• Hoogte- en dieptepunten van de menselijke natuur

    Hoogte- en dieptepunten van de menselijke natuur

    Het is 2022 als Irwan Droog voor het eerst iets over walrus Wally leest. Het jaar ervoor heeft Wally, een Atlantische walrus, zo’n zes maanden in Europese wateren gezwommen, waar hij zich ophield in havens en kleine bootjes vernielde met zijn zware lijf. Nieuwsberichten gingen de wereld over, want wat moest een walrus in Europa en vooral, wat moesten mensen met hem?

    Droog raakt gefascineerd door het dier en de reis die het maakte, en misschien nog wel meer door wat die reis ons over onszelf en onze impact op de natuur vertelt. Hij besluit Wally na te reizen, van het Ierse Valentia Island, waar Wally op 14 maart 2021 voor het eerst werd gezien, via Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Engeland, terug naar Ierland. IJsland, de laatste plek waar Wally gezien is, slaat hij over. Eerst omdat hij zijn pasjes is kwijtgeraakt en daarna omdat hij niet meer wil vliegen. Wally en wij is het verslag van Droogs tocht.

    De impact van klimaatverandering

    Dat Wally in Europa rondzwemt is niet alleen leuk (als je van grappige filmpjes over dieren houdt) of lastig (als je boot gezonken is), het vertelt ons ook iets over de tijd waar we in leven. Droog zet de toon met zijn eerste alinea. Daarin beschrijft hij wat er gebeurt in een walruskolonie aan de noordoostkust van Rusland, op basis van beelden afkomstig uit BBC’s Our Planet, ‘Frozen Worlds’. Door klimaatverandering krimpen de ijsvlaktes waar de walrussen gewoonlijk leven en sommige verdwijnen zelfs helemaal. De walrussen moeten dus op zoek naar andere grond. Een groep klimt op een berg, tachtig meter hoog, maar de weg terug is niet makkelijk. De BBC schuwt de werkelijkheid niet en laat in slow motion zien hoe tientallen walrussen te pletter vallen op het strand. De impact van de mens, op walrussen, maar ook op alle andere dieren, blijft het hele boek terugkomen.

    Droog als walrusexpert?

    Wie weet er veel van walrussen? Droog niet. Althans, niet voor zijn interesse door Wally wordt gewekt. Misschien dat hij er daarom in slaagt de informatie die hij over walrussen deelt, zo goed gedoseerd aan te bieden. Nergens is sprake van lange lappen feiten. Droog vertelt steeds een beetje, over de anatomie van walrussen, bijvoorbeeld, en de voortplanting en sociale relaties, over de vernietigende impact van de commerciële walrusjacht (gelukkig sinds halverwege de vorige eeuw verboden) en de manier waarop walrussen communiceren: ze lijken met elkaar te praten door middel van allerlei geluiden en ‘zingen’ ook gezamenlijk. Droog weet daarbij de indruk te wekken dat hij ieder feitje vertelt op het moment in de reis dat hij het zelf te weten kwam.

    Over walrussen en mensen

    Wally en wij, de titel zegt het al, Droogs boek gaat zeker niet alleen over Wally of over walrussen in het algemeen. Minstens even veel aandacht gaat uit naar mensen en hun reactie op de komst van Wally. Op iedere plek waar Wally is geweest, gaat Droog in gesprek met degenen die met de walrus te maken hebben gehad. Hoewel hij erin slaagt zijn gesprekspartners te typeren, blijven de gesprekken wel wat aan de oppervlakte. Alsof iedere persoon die hij opvoert alleen een functie van zijn rol is: een kassamedewerkster die Wally-merchandise verkocht (deels gemaakt door de bewoners van het stadje), een wildlife guide, natuurbeschermers die zich zorgen maken over Wally en de redenen dat hij in Europa rondzwemt.

    Foto’s om twee keer te bekijken

    Naast de foto van Wally op de omslag — hij zit in een motorbootje en laat zijn ene flipper nonchalant over de rand hangen — zijn er acht pagina’s foto’s in het boek opgenomen, op stevig wit papier. Voor wie dat niet al uit zichzelf doet: het is een aanrader om de foto’s voor je begint te lezen te bekijken. Het zijn foto’s van een walrus, bruin en rimpelig rond op zijn vlot, in bootjes, op een steiger. En foto’s van de omgeving. Niet veel bijzonders, eigenlijk.

    En dan, als je alles gelezen hebt, bekijk je de foto’s voor de tweede keer. Nu staat er niet zomaar een walrus op de foto’s, maar is het Wally, het dier waar mensen overal ter wereld aan gehecht zijn geraakt. Interessant is om te kijken door wie de foto’s zijn gemaakt. Alle foto’s waar Wally niet op staat, zijn gemaakt door de auteur. Hij heeft de walrus immers zelf nooit in het echt gezien.

    Geweldig en lastig

    In de epiloog zegt Lizzi Larbalestier, vrijwilliger van de British Divers Marine Life Rescue op de Isles of Scilly, die eigenhandig een haul-out, een drijvend bed, voor Wally maakte: ‘Mensen waren geweldig, en ze waren lastig. Dat is hoe het altijd gaat. Ik zag de hoogtepunten, maar ook de dieptepunten van de menselijke natuur.’ Ze vat daarmee precies samen wat Droog in zijn boek heeft laten zien. En Wally? Na zijn bezoek aan IJsland heeft niemand nog iets van hem vernomen. De hoop is dat hij ergens tussen de andere walrussen een walrusleven leeft.

     

     

  • Oogst week 18 – 2024

    Wally en wij

    Niemand weet waar de jonge walrus vandaan kwam en waarom hij vermoeid maandenlang langs de West-Europese kust trok, tot aan Spanje toe, en een bezienswaardigheid werd. Het eerst werd hij gezien in Ierland, in maart 2021. Wally, zoals hij al snel werd genoemd, hees zich regelmatig in havens in bootjes en werd een steeds grotere attractie. Schrijver en vertaler Irwan Droog van Wally en wij heeft Wally nooit gezien. Door een verblijf op een Noors eiland voor zijn boek Het huis aan het einde had hij niets meegekregen over Wally’s Europese reis. Toen hij veel later een foto zag van een walrus in een bootje twijfelde hij er eerst aan of dat echt was en kwam toen achter het verhaal van Wally. Maar hoe kwam het dier daar aan die kust? Was hij op een ijsschots afgedreven, of door het smeltende zee-ijs in het poolgebied naar het zuiden gedwongen?

    Droog besloot te proberen antwoord te vinden op die vragen door dezelfde reis te maken als Wally. Hij merkte dat de walrus behalve geliefd ook gehaat was, zoals door vissers die dachten dat hij hun vis op at of door eigenaren die hun boot zagen zinken onder Wally’s gewicht.

    Droog voert in zijn boek walrusexperts op (die de dieren zien als meest intelligent van het Noordpoolgebied), heeft het over klimaatverandering en over de veranderende relatie tussen mensen en dieren. Door het toenemend aantal mensen moeten dieren en wij ons beider leefgebied steeds meer delen. Hoe gaan wij daarmee om?

     

    Wally en wij
    Auteur: Irwan Droog
    Uitgeverij: Thomas Rap

    Uiterst vertrouwelijk

    De dreiging vanuit het Duitse keizerrijk en Oostenrijk-Hongarije was vlak voor de Eerste Wereldoorlog voor Nederland aanleiding om geheime diensten op te richten. Onlangs heeft de AIVD een historisch belangrijk rapport vrijgegeven over deze diensten in de periode 1912-1947. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken wilde toentertijd niet dat de verhalen van de diensten verloren zouden gaan en liet ze opschrijven door M. de Meijer. Deze insider putte gedeeltelijk uit documenten die hij na de Duitse inval had begraven in zijn achtertuin.

