• Volharding der herinnering

    Volharding der herinnering

    De beknopte versie van De Violist van Ingrid de Vries behoorde tot de zeven beste inzendingen voor het boekenweekgeschenk 2025. Er waren zo’n honderdvijftig inzendingen, dus dat is een knappe prestatie. De Vries publiceert sinds 2021, De Violist is haar derde roman. Haar eerder gepubliceerde boeken – Schijnvrucht en Water val – werden goed ontvangen. De Violist is een kleine roman, in een krappe honderdvijfenzestig pagina’s wordt er grofweg en heel mensenleven beschreven.

    Het verhaal gaat over de vriendschap tussen Laurens en Guido, verbonden via de viool. Ze ontmoeten elkaar in Zoutkamp als Guido met zijn raam open staat te spelen en Laurens als zestienjarige jongen aanbelt en hem vraagt: ‘De muziek…wat was dat voor muziek?’ Geobsedeerd door het instrument en de muziek moet en zal hij viool leren spelen. Guido wordt zijn leraar en vriend. In drie jaar wordt Laurens klaargestoomd voor het conservatorium waarna hij met de noorderzon vertrekt. Na eenenvijftig jaar ontmoeten ze elkaar weer, maar Laurens heeft dan inmiddels Alzheimer.

    Vriendschap als rode draad 

    In de tussenliggende jaren zijn ze elkaar in gedachten trouw gebleven. Tenslotte is een lange vriendschap eigenlijk ook een soort huwelijk, met zijn eigen beloftes en verwachtingen. Elkaar achterlaten doe je niet zomaar zonder reden. Omdat het verhaal, met grote hink-stap-sprongen, een tijdspanne van ruim vijftig jaar behelst, blijft hun vriendschap wat oppervlakkig. Ze schelen twaalf jaar, en vinden het zelf ook moeilijk om hun band te definiëren. Tijdens hun laatste moment samen is te lezen: ‘In gedachte probeert Guido hun band een plaats te geven. Zijn ze vrienden, leraar en leerling, vader en zoon, broers? Alles tegelijk, denkt Guido.’ Hun levens worden afwisselend verteld. Laurens gaat naar het conservatorium in Utrecht, studeert af, speelt bij orkesten, doet concerten, trouwt, krijgt kinderen, gaat scheiden, hertrouwt en krijgt Alzheimer. Guido blijft in Zoutkamp, krijgt een relatie die uiteindelijk toch strandt en volgt Laurens’ leven via nieuwsberichten uit de muziekwereld. Beiden blijven hun hele leven viool spelen. Alle levensfases in die vijftig jaar dat ze elkaar niet zien, blijven ertussen hangen.

    Laurens is mysterieus en gesloten vanaf het moment dat hij bij Guido binnenstapt. Over zijn thuissituatie laat hij niets los. Maar dat hij Zoutkamp zo snel mogelijk wil verlaten, laat hij al snel blijken. Zonder tussenkomst van Guido schrijft hij zich in bij het conservatorium en zoekt een kamer. Hij laat Guido maar tot op een bepaalde hoogte toe. Want zodra hij zijn eigen uitvlucht heeft gepland, speelt Guido geen rol in zijn vertrek. Hulp met verhuizen wordt afgewimpeld, en zijn nieuwe adres krijgt Guido niet. Bij het afscheid blijft Laurens koeltjes. ‘Laurens maakt zich als eerste los. “Dan ga ik maar.” Hij beent weg met haastige passen. Zonder om te kijken verdwijnt hij om de hoek van de straat.’

    Geen hoop op een weerzien

    Guido is gevoeliger, van hem krijgt de lezer een stuk meer te weten. Hij mist Laurens, staat meerdere keren op het punt om hem op te zoeken. Maar doordat Laurens een schild om zich heen heeft gebouwd, is er iets wat hem tegenhoudt. Andere aspecten van Guido’s leven worden niet uitgebreid behandeld, zoals de band met andere vrienden of familieleden. Hij blijft zijn hele leven in Zoutkamp wonen, en verliest de hoop om Laurens ooit terug te zien niet.

    Laurens’ mysterie wordt pas op het eind van de roman opgeheven, dan weet het verhaal echt te raken. Ironisch genoeg leert de lezer Laurens het beste kennen wanneer hij al dement is. Zijn gedachtegang, gevoelens en frustraties komen in die fase uitgebreid aan bod. Evenals zijn thuissituatie en de reden van zijn trauma. Bijvoorbeeld tijdens een verwarde autorit die maar liefst zes pagina’s in beslag neemt. Of in de hallucinaties die Laurens heeft over zijn broer. Ontsnapping is een terugkerend thema in het verhaal. Laurens is op de vlucht. Eerst van thuis naar Guido, dan van Guido naar Utrecht en vervolgens blijft hij nergens lang wonen. Ook tijdens zijn ziekte stapt hij vaak in de auto, waarna hij een paar keer verdwaald. In zijn vlucht verliest hij het contact met Guido, zijn familie en uiteindelijk zijn geheugen. De vergankelijkheid van het leven wordt daardoor pijnlijk beschreven. De muziek blijft Laurens’ enige stabiele identiteit, zelfs als al het andere is weggevallen. De viool geeft hem een stem. Om het thema meer kracht bij te zetten had de vriendschap tussen hem en Guido wel wat meer uitgediept mogen worden. Hun gevoelens voor elkaar hadden het verhaal nog meer versterkt.

