• Oogst week 19 – 2025

    De naaister en de wind

    De ik uit De naaister en de wind van de Argentijnse schrijver César Aira (1949) is een jaar of negen en speelt met zijn vriendje Omar op straat, waarbij ze in de lege oplegger van een vrachtwagen klimmen. ‘We probeerden elkaar angst te jagen, wat vreemd was zo midden op de dag en ook hadden we geen maskers en vermommingen (…) de angst bleek effectiever dan verwacht. Bij de eerste poging was die al buitensporig. Omar begon. Ik ging op de vloer zitten, dicht bij de rand aan de achterkant, en hij ging tegen de wand aan de andere kant staan. Hij zei “nu” en kwam met zware, trage stappen en zonder bekken te trekken of gebaren te maken (dat was niet nodig) op me af. De angst die me beving was zo groot dat ik mijn ogen moet hebben dichtgedaan. Toen ik ze weer opende was Omar er niet meer.’

    Maar het is niet Omar die verdwenen is maar de ik, wiens moeder, de naaister, denkt dat haar zoon per ongeluk ontvoerd is in een vrachtwagen. In paniek gaat ze er met een taxi achteraan. De vader gaat haar weer achterna, in een rood vrachtwagentje, en in een blauw autootje volgt ook de zwangere klant van de naaister, wat een kolderieke achtervolging oplevert. De vader vergokt zijn vrachtauto, de zwangere vrouw baart een monster en de naaister wordt de liefde verklaard door de zuidenwind, een soort opperwezen van de pampa.

    Het klinkt als een komische avonturenroman, maar het boek, oorspronkelijk uit 1994, heeft ook horror- en filosofische elementen, vleugen Zuid-Amerikaans magisch realisme, dadaïsme en surrealisme. Aira weeft er meeslepende herinneringen aan zijn jeugd en geboorteplaats Coronel Pringles (provincie Buenos Aires) en andere overpeinzingen doorheen. Hij wordt gezien als een van de origineelste Zuid-Amerikaanse schrijvers en publiceerde meer dan honderd titels.

     

    De naaister en de wind
    Auteur: César Aira
    Uitgeverij: Koppernik 2025

    Overgave op commando

    Hoofdpersoon Schelvis uit Overgave op commando van Nadia de Vries (1991) droomt ervan een meester te zijn, maar is in plaats daarvan een dienaar. Man noch vrouw is die een ‘soort avatar’ zegt Nadia de Vries in een interview met de Noord-Hollandse Dagbladcombinatie. ‘Diens identiteit wordt steeds bepaald door de manier waarop anderen hen indelen op de klassenladder.’

    Schelvis woont in een dorp aan zee onder de rook van een staalfabriek, heeft een litteken op het gezicht en blauw haar. De meeste dorpelingen werken in de zwarte wolken gruis uitstotende fabriek. Het ‘bezorgde ons rijbewijzen en gevulde koelkasten, we namen de wolken voor lief, alhoewel zij natuurlijk ook nadelen kende. Dankzij de fabriek bezat geen van ons witte kleren. Zelfs de communiejurken werden grijs na een middag aan de waslijn.’ (…) Net als de mensen in de fabriek zagen de orderpickers zelden zonlicht. Hun levens ontvouwden zich in afgesloten ruimten zonder ramen en zonder een klok aan de muur.’ Schelvis ziet een betere toekomst voor zich en besluit naar de stad te vertrekken, weg van diens lage sociale omgeving.

    De Vries kent de omstandigheden waarin ze Schelvis plaatst – haar ouders waren arbeiders – al werd zijzelf door een auto-immuunziekte aan huis gekluisterd. ‘Dit boek is voor mij een experiment,’ zegt ze in het interview. ‘Het onderzoekt de vraag wat er van mij geworden was als ik niet de jeugd had gekregen die ik heb gehad. En ook als ik niet de motivatie had gehad om ergens uit te breken.’ Schelvis is een optimistische personage omdat die ‘wel dingen probeert, maar het ook accepteert wanneer ze niet lukken. Ik denk dat dat een grote wijsheid en kracht laat zien.’ Ondanks dat Schelvis geen geld heeft en nog niet weet hoe de wereld in elkaar zit, ondanks tegenslag, weet die toch beetje bij beetje succes te bereiken.