    In Uiterst vertrouwelijk- Achter de schermen van de Nederlandse geheime diensten reflecteren vier wetenschappers op de toenmalige inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ze duiden De Meijers geschiedschrijving – bestaand uit toen nog eenvoudig documentatiewerk van een paar militairen – en verbinden deze met de hedendaagse ontwikkelingen. Het werk van de diensten is sinds die eerste decennia sterk uitgebreid. Nadruk ligt nu ook op economische en militaire spionage, het voorkomen van terroristische aanslagen en het beletten van buitenlandse inmenging in de Nederlandse samenleving. Hoe zijn de oude geheime diensten uitgegroeid tot een professionele organisatie met duizenden werknemers? Hoe verhoudt die organisatie zich tot de democratische rechtstaat, wat waren en zijn de vijandbeelden van Nederland?

     

    Uiterst vertrouwelijk
    Auteur: Constant Hijzen, Bart Jacobs, Florentijn van Kampen, Rowin Jansen
    Uitgeverij: Querido 2024

    Het Heidi-feest

    In Het Heidi-feest van theaterschrijver Jannemieke Caspers (1982) wordt een klein dorp waar treinen zelden stoppen gedurende vijf dagen overstroomd, reden waarom het Heidi-feest is uitgesteld. Het water komt meters hoog en ‘… stroomde de huizen binnen, het hotel De Vallei, de apotheek, de bakker, het café, het boekwinkeltje… Alleen in de kiosk op het station (…) bleef het droog.’ De dorpsgemeenschap is aan zichzelf overgeleverd.

    De kiosk wordt bemand door Grietje, een meisje met de ‘brozebottenziekte’ en het middelpunt van het boek. Tijdens de overstroming kijkt ze vanuit de tweede verdieping naar buiten. ‘Grietje (…) leunde voorzichtig naar buiten. Haar haren en schouders direct nat. En daar beneden, midden in het water, zag ze de Barbiepop. Kom dan. De Barbie lachte, stak haar arm uit en Grietje dook het water in. Zodra haar haren het water raakte, voelde ze het meteen. Dit is wie zij is. Dit is wie zij had moeten zijn. Een zeemeermin.’ Als het water weg is ziet Grietje vanuit haar kiosk twee vreemde mannen, een waarneming die door geen enkele dorpeling wordt gedeeld. Ook leven er volgens Grietje ondergronds tunnelmensen die zich nooit laten zien en mollen, wortels en ratten eten. Door Grietjes praatjes, steeds meer ziek wordende mensen en het verdwijnen van spullen voor het Heidi-feest slaat de paniek in het dorp toe.

    Van het boek bestaat ook een theaterstuk. Deze tekst Wolf (of het Heidifeest) werd ‘Verse tekst 2023’. Er is ook een podcast van.

     

    Het Heidi-feest
    Auteur: Jannemieke Caspers
    Uitgeverij: De Harmonie 2024
  • Helemaal alleen in een mistige stad

    Helemaal alleen in een mistige stad

    De Oeigoerse auteur Perhat Tursun (1969) werd in 2018 door de Chinese autoriteiten opgepakt. Sindsdien is er niets meer van hem vernomen. Hij zou tot zestien jaar gevangenisstraf zijn veroordeeld. De details van zijn veroordeling en gevangenschap zijn nooit openbaar gemaakt. Wellicht was een vroege versie van zijn roman De achterstraten die eerder op internet verscheen de aanleiding. Tursun schreef zijn boek in 1990-1991. In 2005 heeft hij de roman herzien en in 2015 voltooid. In een lange inleiding legt de Amerikaanse antropoloog Darren Byler uit dat hij lang gewacht heeft met het publiceren omdat aandacht voor het werk van Tursun de kans op arrestatie van Tursun en zijn anonieme Oeigoerse vertaler zou vergroten. Maar nu er al zo lang niets meer van hen is vernomen, heeft hij besloten tot publicatie over te gaan. Byler: ‘Ze verdienen het te worden gehoord.’

    De achterstraten speelt zich af in de Oeigoerse stad Ürümqi, een stad die bekend staat om zijn zware industrie en luchtvervuiling. Tursun laat zijn naamloze hoofdpersoon door deze vieze stad dwalen: ‘Het zou nog even duren voordat de zon onderging, maar in Ürümqi komt de zon nooit echt op. Hij lijkt altijd weg te vallen in een allesoverheersende duisternis.’ Eindeloos dwaalt de man door de stad met dichter wordende mist: ‘Ik keek aandachtig naar silhouetten van mensen in de mist. Sommige van hen, gekleed in het wit en één of twee meter bij mij vandaan, leken te flikkeren als weerspiegelingen in troebel, stromend water, alsof ze op lucht liepen. De mensen die in het zwart gekleed waren zag je pas als ze recht voor je stonden.’

    Vriend of vijand

    De hoofdpersoon vindt na zijn studie in Beijing in Ürumqi een baantje met een proeftijd op een stinkend en slecht verlicht gemeentekantoor, geleid door Han-Chinezen. Een sleutel krijgt hij niet. En een woonplek hoort niet bij de functie, ondanks dat er meerdere ruimtes in het gebouw leeg staan. Zijn collega’s kijken niet naar hem om. Zijn leidinggevende voelt zich ver boven hem verheven: ‘Met mij praten was niet alleen zonde van zijn eigen tijd, maar was eigenlijk een misdaad, omdat hij de tijd van zijn volledige etnische nationaliteit verdeed (…) Hij vroeg me uit te leggen waar ik goed voor was.  Ik zei hem dat ik in staat was te leven. Want ja, het mooiste ter wereld is leven. Er is niets mooiers dan leven! Wat hem het meest dwarszat, was dat ik leefde.’

    Als hij niet op kantoor zit, dwaalt hij door de mistige stad. ‘Vanuit het niets rende er een rat voor me uit, hij verdween als een kogel in het vuilnis. (…) Zoals de rat door het afval schoot, zo bewoog ik me door de stad. Net als hij was ik zoek naar eten, en als mijn maag gevuld was, wilde ik niets anders dan slapen.’

    De behandeling als tweederangsburger maakt dat de hoofdpersoon zich alleen voelt. Ontmenselijking is het thema van het boek. Op meerdere plaatsen komt de volgende bezweringszin terug: ‘Ik ken niemand in deze vreemde stad, dus ik kan onmogelijk iemands vriend of vijand zijn.’ De leidinggevende Han-Chinees beschouwt hem als inferieur door zijn uiterlijk en de taal die hij spreekt. Zo leeft hij in een sociaal isolement. Hij is helemaal op zichzelf aangewezen. Toch lukt het hem om te overleven in smogstad Ürümqi, door gebruik te maken van soms irreële, maar voor hem belangrijke en doelmatige overlevingstechnieken.

    Ontmenselijking

    In de inleiding vertelt Byler hoe de Chinese autoriteiten al jaren bezig zijn de Oeigoeren te ontmenselijken. Sinds 2017 zijn er honderdduizenden Oeigoeren ‘verdwenen’ in interneringskampen in Noordwest China – een gebied dat in het Chinees bekend staat als de provincie Xinjiang, of ‘Nieuw Grensgebied.’ De eveneens verdwenen Perhat Tursun schreef vijftien jaar aan De achterstraten. Hij observeerde hoe de beeldvorming van Oeigoeren als lagere diersoort ontstond, zoals religieuze Oeigoeren afbeelden als ratten die door mensenmassa’s achterna gejaagd worden. Byler vertelt over zijn gesprekken met Tursun. In de roman treedt de mist in de stad op als een soort personage. De mist zorgt voor een verstikkende sfeer. In zijn boek wil Tursun uitleggen hoe vervreemding verbonden is aan mentale gezondheid en etnisch nationalisme. Hij vertelt ook dat hij graag Albert Camus las: ‘Ik ben heel erg beïnvloed door De pest. Ik las het steeds opnieuw en nog steeds voelt het alsof elke zin iets belangrijks zegt.’

