In den vreemde – Kronieken
Frida Vogels (1930) is bekend geworden met het driedelige De harde kern (1992) en vooral door het tweede deel waarvoor ze in 1994 de Libris Literatuur Prijs ontving. Tussen 2005 en 2014 zijn elf delen van haar dagboeken gepubliceerd, over de jaren 1954-1978. Vogels schreef meerdere boeken, en vertaalde uit het Italiaans. Haar onderwerp is haar eigen leven, altijd in relatie tot familieleden en vrienden die dan ook uitgebreid beschreven worden, soms als hoofdpersoon. Zichzelf en anderen doorgronden is wat haar drijft, en verantwoording afleggen – aan de onbekende lezer. Ze wil kennen en gekend worden.
In de proloog van In den vreemde schrijft ze: ‘Ik schrijf woorden op het papier. De lezer zit op mijn schouder en leest mee. (…) Hij heeft me door. Dat is trouwens precies wat ik verlang. Ik stel me voor dat hij me ongenadig zal ontmaskeren, (…) dat ik woorden op papier schrijf is geen gekkenwerk; ik heb me te verantwoorden.’ Het is een veel directere stijl dan de meer omfloerste van haar vroegere boeken. In den vreemde beslaat haar jeugd in Bloemendaal en Laren, de oorlog, haar studietijd in Parijs en Milaan, haar huwelijk met de Italiaanse Ennio, haar leven in Bologna en de jaarlijkse gang van enkele maanden naar Amsterdam om er te schrijven.
‘Pappa en mammie hielden een Levensboek bij,’ zo begint ze, ‘over mijn eerste levensjaren en dat boek heb ik pas nu, nu ik tweeënnegentig ben, voor het eerst in handen gekregen. Dat ik ooit die bedrijvige, zorgzame kleine Frida ben geweest waar zij twee toen over schreven, “al zo echt een vrouwtje” zoals pappa tevreden constateerde, kan ik nauwelijks geloven, maar zo is het dus geweest.’

Boven aarde, beneden hemel
Kodokushi is een Japans woord voor mensen wier eenzame overlijden voor langere tijd door niemand wordt opgemerkt. Gespecialiseerde schoonmaakdiensten halen de lijken weg en maken de woning schoon. In Boven aarde, beneden hemel van de Oostenrijkse schrijfster Milena Michiko Flašar (1980, Japanse moeder, Oostenrijkse vader) is Suzu nieuw in het werk, waarvoor behalve eerbied en zorg vooral geduld en een sterke maag vereist zijn. In steden met een toenemend aantal mensen en een kleiner en duurder aanbod van woningen groeien de problemen. Mensen zijn afstandelijk, de grens tussen desinteresse en discretie vervaagt, kodokushi komen vaker voor. Suzu, die thuis haar eenzaamheid deelt met een goudhamster, vindt het moeilijk om met mensen om te gaan, inclusief haar eenzelvige collega die net als zij een gebruiksaanwijzing heeft. Toch leert ze in haar werk iedereen snel kennen. Ook de doden, waarvoor ze groot respect toont. Door hen en hun voorbije leven ontdekt ze de waarde van omkijken naar een ander mens. Ook de kleurrijke collega’s van de schoonmaakdienst helpen Suzu zich te ontwikkelen tot iemand die het belang van contact met andere mensen leert kennen en waarderen.
Net als in Flašars Een bijna volmaakte vriendschap (2015), waarin een jongeman, een hikikomori, twee jaar het huis van zijn ouders niet uit is geweest, zijn de hoofdpersonages sociaal onhandige, geïsoleerde individuen. Langzaamaan laten ze anderen toe, durven ze toenadering te zoeken en de verbinding met een ander mens aan te gaan.
Ondanks de zwaarte van de onderwerpen weet Milena Michiko Flašar haar verhalen op droogkomische toon lichtvoetig te vertellen.

De vriendschap van bomen – Heropvoeding van een bioloog
Bioloog Arjen Mulder leerde met bomen communiceren en schreef erover in De vriendschap met bomen. Eerder al schreef hij Vanuit de plant gezien (2019) waarin hij zich in planten verplaatste. Voor meer bomenkennis volgde hij een cursus bij fysisch geograaf en boomdruïde Maja Kooistra die in veel werelddelen onderzoek naar bomen deed. Mulder had al ontdekt dat hij met bomen kon communiceren. In De vriendschap met bomen legt hij uit dat bomen onder- en bovengrondse netwerken hebben waarmee ze met elkaar communiceren en ook met dieren en mensen. Bomen kunnen een stemming oproepen, of actief de menselijke somberheid doen verdwijnen en op vragen reageren, schrijft Mulder. Maar of het allemaal echt zo is weet hij niet. Wel heeft hij ontdekt dat je deze wereld alleen kunt kennen via gevoel, intuïtie en zelfkennis. Als je met bomen wilt communiceren moet je de aannames van het psychologisch model loslaten.
In het radioprogramma Vroege vogels vertelt hij over zijn ervaringen. Hij merkte dat bomen op hem reageren. Of een boom werkelijk zijn onbewuste kan lezen weet hij niet. ‘Ik heb geen flauw idee. (…) Misschien klopt het idee van hoe wij in elkaar zitten wel niet en kunnen wij met ons lichaam veel meer registreren zonder dat we er erg in hebben, maar leren we onszelf om dat niet te doen.’ In het begin nam hij de beslissing om geen verklaringen te zoeken maar het gewoon mee te maken. Hij ontdekte dat er meer mensen waren met dezelfde ervaring. ‘Toen wist ik zeker dat ik niet gek aan het worden was.’