     

    Overgave op commando
    Auteur: Nadia de Vries
    Uitgeverij: Pluim 2025

    Het verhaal over Mevrouw Berg

    Het verhaal over Mevrouw Berg is een bundel van vijf verhalen geschreven vanuit het perspectief van een kind. Voor kinderen en jongeren is de wereld vaak nog raadselachtig en magisch. In de verhalen uit Het verhaal over Mevrouw Berg ontmoet iemand de eerste liefde, komt een ander erachter dat ze erg op Janis Joplin lijkt, is helderziendheid een onderwerp en gaat een vertelling over glimwormen en kaarten.

    Mevrouw Berg uit de titel van het boek is een hamster waarvoor het kind een grote liefde heeft opgevat. ‘Maar toen ik het weekend daarna kwam, zag ik dat Mevrouw Berg geen eten had gekregen, want ze had aan haar molentje geknaagd. Ik zei tegen mama: “Je moet niet vergeten om haar elke dag eten te geven.” “Nee,” zei mama.”’ Ze stond bij de gootsteen. Maar ze waste niet af. Ze staarde naar de muur en beet alleen op haar lip. “Zal ik je helpen afwassen?” vroeg ik, en ik pakte de theedoek. We deden de afwas. Daarna rende ik naar mijn kamer en knuffelde heel lang met Mevrouw Berg. Die avond zaten haar wangen helemaal vol met zaad.’

    De Noorse schrijver en journalist Ingvild H. Rishøi (1978) heeft in haar boeken vaak het raadselachtige en beangstigende van relaties tussen mensen tot onderwerp, vaak in melancholische sfeer. Ze schreef drie kinderboeken, drie verhalenbundels en de novelle Stargate waarvan de film in oktober van dit jaar uitkomt. Met Stargate en de bundel Winterverhalen verwierf Rishøi grote bekendheid.

     

    Het verhaal over Mevrouw Berg
    Auteur: Ingvild H. Rishøi
    Uitgeverij: Koppernik 2025
  • Klein leed onder een vergrootglas

    Klein leed onder een vergrootglas

    De drie novelles in Winterverhalen van de Noorse Ingvild H. Rishøi (1978) hebben eenzelfde thematiek. Jonge volwassenen staan in een winterse wereld op straat, zonder geld, zonder toekomst en met de zorg voor kinderen. Schrijnend en ontroerend, maar hoopvol, want de hoofdpersonages worden steeds op het dieptepunt van hun situatie gered door een welwillende voorbijganger.

    Een prachtige en sterke thematiek, die mooi aansluit bij de kerstgedachte. In We kunnen niet iedereen helpen probeert een jonge moeder met haar dochtertje, Alexa, thuis te komen. Het is ijzig koud en het regent. Ze moeten lopend naar huis, want ze heeft net niet genoeg geld voor de bus. Wanneer haar vijfjarig dochtertje in haar broek plast, ontstaat een dilemma. Ze moet een droge onderbroek voor haar kopen, bovendien wil Alexa wat geven aan een dakloze man. ‘Hij heeft een hoody aan. Hij glimlacht. “Ik had nog wat kleingeld,” zeg ik. Ik pak mijn portemonnee en rits hem open. Achter ons begint een sirene te loeien, Alexa legt haar handen over haar oren. Dan stopt de sirene en Alexa laat haar handen zakken en ik laat de munt vallen. Dan zie ik wat voor munt het is. Maar het is te laat. Het is een munt van twintig kronen. Ik wilde er één van tien geven. Nu is het te laat.’