    Dit boek maakt invoelbaar hoe Tursun zich gevoeld moet hebben. In De achterstraten beschrijft hij een leven in de marge en een gebrek aan medemenselijkheid. In breder perspectief vraagt het boek aandacht voor het lot van duizenden verdwenen Oeigoeren. Dat we niet weten hoe het met de schrijver is, maakt het lezen van deze roman zeer intens.

     

     

  • Van gevangenschap naar fastfoodrestaurant

    Van gevangenschap naar fastfoodrestaurant

    In een reeks van zes maandelijkse columns schrijft Irwan Droog als redacteur, persklaarmaker en corrector over binnenkort te verschijnen boeken waaraan hij meewerkte en die hij graag onder de aandacht van de lezer wil brengen. Disclaimer: de selectie van die boeken is geheel op persoonlijke titel. Als onafhankelijke, externe partij heeft hij geen enkel belang of profijt bij de verkoop van deze boeken. 


     

    De roman, van Abdelrahman Munif, heet Ten oosten van de Middellandse Zee, een plaatsaanduiding die slaat op het niet-nader genoemde land waar het verhaal zich afspeelt. Hoofdpersoon: Radjab Isma’iel, een politieke gevangene die jarenlange martelingen heeft moeten ondergaan. Wat hem op de been hield was de standvastigheid van zijn moeder, die hem nu en dan mocht bezoeken en hem altijd inspireerde vol te houden: niet zwichten, vooral niet je handtekening onder een of andere bekentenis plaatsen, want dan verlies je pas écht. Wanneer zij komt te overlijden, breekt hij dan toch: hij tekent het vel papier, mag de gevangenis verlaten, mag zelfs medische hulp zoeken in het buitenland, maar hij wordt wel geacht verslag te doen over de activiteiten van zijn vrienden. 

    De beklemming en gruwelen uit de gevangenisscènes doen denken aan het eerder bij Uitgeverij Jurgen Maas verschenen De schelp, van Mustafa Khalifa, en zouden niet misstaan in het imposante verzamelwerk De Syrische Goelag van Ugur Ümit Üngör en Jaber Baker (Boom uitgevers). Maar bovenal aangrijpend in Ten oosten van de Middellandse Zee is de invoelbare worsteling van Radjab. Natuurlijk kan hij het niet over zijn hart verkrijgen zijn vrienden te verraden; hij heeft zijn vrijheid terug, maar liever terug de cel in dan iemand in zijn omgeving te verlinken. Tegelijkertijd hééft hij al verraad gepleegd: door die bekentenis te tekenen. Dat zal niemand hem in dank afnemen, zeker zijn voormalige celgenoten niet, voor wie hij de laatste uren in de cel angstvallig verborgen hield dat hij elk moment vrijgelaten zou worden, bang dat ze hem niet levend zouden laten gaan. 

    Daarbovenop draagt hij de fysieke sporen van jarenlange opsluiting en is het maar de vraag hoelang hij gezond en wel in leven zal blijven. Er zit maar één ding op: opschrijven wat hij weet, wat hij heeft ervaren, wat hij de wereld wil vertellen over zijn land van afkomst. Abdelrahman Munif heeft een prachtige balans gevonden tussen roman en noodkreet.

    Het is wonderlijk werk, persklaarmaken en corrigeren. Op de dag dat je het ene manuscript inlevert en aan het volgende begint, schakelt je hele binnenwereld mee om naar het volgende boek. Dat contrast kan soms bijna niet groter: van bovengenoemde gevangenissen en martelingen naar kinderboeken vol wetenswaardigheden over haaien, het paargedrag van allerlei soorten dieren of naar koning Arthur. Of van leerzame, eerder amper ontsloten historische verhalen – zoals over de zoektocht naar Kaási, die het verzet van de marrons in Suriname tegen de plantagehouders leidde in de zeventiende eeuw – naar een roman die zich geheel en al afspeelt in een Frans fastfoodrestaurant. Het vergt een beetje een flexibele geest, maar daartegenover staat dat ik vrijwel wekelijks wordt verrast door de mooiste verhalen. 

    Die roman over dat fastfoodrestaurant is geen omvangrijk boek. Het is ook geen groots verhaal: de plaats van handeling is, vrij consequent, het restaurant. Soms kijken we mee in de keuken, soms achter de kassa, soms in ‘de zaal’, waar de klanten hun burgers zitten te eten. Via de hoofdpersoon, een jonge vrouw die er werkt, krijgen we desalniettemin een veel bredere kijk op niet alleen haar leven, maar op dat van haar familie, en hoe die is ingebed in sociale en andere structuren. Werken voor de kost, de debuutroman van Claire Baglin, weet zo van de meest zielloze plek – waren fastfoodrestaurants niet zo ontworpen dat mensen er zo kort mogelijk bleven zitten? – een microkosmosje te maken, waarin we lezen over haar plek in haar gezin en in de maatschappij. Het is een puntgave, speelse, nuchtere roman – en een fijne aansporing om gezonder te gaan eten.

     

     


    Irwan Droog (Den Haag, 1984) is auteur, redacteur en vertaler. In 2022 verscheen zijn debuut Het huis aan het einde bij Thomas Rap. 

     

     

     

  • Dissidenten

    Dissidenten

    In een reeks van zes columns schrijft Irwan Droog over boeken waar hij als redacteur, persklaarmaker of corrector aan meewerkte. Elke maand bespreekt hij een aantal van die binnenkort te verschijnen boeken die hij graag onder de aandacht van de lezer wil brengen. Disclaimer: die selectie is geheel op persoonlijke titel, en als onafhankelijke, externe partij heeft hij geen verder belang of profijt bij de verkoop van deze boeken. 


    Sinds ik als freelance redacteur, persklaarmaker en corrector werk, kom ik maar weinig toe aan ‘vrijetijdslezen’. Ik doe m’n best, maar de stapels deels gelezen boeken groeien vrijwel dagelijks – er komt altijd weer iets tussen, iets met haast, een opdracht die te mooi is om af te slaan. Nee zeggen blijft moeilijk, ook na bijna acht jaar zzp’en: als een opdrachtgever me vraagt om een biografie van Carel Willink te redigeren, of de autobiografie van Elton John of prins Harry persklaar te maken, of een roman van een geweldige Zuid-Koreaanse auteur of een baanbrekend pleidooi voor dierenrechten in de bio-industrie – dat zou ik in mijn vrije tijd óók willen lezen. Dus zeg ik ja. Het is misschien geen vrijetijdslezen, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik me fulltime bezig mag houden met literatuur. 

    Het is een apart idee, dat ik vooral boeken lees die nog niet fysiek bestaan. Manuscripten, drukproeven, die lees ik aan de lopende band, maar tegen de tijd dat die teksten in de boekhandel liggen, ben ik vaak alweer drie of vier klussen verder. Ergens is het zonde dat ik die laatste fase van het productieproces niet helemaal bewust meemaak. Zo kwam ik op het idee om iets te doen met die boeken, ook nádat mijn werk is gedaan, nadat ik het manuscript met mijn suggesties, kanttekeningen en vragen weer heb ingeleverd. Het resultaat: deze columnreeks, waarin ik binnenkort te verschijnen boeken kan aanraden vanuit mijn bevoorrechte positie als een van de eerste externe lezers ervan. 

