• Oogst week 11 – 2020

    De vlakte

    De 81-jarige auteur van De vlakte, Gerald Murnane, is op zijn zachtst gezegd een enigmatische figuur. Zo zou hij nooit een computer hebben aangeraakt – dat wil zeggen: hij zou er in ieder geval nooit een manuscript op hebben getypt –, en zou hij nog nooit een voet in een vliegtuig hebben gezet. Hoewel hij oorspronkelijk van katholiek-Ierse afkomst is, woont en verblijft hij al zijn hele leven in Australië. Zijn fictie staat haaks op die persoonlijke werkelijkheid. In zijn romans overstijgt hij juist gebieds- en landsgrenzen. Ondanks of dankzij Murnanes zonderlinge levenshouding werd hij eens ‘de grootste auteur in het Engelse taalgebied (waar de meeste mensen nog nooit van hebben gehoord)’ genoemd (in The New York Times). De vlakte is een heruitgave, oorspronkelijk in het Engels verschenen in 1982, en bereikt nu voor het eerst een Nederlands lezerspubliek.

    In De vlakte strijkt een jonge filmmaker neer in Australië, waarmee een wisselwerking tussen werkelijkheid en fictie in gang wordt gezet. De beginzinnen zijn veelzeggend:

    ‘Twintig jaar geleden, toen ik voor het eerst op de vlakte aankwam, hield ik mijn ogen open. Ik zocht naar iets in het landschap wat leek te wijzen op een diepere betekenis onder het oppervlak.’

    De vlakte
    Auteur: Gerald Murnane
    Uitgeverij: Signatuur

    Hier zijn we

    Hier zijn we van de Britse schrijver Graham Swift gaat over drie jongeren die in een theater aan de pier van Brighton werken: Evie, Jack en Ronnie. Tegen de achtergrond van een voorspoedig, bruisend zomerseizoen komt de verhouding tussen de drie op scherp te staan. Die relatie tussen het algemene en het persoonlijke komt vaker terug in Swifts werk. Eerder schreef hij de historische novelle Moeders Zondag (Mothering Sunday), die in Nederland lovend werd ontvangen. Daarin speelt de nasleep van de Eerste Wereldoorlog in Groot-Brittannië een bepalende rol, maar wordt juist ook het particuliere perspectief van hoofdpersonage Jane Fairchild uitgediept in het tijdsbestek van één beslissende dag.

    Graham Swift schreef negen romans en schreef daarnaast korte verhalen, gedichten en essays. Hij won de Booker Prize met Last Orders (vertaald als Laatste ronde).

    Hier zijn we
    Auteur: Graham Swift
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De Parelduiker, Louis Paul Boon

    In het nieuwste nummer van De Parelduiker staat Louis Paul Boon (1912-1979), ook wel de ‘Vlaamse Multatuli’ genoemd, centraal. Hij is wijd en zijd bekend dankzij zijn magnum opus De Kapellekensbaan (1953), waarop in 1956 het vervolg Zomer te Ter-Muren verscheen. Boon werd lange tijd getipt als belangrijke kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur. Hij was niet alleen schrijver, ook zijn productie beeldende kunst valt ontzagwekkend te noemen.

    Geheel in lijn met het thema van de Boekenweek 2020, ‘Rebellen en dwarsdenkers’, wordt in De Parelduiker Boons rebelse imago binnenstebuiten gekeerd en aan een kritische herziening onderworpen, onder anderen door Boon-kenner Jos Muijres. Hoe kijken we met de kennis van nu naar Louis Paul Boon – wás hij inderdaad een rebel of dwarsdenker, of is dat vooral een rol die hem in retrospectief is toegekend?

    De Parelduiker, Louis Paul Boon
    Auteur: Eindredactie Hein Aalders
    Uitgeverij: Uitgeverij Vantilt
  • Als de geallieerden de oorlog hadden verloren

    Als de geallieerden de oorlog hadden verloren

    Philip K. Dick (VS, 1928 tot 1982), is vooral bekend als science fiction auteur. De man in het hoge kasteel is geschreven in 1962 en is nu opnieuw vertaald. Het bijzondere verhaal beschrijft een alternatieve geschiedenis: Duitsland en Japan hebben de Tweede Wereldoorlog gewonnen. Zij hebben de Verenigde Staten opgesplitst: het westen is bezet door de Japanners, het oosten door de Duitsers, in het midden is een neutrale zone. In dat neutrale gebied woont de schrijver Hawthorne Abendsen, wiens boek De sprinkhaan sleept zich voort, door de Duitsers is verboden. In zijn boek schetst Abendsen een wereld waarin de geallieerden de oorlog hebben gewonnen. De lezer krijgt nauwelijks te horen wat er in dat boek staat, wellicht gaat Dick er vanuit dat wij wel weten hoe die wereld er uitziet.
    De vergelijking van deze twee werelden zou interessant kunnen zijn. Hoe ziet een wereld waarin de nazi-ideologie zegeviert en directe afstammelingen van de ‘goden’ het voor het zeggen hebben, eruit?

