• Niemand kent ooit iemand

    Niemand kent ooit iemand

    De Amerikaanse Elizabeth Strout (1956) is bekend van titels als Olive Kitteridge waarmee ze in 2009 de Pulitzer Prize for Fiction won, en van Ik heet Lucy Barton. Onlangs werd The Burgess Boys in het Nederlands uitgegeven. Op de achterflap van het boek staat te lezen dat De Burgess-broers ‘het ontbrekende puzzelstuk [vormt] in de geliefde Lucy Barton-serie’. Die blijkt uit in totaal zes delen te bestaan. De flaptekst zou lezers die niet bekend zijn met het werk van Strout ervan kunnen weerhouden om het boek te gaan lezen, in de veronderstelling dat er een bepaalde voorkennis vereist is, maar niets is minder waar.

    Het boek begint met een proloog in ik-perspectief waarin een ik (de schrijfster) en haar moeder het hebben over de familie Burgess, en dan met name over de kinderen Jim, Bob en Susan, die afkomstig was uit het slaperige plaatsje Shirley Falls in Maine. Deze familie heeft in het verleden een tragedie meegemaakt. Bob heeft namelijk toen hij vier jaar oud was zijn vader per ongeluk doodgereden met de auto, toen hij in een onbewaakt moment met de versnelling zat te spelen. De schrijfster en haar moeder zijn het erover eens dat het verhaal van de familie Burgess een ‘goed verhaal’ is voor een boek. ‘‘‘Ze zullen zeggen dat het niet aardig is om te schrijven over mensen die ik ken.” Mijn moeder was die avond moe. Ze gaapte. ”Ach, je kent hen niet,” zei ze. “Niemand kent ooit iemand.’’’

    Varkenskop

    En precies over die laatste zin gaat het in De Burgess-broers. In vijf delen beschrijft Strout in een alwetend perspectief een aantal maanden uit het leven van met name Jim en Bob Burgess. Zij hebben Shirley Falls al jaren geleden en tot hun grote vreugde achter zich gelaten. Jim is een succesvolle bedrijfsjurist geworden in Manhattan. Hij is getrouwd met Helen, die ten tijde van het boek gebukt gaat onder het legenestsyndroom vanwege het feit dat hun jongste kind is gaan studeren. Bob is minder succesvol dan zijn oudere broer. Hij is minder carrièregericht en werkt in de rechtsbijstand. Zijn vrouw heeft hem verlaten omdat hun relatie kinderloos bleef.

    De tweelingzus van Bob, Susan, is wel in Shirley Falls blijven wonen. Zij roept de hulp in van haar broers, omdat haar zoon Zachary een bevroren varkenskop door de voordeur van een moskee heeft gegooid tijdens het gebed in de ramadantijd. Er blijkt in Shirley Falls een grote Somali-gemeenschap neergestreken te zijn waarvoor het overwegend witte stadje niet altijd sympathie kan opbrengen. Het lukt de broers niet om helder te krijgen waarom Zachary dit haatmisdrijf heeft gepleegd. Sinds de scheiding van zijn ouders is de broodmagere jongen enorm in zichzelf gekeerd geraakt. De enige die hem enigszins doorgrondt is een vriendelijke vrouwelijke predikant.

    Verwachtingen

    De verwachtingen die zich bij de lezer ontwikkelen naar aanleiding van deze ingrediënten buitelen in het eerste deel nog ongelimiteerd over elkaar heen. In de delen die volgen worden alle elementen echter zonder uitzondering uitvoerig genuanceerd. Jim is inderdaad de gewiekste advocaat van wie je zou verwachten dat hij zijn neefje met allerlei slinkse juridische trucjes uit de gevangenis weet te houden. Maar Jim blijkt veel meer te zijn dan alleen dat en daardoor loopt alles net iets anders dan verwacht. Daarnaast blijkt Jim zijn hele leven al een ingewikkeld geheim met zich mee te dragen. Bob heeft zijn hele leven in de schaduw gestaan van zijn grote, knappe en succesvolle broer en aangezien zijn leven ooit al is begonnen met een fout lijkt het logisch dat hij een mislukkeling zal blijven. Hij heeft weinig verwachtingen van zichzelf en ook als lezer zit je lang op het spoor dat je met Bob de oorlog niet zult winnen. Ook dit personage krijgt in de loop van het boek steeds meer diepgang.