    Soms zal ik een aantal boeken aan elkaar kunnen verbinden – zo las ik de afgelopen tijd bijvoorbeeld De wereld van de puppy van Alexandra Horowitz, Hoeveel vakantiedagen heeft een varken? van Marjolein de Rooij en Huisdieren van Erica Fudge; drie boeken die, allemaal met een andere insteek, focussen op de verantwoordelijkheid die mensen dragen in hun omgang met dieren. Van aandoenlijk en schattig, schokkend en verontrustend tot leerzaam en inspirerend; voor ieder wat wils, en voor elke stemming iets gepasts. 

    Maar de afgelopen weken is me in het bijzonder één boek bijgebleven: De dissidente leeslijst, samengesteld door Xandra Schutte. Essays uit de bundel verschenen eerder in De Groene Amsterdammer, maar zo allemaal bij elkaar geven ze een prachtig overzicht van beroemde, bekende én onbekende auteurs die allemaal één ding met elkaar gemeen hebben: ze werden tegengewerkt, monddood gemaakt, afgestraft voor hun literaire werk. Denk bijvoorbeeld aan Michail Boelgakov, Boris Pasternak of Orhan Pamuk. Vooral werd ik nieuwsgierig naar de debuutroman van de Zuid-Afrikaanse Miriam Tlali (1933-2017), die Alfred Schaffer ‘een glashelder venster op het Zuid-Afrika tijdens de duistere jaren van de apartheid’ noemt. 

    Misschien kan ik, hoe onbeduidend of subtiel ook, in deze reeks columns uiteindelijk iets aan trends signaleren. Ik kan me voorstellen dat bepaalde maatschappelijke bewegingen meer en meer zullen terugkomen in boekvorm, waar ik in mijn werk dan weer de neerslag van zie. Zo merkte ik in de loop van 2020 en 2021 een enorme toename aan non-fictie, veelal essaybundels van meerdere auteurs die zich verhielden tot de pandemie, lockdowns, en vooral: de toekomst, hoe nu verder? Door voornamelijk héél recente boeken te lezen – namelijk die binnen enkele weken gepubliceerd zullen worden –, zou ik zomaar een kijkje kunnen krijgen in die grotere lijnen. 

    Alle boeken die ik hierboven noemde, beveel ik van harte aan. Toch voeg ik er graag nog een laatste aan toe, ook weer een essaybundel. En wel van Katrin Swartenbroux, die in OK dan niet (de eerste uitgave van uitgeverij Murrow) vlijmscherp, intelligent en met heel fijne humor vertelt over, om de ondertitel te citeren en niet te veel weg te geven: mijlpalen, maakbaarheid en de millennial mindfuck

     

     


    Irwan Droog (Den Haag, 1984) is auteur, redacteur en vertaler. In 2022 verscheen zijn debuut Het huis aan het einde (Thomas Rap). 

  • Het paradijs heet voortaan Selvear

    Het paradijs heet voortaan Selvear

    Bij de term ‘idyllisch’ zal men niet gauw denken aan een Noors Pooleiland. Toch lukt het redacteur, vertaler en fotograaf Irwan Droog om de lezers van Het huis aan het einde het eiland Selvaer te laten zien als een idyllische plek. Want dat is het voor hem heel duidelijk geweest tijdens zijn verblijf van een half jaar in 2021. Droog kende Noorwegen al van eerdere bezoeken: ‘Elk bezoek aan Noorwegen is overweldigend: de immense bergen, diepe ravijnen, rotsen, bossen, kolkende watervallen en wild stromende glasheldere rivieren maken elke keer opnieuw indruk. Alles in Nederland lijkt door anderen op maat gemaakt, op mijn maat, waardoor ik soms geen idee meer lijk te hebben van hoe de wereld er ook alweer eigenlijk uitziet. Zet me in Noorwegen neer en ik weet het weer: de wereld is enorm, wild, ruw en spectaculair. Daar zijn is een verademing, een bevrijding.’

    Onthaasting niet nodig

    Hij vat met zijn vriendin Kim het plan op om een tijdlang in Noorwegen te gaan wonen. Vooralsnog niet voorgoed, maar wie weet. Zijn werk als redacteur en vertaler kan hij dankzij internet meenemen, dat is dus geen probleem. Ze kiezen voor een klein eiland, Selvaer, dat iets ten noorden van de poolcirkel ligt. Het telt nog geen vijftig inwoners, je kunt het in een half uur rondlopen. En het bestaat van de visserij, wat voor veganist Irwan eigenlijk geen aanbeveling is. Maar hij is er al eens op proef geweest en heeft daar de rust gevonden die hem in Nederland niet meer gegeven was. En zo trekken Kim en hij midden in de corona-pandemie naar het Noorse eiland en komen in een wereld terecht waar onthaasting niet nodig is omdat haast er niet bestaat. Het leven gaat er zijn dagelijkse gangetje, de mensen zijn gastvrij en lopen ook makkelijk elkaars huis binnen voor een kop koffie of om een stuk gereedschap te lenen.

    Vreemden worden hartelijk ontvangen en meteen in de gemeenschap opgenomen. Dat komt – merkt Irwan – ook omdat iedereen op Selvaer er zich van bewust is dat de bevolking van eiland aan het verouderen is, en dat er nieuw bloed binnen gehaald moet worden. De school is bij gebrek aan kinderen al lang gesloten en het eiland heeft eigenlijk geen werk te bieden, behalve voor de enkele visser die er nog is. Dus probeert men al enige tijd Nederlanders naar Selvaer te lokken. Want Nederland heeft veel mensen en weinig ruimte, terwijl hier veel ruimte is en weinig mensen. En er is enig succes want behalve Irwan en Kim die hun eigen werk mee brengen is er nu ook Thijs die probeert met zijn vrouw Marlieke een oude boerderij nieuw leven in te blazen. 

    Noorderlicht

    Met Irwan, Kim en Zorro, hun Spaanse zwerfhond beleven we de koude witte winter van Selvaer, de lente die bijna ongemerkt komt totdat hij ineens een bloemetje uit de grond ziet steken, de start van de zomer waarbij de zon steeds langer schijnt totdat hij maar een uurtje ondergaat alvorens weer op te komen. We beleven het wonder van het Noorderlicht en de komst van ganzen en eidereenden die het eiland gebruiken om hun eieren te leggen en uit te broeden. En in de loop van het verhaal leren we bijna alle bewoners van het eiland kennen, elk met zijn of haar eigen verhaal. Zoals de oude vrouw Gerd, de enige en vermoedelijk laatste persoon die van het dons dat eidereenden achterlaten in hun nesten een deken kan maken. Ze zit daarvoor maandenlang in een schuurtje heel voorzichtig al het vuil uit dat dons te halen voordat het tot deken geweven kan worden. Een deken zó licht dat het een wonder is dat hij kan bestaan.

    Weg of thuis

    Ondanks hun gelukkige bestaan op Selvaer besluiten Irwan en Kim om na een half jaar weer terug te keren naar Nederland. Ze zijn er niet uit of dat tijdelijk zal zijn of dat ze uiteindelijk toch zullen kiezen voor een permanent verblijf op Selvaer. Het is lastig. Irwan wordt ‘heen en weer geslingerd tussen het verlangen naar een rustig, afgelegen bestaan in een kleine warme gemeenschap, zoals op dit eiland, en vlagen heimwee naar Amsterdam, waar je anoniem kunt zijn, opgaan in de massa waar zich honderdduizenden mensen in een straal van enkele kilometers bevinden.’ Een Noors spreekwoord luidt: Borte bra, men hjemme best (weg zijn is goed, maar thuis zijn het beste). 

