• Wat moeten wij van Edmund vinden?

    Wat moeten wij van Edmund vinden?

    In Het Italiaanse meisje laat Iris Murdoch haar hoofdpersoon Edmund, een zoon die zijn familie is ontvlucht, terugkeren naar zijn ouderlijk huis voor de begrafenis van zijn moeder. Edmund is grafeur en zijn broer, Otto, steenhouwer. Deze laatste woont nog altijd thuis, met zijn vrouw en tienerdochter. En dan zijn er nog de broer en zus in het tuinhuisje, David en Elsa Levkin, Russische joden die hun land zijn ontvlucht, en de eerder gestorven vader wiens aanwezigheid nooit helemaal verloren is gegaan. Vijf levende personages, twee dode en… het Italiaanse meisje, de zoveelste in een rij van meisjes: dienstbode, kindermeisje en meer! 

    Een titel die werk verricht

    Misschien het meest fascinerend aan Het Italiaanse meisje is de titel. Het meisje, Maggie, allang geen meisje meer, wordt pas op pagina 22 terloops geïntroduceerd en dan ook nog als de laatste van vele meisjes. Daarna duurt het twintig pagina’s voor ze opnieuw wordt genoemd en ook hier staat niets echt opzienbarends, een patroon dat zich nog meermaals herhaalt. En toch, die titel! Er moet iets met Maggie zijn, maar wat? De spanning die zo ontstaat weet Murdoch vakkundig uit te buiten. Het geeft het verhaal, een familieroman vol psychologische verwikkelingen, een extra dimensie, een dreiging bijna zelfs. Wat houdt Murdoch achter? Wat staat de personages en de lezer te wachten? 

    Zelfverachting

    Het Italiaanse meisje is een boek dat zich leent voor leesclubs. Dit betekent niet dat je iets mist als je het zelf leest, maar met anderen is het wellicht net iets leuker. Want, wat gebeurt er nu eigenlijk tussen het Italiaanse meisje en de hoofdpersoon en hoe verhoudt zich dat tot vroeger? Misschien nog discussiewaardiger is de vraag wat voor iemand Murdoch met haar Edmund heeft willen neerzetten. Is hij bedoeld als een sympathieke invoelende man of toch eerder als een ietwat pedant, omhoog gevallen type dat denkt dat hij een positieve bijdrage kan leveren aan ieders leven maar dat helemaal niet doet?

    Kan het erger?

    Murdochs roman bestaat uit drie delen en volgt daarmee een traditionele drie-akten structuur van een tragedie: expositie, confrontatie, conclusie. Paradoxaal genoeg boeit juist het eerste deel het meest. Murdoch blinkt uit in psychologisch vernuftige beschrijvingen van personages en hun interactie, van een zoon die het lichaam van zijn dode moeder bekijkt.

    ‘Ik keek naar wat daar voor me lag met een afgrijzen dat geen liefde of medelijden of droefheid was, maar meer een soort angst. Natuurlijk was ik nooit wérkelijk aan Lydia ontsnapt. Lydia zat in me, in de diepste diepten van mijn wezen, er was geen afgrond en geen duisternis waar zij niet was. Zij was mijn zelfverachting.’

    De stilte en diepgang die Murdoch inbrengt worden in zekere zin verstoord door de stroomversnelling waarin het verhaal in het tweede deel terecht komt. Was ze bang dat de lezer zich zou vervelen? Het is alsof ze zich elke zoveel bladzijden afvraagt wat ze kan doen om de crises waarin haar personages zich bevinden verder te vergroten. Ook hierdoor doet het boek denken aan een tragedie. Bij momenten heeft het het schreeuwerige dat soms op het toneel te zien is, waarbij gebeurtenissen en emoties alleen maar ‘waar’ kunnen zijn als ze enorm worden uitvergroot. Gelukkig hervindt Murdoch in het derde deel haar meer subtiele en doordachte schrijven. 

    Beitelen en graveren

    Twee broers, een grafeur en een steenhouwer, en ook Murdoch beitelt. Of grafeert. Woord voor woord, waardoor er een verhaal ontstaat dat zo trefzeker klinkt dat je als lezer nergens de behoefte voelt de tekst stilletjes aan te passen. De beschrijving van het Italiaanse meisje laat lang op zich wachten. Pas op pagina 123 komt Murdoch eraan toe.

    ‘Haar bleke, benige gezicht had een nogal ontmoedigde, lege uitdrukking en haar grote, donkere, strenge ogen waren een beetje bedauwd door de ui. Een sterk geprononceerde arabesk bij het neusgat vond zijn weerklank in de boog van de lange, dunne mond. Het was een fel en intelligent, maar onbeschermd gezicht. Haar overvloedige haar, streng naar achteren getrokken, kwam uit in een lange, rondgedraaide knot, zwart als onyx, glanzend als lak.’

    Murdoch publiceerde Het Italiaanse meisje in 1964, maar vandaag, 61 jaar later voelt niets in het boek gedateerd. Ongezonde familiedynamieken en de gruwelijke manier waarop een mengeling van liefde en slechte gewoontes de familieleden daarin gevangen houden zijn van alle tijden. Juist dat weet Murdoch over te brengen in deze scherp geschreven roman.