    Het is aangrijpend om te zien hoe de door afstand bekoelde relatie tussen de broers en hun zus zich na aanvankelijk wat stroeve weken toch verdiept. De invloed van de gebeurtenissen uit het verleden blijkt voor Jim, Bob en Susan groter te zijn dan ze zelf voor mogelijk hadden gehouden. De oplossing voor het incident met de door Zachary gegooide varkenskop komt uiteindelijk uit een onverwachte hoek.

    Vooroordelen

    De Burgess-broers is een boek waarin veel vooroordelen beschreven worden. De personages hebben onderling (voor)oordelen over elkaar, zowel positieve als negatieve. Hetzelfde geldt voor de gemeenschap waarin ze zich bewegen. Over en weer is er sprake van allerlei vooronderstellingen die Strout haarfijn fileert, zonder politiek correct te willen zijn en zonder oordeel. Daarvoor neemt ze haar tijd, de roman is met bijna vierhonderd bladzijden tamelijk dik en bij vlagen wat langdradig. Dat komt ook omdat Strout ervoor zorgt dat werkelijk ieder draadje zorgvuldig wordt afgehecht. Zelfs in de proloog zijn achteraf nog antwoorden te lezen op vragen die je na het lezen eventueel nog zou kunnen hebben. Als je een minpunt zou willen noemen van dit boek, dan is het dat alles grondig wordt voorgekauwd en uitgekauwd.

    Toch is het eindresultaat een verhaal dat onder je huid gaat zitten. De vlotte maar redelijk rechttoe rechtaan-stijl met veel dialogen zorgt ervoor dat je als lezer het gevoel krijgt aanwezig te zijn bij gesprekken. Je raakt behoorlijk begaan met de verschillende personages, zelfs met personages met wie je aanvankelijk weinig hebt. Je krijgt bijna de neiging om ze toe te spreken, vanwege het alwetend perspectief waardoor je als lezer soms meer weet dan de personages zelf. Het is ook een boek dat aanzet tot nadenken over je eigen standpunten en vooroordelen, omdat je ontdekt dat er een kern van waarheid zit in de stelling van de moeder van de auteur dat niemand ooit iemand kent. Toch komt haar dochter een eind in de buurt met het schrijven van De Burgess-broers, een boek dat zeker een uitnodiging is om de andere delen van de Lucy Barton-serie te gaan ontdekken.

     

  • Oogst week 16

    Een zomer in Venetië

    In de oogst van deze week een kleine roman van de Poolse schrijver Włodzimierz Odojewski, evenals van de Duits/Franse schrijfster Cécile Wajsbrot, nagelaten werk en brieven van Franz Kafka en het laatste deel uit de Cazelets-reeks.

    Włodzimierz Odojewski (1930-2016) schreef vele romans, verhalen, theaterstukken en gedichten. Zijn werk werd onder meer in Frankrijk, Duitsland en Spanje vertaald. Een zomer in Venetië is het eerste boek van Odojewski dat in het Nederlands vertaald is.

    Een zomer in Venetië gaat over het negenjarige jongetje Marek dat op vakantie gaat naar Venetië. Hoewel hij pas negen is, weet hij alles over de stad. Maar de zomer van 1939 heeft andere verrassingen voor hem in petto. Vanwege de dreigende oorlog moet hij in Polen blijven en wordt hij naar zijn tante Weronika op het platteland gestuurd. In haar landhuis ontdekt hij op een dag een plas water in de kelder, die snel groter wordt. Een heilzame bron!

    Zijn lievelingstante Barbara gaat meteen met dit idee aan de slag. Stoelen worden bruggen, de pingpongtafel wordt het San Marcoplein. En terwijl buiten uit de blauwe lucht de eerste bommen vallen, beleeft Marek onder de lampionnen in de verduisterde kelder een reis die het echte Venetië ver overtreft.

    Een zomer in Venetië
    Auteur: Wlodzimierz Odojewski
    Uitgeverij: Querido

    Caspar David Friedrichstrasse

    Tijdens de oorlog waren de ouders van Cécile Wajsbrot naar Frankrijk gevlucht waar zij in 1954 als dochter van Poolse joden in Parijs geboren werd. Tegenwoordig leeft ze afwisselend in Parijs en Berlijn.

    Caspar David Friedrichstrasse is een bitter relaas van een leven voor en na de muur in Berlijn. Over levens die verscheurd werden. De Duitse kunstenaar Caspar David Friedrich (1774-1840) was een schilder uit de romantische periode. In het Berlijn van na de muur wordt een straat naar de kunstenaar vernoemt.