    Een racistische samenleving

    Het lezen over een samenleving waar de fascistische ideologie in praktijk wordt gebracht, waar antisemitisme geoorloofd is, waar joden verdekt leven en sommigen ‘hun naam en neus veranderen’, waar openlijk racisme wordt bedreven, waar angst en wantrouwen heerst, is vervreemdend en voelt ongemakkelijk. Vooral omdat de toon waarop Dick over het leven in zo’n maatschappij vertelt normaal en gewoon klinkt, terwijl je weet dat dat niet zo is. Dat de bevolking van Afrika door de nazi’s is uitgeroeid en zij vervolgens naar dat continent alle rassen transporteren die in hun ogen minderwaardig zijn, – en dat zijn niet alleen Joden – wordt terloops gemeld.

    We weten allemaal hoe verschrikkelijk het leven in Europa in de jaren 1939-1945 was, maar Dick beschrijft het leven in een fascistische maatschappij alsof dat normaal is. Mensen zijn wantrouwend, op hun hoede, er is onderling verraad en de onderlinge verhoudingen worden vooral getypeerd door uiterlijkheden: ‘spleetogen’, ‘smous’, etc. We lezen over het leven in een racistische samenleving, alsof zo’n maatschappij toekomst heeft. Het voelt des te ongemakkelijker wanneer je je realiseert dat in de huidige westerse maatschappij uitingen van racisme steeds meer en vaker voorkomen. Wanneer je Dick leest, besef je eens te meer wat een heilloos pad dat is.

    San Francisco

    Het verhaal speelt zich af in het door de Japanners bezette westen van de VS en dan vooral in San Francisco. De veelal Duitse personages komen elkaar daar tegen en wat opvalt is dat alles draait om echtheid c.q. onechtheid, waarheid of leugen, vervalsingen, vermomming en oplichting. Zo is er een Zweed die op een geheime missie naar San Francisco reist en besluit zijn verhulde joodse identiteit te onthullen aan een medereiziger: ‘Ik heb mijn neus en mijn poriën laten verkleinen. Mijn huid chemisch lichter laten maken en de vorm van mijn schedel laten veranderen. Kortom, fysiek kan niemand mij erop vastpinnen. Ik kan me tot in de hoogste nazi-kringen bewegen en doe dat vaak ook. Niemand zal het ooit ontdekken. En ik ben niet de enige. Wij zijn niet dood. We zijn er nog. We leven onopgemerkt door’.
    De filosofische beschouwing over hoe de wereld er aan toe is en wat daarvan te denken, die vooraf gaat aan deze onthulling, verraadt de politieke of zo men wil existentiële vragen die in het verhaal aangeroerd worden. Antwoorden komen er niet en aan het eind van het boek wordt de Zweed gearresteerd omdat hij ervan verdacht wordt een nazi-spion te zijn.

    Sieradenmaker, Frank F(r)ink – hij heeft een ‘r’ in zijn naam gezet om minder joods te klinken – maakt samen met een collega valse sieraden en verkoopt nieuwe pistolen als antieke. Via Robert Childan, die Amerikaanse voorwerpen aan Japanners verkoopt, probeert hij zijn valse waar te slijten. Ook hij wordt uiteindelijk ‘ontmaskerd’. Zijn ex-vrouw Juliana geeft judolessen in de neutrale zone. In een café pikt zij een Italiaanse vrachtwagenchauffeur op die het verboden boek van Abendsen in zijn bezit heeft. Zij leest dat en samen besluiten Juliana en de vrachtwagenchauffeur de schrijver te gaan opzoeken om hem te vragen waarom hij dat boek heeft geschreven. De schrijver zou uit veiligheidsoverwegingen in een hoog, onneembaar huis wonen – het hoge kasteel uit de titel – maar het blijkt gewoon een bungalow te zijn, weggestopt achter struikgewas en badend in het licht (ook weer een tegenstelling).

    Als antwoord op haar vraag zegt Abendsen dat hij het boek heeft geschreven met behulp van de hexagrammen uit de I Tjing. En het orakel had hem ook ingefluisterd dat in werkelijkheid de Duitsers en de Japanners de oorlog hebben verloren.
    Dick is gefascineerd door de I Tjing, Het boek der veranderingen, dat een oud Chinees systeem van kosmologie en filosofie beschrijft. De achtergrond van deze filosofie is het ‘het in evenwicht brengen van tegenstellingen’, ‘de evolutie van gebeurtenissen als een proces’, en ‘de acceptatie van het onvermijdelijke’. Aanhangers beschouwen het boek als een uitdrukking van wijsheid en filosofie van het oude China, nog becommentarieerd door de grote Confucius….