     

     

  • Wat ik niet weet

    Wat ik niet weet

    Met schrijvers is het net als met kinderen in een groot gezin. Niet iedereen krijgt de aandacht die het verdient. Een gedachte die ontstond toen ik lezend in Deus Ex Machina met de neus op het feit werd gedrukt dat ik nooit iets van Iris Murdoch heb gelezen. Tussen de vele boeken ontsnapten die van haar telkens aan mijn aandacht. Ik zag heus weleens vanuit mijn ooghoeken een boek van Murdoch voorbij komen, maar dan drong een ander kind, (ik bedoel schrijver) zich naar voren, ging er met mijn aandacht vandoor.

    Dit weekend was ik in Utrecht bij Boekfest in Tivoli. Ik bezocht het programma ‘Op Schouders van Reuzen.’ Schrijvers vertelden over de schrijvers op wiens schouders zij stonden. Namen als Jeroen Brouwers, Simenon en Albert Camus vielen. De dag ervoor was er een Lezersmars, tegen het verwijderen van bepaalde literatuur van scholen en uit bibliotheken. Ik dacht aan schrijvers zoals Murdoch, die niet vergeten mogen worden. Er is iets te herstellen, iets om in te halen.

    Begin dit jaar gaf uitgeverij Cosimo Murdochs roman Het Italiaanse meisje opnieuw uit. Het verscheen gelijktijdig met deze editie van Deus Ex Machina, gewijd aan leven en werk van schrijver en filosoof Iris Murdoch (1919-1999). Er is veel dat ik niet wist, en hoe heerlijk dat is. Zo schreef Murdoch als fan van Jean-Paul Sartre het eerste Engelstalige boek over zijn filosofie en zijn romans. Naast haar filosofische werk, schreef  ze zesentwintig romans. Haar schrijversleven als romancier, filosoof, brievenschrijver en dichter wordt in essays en brieven vanuit het nu gericht aan de schrijver, voor het voetlicht gebracht.

    Zoals Lotte Spreeuwenberg (publieksfilosoof) die zich in een brief tot Murdoch richt. Een dode schrijver kun jr naar je hand zetten, gedachten toebedelen waarvan je nooit zult weten of ze hen ook echt pasten. Vooreerst lees ik met enige scepsis de aanhef van de brief, ‘Dag Iris, Ik schrijf je – mag ik je zeggen?- vanuit een wereld die jou vreemd zou voorkomen.’

    Maar dan, verderop in de brief word ik – misschien kwam het door Kristina Train die op dat moment op melancholieke tonen ‘Saterdays are the Greatest’ de kamer inzingt, (‘When you wake with someone / And you read the morning papers / In a little patch of sun’) – weemoedig van de woorden die volgen. Maken het schrijven aan Iris Murdoch opeens liefdevol. Spreeuwenberg schrijft Murdoch over huidige genderstudies. ‘Ik stel me zo voor dat dat jou bekend voorkomt: het verwijt niet vrouwelijk genoeg te zijn. Met jouw uiterlijke expressie, directheid en vrije liefdesleven. (…) Jij schrijft niet hoe ras, klasse of gender invloed hebben op de liefdevolle aandacht die jij zo belangrijk vindt. Er zit een gat in je morele filosofie als het op sociale en politieke zaken aankomt. Maar ergens, diep in de basis, zit het er toch. Onomstotelijk, zo lees ik je werk tenminste. Of ligt dat aan mij?’ Zo mooi dit is.

    Murdoch benadrukte, ‘Liefde is het gewaar worden van individuen. Liefde is het extreem moeilijke besef dat iets anders dan jezelf echt is. Liefde, en dus ook kunst en moraal, is het ontdekken van de realiteit.’ Een credo van alle tijden en doet een appél op barmhartigheid. Dat liefde het ‘extreem moeilijke besef’ is ‘dat iets anders dan jezelf echt is’.
    Dat zegt wat. Evenals deze ode aan Iris Murdoch door jonge schrijvers  bezongen in dit literaire tijdschrift.

    De laatste pagina’s zijn gereserveerd voor nieuw (mooi en indringend) werk van Mirthe Wouters, Anne Louïse van den Dool, Eelco Couvreur, Vincent Meenen, Louky van Eijkelenburg en Tessa Guijt. Alles zeer aansprekend, lezingswaardig. Dat een literair tijdschrift er is om belangrijke schrijvers te behoeden voor vergankelijkheid. Dat ik nu Iris Murdoch wil lezen, te beginnen met The Bell, Het Italiaanse meisje en tipte een onze poëziecolumniste me, ‘lees vooral ook The Unicorn’. Dat er schrijvers zullen zijn (of komen) die op de schouders van Iris Murdoch staan.

     

     

    Deus Ex Machina nr. 192 / juli 2025 / € 12,50


    Inge Meijer schrijft over het snijvlak waar literatuur en het leven elkaar raken.