    Een dichter wordt gevraagd te spreken op de openingsceremonie van de straat, hij laat zich meeslepen door herinneringen aan een geliefde aan de andere kant van de muur. Midden in zijn  gepassioneerde lezing over het werk van de romantische schilder, verbindt hij heden met verleden. Dan verandert zijn toespraak in een bekentenis over een leven dat even verscheurd is als de geschiedenis van zijn land.

    Caspar David Friedrichstrasse
    Auteur: Cécile Wasjbrot
    Uitgeverij: Vleugels

    Veranderingen

    Voor de trouwe  Cazalets lezers is er goed nieuws (of niet). Het vijfde en laatste deel van de Cazalets-serie van Elizabeth Jane Howard (1923-2014) is verschenen. Op zesendertigjarige leeftijd debuteerde Howard met The Beautiful Visit. Na een aantal mislukte huwelijken maar wel succesvol als schrijfster, werd ze de tweede vrouw van Kingsley Amis. Het was op aanraden van haar stiefzoon, de schrijver Martin Amis dat Howard in 1982 begon aan de romanreeks geënt op haar eigen familiegeschiedenis, de Cazalets.

    In het vijfde en laatste deel Veranderingen is het halverwege de jaren vijftig. De baronie is overleden, en met haar is een heel tijdperk voorgoed verdwenen. Hoewel de oorlog al tien jaar voorbij is, voelen de Cazelets kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen nog steeds de naschokken ervan. Veel staat er op het spel, het voortbestaan van hun geliefde Home Place, het familiebedrijf, familierelaties en huwelijken. En de nichtjes Polly en Clary proberen het huwelijk en moederschap te combineren met professionele ambities.

    Veranderingen
    Auteur: Elizabeth Jane Howard
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap

    Franz Kafka (1883 – 1924) schreef voornamelijk proza, waarvan zijn romans Het proces (1925), Het slot (1926) en Amerika (1927) de bekendste zijn. Later vonden ook enkele prozavertellingen hun weg naar het grote publiek. Pas in de jaren dertig van de negentiende eeuw groeide de belangstelling voor zijn werk, dat mede dankzij zijn vriend Max Brod postuum verscheen.

    ‘Mijn schrijven ging over jou,’ luidt Kafka’s oordeel over zijn eigen literaire werk in Brief aan mijn vader. Veel van de teksten in deze verzameling alsook veel van de ‘Aforismen’ gaan over de verhouding van het individu tot de ander, de samenleving, de macht.

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap bevat een keuze uit nagelaten verhalen en fragmenten. Kafka schreef de Brief vijf jaar voor zijn dood, in 1919. Opmerkelijk is dat hij de brief typte, waaruit kenners opmaken dat hij met deze brief niet enkel privé bedoeling had. Toch was de brief wel degelijk voor zijn vader bedoeld, al durfde Kafka hem niet zelf op te sturen. Hij vroeg zijn moeder de brief door te geven, maar zij weigerde. Het is een uiterst persoonlijk, pijnlijk en aangrijpend document waarin de vaderfiguur bijna mythische vormen aanneemt.

     

    Brief aan mijn vader en ander proza uit de nalatenschap
    Auteur: Franz Kafka
    Uitgeverij: Athenaeum
  • De weg van waarheid en begrip

    De weg van waarheid en begrip

    De ik-persoon heet Memory. Door haar adoptievader, Lloyd Hendricks, werd ze Mnemosyne (de personificatie van het geheugen en de herinnering) genoemd. Dat zegt al genoeg: het tweede boek van de Zimbabwaanse schrijfster Petina Gappah, dit keer een roman na een verhalenbundel, gaat primair over herinneren. Maar ook over zoveel meer. Het zijn grote thema’s waarover ze vertelt. Maar dat doet ze op een klein gehouden, bescheiden manier. Over recht en onrecht, overleven en zin geven aan het bestaan, over buitenstaander-zijn en racisme, menselijkheid en onmenselijkheid. Het komt allemaal, in een mooi verband, voorbij.

    Herinneren
    Memory is veroordeeld voor de moord op Lloyd Hendricks, de blanke adoptievader die haar, een albino waarop een vloek heet te rusten, opvoedde. Haar advocate zet Memory aan tot het vertellen van haar verhaal aan een Amerikaanse journaliste, en tot het opschrijven ervan. Dat zou kunnen helpen bij het indienen van een verzoek tot gratie. Het leidt dus zowel tot een orale autobiografie in de traditie van Zimbabwe als een geschreven autobiografie zoals we die in het Westerse wereld vanaf bijvoorbeeld Catharina van Siena kennen. Ook aan haar werd demonische bezetenheid toegeschreven.

