• Liefdesverhalen in Amsterdam

    Liefdesverhalen in Amsterdam

    In Het dubbelleven van Melenti Maschoelia van Dato Turashvili komt de volgende anekdote voor: Een zekere Willem Oosterveld verzamelde als kind postzegels en ruilde een Nederlandse tegen een Georgische zegel uit 1920. Hij was trots op zijn aanwinst, tot hij ontdekte dat zijn wereldkaart geen Georgië kende. Toen voelde hij zich bedrogen en wilde dat de jongen met wie hij geruild had betaald zetten. Dat lukte niet; hij bleek verhuisd te zijn. Oostervelds boosheid bleef, tot hij vele jaren later, in 1991, in het Journaal zag dat een land met de naam Georgië weer onafhankelijk was geworden van de Sovjet-Unie. Hij kreeg spijt van zijn levenslange boosheid en slaagde er alsnog in de man te vinden die ooit met hem geruild had. Hij bood hem zijn excuses aan voor de onterechte verdenking.

    Bovenstaande anekdote is illustratief, niet alleen voor de geringe kennis van Nederlanders over het thuisland van Turashvili, maar ook voor de karakterverschillen tussen ons land en het zijne: al ver voor de vermelding van deze anekdote lezen we in de roman dat Georgiërs van Nederlanders zouden kunnen leren hoe ze excuses aan moeten bieden.
    Georgië was sinds 1804 een deel van het Russische Rijk. Na de Revolutie van 1917 was het vanaf 1918 drie jaar een zelfstandige democratische republiek, maar in 1921 maakte het Rode Leger daar alweer een eind aan. Het land herkreeg zijn soevereiniteit pas in 1991 na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Dat de jonge Oosterveld geen zelfstandig Georgië kon vinden, is dus niet vreemd.

    Echo

    Het dubbelleven van Melenti Maschoelia is een grotendeels autobiografische documentaire roman. Daarin probeert Turashvili de geschiedenis van zijn grootvader te reconstrueren die in Frankrijk krijgsgevangene was maar daar een Nederlandse vrouw ontmoette met wie hij in Amsterdam kon onderduiken. Turashvili schreef dit boek tijdens een verblijf van drie maanden in 2014 in Amsterdam, waar hij woonde boven Athenaeum Boekhandel aan het Spui. Hij beschikt slechts over vage gegevens en kiest de romanvorm om tot een mogelijk toedracht te kunnen komen. Bovendien biedt die keuze hem de mogelijkheid zijn zoektocht te verweven met een persoonlijke fantasie waarin hij gevoelens koestert voor vrouw op Texel die hem brieven schrijft. Zo creëert hij een echo van de mogelijke geschiedenis van zijn grootvader met de Nederlandse vrouw. De Texelse is een mysterieus iemand: ‘Vandaag heb ik haar naam gegoogeld, maar tevergeefs, want ik herkende op geen enkele foto die op het scherm verscheen de auteur van al die brieven waarin ze al wekenlang stukje bij beetje haar verhaal vertelt’.

    De bedoelde briefschrijfster is zelf Georgische. Ze is vanuit Amsterdam verhuisd naar Texel. Ze heeft Turashvili ooit in een TV-programma gezien en was zo gecharmeerd van zijn vermogen om te luisteren dat ze haar lang verzwegen verhaal aan hem wil vertellen. Haar veertien brieven die afwisselend met de wederwaardigheden van de auteur in Amsterdam en in een ander lettertype zijn opgenomen, worden steeds intiemer. Ze sluiten aan bij het onderzoek dat Turashvili uitvoert en dat verband houdt met de bizarre opstand van Georgische krijgsgevangen op Texel in 1945. Toen de Duitsers Georgië aan het begin van de Tweede Wereldoorlog waren binnen gevallen zagen velen in dat land hen als bevrijders: ze zouden het volk losmaken van de al tweehonderd jaar durende Russische bezetting. De Duitsers zagen hen echter juist als Russen en lieten ze als krijgsgevangen (‘vrijwilligers’) in het Duitse leger vechten.

    ‘Slet’

    Zo kwamen ruim achthonderd van hen in een bataljon op Texel terecht. Vlak voor de definitieve bevrijding van Nederland vermoordden deze Georgische mannen in een opstand hun Duitse collega’s, waarna een groot aantal Georgiërs werd terechtgesteld. Turashvili beschrijft de opstand vanuit meerdere perspectieven, ook vanuit dat van de Texelaars. Hij zoekt daarbij begrip voor de ‘daders’: ‘De opstand leverde vooral slachtoffers op en helemaal geen vrede. Velen hebben er een hoge prijs voor moeten betalen. Het waren trouwens de Georgiërs die de meeste verliezen leden. Daarom lijkt het me niet rechtvaardig om hen te veroordelen, want niemand kan vooraf zeggen wat hij zou doen als hij zich op een ver eiland zou bevinden en er maar één manier bestond om naar het vaderland terug te keren’.