    Afscheid en vergankelijkheid

    Soms zijn er lange beschrijvingen van de omgeving en mist er  een verdieping van de plot. Die twee kunnen elkaar prima complementeren, maar dan moet het wel een natuurlijk verloop hebben. Nu ontstond er soms een afkeer in plaats van de beoogde verplaatsing in het perspectief en de situatie. Ook had die ruimte wellicht beter gebruikt kunnen worden voor meer diepgang van de personages en hun vriendschap, meer achtergrond over Laurens’ familie of zijn emotionele worstelingen.

    Het nawoord is ontroerend, wat een verdriet zit er in dit verhaal verweven. De Vries baseerde deze kleine roman op Albert Huisman en haar vroegere levensgezel Willem Jan Wegerif. Beide violist, beide getroffen door Alzheimer. De muziek bleef voor hen intact, zoals dat ook bij Laurens het geval was. Eigenlijk verdient het boek een tweede lezing omdat aan het eind de fundamenten van Laurens’ leven pas duidelijk worden. Afscheid en vergankelijkheid zijn universele thema’s die het verdienen om vereeuwigd te worden op papier.

     

     

  • Bedreigend én bindend water

    Bedreigend én bindend water

    Water val, de tweede roman van Ingrid de Vries, gaat over twee tienerjongens die worstelen met diverse opgroeiproblemen en met twijfels en onzekerheden. Hamid is een Afghaanse vluchteling die lastig kan leven met het gemis van dierbaren. Hij heeft te maken met vooroordelen en op school wordt hij gepest. Einar is net verhuisd, heeft een ingewikkelde thuissituatie en vindt het moeilijk keuzes te maken. Hamid en Einar worden door een schoolopdracht aan elkaar gekoppeld, waardoor er contact ontstaat en vriendschap lijkt te groeien. Ze lijken blij met elkaar, tot een ‘ontgroeningsopdracht’ voor Hamid vanuit de pestersgroep tot een vertrouwensbreuk leidt.

    De motieven vluchtelingentrauma, vriendschap en verraad zijn alle drie gekoppeld aan het water. Om die reden prijkt op de omslag van het boek een foto van twee jongens die in zwemkleding aan de waterkant zitten. De hoofdpersonen van de roman kunnen het niet zijn, want Hamid is een getinte Afghaanse jongen en Einar is een jongen uit Friesland met witte stekeltjes en zo zien de jongens op het omslag er niet uit. Toch zijn ze het ook wel, vanwege hun samenzijn aan de waterkant: benen bungelend over de rand. Hamid is doodsbang voor water, wat te maken heeft met zijn traumatische ervaring als bootvluchteling. Einar gaat hem leren zwemmen in het zwembad bij zijn huis. Voor de lezer is dan al duidelijk dat Einar niet alleen maar ijdele motieven heeft, maar ook een geheime agenda. Doordat hij als nieuweling op school geen kant weet te kiezen, faciliteert hij de pesters van Hamid, die ‘de Afghaan’ een gevaarlijke act boven een bosvijver willen laten uitvoeren. Einar leidt hen naar zijn geheime boshut waar ze kunnen kaarten, bier drinken, roken en muziek luisteren en waar ook de vijver, het water, is waar zij Hamid willen uitdagen.

    Hamid en Einar

    Hamid is een nieuwkomer in Nederland. Hij is geboren in Kandahar en zeven jaar geleden met zijn moeder en zusje gevlucht uit Kabul, Afghanistan. Hamids naam betekent ‘de prijzenswaardige’. Prijzenswaardig is hij in het rustig, zelfbewust en ogenschijnlijk onaangedaan verduren van pesterijen van een aantal klasgenoten. Hij ziet het als een opdracht, ‘een boetedoening die hij moet ondergaan voor wat er is gebeurd met baba en met Rachid’. Beiden, zijn vader en zijn beste vriend, zijn omgekomen door Talibangeweld in Afghanistan. Wat volgde is een vlucht van driehonderd dagen met onder andere een boottocht die hem bijna noodlottig werd. Hamid herkent zich in de eekhoorn uit een van de verhaaltjes van Toon Tellegen die zich ‘verdrietig en onherbergzaam’ voelt.