    In korte zinnen schrijft Memory over haar jongste broertje Gift, dat is overleden, net als de jongste uit het gezin, Mobhi, die verdronk in een emmer. Om al snel over te springen op het leven in de gevangenis, waar ‘de hel inderdaad uit andere mensen blijkt te bestaan, vooral wanneer die andere mensen je vrouwelijke medegevangenen zijn en er een week lang geen water is.’ Zo’n sprong geeft het verwrongen tijdsbesef waarin Memory leeft treffend weer.
    Het opleidingsniveau van de bewaaksters wordt raak getroffen door tal van geestige en goed vertaalde taalfouten, zoals ‘verkeerd verzonden’ voor verkeerd verbonden, ‘organisme’ voor orgasme, ‘rigor mosterd’ voor rigor mortis en ‘doofdom’ voor doofstom. Mooi gedoseerd, zodat het niet melig wordt. Maar het lachen daarom ‘heeft iets hysterisch, want telkens wanneer ik lach, weet ik dat mijn lach in de duisternis vergaat.’

    Licht en duister
    Licht en duister liggen in deze schitterende roman dicht bij elkaar. Het is als de auto van meester Maenzanise, waarin een kind was geboren en een oude man was gestorven, ‘en ze waren allebei op weg geweest naar het ziekenhuis.’ De ene bewaakster was lichter van kleur dan de ander, de ene was schappelijker dan de ander. Of spelen deze verschillen zich alleen maar af in Memory’s hoofd?
    Het is een insteek die doet denken aan wat de filosoof Michel Foucault, die zich in het gevangeniswezen heeft verdiept, ergens schreef: te weten willen komen ‘in hoeverre het denken van je eigen geschiedenis het denken kan bevrijden van wat het stilzwijgend denkt en het de gelegenheid kan bieden anders te denken.’ Of, zoals Memory/Mnemosyne schrijft: ‘Soms ga je dingen begrijpen die je onmogelijk kunt hebben geweten; je snapt ze en je herschrijft je herinneringen om er een samenhangend geheel van te maken.’ Hiervoor staat het geld dat Memory haar moeder aan Lloyd Hendricks zag geven symbool. Ze denkt dat dit de prijs is die voor haar is betaald, maar dat blijkt anders te liggen.

    Verhaal
    Het kleine verhaal van haar leven dat Memory vertelt en opschrijft, wordt gespiegeld in het grote verhaal van de geschiedenis van Zimbabwe. Haar beroep zal ongeveer in dezelfde tijd dienen als er verkiezingen zijn. Beide zijn hoopvolle elementen: zal Memory gratie krijgen, zullen de vrijheidsstrijders winnen en misschien zelfs aan de macht komen? Gappah vlecht beide verhalen op een ingenieuze manier in elkaar.
    Maar niet in de laatste plaats schrijft Memory het verhaal ook voor zichzelf. Ze geniet ervan woorden, zinnen en alinea’s op papier te zetten, zoals een gevangene in een roman van Stephen King gedwongen werd een boek te schrijven en dit hem uiteindelijk op de been hield.

    Breuken en botsingen
    Gappahs boek wordt ook gekenmerkt door breuken en botsingen tussen het leven voor en na de dood van de kleine Mobhi, de periode in de gevangenis en de tijd ervoor, tussen hetgeen de Victorianen Rhodesië brachten aan Westerse cultuur en godsdienst en traditionele gewoonten, genezers en het atavistische geloof in voorouders.
    Zowel Memory als haar adoptievader vallen buiten de gangbare hokjes: Memory omdat ze albino is, Lloyd onder andere omdat hij zich in de ogen van de blanken teveel had aangepast aan de autochtone bevolking van het toenmalige Rhodesië. Je zou kunnen zeggen dat de overeenkomst tussen beiden is, dat ze allebei van binnen zwart waren. Maar er is nog een reden waarom Lloyd buiten de gemeenschap valt. De reactie van Memory daarop toont dat ze nog steeds een rooms-katholiek schoolmeisje is met bekrompen gedachten. Gaandeweg wordt ze zich daarvan bewust en bevrijdt ze zich daarvan.

    De roman is een subtiele, knap geschreven en vormgegeven aanklacht tegen alle kunstmatige scheidingen die Rhodesië/Zimbabwe, maar niet alleen daar, heeft opgeworpen om mensen, niet alleen blank en zwart, bij elkaar vandaan te houden. Het is echter geen pamflet, maar een grootse roman die tevens een ode is aan het verhaal, verteld en/of opgeschreven, als een weg naar waarheid en begrip.