    Irwan realiseert zich na een half jaar Selvaer: ‘Waar ik eigenlijk achter probeer te komen: ben ik weg, of ben ik thuis?’ Het werd in juli 2021 dus weer Amsterdam, al blijft Selvaer vermoedelijk lonken. Irwan Droog schreef met Het huis aan het einde een mooi reis-en-verblijf-verhaal in een soepele stijl en met treffende beschrijvingen van natuur, mensen en dieren. Als lezer vraag je je wel eens af of hem nu echt helemaal niets tegenviel tijdens het verblijf op dit eiland, want hij heeft uitsluitend goede ervaringen te melden. Maar uiteindelijk zal elke lezer zich gewonnen geven: het paradijs, dat heet voortaan Selvaer.

     

  • Oogst week 3 -2022

    Het woord voor rood

    Het woord voor rood van Jon McGregor is misschien wel het best te typeren als een roman over communicatie op allerlei niveaus. De roman, bestaand uit drie delen, begint met een expeditie op Antartica die mislukt. De groep van drie leden raakt elkaar kwijt tijdens een storm. Ze hebben geen contact meer. De expeditieleider Robert Wright (‘Doc’) weet het verblijf met de zendinstallatie terug te vinden, maar raakt buiten bewustzijn. Hij blijkt daarna door een beroerte  zijn spraakvermogen kwijt te zijn. Daardoor kan hij – in het tweede deel – eenmaal thuis ook met zijn vrouw Anna niet meer communiceren.

    Het derde deel beschrijft Roberts therapie die er toe moet leiden voldoende taal te hervinden om zijn verhaal te kunnen doen. Wat is er aan communicatie mogelijk als iemand afasie heeft?

    De roman kreeg in eigen land zeer lovende kritieken en Nederlandse lezers kunnen de auteur kennen van Zelfs de honden (2021) en Reservoir 13 (2018).

     

     

    Het woord voor rood
    Auteur: Jon McGregor
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Het huis aan het einde

    Naar koude streken, bovendien naar het noorden trok Irwan Droog vorig jaar met zijn vriendin Kim en hond Zorro. Hij verhuisde naar Selvær, een klein eilandje in de poolcirkel, terwijl in Nederland de eerste vaccinaties tegen covid-19 werden uitgedeeld: ‘ik werkte al vanuit huis, en de eerste lockdown hield me alleen maar meer binnen dan ik normaal gesproken al was. Toen de kans zich voordeed om me niet langer op te sluiten in mijn huurappartementje in Amsterdam-Noord maar te vertrekken naar een vrijstaand huis op het puntje van een verafgelegen eiland in de Noorse Zee, hoefde ik daar dan ook niet lang over na te denken. Ik loop al bijna twintig jaar rond met de wens langere tijd in Noorwegen door te brengen, sinds ik er op mijn achttiende voor het eerst een zomervakantie doorbracht. En sinds mijn reis naar Spitsbergen in 2018 werd die wens nog specifieker: een eiland, een Noors eiland, een mooiere plek kon ik me eigenlijk niet voorstellen’.

    Selvær is zo klein dat je het in een halfuurtje helemaal rond kunt lopen: ‘Zal dat echt voelen als een bevrijding, of zitten we daar net zo opgesloten als in mijn woonkamer thuis?’
    Het verblijf levert bijzondere ontmoetingen op waarvan Droog verslag doet in Het huis aan het einde, zijn debuut.

     

    Het huis aan het einde
    Auteur: Irwan Droog
    Uitgeverij: Thomas Rap

    Profane verlichting

    Wat opvalt aan het omslag van Profane verlichting van Johannes van der Sluis is de kleurstelling. Die doet meteen denken aan zijn vorige bundel gedichten Ik ben de Verlosser niet uit 2020. Daarin vroeg de dichter zich via zijn woonbuurt in Rotterdam, een kuuroord in Italië en een psychiatrische kliniek in Poortugaal af wat hij nog te zoeken had in een leven zonder baan en liefde.
    Profane verlichting is in zekere zin een vervolg. De liefde komt weer om de hoek kijken. Ze heet M. is de titel van het tweede gedicht, dat begint met de regels:

    Afgelopen keer
    in café De S.
    maanden geleden
    was het barmeisje
    met een lamp
    op weg naar het terras
    ik ging naar huis
    en zei tegen haar
    dat ik haar zou volgen
    ja volg mij
    ik verlicht het pad
    zei ze lachend
    (…)


    Profane verlichting
    Auteur: Johannes van der Sluis
    Uitgeverij: Lebowski
  • Oogst week 15 – 2021

    Het eigenlijke

    De Duitse schrijfster Iris Hanika (1962) won de LiteraTour Nord-prijs en de EU-prijs voor literatuur met haar roman Das Eigentliche, in het Nederlands vertaald als Het eigenlijke door Jantsje Post.
    Het ‘eigenlijke’ betekent voor iedereen iets anders. Voor Hans Frambach, de hoofdfiguur in deze roman, zijn het de misdaden in het nazitijdperk waar hij na de oorlog niet mee leven kan. Hij werkt als archivaris bij het Instituut voor ‘Exploitatie van het Verleden’ in Berlijn maar overweegt een andere baan te zoeken.

    Voor zijn enige vriendin Graziela stond verbijstering over dit oorlogsverleden centraal – totdat ze een man ontmoet die haar begeert en vanaf dat moment zoekt ze ‘het eigenlijke’ in de vleselijke liefde; een concept waar ze nu aan begint te twijfelen.
    Is het het nationaalsocialisme dat verantwoordelijk houden voor hun ongelukkig zijn? Of is het hun eigen onvermogen waardoor ze geen geluk vinden? Iris Hanika laat zien hoe misdaden uit het verleden tot op de dag van vandaag een rol spelen in het leven van anderen. Met een belangrijke rol voor de professionalisering van het herdenken, en waartoe dit kan leiden.

     

    Het eigenlijke
    Auteur: Iris Hanika
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Chinatown

    Uit Ronelda S. Kamfers (1981) vierde, tweetalige bundel Chinatown, spreekt een activistische en overtuigende taal. Er zit woede in haar gedichten, evenals ironische humor. Kamfer dicht over haar geschiedenis van complexe familieverhoudingen, hoe je een dochter opvoedt in het Zuid-Afrika van nu. Ronelda S. Kamfer zegt de helft van haar leven op zoek te zijn geweest naar een vorm van feminisme die ook over haar en de vrouwen uit haar gemeenschap gaat. ‘Mijn moeder en ik hadden de stille afspraak dat ik met mijn leven zou doen wat ik zelf wilde. Ze keek dan ook niet op toen ik zei dat ik wilde schrijven. De enige waarschuwing die zij me gaf was: ‘As jy besluit wat jy gaan skryf, moenie skryf vir ’n gat nie.’ (Als je weet wat je gaat schrijven, vrkloot het dan niet.)

    Haar moeder kan tevreden zijn, er is integendeel iets ‘vrkloot’. Met deze uitdagende bundel confronteert ze op vaak luchtige wijze haar lezers met de realiteit van marginalisering, armoede en geweld, alles  beschreven vanuit haar eigen ervaringen. Daarnaast bevat Chinatown ook intieme gedichten over liefde, familie en ouderschap. Kortom, een zeer uitgesproken bundel.