     

  • Oogst week 17 – 2025

    Het Zwarte Raam

    Een man en een vrouw wonen in een klein huisje op een immense witte vlakte. De vrouw schrijft binnen aan haar boek. De man gaat naar belangrijke vergaderingen buiten de deur. Zo hebben ze het afgesproken. Maar wat voor werk hij doet weet ze niet en hij weigert erover te vertellen. Het is gewichtig, zeer gewichtig, zegt hij. De vergaderingen duren iedere dag langer en hij komt steeds later thuis. Nee, hij kan haar er echt niets meer over vertellen. Uit liefde, zegt hij. En het is beter dat ze niet doorvraagt. Want buiten bestaat binnenkort niet meer. Achterdochtig geworden vraagt de vrouw raad aan een gedachtelezer, waarna de hele situatie ontwricht raakt.

    Micha Hamel (1970) is componist en dichter. Hij componeert opera, melodrama, musical en interdisciplinaire voorstellingen met bijvoorbeeld games en beeldende kunst. In 2021 verscheen bij Orkater de muziektheatervoorstelling Het Zwarte Raam met tekst en muziek van Hamel. Het Zwarte Raam is een poëtisch weefsel van muziek en taal, een sprookjesachtig verhaal over de laatste twee mensen op aarde.

    Samen met animatiekunstenaar Demian Albers maakt hij poëtische ervaringen voor virtual reality. Van zijn zes dichtbundels werd de meest recente, Is daar iemand, genomineerd voor de Herman de Coninckprijs. Ook is hij dirigeercoach in het televisieprogramma Maestro.

    Het Zwarte Raam
    Auteur: Micha Hamel
    Uitgeverij: Uitgeverij Pluim

    Hoofdzaak

    Wanneer er bij een hersenoperatie iets fout gaat zijn de gevolgen niet te overzien. Hoofdzaak is een literaire roman vanuit het perspectief van de patiënt- en de arts geschreven door een arts die ooit door het Medisch Tuchtcollege werd veroordeeld.

    De auteur Roy van der Zwaard is psychiater en psychotherapeut,  hij volgde de Schrijversvakschool in Groningen en schreef naast Hoofdzaak diverse korte verhalen. Hij verloor ooit zelf een tuchtzaak en terecht, zoals hij zelf toevoegt.

    Dorine Welgemoed is kapster, door een ongeluk verliest ze haar kapsalon, maar ook haar gezondheid. Vervolgens is haar man Theo chronisch ziek en haar wereld stort in. De vooraanstaande neurochirurg Joost van Kesteren probeert via een hersenoperatie Theo’s beperkingen op te heffen. Maar hij is overmoedig en neemt een groot risico. Daarbij laat hij zijn arts-assistent Soumaya handelingen verrichten die zij nog niet beheerst. Er ontstaat een dramatische situatie waarop een tuchtzaak volgt. Dorine betaalt in haar strijd voor genoegdoening een hoge tol en is Joost bereid zijn ondergang te voorkomen?

    Hoofdzaak is een roman over verlangen en verlies. Ondanks de thematiek is de toon lichtvoetig en omdat de verschillende perspectieven van patiënt en betrokken artsen belicht worden geeft het boek veel inzicht in medische zaken en hoe een tuchtzaak in zijn werk gaat.

    Hoofdzaak
    Auteur: Roy van der Zwaard
    Uitgeverij: Uitgeverij Gist

    Het Italiaanse meisje

    De manipulatieve moeder van Edmund is overleden. Hij keert terug naar het huis in het noorden van Engeland, om haar begrafenis bij te wonen. Zijn plan is weer met de volgende trein te vertrekken. Maar hij wordt vastgehouden in een ongezonde situatie, zijn broer Otto en schoonzuster Isabel, van wie hij is vervreemd brengen hem op de hoogetr van geheimen en roddels, zijn nichtje Flora is geen kind meer en Otto’s nieuwe leerling David en zijn zuster sturen de boel helemaal in het honderd. In de loop van verschillende dramatische onthullingen ontdekt de levensschuwe Edmund de verrassendste waarheden, niet alleen over zijn verwanten, maar ook over zichzelf. Maggie, het Italiaanse kindermeisje, speelt een onopvallende maar belangrijke rol in het verhaal.

    De Ierse Iris Murdoch (1919-1999) was een filosofe die haar inspiratie haalde bij Plato en Simone Weil. Ze behoorde tot een van de grootste schrijvers van de vorige eeuw. Haar werken staan bekend om hun complexe personages, morele dilemma’s en zwarte humor. The Italian girl kwam oorspronkelijk uit in 1964 en is een van haar dunste romans. In haar kenmerkende meeslepende stijl, met elementen van de gothic novel legt ze complexe menselijke relaties, morele vraagstukken met psychologische diepgang bloot. Het Italiaanse meisje  is een indringende filosofische roman over schuld, liefde en verlossing.

    Het Italiaanse meisje
    Auteur: Iris Murdoch
    Uitgeverij: Uitgeverij Cosimo