    Met de moed der wanhoop stapt de moeder even later met haar dochtertje een winkel binnen om van haar allerlaatste geld een onderbroek te kopen. In het pashokje, terwijl ze hannest met de onderbroek en haar dochter, trekt de wereld van haar leven in haar gedachten voorbij. De onverantwoordelijke vader van het kind, het moeizame opvoeden, en de troostrijke onbevangenheid van Alexa. In die gedachtestroom komt de hopeloosheid van haar situatie tot uiting en staat de redding van die dag achter het gordijn.

    Een vader voor zijn zoon

    De goede Thomas beschrijft de moeizame situatie van Thomas, die net vrij is uit de gevangenis. Hij wil een kussen kopen voor zijn zoontje, Leon, hoewel hij eigenlijk niet weet hoe hij dat moet doen. Toch probeert hij contact te maken met de verkoopster. Hij kent zijn zoontje nog niet, maar heeft gehoord dat hij slecht slaapt. Na zijn tijd in de gevangenis moet hij ook weer nader komen tot Live, de moeder van zijn kind. Als hij toevallig een oud schoolvriendinnetje ontmoet, raakt Live weer op de achtergrond. Hij doet en zegt steeds de verkeerde dingen en alles dreigt te ontsporen. Thomas is geen slechte jongen, alleen maakt hij de verkeerde keuzes. Hij wil zo graag, maar kan het niet.

    Flashbacks naar gesprekken met een psycholoog in de gevangenis, en herinneringen aan hoe hij Live ontmoette en hun onenightstand, geven wat achtergrondinformatie over zijn situatie. Live kende alleen zijn naam. Ze probeerde hem, de vader van haar kind, te vinden toen Leon geboren was. Helaas er zijn zoveel Thomassen. ‘En lang voor die tijd, toen ik de zevende was die Thomas heette en Live me opbelde om te vertellen dat ik vader zou worden, zei dat we moesten afspreken om te praten en het was alsof God de hele hemel opende en het allermooiste over me uitstortte.’ Die flinterdunne grens tussen wel of niet goed, beschrijft Rishøi weergaloos. Terwijl het oude schoolvriendinnetje interesse in hem toont, is Tomas op weg naar zijn zoontje, en komt te laat… Hij heeft weer de verkeerde keuze gemaakt. Dit keer echter is het lot aan zijn zijde.

    Hoopvol

    Ook Grote zus, de derde novelle in deze bundel gaat over de diepe behoefte van de hoofdpersoon om haar dierbaren te beschermen. De zeventienjarige Rebekka is met haar jongere broertje en zusje op de vlucht voor de sociale dienst. Ze hebben alle drie een andere vader en de zorg komt op Rebekka neer. Haar eigen vader is dood en de andere twee vaders zijn vaag, evenals de rol van de moeder. Rebekka doet haar best en blijft de kinderen aansporen en hoop geven. Na een lange moeizame tocht in een ijskoude nacht met rugzakken en vermoeidheid, besluit ze te gaan liften, op het gevaar af herkend te worden.
    ‘”We gaan met de auto,” zeg ik. “Echt?” vraagt Mikael. “Ja,” zeg ik. “Is dat niet fijn?” “Heel fijn,” zegt Michael. “Dan kun je nu even zitten om uit te rusten,” zeg ik. “Zoals Mia doet.” Mikael gaat zitten. Mia leunt met haar voorhoofd tegen haar knieën. Ik leg uit dat ze niets moeten zeggen in de auto. Niet hoe ze heten, niet waar ze heen gaan. “En Mia,” zeg ik. “Je moet de hele tijd je capuchon ophouden.” Mia zegt niets. “Als het iemand is die veel vragen stelt, dan stappen we weer uit,” zeg ik.’

    En dat doen ze ook, als een vrouw die voor hen stopte te veel interesse in hen toont. Het drietal ploegt opnieuw door de sneeuwnacht op weg naar een schuilhut waar Rebekka goede herinneringen aan heeft. Ze redden het niet, tot de vrouw die toch goede bedoelingen had terugkomt.

    Het zijn de kleine en hoopvolle overwinningen en onverwachte goedheid van vreemden die deze verhalen zo sympathiek en ontroerend maken. Alsof de auteur wil zeggen, ze zijn er heus wel hoor, de mensen die nog een hart hebben en bereid zijn een ander te helpen.