    Uiteindelijk overleefden 228 Georgiërs deze moord- en executiepartij, maar zij kwamen vervolgens na terugkeer in Georgië juist in Stalins strafkampen terecht omdat ze als verraders van het vaderland werden gezien; ze hadden immers in het Duitse leger gediend. Melenti Maschoelia maakte zeer waarschijnlijk geen deel uit van de opstandelingen op Texel door zijn onderduik in Amsterdam. Toch zat hij van 1945 tot 1956 in Russische gevangenschap. Het raadsel van die (lange) gevangenschap en de herinnering van Turashvili dat hij als kind altijd te horen had gekregen dat zijn grootvader zich had vergooid aan een Nederlandse ‘slet’, vormen de grootste vragen voor hem.

    Fiets

    Turashvili houdt van Amsterdam – de stad symboliseert voor hem de vrijheid. Hij komt achter de voornaam van de Nederlandse vrouw die zijn grootvader naar Amsterdam bracht (Renske) en vindt uit hoe zij en Melenti elkaar hebben ontmoet (ze kwam letterlijk uit de lucht vallen), hij bezoekt plekken in Amsterdam waar ze waren of geweest konden zijn, zoekt naar foto’s in de bakken op de Albert Cuyp waar Melenti en Renske – wie weet – op zouden kunnen staan, enzovoort. De briefschrijfster op Texel draagt aan mogelijke oplossingen bij door op het eiland op onderzoek uit te gaan.

    Turashvili schreef de roman in het Georgisch en dus ook voor zijn landgenoten. Zij krijgen er een beeld van Nederland door dat op ons af en toe wat stereotiep over kan komen: de grap van Nederlanders die hun fiets terug willen van de Duitsers, de huizen waar je naar binnen kunt kijken omdat niemand de gordijnen ’s avonds dicht doet, de omgang van Nederland met het water (inclusief de vinger van Hansje Brinker in de dijk). Omgekeerd krijgt de Nederlandse lezer een beter beeld van de Georgische ziel: het gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid door de lange periode van Russische bezetting, de geringe kennis van de eigen mogelijkheden, de verhouding tussen mannen en vrouwen, maar ook de schoonheid zoals die spreekt uit het in de roman vaak genoemde Georgische epos De ridder in het pantervel (waarvan de Nederlandse uitgever volgens Turashvili een vertaling voorbereidt). De vergelijking die op die manier ontstaat tussen Nederland en Georgië levert verrassende vragen bij je eigen blikveld op, zoals waarom in Nederland hakenkruizen zijn verboden en de hamer en sikkel wel mogen, terwijl Stalin toch tweemaal zoveel doden op zijn geweten had als Hitler.

    Liefde

    Hoe de zoektocht naar de grootvader eindigt en waarop de briefwisseling met de Texelse vrouw uitloopt wordt een steeds spannender vraag in Het dubbelleven van Melenti Maschoelia. Uiteindelijk krijgt die een ontroerend antwoord dat de lezer zelf maar moet ontdekken. Voor dit moment kan gezegd worden dat Het dubbelleven van Melenti Maschoelia ten diepste misschien wel gaat over liefde en geluk en het onvermogen van mensen om die te bereiken. Zoals in het leven van de briefschrijfster die trouwde met een verschrikkelijke man terwijl haar hart levenslang bij een ander lag aan wie ze zich nooit durfde over te geven. Zoals in de liefde van de gezochte grootvader wiens lot hem bij Renske bracht terwijl hij zijn vrouw trouw bleef. Zoals in de liefde van Turashvili zelf voor Amsterdam – de oorspronkelijke Georgische titel betekent letterlijk ‘Een ander Amsterdam’. En uiteindelijk zoals de liefde voor een geboorteland te pijnlijk kan worden.

    Het is niet zeker dat nog steeds klopt wat Turashvili in 2016 in deze roman schreef over Nederland: ‘In het land met het grootste aantal boekwinkels ter wereld is het niet verwonderlijk dat de mensen gelukkig zijn’ (het zal hem aan het hart zijn gegaan dat er onder andere door de coronalockdown boekhandels zijn verdwenen). Na lezing van Het dubbelleven van Melenti Maschoelia hoop je dat daar binnenkort ook De ridder in het pantervel zal liggen als belangrijke representant van de Georgische literatuur. Daar zouden we nog wat gelukkiger van kunnen worden.