     

    Chinatown
    Auteur: Ronelda S. Kamfer
    Uitgeverij: Podium Uitgeverij

    Stilte is mijn moedertaal

    De Eritrese schrijver  Sulaiman Addonia (1972) vluchtte in 1976 met zijn familie naar een vluchtelingenkamp in Soedan, waar zijn vader vermoord werd. Met zijn moeder en jongere broer verhuisde hij naar Jedda waar hij zijn jeugd doorbracht. In 1990 vroeg hij asiel aan in Engeland en sindsdien woont hij in Londen. Hij debuteerde met de roman Als gevolg van liefde waarin hij over zijn eigen ervaringen schreef over het leven in een vluchtelingenkamp.

    Zijn tweede roman Stilte is mijn moedertaal gaat over Saba, een jong meisje dat met haar familie hals over kop moest vluchten en speelt eveneens in een vluchtelingenkamp. Ze komen terecht in een Oost-Afrikaans vluchtelingenkamp. Het leven daar is hectisch en onveilig voor een jong meisje. Dan is er ook nog Hagos, haar zwijgende broer die ze beschermen moet tegen de gangbare normen. Broer en zus weigeren zich te schikken in de rol die hen wordt opgelegd. Aan de hand van intrigerende personages onderzoekt de schrijver wat het betekent om een man of een vrouw te zijn. Wat het betekent een individu te zijn wanneer je geen thuis of toekomst hebt.

    Addonia analyseert hoe het kan dat een samenleving in staat is de oorlog te verklaren aan haar eigen vrouwen. Hij vertelt de verhalen die nodig zijn om te overleven in een vijandige omgeving.

     

    Stilte is mijn moedertaal
    Auteur: Sulaiman Addonia
    Uitgeverij: Uitgeverij Jurgen Maas
  • Topje van de ijsberg

    Topje van de ijsberg

    Het lam staarde mij aan in een steeg van de stad. Het was bij één van die uitbouwsels waar ze gratis boeken aanbieden. Mensen hadden genoeg van hun boeken, of deden niet genoeg moeite. Of ze kochten teveel boeken en hadden te weinig tijd. God mag weten wat de reden was. Feit is dat ze hun boeken in een zelf geknutselde kast op straat zetten. Als wezen op een rij. Voor altijd uitgestoten. De Schooldagen van Jezus van J.M. Coetzee was gesierd met dat Lam. Schitterende omslag van Irwan Droog.  Ik nam het boek in een plastic tas mee, maakte mij geen zorgen om de andere kinderen in de kast en besloot deze, na een kleine wandeling door het park, in mijn armen te sluiten. Te adopteren. Jaren geleden had ik veel van Coetzee gelezen – Foe, Michael K., Barbaren – dat waren werelden die mij zeer dierbaar waren, in al hun allegorische niet-welluidendheid, net als de halsstarrige houding van de schrijver zelf, het niet willen geven van interviews, het niet duiden. In de laatste jaren was ik ‘m uit het oog verloren, geen idee waarom, er was geen reden, geen oorzaak. En toen was ie er ineens weer.

    Het was vooral de Jezus in de titel die mij aantrok. Iemand die een klassiek avonturenboek als Robinson Crusoe kon omtoveren tot een wereld onder de romanwereld van het oorspronkelijke boek. Iemand die laat zien dat een boek (en dus in potentie elk boek!) ook slechts kan dienen als een topje van een ijsberg – en dat die heel verzonken massa ook nog onthuld kan worden in een nieuw kunstwerk (maar uiteraard niet helemaal!), nou, als die aan het werk was gegaan met zo’n beetje het bekendste verhaal van de Westerse beschaving, dat zou toch niet mis kunnen gaan?
    En dat ging het vanaf de eerste bladzijde niet. Ook al begon ik halverwege, want De schooldagen is het middelste van een trilogie, donderde dat totaal niet. Vanaf het allereerste begin en waar je ook begint, dit was en is precies wat ik zocht en zal blijven zoeken. Ik zat namelijk al een tijd in een leeswak, totdat ik deze boodschap van Coetzee tegenkwam. Lamgeslagen door teveel duiders en mensen die denken dat ze iets te zeggen hebben. Maar ziehier het wonder! Als een verslaafde gelovige las ik daarna De jeugdjaren– en de Dood van Jezus. (Full disclaimer: Niet als adoptiekinderen, maar keurig gekocht in de lokale winkel). 

    Eindeloos laafde ik mij aan de sobere, afgemeten, klinische  stijl van Coetzee, het wegkijken nadat een dramatische scène zich heeft voorgedaan, het spelen met verwachtingen als je heel groot JEZUS op drie boeken zet, en vervolgens het woord nooit meer verspreidt, de volstrekt unieke allegorie die zich voor jouw ogen ontvouwt, met alleen maar speldenprikken naar dat nieuwe testament, scènes in vervorming, een wereld waar Don Quichot als plaatsvervanger veel meer ruimte krijgt, waar ouders geen ouders zijn, wezen geen wezen, waar iedereen alleen maar als connectie met elkaar bestaat, zoals alles in relatie tot elkaar staat, zelfs de getallen en de sterren… maar bovenal een wereld waarin het plot en de verhalen die verteld worden niet zo belangrijk zijn, als de ideeën die deze verhalen vertegenwoordigen.

    Hoe makkelijk was het geweest om met wat simpele woordspelingen en flauwe verwijzingen dit evangelie te vertellen. Lees bovenstaande nog maar eens door, er zijn er genoeg te vinden. Dat is wat elke middelmatige schrijver zou doen.
    Maar niet Coetzee. Die schreeuwt: De ijsberg blijft een ijsberg! En dus zit ik na deze trilogie weer terug in het wak.

     

     


    Mike Naafs studeerde Film aan de Universiteit van Amsterdam, schreef in de beginjaren van Literair Nederland stukjes voor de site. Werkt nu als chefkok in een psychiatrische instelling, leest wel eens een boek.

  • Iedereen op hol geslagen

    Iedereen op hol geslagen

    Wranger kun je het je haast niet voorstellen. De Koeridsch-Iraanse dichter en journalist Behrouz Boochani vluchtte in 2013 naar Australië. Op zee werd hij door de Australische kustwacht opgepakt en op Manus vijf jaar lang in de Fox-gevangenis opgesloten, tot deze eind 2017 werd gesloten. Hij schreef zijn boek stukje bij beetje als WhatsApps op een oude, binnengesmokkelde gsm. De appjes stuurde hij naar zijn vriend Omid Tofighian, die ze in het Engels vertaalde. Met dit boek won Boochani onder meer uitgerekend de Australian Book Industry Award, wat net zo dubbel is als de hoop die Richard Flanagan in het voorwoord van dit boek uitspreekt. De hoop om Behrouz Boochani eens als ‘een grote Australische schrijver’ te mogen begroeten. In Nederland werd het indrukwekkende boek besproken door het boekenpanel bij De Wereld Draait Door.

    De natuur en de dood

    Het eerste beeld is herkenbaar: twee vrachtwagens die ‘hun bange, rusteloze passagiers door een slingerend, rotsachtig doolhof’ rijden. Dit landschap kan net als in de romans van Philippe Claudel overal zijn, maar op de tweede pagina wordt duidelijk waar het zich afspeelt: in Indonesië, op weg naar de oceaan. Het is niet de natuur die de angst verwoordt met donder en bliksem, maar het gebrul van een schreeuwende uitlaat. De vluchtelingen hebben bijnamen waar veel mensen mee aangesproken zouden kunnen worden, zoals: Jongen met de Blauwe Ogen, Tandeloze Dwaas en Pinguïn.
    En toch: de broer van De Jongen is verdronken, zijn lichaam kwam pas boven doordat het geluid van de dhol (een traditionele trommel) hem ertoe had aangezet. ‘Een muzikale relatie tussen de dood en de natuur’. Dat klinkt poëtisch, maar toch laat je het als lezer wel uit je hoofd om de veertig dagen waarin de ik-figuur ‘bijna verhongerde in de kelder van een piepklein hotel in Kendari’ symbolisch te duiden als de periode van een Bijbelse overgang ten goede.