  • Meeslepende vertelling met een moraal

    Meeslepende vertelling met een moraal

    In 2005 verscheen in Indonesië De regenboogbende. Pas nu, in 2012, is de Nederlandse vertaling verschenen, gebaseerd op de Engelstalige editie die in 2009 uitkwam. We lezen het verhaal van Ikal en zijn basisschool die mogelijk moet worden gesloten. De basisschool bevindt zich in een klein dorp in een arm gedeelte van het Indonesische eiland Belitong en staat op instorten, er is geen geld voor onderhoud, fatsoenlijk meubilair of schoolbenodigdheden. De school heeft nog maar negen leerlingen en zal moeten sluiten indien zich minder dan tien nieuwe leerlingen aanmelden in het betreffende nieuwe schooljaar. Gelukkig dient zich op het allerlaatste moment nog een nieuwe leerling aan, maar dan is er wel weer iets anders waardoor de school bedreigd wordt: er zou tin onder de school te vinden zijn. Kortom: de machthebbers van het eiland doen er alles aan om de school te sluiten maar de enige onderwijzeres, de directeur van de school, Ikal en zijn negen klasgenoten proberen met man en macht om de school open te houden.

    Boeiend is dat je over alle klasgenoten van Ikal wat te weten komt. Elk van de tien kinderen (die zichzelf als groep ‘de Regenboogbende’ noemen) heeft wel iets waardoor hij of zij uitblinkt; de een is buitengewoon slim, de ander creatief, de ander heeft analfabete ouders maar doet er alles aan om elke dag naar school te komen (bijvoorbeeld elke dag ruim 40 kilometer door drassig moeras en los zand fietsen) en ook de verstandelijk beperkte jongen die geobsedeerd is door het cijfer drie heeft iets toe te voegen in de strijd om het openblijven van de school. De kinderen zijn zo ontzettend dankbaar voor het onderwijs dat ze krijgen, dat wel duidelijk wordt dat ze er alles voor over hebben om dit te kunnen blijven volgen.

    Door dit verhaal heen vervlochten zit een ander verhaal: dat over Ikals eerste verliefdheid. Hij wordt elke week door de juffrouw op pad gestuurd om krijt gaan halen in een nabijgelegen dorp. Hij wordt verliefd op een meisje van wie hij aanvankelijk slechts de hand ziet, (van achter een gordijntje vandaan wordt hem het krijt aangereikt wanneer hij daar om vraagt). Deze hand is al genoeg om Ikal in vuur en vlam te zetten.  Elke week krijgt hij meer contact met het mysterieuze meisje achter het gordijn en gaandeweg worden de twee jonge geliefden verliefder en verliefder. Het komt zelfs tot een afgesproken ontmoeting. Ikal kan zijn geluk niet op, maar dan slaat het noodlot toe.

    Op een zeer mooie, bijna poëtische manier beschrijft Hirata hoe Ikal lijdt onder zijn verloren liefde en de angst om geen onderwijs meer te kunnen volgen. Een klein minpuntje: af en toe zijn de gedachtegangen en uitspraken van Ikal wel heel poëtisch neergezet, niet altijd even realistisch voor een jongen van die leeftijd. Een voorbeeld: ‘Alles wat ik had gemeend te weten, was op zijn kop gezet door een nieuw woord dat mijn leven was gaan beheersen: verlangen. (…) Ik begreep al vlug dat ik geen type was dat tegen dit verlangen kon. Ik dacht er diep over na hoe ik mijn last kon verlichten.’ Dit taalgebruik past niet bij de gedachten van een jonge puber met liefdesverdriet.

    De schrijver wil ons ook een les meegeven. De regenboogbende is niet alleen het verhaal van iemands jeugd, maar er zit ook een moraal in: het is niet vanzelfsprekend dat iedereen onderwijs krijgt. In de praktijk komt het nog te vaak voor dat kinderen geen toegang hebben tot goed onderwijs, en daardoor, hoe intelligent ze ook zijn, al van jongs af aan een achterstand oplopen ten opzichte van hun rijke leeftijdsgenoten. Hoewel deze les gedurende het hele verhaal duidelijk aanwezig is, wordt hij niet belerend en stoort hij nergens.

    Het lijkt erop dat de schrijver uit zijn eigen herinneringen heeft geput. In het boek staat een opdracht die dit doet vermoeden: de schrijver noemt de naam van de leerkracht en de directeur van zijn school, en deze namen komen precies overeen met die in het boek. Ook schrijft hij: ‘… en voor de toen beste vrienden uit mijn kindertijd, de leden van Laskar Pelangi – De Regenboogbende’.