    Waardering

    Zoals uit de voorbeelden hierboven misschien al duidelijk is geworden; het is een ongewoon boek dat niet gemakkelijk leest. Dat komt niet alleen door de vreemde gebeurtenissen die zich voordoen en de eigenaardige personages die erin voorkomen. Ook de vele vragen die de personages zichzelf stellen, zonder dat zij beantwoord worden, maken het lezen van dit verhaal verwarrend.
    De losse compositie van het verhaal, de vlakke taal en het ontbreken van beeldend taalgebruik maken dat het boek niet ‘lekker leest’.
    Het is één grote poppenkast en hoewel de wegen van die personages zich op een gegeven moment wel kruisen, blijf je je afvragen wat zij met elkaar te maken hebben en hoe het nou eigenlijk allemaal zit. De onderlinge verbanden worden niet duidelijk. Waarom raadplegen de personages de I Tjing wanneer ze een belangrijke beslissing moeten nemen? We kunnen er over filosoferen en misschien is dat wel wat de schrijver met het boek beoogd heeft. Op zich is het een aardig experiment, te overdenken hoe de wereld eruit zou zien wanneer de geallieerden de oorlog hadden verloren. Rest de vraag waarom het boek ruim 40 jaar na dato is vertaald.

     

  • Door Christine de Jong

    Door Christine de Jong

    De Britse schrijver Toby Litt is met Journey into Space in het alfabet inmiddels aangekomen bij de letter J, na Adventures in Capitalism, Beatniks, Corpsing en nog zes titels. Een deel van zijn werk is vertaald, maar vreemd genoeg is daarbij niet deze alfabetische volgorde aangehouden. Finding myself is nu Zelfbeeld geworden en dat is natuurlijk een correcte vertaling, maar waarom niet het alfabet gevolgd, zoals Litt dat doet?

    Ik ben de drummer van de band okay is het verhaal van – inderdaad – de drummer van een band genaamd okay. Deze Canadese groep vertoont trekjes van bands als The Doors en Guns N’ Roses: een rockband met een enigszins ontspoorde leadzanger. Begonnen als scholieren in achterafzaaltjes groeien ze in de loop der jaren uit tot een stadionband met fans over de hele wereld. Leadzanger Syph, bassist Mono, slaggitarist Crab en drummer Clap zijn vaak maandenlang op reis, altijd en overal omringd door meisjes, heel veel meisjes. Werkelijk alle clichés over rockbands komen langs: drank, drugs, seks, groupies, nog meer drugs, overdoses, te magere fotomodellen en eenzame hotelkamers. Ook de ruzies, solocarrières, foute managers en comebacktournees ontbreken niet.

    Gaandeweg groeit de chaos in hun levens en met name in dat van Syph. Diens grootste gave volgens Clap: schaamteloosheid ? zoals een echte leadzanger betaamt. De overige bandleden moeten Syph regelmatig redden van foute vriendinnetjes, uit dichtgeplakte huizen en zelfs een keer uit een boomhut middenin het Zwarte Woud. Litt schetst het beeld van een zelfdestructieve, heroïneverslaafde doch zeer charismatische zanger, type Jim Morrison, onder wiens aanvoering okay wereldberoemd wordt.

    De vier bandleden groeien naarmate ze ouder worden steeds verder uit elkaar. Drummer Clap is het stille, huiselijke type, dat zich bij tijd en wijlen afvraagt wat hij eigenlijk met zijn leven aan het doen is. Hij noemt het zijn ‘nietsisme’, ‘dat ik afwezig ben in mezelf’. Hij is zich terdege bewust van zijn eigen beperkingen ? als drummer, maar ook als zoon, vriend, man ? en die van het leven dat hij leidt. Na het overlijden van zijn vader belandt hij in een crisis, waar hij uitkomt door het boeddhisme en meditatie. En nadat hij Esther ontmoet heeft, ontdekt Clap dat hij zich uiteindelijk het prettigst voelt bij vrouw en kinderen thuis in Vancouver.

    De band okay en de vriendschap met Mono, Crab en Syph blijven ondertussen wel de rode draad door zijn leven en hoe belangrijk die verbondenheid is, blijkt als er zich drama’s voordoen, zoals een overdosis van Syph of wanneer Clap ziek wordt. Pas als van de vier bandleden er nog maar drie over zijn, houdt de band op te bestaan. Aardig is hoe de auteur de vorm (het verhaal van drummer Clap, zoals verteld aan…) vasthoudt tot het einde: op de laatste bladzijden staat een discografie (‘incompleet’) van de band okay.

    De kracht van deze roman zit vooral de beschrijvingen van de vele mensen om Clap heen: het meisje op straat in Rotterdam, zijn vader en moeder, Esther, de familie van een jonge fan die zelfmoord heeft gepleegd, de doodzieke Mike in het ziekenhuis. Met lichte spot en af en toe een beetje sentimenteel schrijft Litt een verhaal over ouder wordende rockers, muziek, vriendschap, liefde en trouw.

    Toby Litt is een buitengewoon ambitieuze auteur die voor geen enkel genre lijkt terug te deinzen. Zo is zijn laatste boek een sciencefictionverhaal en schreef hij eerder een parodie op chicklit. Of Litt in alle genres even succesvol zal zijn, moet nog blijken, maar zijn bijdrage aan het Nick Hornby-achtige, lad lit-genre, waar Ik ben de drummer van de band okay toe gerekend kan worden, is in elk geval zeer geslaagd: humoristisch, ontroerend, zeer goedgeschreven.

    Toby Litt, Ik ben de drummer van de band okay. Anthos, paperback, 288 p., € 19,95 Vertaling: Irving Pardoen