    Ingvild H. Rishøi is geboren en getogen in Oslo. Winterverhalen dateert uit 2014. In 2022 verscheen de roman Stargate, ook vertaald en uitgegeven door Koppernik. Het is een kerstvertelling en een klein meesterwerk vol realistische magie, in de traditie van H.C. Andersen. Rishøi wordt gezien als een van de belangrijkste schrijvers van Noorwegen en haar werk werd meermalen bekroond met prestigieuze prijzen.

     

     

  • Oogst week 47 – 2023

    Mannen in de zon

    De Palestijn Ghassan Kanafani is schrijver en politiek activist. Hij werd geboren in 1936 in Akko, in het noorden van Israël, en kwam in 1973 in Beiroet om door een autobom. In de drie jaar voor zijn dood – hij had toen al meer romans en verhalen gepubliceerd – was hij woordvoerder van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina. Zijn debuutroman verscheen tien jaar vóór zijn dood: Mannen in de zon. De roman, nu vertaald in het Nederlands, is het gruwelijke vluchtverhaal van drie Palestijnse mannen uit drie generaties, die in de jaren 50 van de vorige eeuw vanuit Basra in Irak illegaal naar Koeweit willen om daar werk te vinden. Dat vluchtmotief blijkt ook andere achtergronden te hebben die geleidelijk in de roman duidelijk worden. De drie mannen, Abu Qais, de oudste van de drie, Assad, de middelste en de tiener Marwan hebben elk hun eigen redenen die overigens in alle drie gevallen ook te maken hebben met de gezinssituaties waaruit ze komen en de verantwoordelijkheid die ze daarvoor voelen. Daarnaast staan ze symbool voor verschillende politieke houdingen onder de Palestijnen, van behoudend tot activistisch. Hun reis wordt verzorgd door een smokkelaar, deels in een watertank (afgebeeld op de omslag van de roman), en kent een gruwelijk einde.

    Mannen in de zon
    Auteur: Ghassan Kanafani
    Uitgeverij: Jurgen Maas

    Winterverhalen

    Ingvild H. Rishøi (Oslo, 1978) begon als journaliste, maar ging vanaf 2007 als schrijver publiceren, eerst twee kinderboeken en daarna korte verhalen en novellen. Drie van die novellen zijn gebundeld in Winterverhalen.  In het Nederlands verscheen vorig jaar haar Stargate, een sprookjesachtige Kerstvertelling over twee meisjes die graag een kerstboom willen hebben, maar te maken hebben met een dronken vader (zie de recensie ).
    Winterverhalen dateert al uit 2014 en is nu eveneens in het Nederlands te lezen. De drie verhalen gaan over mensen die steeds weer de rug rechten als het leven tegenzit. Het langste gaat over Rebekka, een 17-jarig meisje dat na de vondst van een onheilspellende brief die gericht lijkt te zijn aan haar instabiele moeder samen met haar broers en zussen het gezin wil redden. De interactie tussen de kinderen speelt zich af tijdens een wandeling door de winterse kou naar een schuilplaats. Via flashbacks krijgt de lezer een beeld van hoe het in het gezin zo mis kon gaan.