    ‘De fenomale bestseller uit Indonesie’ staat er op een sticker die op het omslag van het boek geplakt zit. Dat is niets teveel gezegd. De regenboogbende is ook verfilmd. De film kwam in 2008 in Indonesië uit en was daar erg succesvol. Inmiddels is de film ook beschikbaar met Engelse ondertiteling.

     

     

  • Als de hele wereld je nauwlettend in de gaten houdt

    Als de hele wereld je nauwlettend in de gaten houdt

    Kantor is een correspondent in Washington en al jarenlang geïntrigeerd door het leven van de Obama’s. Zij heeft meer dan vijf jaar onderzoek gedaan naar het leven van de Obama’s voordat ze het boek schreef. In Barack en Michelle, het openbare huwelijk van de Obama’s wordt de politiek gelaten voor wat ze is. In dit boek geen politieke beschouwingen, geen kritiek of lofzangen over Obama’s optreden of over de bedenkingen die de Amerikanen tegen hem of zijn manier van regeren hebben. Kantor heeft er in dit boek voor gekozen om het leven van de Obama’s te belichten vanuit een andere hoek: hun huwelijk. In welke mate is hun huwelijk veranderd in de afgelopen vier jaar? Is het wat ze ervan verwacht hadden? Tegen wat voor dingen loop je aan in je liefdesleven als je president bent? Hoe gaat Baracks vrouw Michelle om met al deze veranderingen? Het moet niet gemakkelijk zijn om je huwelijksleven nog privé te houden, als iedereen op de wereld je nauwlettend in de gaten houdt. Geen woord of stap gaat immers onopgemerkt.

    De schrijfster van het boek probeert een antwoord te geven op al deze vragen. Ze beschrijft het huwelijk van de Obama’s in een chronologische volgorde, vanaf de dag dat Obama president wordt tot nu, met af en toe flashbacks naar de tijd voordat Barack president werd.

    Door de chronologische volgorde is het boek overzichtelijk opgebouwd. Ook de hoofdstukken zijn duidelijk afgebakend en omvatten steeds twee maanden uit het leven van de Obama’s.

    Helaas weet Kantor met het verhaal geen vaart te maken en zo krijgt ze de lezer niet achter zich. Het verhaal is niet pakkend, wellicht omdat de samenhang tussen de verschillende hoofdstukken behalve de chronologie in de tijd, niet duidelijk is. Waarom heeft Kantor bijvoorbeeld gekozen om steeds twee maanden te beschrijven in een hoofdstuk, en zorgt het begin van het ene nieuwe hoofdstuk wel, maar het andere hoofdstuk niet voor een verandering van het plot?

    Het siert Kantor dat ze eens een andere kant heeft willen belichten van het leven van de Obama’s, het is interessant om te zien wat voor invloed de politiek op iemands huwelijksleven kan hebben. We lezen bijvoorbeeld over de twijfels die Michelle had bij de politieke stappen die Barack maakte. Ook de foto’s achter in het boek zijn een waardevolle toevoeging bij de tekst, omdat dit portretten zijn van Obama buiten zijn politieke rol.

    Maar toch blijft ze met het verhaal een beetje op de achtergrond, het blijft te oppervlakkig, de manier van beschrijven lokt geen emotie uit en dat is een groot gemis van het boek. Misschien is Kantor bewust aan de oppervlakte gebleven met het verhaal omdat ze het boek niet een te hoog ‘sentiment’ gehalte wilden geven. Indien ze de gevoelens op een meer dramatische wijze had beschreven was het boek wellicht te subjectief geworden, en dat wilde ze voorkomen. Maar nu is het net alsof je een boek leest dat geschreven is door iemand die op de hoek van de straat een familie staat te observeren en alles wat ze ziet en merkt noteert en verder niet becommentarieert. De journalist in Kantor komt hierbij te zeer naar boven, het ligt er te dik bovenop dat het boek vooral niet subjectief mag zijn.