    Einar is een nieuwkomer op de school van Hamid. Hij is net verhuisd vanuit Leeuwarden. Zijn Scandinavische naam betekent ‘eigen-overwinnaar’, maar voor hij zichzelf overwint, zal er nog heel wat water door zwembad en bosvijver moeten stromen. Op school wil hij graag de ‘gouden middenweg’ bewandelen. ‘Kiezen is altijd fout’, denkt hij. Dit geldt ook in zijn lastige thuissituatie. Moeder blijkt geheime nachtelijke uitjes te ondernemen, vader is vooral afwezig vanwege zijn werk. Einar wordt door hem ingezet als privédetective. ‘Hij wil niemand verraden. […] Je raakt iemand kwijt die je gaat missen of je wordt zelf aan de kant geschoven en dan ben je alleen.’

    Twee perspectieven

    Het verhaal start met verschillende spanningsbogen en open plekken. Waarom trekt Einar ’s nachts krijtstrepen voor de autobanden van zijn moeders auto? Waardoor is Hamid zo bang voor het water? Deze open plekken worden vlot opgelost en ingevuld, misschien zelfs wel te vlot. Het verloop van de gebeurtenissen is soms ongeloofwaardig, soms voorspelbaar en het verhaal kabbelt gestaag door zonder dat er van de volwassen lezer veel inspanning of reflectie wordt gevraagd. Ook de beschrijving van de ontwikkeling van de vriendschap tussen Einar en Hamid is nogal voorspelbaar.

     Het verhaal wordt afwisselend verteld vanuit het perspectief van beide jongens. Soms wordt dezelfde situatie vanuit de twee verschillende perspectieven en belevingen beschreven, soms krijgen we een inkijkje in hun thuissituatie, innerlijke wereld of achtergrond. Bij Hamid zijn er bovendien geregeld flashbacks naar vroeger in Afghanistan met soms fijne, soms pijnlijke, levendige herinneringen. Herinneringen aan het sprookjesleven waarin hij vanaf het dak van hun huis samen met zijn vader de wereld beschouwde, waarin zijn Afghaanse vriend Rachid de prins was in hun ‘koninkrijk tussen de takken van de walnootbomen’, maar ook aan die waarin Rachid omkomt en zijn vader verdwijnt.

    Samenwerking

    De jongens hebben beiden geen zin in het samen werken aan de schoolopdracht, een schrijfopdracht over discriminatie, maar uiteindelijk brengt de samenwerking hen toch dichter bij elkaar. ‘Einar kijkt hem echt aan’, merkt Hamid, ‘alsof hij hem gemist heeft en blij is hem weer te zien.’ Einar is op zijn beurt onder de indruk van Hamids verschijning: van zijn onpeilbare, donkere ogen en donkere, gladde haar en zijn stoïcijnse houding. Als hij Hamid tijdens een zwemles stevig moet vasthouden ervaart hij die intense, stevige en lange aanraking als een intimiteit, wat hem verwart. En als de jongens na het incident met de pesters bij de bosvijver ruzie hebben gekregen en elkaar niet meer zien, is hij compleet van slag. ‘Is hij verliefd?’ vraagt Einar zichzelf af na hun breuk.

    Bij Hamid komt er een keerpunt. Hij realiseert zich op een moment dat hij niet meer leeft in nare herinneringen, zijn belaste verleden en schuldgevoelens over Rachid. ‘Zijn voeten maken geen uitstapjes meer naar het verleden, ze blijven in het hier en nu […]. Hij hoort bij een jongen met stekeltjeshaar die zijn vriend is.’ Einar op zijn beurt ziet na de vijveraffaire in dat Hamid en hij nooit gepraat hebben, dat hij niets van hem weet en dat zij beiden hun angsten hebben. Eén van zijn angsten is dat hij Hamid kwijtraakt en dat wil hij niet. Hij staat op tegen pester Maurits en zoekt weer contact met Hamid. ‘In de berm langs het kanaal buigen lange grassen. Een binnenvaartschip is versierd met kleurige vlaggetjes. Ze wapperen dezelfde kant op als het buigende gras. Tegen de beschoeiing klotsen de golven. Ze hebben tegenwind, maar dat geeft niet. Alles glanst in het zonlicht.’

    Het laatste hoofdstuk heet ‘Einar en Hamid’. Hamid heeft het roze zwemplankje van zijn zusje niet meer nodig. De jongens zitten samen bij de boshut waar ‘hysterisch roze’ rododendrons groeien. ‘Een vader is verdwenen en in de nacht rijdt een moeder naar haar geliefde. Maar hier zitten zij.’
    Water val is uitgebracht als volwassenenroman, maar kan vooral als jongerenroman gezien worden. Het is geschreven in een verzorgde, vaak beeldende en toegankelijke stijl, die ook voor beginnende literaire lezers beslist goed te lezen is. Er spelen veel motieven zoals keuzes maken, vertrouwen en liefde. Net als de hoofdpersonen Einar en Hamid zullen jongeren deze niet zo snel hardop benoemen en bespreken, maar herkennen zullen ze ze zeker.