    Winterverhalen
    Auteur: Ingvild H. Rishøi
    Uitgeverij: Koppernik

    Vanessa en Virginia

    Vanessa Bell en Virginia Woolf waren twee zussen uit een typisch Victoriaans gezin van ouders Leslie Stephen en Julia Sackson. Na de dood van hun ouders verhuisden ze beiden naar Bloomsbury waar ze deel werden van de groep intellectuelen, schrijvers en kunstenaars die bekend is geworden als de Bloomsburygroep. Ze trouwden in die tijd met respectievelijk Clive Bell en Leonard Woolf. Schilderes Vanessa en schrijfster Virginia namen een levensstijl aan die nogal verschilde van wat hen thuis was opgedrongen, niet in de laatste plaats met betrekking tot seksuele vrijheid. Hoe ze in die wereld terecht kwamen en vooral hoe hun onderlinge rivaliteit zich ontwikkelde wordt door Susan Sellers (een van de bezorgers van de uitgaven van Virginia’s boeken door Oxford University Press) verhaald in de nu verschenen roman Vanessa en Virginia. Het boek heeft de vorm van dagboekaantekeningen van Vanessa, die drie jaar ouder was dan Virginia. Ze beginnen met herinneringen aan hun kindertijd in het gezin Stephen (waarin de twee zusjes seksueel werden misbruikt door hun stiefbroers) en gaan over in hun ontwikkeling na de dood van de ouders en hun komst naar Bloomsbury. De jaloezie tussen de twee zussen richt zich wat Vanessa betreft op het succes dat haar zus had met boeken als Naar de vuurtoren en Mrs Dalloway. Omgekeerd is Virginia jaloers op Vanessa’s gezinsleven. Uiteraard worden ook de depressies waar ze beiden last van hadden beschreven.

    Vanessa en Virginia
    Auteur: Susan Sellers
    Uitgeverij: Orlando
  • Het zieligste verhaal ter wereld

    Het zieligste verhaal ter wereld

    Stargate van Ingvild H. Rishøi is een moderne hervertelling van het meisje met de zwavelstokjes. Het is een kerstverhaal dat zich afspeelt in Tøyen, een volksbuurt in Oslo waar Ronja en haar oudere zus Melissa wonen met hun vader. Met de kerstdagen voor de deur wil de tienjarige Ronja voor het eerst een echte kerstboom in huis, maar met een vader die drinkt is dat geen wens die makkelijk kan worden vervuld. Ronja, die haar vader op een voetstuk zet, is blij met elk moment dat ze met haar vader deelt. Met behulp van de conciërge van haar school bezorgt ze haar vader een baantje als kerstboomverkoper. De gedachte erachter: als kerstboomverkoper kan hij zich misschien een kerstboom voor bij hun thuis veroorloven. Met de gedachte dat hij dan vast medewerkerskorting krijgt, neemt Ronja’s vader de baan aan.

    Een paar dagen lang gaat het goed. Ronja en Melissa’s vader verkoopt kerstbomen, komt op tijd thuis en brengt boodschappen mee. Er wordt elke dag spaghetti gegeten, een luxe voor de meisjes. Maar dan begint hun vader weer te drinken als plotseling een van zijn drinkmaten voor de deur staat en hem meevraagt naar de kroeg. Het gaat al snel van kwaad tot erger en tot slot raakt hij zijn baan als kerstboomverkoper kwijt. De zestienjarige Melissa besluit dat het baantje in de familie moet blijven en ze spreekt met de kerstboomverkoper af om voor en na school te komen helpen.

    Een huisje waar ze veilig zijn

    Stargate wordt verteld door Ronja. Zij wordt voornamelijk verzorgd door Melissa. Op avonden dat hun vader van huis is en in een kroeg met de naam Stargate of Vrienden te vinden is, kruipen de zusjes bij elkaar in bed en vertellen ze elkaar geruststellende verhalen. Over een huisje in het bos waar ze veilig zullen zijn en waar een kerstboom staat.

    ‘”Dan gaan we naar de kamer en steken we de kaarsjes in de boom aan,” zei ze. “En ze geven prachtig licht.” “Ja,” zei ik. “Zoals in het meisje met de zwavelstokjes.” “Daar moet je niet aan denken,” zei Melissa. “Dat is het zieligste verhaal ter wereld.” “Maar herinner je je die boom niet?” vroeg ik. “Herinner je je die kerstboom niet als ze naar binnen kijkt?” “Ze ijlt van de koorts,” zei Melissa. “Denk aan iets anders. Want dat meisje gaat op het eind dood.” “Ze gaat niet dood,” zei ik. “Ze gaat naar haar oma.”‘

    De bovenstaande passage haalt niet alleen het verhaal van het meisje met de zwavelstokjes aan om aan te tonen dat Stargate hierop gebaseerd is, maar laat ook het verschil tussen de leeftijden van Ronja en Melissa zien. Melissa is al gekleurd door het leven met haar vader en de hardheid die hierbij komt kijken, terwijl ze Ronja hiertegen wil beschermen en haar kinderlijke onschuld wil bewaren.

