader Benali zal Kadare als schrijver de tand des tijds doorstaan ‘én zou de volgende Nobelprijs moeten winnen.’

    Kijk ook voor een korte beschrijving van het boek op de site van Athenaeun Boekhandel.

    Bij Van Gennep verschenen vele romans van Ismail Kadare, de meest recente daarvan is Een noodlottig diner.

     

    Het reisverbod

    Ismail Kadare
    Vertaling: Roel Schuyt
    Blz.: 208
    Prijs: € 19,90
    Verschijnt 7 januari 2014
    Bij uitgeverij Van Gennep

     

     

  • Recensie door: Sunny Jansen

    Recensie door: Sunny Jansen

    Ismail Kadares recent vertaalde roman Een noodlottig diner begint met roddels, heel veel roddels. De bevolking van de Albanese stad Gjirokastër heeft dan ook niet veel nodig om aan het speculeren te slaan. De vermeende rivaliteit tussen de twee plaatselijke artsen Gurameto de Grote en Gurameto de Kleine geeft genoeg stof om de tongen in beweging te houden. ‘Dokter Gurameto de Grote was niet alleen ouder en imposanter dan zijn naamgenoot, maar had ook in Duitsland gestudeerd, wat zonder meer een groter en indrukwekkender land was dan Italië waar dokter Gurameto de Kleine zijn opleiding had genoten’.

    Na de Italiaanse capitulatie tijdens de Tweede Wereldoorlog vallen Duitse troepen Gjirokastër binnen. Verzetsstrijders openen het vuur op de Duitse tanks en als vergelding gijzelen de nazi’s 80  inwoners van het stadje. De Duitse commandant, kolonel Fritz von Schwabe, blijkt een oude studievriend dokter Gurameto de Grote, die hem uitnodigt voor een diner. Tijdens het diner vinden vreemde onderhandelingen plaats: ‘Bij alles wat de twee mannen met elkaar bespraken, speelde op de achtergrond een groot probleem. Wat ze van elkaar verlangden leek dicht onder handbereik en tegelijk zo onbereikbaar.’ Toch worden de gijzelaars één voor één vrijgelaten en zelfs de jood Jakoël krijgt zijn vrijheid terug. Maar het diner zelf blijft met raadselen omgeven.

    De roddels scheppen een beladen atmosfeer in Gjirokastër, maar ook de tijd waarin deze roman speelt draagt bij aan de alom heersende verwarring. Duitsers, partizanen, royalisten, nationalisten en communisten volgen elkaar op en bestrijden elkaar. ‘Blijkbaar hadden de oproepen van de communisten tot de gewapende strijd en die van de nationalisten tot verzoening zich met elkaar vermengd als twee luchtstromen die elkaar vanuit tegenovergestelde richtingen ontmoeten, en was er een situatie ontstaan die men geen oorlog en ook geen vrede kon noemen.’ Machthebbers wisselen, de jaren verstrijken en de bewoners van Gjirokastër gaan over tot de orde van de dag. Hun voornaamste gespreksstof wordt als vanouds weer gevormd door beide artsen en geruchten over het stijgende dan wel dalende aanzien van de een ten opzichte van de ander.

    Maar dan is er in 1953 echt groot nieuws: niemand minder dan Jozef Stalin zou van plan zijn de stenen stad te bezoeken. Vanzelfsprekend draait het roddelcircuit overuren. ‘De koude was even fel als altijd, maar de ijspegels fonkelden aan de daken van de huizen alsof het paasfeest al in aantocht was.’ Maar dan worden, totaal onverwacht, beide dokters opgepakt en afgevoerd naar Shanisha’s kerker, de gruwelijke cel in de stadsgevangenis die speciaal voor deze gelegenheid na 150 jaar weer geopend wordt. ‘Geen mens had Shanisha’s kerker gezien, maar dat was voor niemand een reden om er niet over te praten.’ Na lange verhoren komen de communistische ondervragers eindelijk tot de kern van de zaak: ‘Dokter Gurameto de Grote, wij willen u ondervragen over het diner van 17 september 1943…’

    Wat gebeurde er eigenlijk precies tijdens dat diner? Ook dokter Gurameto de Grote zelf vraagt zich dat wanhopig af. Wat als hij op die noodlottige avond echt een dode aan tafel had zitten, zoals het gerucht gaat? Ook de naam van de Joodse apotheker Jakoël komt weer boven. Het onwaarschijnlijke verhaal van de vrijlating van een Joodse apotheker door een Duitse kolonel is niet anders uit te leggen als een Joods complot tegen het communisme, vinden de ondervragers. En dat maakt de stad Gjirokastër plotseling tot het centrum van een wereldwijd Joods complot tegen het communisme. En dat maakt het diner van 10 jaar geleden een noodlottig diner.

    Op dit punt in het boek maakt Kadare een mooie verbinding met Stalins beruchte ‘dokterscomplot’. De communistische leider kreeg steeds meer last van paranoia en in 1953 geloofde hij dat Joodse artsen van plan waren om hem en zijn medewerkers te vergiftigen. Dit Joodse complot tegen het communisme in het algemeen en de Sovjet-Unie in het bijzonder leidde tot de meest gewelddadige anti-semitische campagne uit de Sovjet-geschiedenis. Een dergelijke historische context is typisch voor Kadares werk. Op een geraffineerde wijze combineert hij in zijn romans historische gebeurtenissen met de legenden en volksverhalen van de Balkan. Ook in andere opzichten is Een noodlottig diner representatief voor Kadares oeuvre. Vaak terugkerende motieven in zijn werk zijn geruchten, afgunst en wraak. Deze motieven en ook de voor Kadare zo kenmerkende winterse, kille setting zijn in Een noodlottig diner terug te vinden. Al deze elementen dragen bij aan de beklemmende verwarring en dreiging die Kadares boeken uitademen. In combinatie met de vaak terugkerende dicatuur geeft het zijn werk iets verontrustends. Er is altijd een dreiging aanwezig, een dreiging die schuil gaat achter een web van roddels. Ondanks dat dictatuur vaak terugkomt in zijn romans, leverde Kadare nooit directe kritiek op het Stalinistische regime in zijn eigen land. Toch werd een aantal van zijn boeken verboden in Albanië, maar zijn bekendheid in het buitenland gaf hem een zekere mate van bescherming, waardoor hij zich net iets meer kon permitteren. Sinds de verschijning van zijn roman De generaal van het dode leger in 1963 was hij immers internationaal de bekendste Albanese schrijver. In 1990 verliet hij Albanië als reactie op het terugdraaien van democratische verworvenheden door Ramiz Alia. Hij kreeg asiel in Frankrijk. Sinds 1999 woont en werkt hij afwisselend in Albanië en Parijs. In 2005 ontving hij de Man Booker Inernational Prize en in 2009 kreeg hij de Spaanse Prins van Asturiëprijs. Om af te sluiten met de woorden van Abdelkader Benali: ‘Kadare zal als schrijver de tand des tijds doorstaan én zou de volgende Nobelprijs moeten winnen.’

     

    Een noodlottig diner

    Auteur: Ismail Kadare
    Vertaler: Roel Schuyt
    Verschenen bij: Uitgeverij Van Gennep
    Aantal pagina’s:  240
    Prijs: 18.90