• Oogst week 46

    Bakvis

    In de oogst van deze week twee verhalen van Yolanda Entius, een leesautobiografie in essays van Daniel Rovers, Zeeuwse verhalen van Carolijn Visser en een historisch boek over 300 jaar Nederlandse walvisvaarders.

    Wat je leest ben je zelf, of: wat je leest wordt je zelf. Bakvis is een verzameling essays van Daniël Rovers over boeken die hem vanaf zijn jongste jeugd hebben gevormd en tot schrijver hebben gemaakt. Te beginnen met Pluk van de Petteflet van Annie M.G. Schmidts, de jeugdromans van Thea Beckman, De vijf van Enyd Blyton, Dagboek van Anne Frank en verder opgroeiend met Franz Kafka, Penelope Fitzgerald, Nanne Tepper en David Foster Wallace. Door deze auteurs te lezen leerde hij spreken en schrijven over verlangens en gevoelens.
    Bakvis gaat daarnaast over de meest eenvoudige en tegelijk fundamentele vragen in de literatuur. Waarom geldt het als diepzinnig om cynische boeken te schrijven? Zijn tv-series werkelijk de romans van nu? Wat is eigenlijk het verschil tussen een gedicht en een geheim dagboek? De conclusie die je uit Rovers essays zou kunnen afleiden is dat als je iets van je leven wilt maken, je aan het lezen moet slaan.

    Bakvis
    Auteur: Daniël Rovers
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek

    Het verhaal van Benito Benin en dat van Fanny

    De titel Het verhaal van Benito Benin en dat van Fanny vult het voorplat met tekst, daar tussendoor kruipen verschillende soorten slakken over de letters heen. Twee verhalen, met de lengte van een novelle over eenzame en zonderlinge figuren. Het verhaal van Benito Benin gaat over de vriendschap tussen het eenzame meisje Lieke en de slak Benito. Beiden zijn niet tevreden met hun leven, eerlijk gezegd zijn ze nogal ongelukkig. Vooruit dan, de eerste zin uit Het verhaal van Benito Benin luidt: ‘Dat hij verre van gelukkig was, met zichzelf en met zijn huis, ontdekte Benito toen hij op een ochtend in april voor het eerst van zijn leven in de spiegel keek.’

    In het tweede verhaal En dat van Fanny, volgen we de ontwikkeling van iemand die het leven ternauwernood aan kan, naar iemand die de grip op haar leven volledig verliest. Ze ontwikkelt in haar eenzaamheid een obsessie voor de beroemde Alma Hendriks, van wie zij alles volgt. Ze wordt geregeld opgenomen en haar zus is de enige die haar bijstaat.
    Ook hiervan de eerste zin: ‘Ze had met alles rekening gehouden: een gorsje, fluitend in een riethaag; een puttertje, happend in de pluizen van een paardenbloem; een vleermuis, hangend in een hoek van haar kamer; een gewone muis of mol – die nagels!’ Beide openingszinnen nodigen zeker uit om er meer van te willen weten.
    Yolanda Entius vond voor dit tweeluik inspiratie bij actuele thematiek, die ze met toegankelijke toon tot persoonlijke en ontroerende verhalen wist te smeden.

    Het verhaal van Benito Benin en dat van Fanny
    Auteur: Yolanda Entius
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Zeeuws geluk

    Wereldreizigster en schrijfster Carolijn Visser heeft inmiddels twintig titels op haar naam staan. Voor Zeeuws geluk hoefde ze niet ver te reizen. Op uitnodiging van een Zeeuwse zorgorganisatie logeerde ze op Walcheren en Noord-Beveland in woonoorden waar ouderen met dementie leven. Zij sprak met de bewoners en hun familie, met zorgmedewerkers en vrijwilligers over de watersnoodramp, klederdracht, de Duitse badgasten en de strenge kerk. Maar ook over de weidse landschappen, het silhouet van Veere en de levendige dorpscafés. De verhalen voerden haar terug naar haar eigen verleden, waarin ze op de fiets over Walcheren zwierf, waar ze vrienden maakte, en ruzie met een leraar kreeg en uiteindelijk vertrok.
    Ze sprak, at en wandelde met de bejaarden en tekende hun verhalen op. Met actuele landschapsgezichten en historische foto’s van de eerste helft van de 20ste eeuw.

    Carolijn Visser (1956) won vorig jaar de Libris Geschiedenis Prijs en de Zeeuwse Boekenprijs met ‘Selma’, over het dramatische leven van een Nederlandse vrouw in het China van Mao. In 2013 werd haar boek ‘Argentijnse avonden’ bekroond met de VPRO Bob den Uylprijs.

    Zeeuws geluk
    Auteur: Carolijn Visser
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Walvissen groot en vet

    Sinds 1986 is de jacht op walvissen verboden, maar daarvoor was het eeuwenlang een avontuurlijke maar ook risicovolle onderneming. Meer dan driehonderd jaar voeren Nederlanders ter walvisvaart naar het Hoge Noorden. Walvissen groot en vet is een bloemlezing waarin aan de hand van authentieke bronnen beschreven is hoe de jacht op de walvissen in het tijdperk van de arctische walvisvaart in z’n werk ging. In ijzige zeewateren speelden zich avonturen en rampzalige gebeurtenissen af. De teksten zijn veelal van opvarenden die het harde leven aan boord hebben meegemaakt en zijn hertaald door Hans Beelen en Ingrid Biesheuvel.
    Met afbeeldingen die het beeld bij de verhalen compleet maakt. Uit Walvissen groot en vet blijkt de historische betekenis van de walvis en de walvisvaart voor de Nederlandse economie, wetenschap en cultuur.
    Volgens de uitgever: ‘Een boek vol spannende en relevante verhalen!’