    Bovendien is het maar de vraag hoe objectief Kantor nu eigenlijk is, dus of ze er wel in is geslaagd om neutraal te blijven in het boek. Uit alles blijkt dat ze graag een neutrale voorstelling van zaken wil geven (dit beschrijft ze onder andere in het nawoord). Ze heeft ongetwijfeld veel onderzoek gedaan voor het schrijven van dit boek, en ze beschrijft ook dat ze honderden mensen heeft geïnterviewd voor het boek, ook medewerkers van het Witte Huis. Ze heeft ook Barack en Michelle zelf geïnterviewd over hun huwelijk. De informatie die ze heeft verkregen uit de interviews heeft ze naar eigen zeggen altijd gecheckt bij anderen. Ze wilde per sé mensen spreken van meerdere ‘kampen’, voor- en tegenstanders, omdat ze zich ervan bewust was dat het anders nogal subjectief zou zijn. Maar toch kreeg ze in een interview naar aanleiding van dit boek al kritiek dat er ‘teveel van horen zeggen’ in het boek staat. Ze had misschien nog zekerder van haar zaak moeten zijn. Overigens was Michelle ook niet zo blij met de manier waarop ze geportretteerd werd: als een boze zwarte vrouw die verbitterd is en niet blij is met wat haar man doet.

    Jammer dus van de misschien te geforceerde poging om maar zo objectief mogelijk te zijn, het verhaal mist daardoor diepgang en is alsnog te zien als een subjectieve voorstelling van de zaken.

     

     

  • De rijkdom van een leeg innerlijk

    De rijkdom van een leeg innerlijk

    Recensie door Rein Swart

    In de inleiding schrijft Diski over haar gemengde gevoelens over het reizen. Dit is haar derde ‘reisboek’ na Schaatsen naar Antartica (let wel: met een cruiseschip) en Vreemdeling in een trein (door Noord-Amerika). Ditmaal bezoekt zij Nieuw-Zeeland, Somerset en Lapland. De omstandigheden worden steeds primitiever. Haar behoefte gaat uit naar roerloosheid, een toestand van totale rust, waarin ze haar gedachten de vrije loop kan laten en zich kan verdiepen in de essays van Montaigne, die zich ooit terugtrok uit zijn openbare functies en zich afzonderde op zijn landgoed.

    In deel 1 ‘Over afstand’ wordt Diski uitgenodigd voor een boekenfestival in Wellington, Nieuw-Zeeland. Ze gaat daarop in, omdat ze even afstand wil nemen van haar vrij nieuwe leven met de Dichter in Cambridge en waar kan dat beter dan aan het einde van de wereld? Ze besluit om na haar literaire activiteiten enige tijd voor zichzelf te nemen. Ze verlangt: ‘Vreemdheid en vreemderheid zonder blinde wanhoop.’ Voor dat doel heeft ze een huisje gereserveerd ergens in de achterlanden van het Zuider-eiland. Op haar reis daar naartoe komt ze het fenomeen ‘bungeejumpen’ tegen. Tegenwoordig is de beweging niet meer opwaarts naar de hemel, maar naar beneden gericht, stelt ze vast. Op een busstation peinst ze over de reclame-uitingen van een kerkelijke instelling. De stelligheden van het geloof brengen haar op de volgende zelfrelativering: ‘Soms denk ik dat álles, zelfs een zakje snoep, het verdient om gedurende de rest van je leven te worden overpeinsd. Dat zou geen grotere tijdverspilling zijn dan het gezwam waar mijn gedachten voornamelijk uit bestaan.’
    Later maakt ze een boottocht over een meer, die verstoord wordt door toeristen met hun zilverkleurige geheugens. ‘…mensen hielden digitale camera’s een armlengte bij zich vandaan om op de nieuwe manier foto’s te maken ? nog afstandelijker dan de oude manier, waarvoor in elk geval fysiek contact tussen de lens, de zoeker en het oog vereist was.’ Ze concludeert dat er voor haar, afgezien van haar bijdrage als professionele schrijver, geen enkele reden was om naar Nieuw-Zeeland of waar dan ook naar toe te gaan.

    In deel 2 ‘Over roerloosheid’ zoekt ze een invulling van haar verlangen naar rust tijdens een verblijf van enkele maanden in een achterhuis van een schapenboerderij in Somerset, die door de Boerin wordt bewoond.
    In hoofdstukken als ‘Over je schuilhouden, over leegte, over wandelen’ gaat het onder andere over schuldgevoelens als ze zich niet laat zien en binnenblijft. Ze verblijft liever in de lege ruimte die zij in zichzelf ervaart en waar ze altijd naar toe kan gaan. Ze heeft een natuurlijke reflex om met rust gelaten te willen worden en niet mee te doen. Achterblijven is voor haar een luxe.
    Als kind al hoopte ze op een kwaal waardoor ze niet op school mee zou hoeven doen, maar ze kreeg een schuldgevoel als ze een kwaal voorwendde.
    Desondanks maakt ze tochtjes naar zee in de omgeving van een kerncentrale. Tijdens een rit daarheen ziet ze tot haar verbazing kamelen in een weiland.
    In ‘Over oppervlakkig zijn’ schrijft Diski dat ze niet gekweld wordt door eenzaamheid. ‘Waarom is alleen-zijn niet martelend pijnlijk, geen gevreesde ontdekkingsreis naar mijn onvermoede innerlijke gebieden, pieker ik.’ Ze ervaart in zichzelf een niets, een oppervlakkigheid. ‘Tenslotte begint de waarheid me te dagen dat deze afwezigheid van een pijnlijke confrontatie met het duistere innerlijk in feite mijn moment van zelfontdekking is.’