    Een odyssee

    Niet dat er geen poëtische, cursief gedrukte gedeelten in het boek zitten die, achter elkaar gezet, een lang Homerus-achtig gedicht vormen. Niet voor niets heeft Behrouz Boochani het ook over zichzelf ‘in een odyssee storten’. Het doet denken aan de Koerdische verteltraditie die als inlassen aan recente opvoeringen van klassieke toneelstukken werden toegevoegd. Een voorbeeld uit het boek:

    ‘Ik ben een adelaar en vlieg boven de toppen
    Een rivier onder me volgt mij als ik voortga
    Vleugels van verlangen dragen me
    Ze stijgen hoger en hoger, nemen me mee de hemel in’

    Dan verschijnt een groot schip aan de horizon: ‘De Australische vlag wappert op het hoogste punt van het schip, waait vrij in de wind, in volle glorie’. Wat echter volgt, is gevangenneming en verbanning naar Manus, een eilandje in het midden van de oceaan, ‘uitgerekend vier dagen na het invoeren van een genadeloze wet’, die de Operation Sovereign Borders tot gevolg had, een door land- en zeemacht uitgevoerde grensbewaking vanuit een zero tolerance-beleid: geen enkele vluchteling mag meer het land in. Fotografen storten zich op de tientallen mensen. Volgens Behrouz Boochani omdat ‘ze volledig in de ban van een smerige politiek spel van hun overheid zijn en het spel meespelen. Het idee is dat we als waarschuwing gaan dienen, om mensen die bescherming willen zoeken in Australië te ontmoedigen’, of, zouden die foto’s er ook toe kunnen dienen om de publieke opinie te beïnvloeden? Zoals destijds de mensonterende foto’s van de gedetineerde Ali Shallal al-Qaisi in de Abu Ghraib gevangenis in Irak (2003), waardoor het beleid van George W. Bush nog meer onder kritiek kwam te staan.

    Ongerepte jungle

    Dwars door deze ellende heen steken de schitterende beschrijving van de zee en de natuur op Manus, gezien vanuit het vliegtuig, nog schriller af: ‘een bonte kleurenpracht, een waanzinnig kleurenspectrum. De oceaan ligt achter ons en we zien voor ons een prachtige ongerepte jungle’, maar daar wacht hen ‘een gevangenis van vuil en hitte (…) als een stad waar een plaag heerst en iedereen op hol geslagen is (…), als een dierentuin vol dieren met verschillende kleuren en geuren’. En dan, zonder ‘als’, maar met ‘is’: ‘Het is een jungle vol mensen’. Een krachtige manier om aan te geven hoe erg het is en het wordt  nog  erger. De enige manier om te ontsnappen aan alle ellende – die wordt omschreven als een kyriarchisch systeem (onderdrukking, overheersing, onderwerping) – vindt Behrouz Boochani in introspectie, in zich afzonderen, met ‘een innerlijke odyssee’ tot gevolg.

    Doormalende gedachten

    De uitkomst van Boochani’s introspectie zijn de meer essayistische passages. Bijvoorbeeld naar aanleiding van ‘dansvoorstellingen’ op en naast een tafel en een stuk over schaamte en uit balans raken. Het zijn deze gedeelten die het moeilijk maken door te lezen over alle narigheid die vluchtelingen moeten ondergaan. Schokkende details worden herhaald en nogmaals herhaald, als gedachten die blijven doormalen, de loop der dingen die zich herhaalt, als om de lezer ervan te doordringen dat er actie moet worden ondernomen. Zoals Amnesty International in mei vorig jaar na een zelfmoordgolf onder de gevangenen de Australische regering opriep om ‘te laten zien dat ze nog een greintje medemenselijkheid hebben door een einde te maken aan het mishandelen van vluchtelingen op Manus en ze naar Australië over te brengen’. De gevangenis werd gesloten en de vluchtelingen zullen worden opgenomen door onder meer de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland. 

    Tegenover deze herhalingen staan condensaties van verschillende gebeurtenissen tot een samenvallende ervaring: ‘Ik hoor gekreun. Ik hoor een kat. Ik hoor iemand “Moeder, moeder” prevelen’. Het zijn momenten waarop de sfeer verandert en nog grimmiger wordt, zo dat al kan: ‘De jungle lijkt somberder, donkerder dan ooit’
    Het kan twee kanten op gaan: onderwerping of opstand en ontsnapping. Het werd beide: eerst het laatste, gevolgd door een terugtocht naar de gevangenis. Onderdanig en gehoorzaam, vermorzeld en kapot. 

    Dit meesterlijke boek wordt afgesloten met een nawoord en een essay van Omid Tofighian, de al eerder genoemde bezorger van de Engelstalige editie. Rest een compliment aan de Nederlandse vertaler Irwan Droog, die de vele culturele, historische en politieke verwijzingen, poëzie en proza op een soepele manier tot een geheel wist samen te smeden.
    De auteur van dit adembenemende boek, dat je door de heftigheid ervan slechts mondjesmaat tot je kan nemen, is momenteel visiting professor aan de Birbeck University of London. Hij behoort tot één van de twaalfhonderdvijftig vluchtelingen die asiel zal worden verleend in de Verenigde Staten.

     

  • Oogst week 47 – 2019

    Alleen de bergen zijn mijn vrienden

    Deze week in de oogst een boek dat een ongewone geschiedenis verbeeldt, van schrijver Behrouz Boochani, de tweede roman van documentairemaakster Coco Schrijber en een nieuwe roman van de Franse schrijver Cristophe Botanski.

    Behrouz Boochani behaalde een master in de politieke wetenschappen, als journalist zette hij zich in voor de rechten en de cultuur van de Koerden in Iran. Toen er voor hem gevangenschap dreigde, besloot hij enkele maanden onder te duiken en in 2013 vluchtte hij naar Australië waar hij tegen alle verwachtingen in gevangen werd gezet op het eiland Manus, een uithoek van Papoea-Nieuw-Guinea. Op een naar binnen gesmokkelde mobiel beschrijft hij het leven in het kamp waar honderden mannen in veel te krappe ruimtes verblijven. Hoe beveiligers hun geweld te pas en te onpas gebruiken, de mannen vernederen. De uitzichtloosheid, de wanhoop en de zelfverminking. Alleen de bergen zijn mijn vriend is een Koerdisch gezegde en als boek een aanklacht tegen het onmenselijke vluchtelingenbeleid, geschreven op een mobiel. Nadat zijn boek door Australiërs massaal gelezen werd, ontvangt hij begin dit jaar de Australische Victorian Award, de jury heeft het over: ‘een mooi en precies schrijven dat literaire tradities uit de hele wereld door elkaar weeft’. Ondertussen wacht Boochina nog steeds op zijn papieren om als vrij man door het leven te gaan.

    Deze maand kwam het boek uit bij Uitgeverij Jurgen Maas in vertaling van Irwan Droog.