    Kerstcadeautjes

    Deze wisselwerking tussen de zussen zorgt voor een ontroerend effect. De cynische blik van Melissa werkt als een versterkende factor voor de onschuld van Ronja, die hoop en dromen koestert maar gelijktijdig zorgen heeft die een tienjarige niet hoort te hebben. Zoals wanneer hun vader laat op de avond zegt kerstcadeautjes te gaan kopen van een voorschot op zijn salaris en Melissa hem confronteert met haar vermoeden dat hij naar de kroeg gaat. Nadat Melissa de discussie verliest, ligt Ronja in bed te piekeren. Ergens voelt ze aan dat haar vader geen cadeaus is gaan kopen.

    ‘Ik had gewoon moeten zeggen maar we willen dit jaar geen cadeaus. Ik had naar Eriksen moeten gaan en moeten zeggen geef onze vader geen voorschot, ik had bij Aronsen moeten aankloppen en moeten zeggen kunt u op de portemonnee van onze vader passen? Maar dat had ik allemaal niet gedaan. Ik was met papa meegelopen naar de gang en had onnozel gevraagd ga je een cadeau kopen? Zal ik dan zeggen wat ik wil hebben?’

    De schrijfstijl van Stargate is simpel, passend bij het perspectief van een tienjarige. Met weinig woorden beschrijft Rishøi treffend hoe het alcoholisme van hun vader het leven van de twee zussen beïnvloedt. Als ook de omgeving zich zorgen begint te maken en buurman Aronsen op een gegeven moment aan Ronja vraagt of ze al ontbeten heeft antwoordt ze: ‘Ja. Maar dat is een tijdje geleden.’

    Herhalende elementen

    De omstandigheden worden langzaam maar zeker steeds erger. Het verkopen van de kerstbomen wordt alsmaar moeilijker voor Melissa omdat ze Ronja bij zich wil houden – Ronja helpt Melissa – en haar baas dat niet wil. Hun vader gaat steeds meer drinken en regelmatig vindt Ronja hem bewusteloos op de vloer in een plas urine. Op een gegeven moment wordt ze boos en confronteert ze hem met alle dingen die haar op dat moment te binnen schieten. Het stinkende appartement, het ontbreken van stofzuigerzakken en de karige inrichting. Wanneer ze alles tegen haar bewusteloze vader gezegd heeft, vertelt ze: ‘[…] moest ik huilen en ik schudde mijn hoofd, want op dat moment begreep ik alles. Ik begreep alles, maar er was niets aan te doen.’

    Door de slechte situatie en het ontbreken van zorg wordt Ronja ziek en Melissa, uitgeput van het sjouwen met de kerstbomen in de vrieskou, kan haar niet meer helpen en schijnt hetzelfde virus te hebben. Samen kruipen de meisjes onder een kerstboom om te schuilen voor een sneeuwstorm en ze denken aan de mooie verhalen die hun vader vroeger vertelde en die ze elkaar uiteindelijk zijn gaan vertellen. Het verhaal over het veilige huisje in het bos biedt de meisjes steun, totdat ze steeds dichter bij het moment komen waarop ze naar een betere plek kunnen gaan.

    Stargate is dankzij het eenvoudige taalgebruik en Ronja’s perspectief een prachtig maar schrijnend verhaal. Het laat een vertelkunst zien die de lezer bij de keel grijpt en niet meer laat gaan. De alternatieve invalshoek van de twee zusjes met een alcoholistische vader geeft een moderne draai aan het bekende verhaal van het meisje met de zwavelstokjes. Daarmee is Stargate een geweldige hervertelling van ‘het zieligste verhaal ter wereld’.