     

  • Oogst week 28 – 2021

    Tot de dood ons scheidt

    De Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver is ook in Nederland al lang geen onbekende meer. Vooral haar We moeten het even over Kevin hebben werd een bestseller. Daarin liet ze een moeder reflecteren op levensvragen naar aanleiding van door haar 16-jarige zoon gepleegde moorden. Zojuist is van Shriver Tot de dood ons scheidt verschenen. Het echtpaar Cyril en Kay, dat de martelgang heeft meegemaakt van een (schoon)vader die aan Alzheimer is overleden, neemt zich voor om zelf op tijd, als Kay tachtig wordt, uit het leven te stappen. Cyril, die arts is begint erover: ‘Ik heb genoeg geriatrische patiënten zien komen en gaan om vrij overtuigend te kunnen stellen dat heel weinig mensen de “kwaliteit van leven” die we tegenwoordig zo vanzelfsprekende vinden na hun tachtigste nog behouden (…) Het is een mooi rond getal. Dus ik stel me zo voor dat tachtig de grens is’. Hoe dichter die leeftijd nadert, hoe meer vraagtekens het echtpaar bij die keuze stelt. Wat voor mogelijkheden gaat de geneeskunde bieden? Wanneer is leven voltooid? Wat is ‘kwaliteit van leven’?

    Tot de dood ons scheidt
    Auteur: Lionel Shriver
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Het dubbelleven van Melenti Maschoelia

    Het dubbelleven van Melenti Maschoelia is de derde roman van de Georgische schrijver Dato Turashvili die in het Nederlands werd vertaald. Deze nieuwste heeft als plaats van handeling Amsterdam. Zijn grootvader Melenti is daar kort na de Tweede Wereldoorlog vanuit een Russisch strafkamp naar toegevlucht, maar wat hij daar precies heeft uitgevoerd is nooit bekend geworden. Turashvili probeert het te achterhalen. Eén van de thema’s die in de roman aan bod komen is de beruchte opstand van de Georgiërs op Texel (ook wel ‘de Russenoorlog’ genoemd) in 1945. Was zijn grootvader daarbij betrokken? Had hij daar zijn verbanning naar het strafkamp van Stalin te danken?

    Het dubbelleven van Melenti Maschoelia
    Auteur: Dato Turashvili
    Uitgeverij: Cossee

    Het laatste kind

    Het laatste kind in de roman Het laatste kind van Philippe Besson is jongste zoon Théo. De roman doet verslag van de gevoelens die moeder Anne-Marie bestormen als ze hem mee helpt verhuizen. Ze beseft dat haar leven er vanaf nu anders uit zal zien. Als Théo voor de laatste keer voor het ontbijt naar beneden komt lezen we: ‘Ze kijkt naar hem terwijl hij op zijn plekje gaat zitten: zijn haar is ongekamd en zijn gezicht is nog slaperig, hij draagt alleen een onderbroek en een vormeloos T-shirt en loopt op blote voeten over de tegelvloer. Niet op z’n voordeligst, en toch met een schoonheid die haar blijft verbluffen en met trots vervullen. En meteen denkt ze, terwijl ze zichzelf had bezworen dat niet te doen, terwijl ze tegen zichzelf had herhaald: nee vooral niet aan denken, ja, nu denkt ze, op gevaar af dat het pijn doet, op gevaar af dat ze een hik, een snik niet kan onderdrukken: het is de laatste keer dat hij zo verschijnt, het is de laatste ochtend’.

    Het laatste kind
    Auteur: Philippe Besson
    Uitgeverij: De Bezige Bij
  • Een kaping als propagandamiddel?

    Een kaping als propagandamiddel?

    Op 18 november 1983 kaapten zeven jonge Georgische vrienden, waaronder enkele kunstenaars, een vliegtuig om ermee naar Turkije te vliegen. Het uiteindelijke doel van deze jongeren, door de schrijver ooit de Jeans generatie genoemd, was de VS of in elk geval het vrije westen. Die schrijver is Dato Turashvili, geboren in 1966, en zelf een Georgiër die zich verzette tegen de dictatuur van het Kremlin. Er was echter nog wat ergers dan het Kremlin, zo wordt duidelijk uit Turashvili’s Weg uit de USSR. Dat was de dictatuur van de Georgische president Saakasjvili en zijn regeringsploeg zelf. Die liet niet af om tot het uiterste te bewijzen dat ze het braafste jongetje van de communistische klas was. In de verslaglegging door Turashvili is de hele verhouding tussen het Kremlin en de satellietstaat en tussen de machthebbers en de (jonge) bevolking samengebald in één explosieve gebeurtenis: de kaping.