    Alleen de bergen zijn mijn vrienden
    Auteur: Behrouz Boochani
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    De voyeur

    De voyeur is de tweede roman van journalist en schrijver Christophe Boltanski (1962). Met zijn debuut De schuilplaats schreef Christophe Boltanski een monument voor een familie en de huizen waar ze woonden, hij won er verschillende prijzen mee. In De voyeur probeert een zoon het leven van zijn overleden moeder te reconstrueren aan de hand van haar troosteloze appartement waar ze van alles bewaarde en nooit schoonmaakte. Dan blijkt ook dat ze schreef, op een Olivetti-typemachine. Hij vindt het manuscript, over een voyeur. Dan blijkt dat zijn moeder haar eigen leven beschreven heeft en het vermoeden dat ze werd gadegeslagen. Over haar studententijd in de jaren vijftig aan de Sorbonne, tijdens het hoogtepunt van de Algerijnse oorlog. Is het werkelijk zijn moeder die in cafeetjes droomde van een heroïsch leven en zich aansloot zich bij de onafhankelijkheidspartij FLN? Ook in deze tweede roman schetst Boltanski, die niet voor niets journalist is, met veel details een levendig beeld van een Frankrijk ten tijde van radicale sociale verandering.

    De voyeur
    Auteur: Christophe Boltanski
    Uitgeverij: Cossee

    Ola en de dingen

    Coco Schrijber (1961) is documentairemaakster en publiceerde in 2015 haar eerste boek, De luchtvegers, een existentiele zoektocht. In haar tweede boek, Ola en de anderen, gaat het ook om een zoektocht, vanuit het perspectief van een kind. Verder is er geen vergelijk tussen haar debuut en deze roman. Ola is een explosief meisje, onverschrokken, meedogenloos. Ze is vol vuur, een vuur alsof dat bepaalde dingen uit haar hoofd moet verdrijven. Ze is steeds onderweg, rennend, zoekend, dwingend. Het ontwikkelingsverhaal van een kind, dat zich ergens van los moet maken, wat, is niet direct duidelijk. Maar gaandeweg het boek bedaart ze, vindt haar gelijke in een vriend. Een met vaart geschreven boek.

    In 2016 plaatsten we een interview met Coco Schrijber, door Carolien Lohmeijer.

    Ola en de dingen
    Auteur: Coco Schrijber
    Uitgeverij: Querido
  • Een parabel over liefde en trouw

    Een parabel over liefde en trouw

    Uitgeverij Cossee diept wel vaker oude vergeten pareltjes uit de literatuur op. Met Vrouw of vos, het meesterwerk uit 1922 van een van de illustere leden van het notoire Britse Bloomsbury genootschap, toont Cossee opnieuw haar fijne speurneus. David Garnett kwam na dit debuut vooral in de actualiteit door zijn escapades en vriendschappen met Virginia Woolf,  D.H. Lawrence, Joseph Conrad en H.G Wells; zijn veelbesproken affaire met Duncan Grant en het ultieme schandaal: zijn huwelijk met Angelica, de dochter van zijn voormalige minnaar. Het ten hemelprijzende niveau van zijn debuut bereikte de auteur daarna niet meer, maar zijn naam was gemaakt. Bovendien werd het werk beloond met de Hawthornden Prize en de James Tait Black Memorial Prize,  waardoor hij onmiddellijk tot de groten van zijn tijd behoorde.

    Metamorfose

    Uitgangspunt van het verhaal is een metamorfose. Op zich natuurlijk niet nieuw of origineel. Ovidius deed het hem voor bij de oude Romeinen toen bijvoorbeeld Apollo zijn Daphne in een laurierboom zag veranderen. Kafka liet Gregor Samsa in een kever veranderen in De gedaanteverwisseling. Dat Garnett zijn klassiekers kent, laat hij ook doorschemeren in zijn werk. Hij verwijst letterlijk naar deze voorbeelden. Het middeleeuwse oerverhaal over Reinaert de Vos noemt hij ook als inspiratiebron. Het echte idee kreeg de auteur echter toen hij op zijn geliefde platteland aan het wandelen was met zijn eerste vrouw. Garnett was een echte natuurliefhebber en samen trachtten ze vossenwelpen te spotten. Al vlug bleek dat het daarvoor niet het geschikte moment was en toen sprak hij de legendarische woorden: ‘We zullen niets te zien krijgen. Tenzij jij plotseling verandert in een vos. Ik zou zelfs niet verbaasd zijn.’ Zijn vrouw vond dit een fantastisch idee en Garnett had de basis voor een verhaal. Zijn vrouw was zo enthousiast dat ze het werk zelfs illustreerde met een aantal houtsneden.

    Mevrouw Vos

    In Vrouw of vos maakt de lezer kennis met de pasgehuwden Silvia en Richard Tebrick. Beiden houden van de jacht. Op een dag gaan ze op hun landgoed nabij Oxford de jacht bekijken en van het ene op het andere moment verandert Silvia in een vos. Meneer Tebrick staat perplex en helemaal verbouwereerd kijkt hij haar een halfuur in de ogen. Hij gaat ervan uit dat alles weer goedkomt en neemt zijn vosje mee naar huis. Daar doodt hij zijn honden en ontslaat zijn personeel en wil vooral verder leven alsof niets gebeurd is. Aanvankelijk verloopt alles goed: Silvia heeft nette manieren, draagt kleren en laat zich gewillig wassen en kammen. Ze luisteren samen naar muziek en spelen zelfs kaartspelletjes, zo goed en kwaad als het kan. Geleidelijk aan sijpelt echter de waarheid en de ware metamorfose door. Silvia kijkt verlekkerd naar de duif in haar kooitje en gaat op eendenjacht in de tuin. Op een gegeven moment is ze niet meer te houden en gaat zich te buiten aan een konijn. Meneer Tebrick wil haar koste wat het kost verder beschermen, maar beseft hoe langer hoe meer dat zijn vrouw daadwerkelijk een vos is geworden. Hij verliest alle controle en moet haar uiteindelijk loslaten. Zij leidt haar eigen leven en komt later trots op de proppen met een nest jongen.  Meneer Tebrick leeft verder in vertwijfeling en wanhoop.

    Liefdesverhaal met noodlottige afloop

    De manier waarop Garnett zijn verhaal aan de lezer voorstelt, is vrij uniek. Hij liet zich, naar eigen zeggen, inspireren door Daniel Defoe. Net als Defoe gebruikt een licht archaïsche stijl om een zekere afstand te scheppen tussen lezer en verteller, en spreekt vaak de lezer zelf aan om het verhaal zo geloofwaardig mogelijk te maken.
    De ware boodschap van het verhaal is in vele lagen te vatten. Wellicht de meest plausibele verklaring is dat een relatie niet in een strikt keurslijf te vatten is en dat een zekere vorm van vrijheid conditio sine qua non is om een relatie te doen slagen. Of gaat het om de liefde zelf, die altijd doorgaat, hoezeer de geliefde ook verandert? Misschien gaat het wel over het probleem van de huwelijkstrouw dat Garnett hier tot in het absurde doortrekt. In elk geval is Vrouw of vos een tragisch liefdesverhaal met een noodlottige afloop waarvoor geen allesomvattende interpretatie mogelijk is.

    Hoewel het verhaal pure fantasie is, is het evenwel zeer aangename literatuur. De frisse stijl waarin Garnett de lezer alles presenteert nodigt uit tot verder lezen en tot reflectie. Want daar is Garnett duidelijk in: hij wijst de lezer erop dat dit geen kindersprookje is met een happy end, maar een ernstige zaak waar de lezer moet meedenken en meevoelen. Dit hele gebeuren schetst hij met een ondertoon van humor en tragiek die verrassend genoeg uitstekend werkt. Deze late vertaling door Irwan Droog van een schitterend meesterwerk mag er zeker wezen.