    Walvissen groot en vet
    Auteur: Diverse auteurs
    Uitgeverij: Athenaeum
  • Kijk, lees en geniet!

    Kijk, lees en geniet!

    In de afgelopen tijd is er op verschillende plaatsen aandacht geweest voor fantasiewezens, al of niet door elkaar beïnvloed. Vorig jaar, november 2016, kwam er een film uit van J.K. Rowlings nieuwste boek: Fantasic Beasts, and where to find them. De Utrechtse vakgroep mediëvistiek zond een jubileumnummer van haar magazine Madoc de wereld in, waarin fantasiewezens uit middeleeuwse legendes te zien waren. En nu is er dit, letterlijk en figuurlijk, fantastische boek Wonderwezens van Ingrid Biesheuvel en John Rabou. Hierin worden 25 wonderlijke wezens beschreven uit de klassieke en middeleeuwse cultuur. Allen hebben zij mythologische eigenschappen, maar met een menselijk element.

    Het boek heeft geen index, en de titels staan niet boven de hoofdstukjes, maar eronder. Daardoor word je meteen uitgenodigd om te gaan bladeren, te kijken en te lezen. Wat een feest is dat! Het boek heeft een prachtige vormgeving. Het eerste dat opvalt, zijn de illustraties van John Rabou. Dat zijn kunstwerkjes, waar de levendigheid van af spat. Je kunt ernaar blijven kijken,en elke keer ontdek je iets nieuws.  Ze zijn humoristisch, gevarieerd, met soms sprookjesachtige, dan weer klassieke of middeleeuwse elementen.
    Rabou gebruikt alleen de kleuren grijs-wit, met goud als enig kleuraccent. Dat is sterk. De losse draden van het kleed van het Griekse weefstertje Arachne bijvoorbeeld, waarop Zeus in dubieuze situaties staat afgebeeld, zijn in goudkleur. Zij vormen meteen het web van de spin, waarin het meisje later zal veranderen. De afbeelding van de Sater is eveneens meesterlijk: dubbelzinning en subtiel tegelijk, door de manier waarop de Sater de fluit in zijn hand houdt. Ook heel mooi is de afbeelding van de oor-mensen: ze lijken zo weggelopen uit één van de vele populaire Gothic Festivals, waar liefhebbers van magische verhalen – zoals de boeken van Tolkien – zich vermommen als hun favoriete personages.

    De tekening van de Graeae zijn minder aantrekkelijk, maar dat komt omdat de Graeae drie afzichtelijke zussen zijn uit de Griekse  en Romeinse mythologie. Zij moesten samen één oog en één tand delen en vochten daarom voortdurend met elkaar. Zij hadden nog een zus, Medusa, die ook al bekend stond om haar afgrijselijke uiterlijk. Deze Graeae doen enigszins denken aan de figuur van de – ook zo lelijke –  Eucalypta, de heks uit Paulus de Boskabouter.

    Wie de tekeningen bekijkt, wordt ook meteen nieuwsgierig naar de teksten. De schrijfster kent niet alleen haar ‘klassieken’ uit Oudheid en Middeleeuwen, zij put even gemakkelijk uit moderne bronnen, en alle eeuwen die daar tussen in liggen. Maar ook uit de beeldhouwkunst, hedendaagse filmkunst, populaire jeugdboeken en muziek. Zelfs de 20e-eeuwse Drs. P komt voorbij, in één hoofdstuk – over die al genoemde Graeae – genoemd met de Russische schrijver Dostojewski. Drs. P heeft een lied geschreven over de kibbelende gezusters tante Constance en tante Mathilde. Hij gaf dit gedicht de titel Zusters Karamazov, verwijzend naar de beroemde gelijknamige roman van Dostojewski.

    Ook is het interessant om van de overige wezens te weten hoe ze in de loop der tijden een plaats kregen in andere verhalen en kunstvormen. Zoals de Sciapode, de éénvoeter, die zijn voet als parasol kan gebruiken. Deze wordt genoemd in de roman Baudolino van de Italiaanse schrijver Umberto Eco. Of de Romeinse god Janus, met twee gezichten. In Harlingen staat een stenen beeld met een januskop, de Stiennen Man genoemd, die daar rond 1570 geplaatst werd als symbolische toezichthouder op het dijkwerk. De schrijfster weet zelfs de loeiende sirenes, die Nederlanders elke eerste maandag van de maand om 12 uur horen, een symbolische betekenis te geven door de link te leggen met de Griekse Sirenen. Dat waren verleidelijke vis- of vogelvrouwen die Odysseus wilden betoveren op zee. Hierdoor luister je de volgende keer heel anders naar het Nederlandse luchtalarm!

    En zo legt Ingrid Biesheuvel verrassende verbanden tussen vroeger en nu, en tussen magie en werkelijkheid. Met recht een fantastisch boek!