    ‘Verslaglegging’ is eigenlijk wel een toepasselijke omschrijving voor deze roman. Die houdt het midden tussen een documentaire en een roman. Turashvili lijkt zich aan de feiten te houden maar veroorlooft zich de vrijheid van de verbeelding. Dat moet hij wel, want wat zijn de feiten in deze gebeurtenis? De auteur moet vooral afgaan op getuigenverklaringen en vermoedens, want processtukken zullen zorgvuldig zijn opgeborgen. Wat zou er trouwens uit de processtukken op te diepen zijn? Eén van de zaken die Turashvili in elk geval duidelijk maakt is dat in de verhoren propagandistische krachten aan het werk waren die een eerlijke procesgang wel zo ongeveer als het minst belangrijk beschouwden. Ter illustratie: de monnik Tevdore, biechtvader en vriend van de kapers, maar zelf tegenstander van hun actie, werd niettemin door de autoriteiten opgepakt en als hoofdverantwoordelijke voor de ‘terreurdaad’ naar voren geschoven. Tijdens het verhoor werd hem gezegd: ‘De waarheid interesseert ons niet. Voor ons is van belang dat u zegt wat de zaak ten goede komt. In het belang van de staat is liegen geen misdrijf’. Tevdore was trouwens een mooie bijvangst, want zo kon tevens de religieuzen een lesje worden geleerd.

    Maar die onzichtbare macht op de achtergrond ging nog veel verder. De kaping mislukte, deels omdat de jongeren zelf de zaak wel erg knullig hadden voorbereid en wel erg goed van vertrouwen waren in hun eigen plan, deels omdat ze pech hadden. Op het laatste moment werd hun vlucht omgeboekt naar een groter toestel, waardoor hun plan lastiger uitvoerbaar werd. Maar wás het wel pech? Turashvili lijkt het eens te zijn met de dochter van één van de kapers die het op opzet houdt. Ze schreef jaren later dat het plan voor de kaping was uitgelekt, maar dat de Georgische regering die toch bewust had laten doorgaan. Zo kon zij een daad stellen jegens de bevolking: denk niet dat je bij machte bent de staat te ondermijnen, want onze aanpak zal meedogenloos zijn. En meedogenloos was de verijdeling van de kaping. Er vielen tal van slachtoffers onder de inzittenden, niet door toedoen van de kapers zelf, maar door de militairen die zonder aanzien des persoons schoten. Uiteraard werden in de Georgische pers de kapers verantwoordelijk gesteld voor die moordpartij. Wie het echte verhaal wilde horen moest op The Voice of America afstemmen.

    Ook de berechting van de kapers stond volkomen in het teken van de communistische propaganda. Zo werd bij de zwangere Tina de vrucht weggehaald omdat de zwangerschap, als die bekend zou worden, onwenselijke sentimenten bij de bevolking zou kunnen wekken.

    Vlucht uit de USSR is een spannende roman, die maar weer eens blootlegt hoe het er in de communistische satellietstaten aan toeging. Het verhaal van de kaping en de berechting van de daders laat zien hoe de Georgische staat (en waarschijnlijk veel andere landen binnen de USSR) functioneerde door middel van intimidatie, propaganda en keihard optreden. Daarbij komt nog eens dat Saakasjvili en de zijnen er alles aan deden om bij het Kremlin in een goed blaadje te komen en zelfs harder straften dan de Moskouse baas. Maar evenzeer blijkt uit deze roman hoe anti-Russisch de stemming was onder een groot deel van de bevolking en dus ook hoe groot het wantrouwen in de eigen Georgische leiders was.

    Is Weg uit de USSR een goede roman? Aansprekend is hij zeker en de vertelstijl van Turashvili is sober en direct. De lezer blijft niet onberoerd door zijn verhaal. Maar dat gaat dan toch vooral op voor de tweede helft van het boek, waarin de kaping zelf en de verhoren en berechting van de jongeren worden beschreven. In de eerste helft is de spanningsopbouw echter wat kunstmatig. Af en toe zijn de dialogen onnatuurlijk. Zo leggen twee aanstaande kapers, kort nadat de lezer al getuige is geweest van een gesprek met de monnik, elkaar uit hoe belangrijk het is dat deze Tevdore een granaat het vliegtuig in smokkelt omdat onlangs een geestelijke niet werd gefouilleerd. Maar dat gegeven was natuurlijk juist de aanleiding om die monnik erbij te betrekken en dat was die twee kapers al lang bekend. De dialoog lijkt er dan ook alleen te staan om de lezer uitleg te geven. Tussen de gesprekspartners is hij volkomen overbodig.

     

    Weg uit de USSR (2013)

    Auteur: Dato Turashvili
    Vertaald door: Ingrid Degraeve
    Verschenen bij: Uitgeverij Cossee
    Aantal pagina’s: 176
    Prijs: € 18,90