    In deel 3 ‘Over duisternis’ wordt ze uitgenodigd om op reis te gaan naar Lapland en daar een reportage over te schrijven. Ze stelt zich een verblijf voor in totale duisternis, maar die blijkt daar niet te heersen. Het hoofdstuk ‘Over reisboeken om den brode’ gaat over haar twijfel het aanbod van de reisredacteur aan te nemen en reisjournalistiek te moeten bedrijven. Ze besluit toch te gaan en verblijft te midden van de Samen, die in het noorden van Zweden hun eigen cultuur proberen te beschermen. Tijdens een nacht ligt ze in een lavuu, een soort open tent te midden van een kudde rendieren. Dat is des te erger als je ook nog eruit moet om te plassen bij ruim min dertig graden onder nul. Gelukkig is er een behaaglijk hotel na een doorwaakte nacht en een barre rit op een sneeuwscooter.

    De epiloog bestaat uit een verhaal dat Diski schreef in opdracht van de BBC over een fictieve reis door Afrika waarbij ze poste restante brieven aan zichzelf verstuurt. Op het eind volgen adressen van reisorganisaties van de Samen en het internet-adres van de Boerin in Somerset.

    Het is nauwelijks mogelijk om deze openhartige beschouwingen, vaak doorspekt met herinneringen aan een nare jeugd, adequaat weer te geven. Diski schrijft ontwapenend en met een groot zelfbewustzijn, op het neurotische af. Ze is een hypochonder vol schuldcomplexen, zegt ze zelf. Maar dat levert prachtige literatuur op van een grondig denker, die zichzelf niet spaart.

     

  • Studenten niet blij met gastredacteurschap Jenny Diski

    Jenny Diski: goed schrijven is goed schrijven

    Het zal je maar gebeuren. Word je als schrijver gevraagd om als gastredacteur van een literaire studentenmagazine op te treden, lever je serieus werk, waarna je wordt weggezet als ’te kritisch’. Het overkwam de Londense schrijfster en critica Jenny Diski, die verhalen las van studenten, ze op volgorde plaatste en er een commentaar bij schreef. Dat commentaar was niet mals, maar ook niet overkritisch, schreef ze in The Guardian. “Als je vijftien verhalen te lezen krijgt, dan verwacht ik dat er maar een paar echt goed zijn.”

    De redactie van het tijdschrift was echter not amused en suggereerden Diski haar inleiding aan te passen. Die werd furieus. “Willen jullie alleen maar ondersteuning van je eigen ideeën? Als jullie een gastredacteur zoeken, dan ga je er toch niet van uit dat die precies dezelfde mening heeft als jullie?”

    Wat eronder ligt, zo verklaart Diski in haar artikel in The Guardian, is het onbegrip van hedendaagse jonge schrijvers over het schrijverschap. “Men zegt: er is niet zoiets als goed of slecht schrijven. Dat verwerp ik. Goed schrijven spreekt voor zichzelf. En als ik het lees, zeker van jonge schrijvers, dan valt m’n mond open van plezier. Maar veel schrijvers zoeken alleen maar een pot goud en beroemdheid. Die haal je er zo uit.”

    Voor Diski is schrijven vooral herschrijven. “Dat is het punt waarop je van het verhaal je eigen verhaal maakt. Herschrijven, nog een keer, het ding laten rusten, dan het weer oppakken, heel nauwgezet lezen en zorgvuldig alles weghalen dat je niet goed hebt overdacht – en zelfs sommige dingen die je wel goed hebt overdacht. Dat is goed schrijven. Zo eenvoudig is het.” (bron: The Guardian, Schrijven Online)

    Nieuwsgierig geworden naar hoe Diski zelf schrijft? Lees haar laatste reisboek Over reizen, rust en rendieren.

    Jenny Diski beschreef in haar twee laatste reisboeken Schaatsen naar Antarctica en Vreemdeling in een trein hoe ze verre reizen maakte om zich in zichzelf en haar verleden te verdiepen. Uiteindelijk bleek ze echter nergens zo gelukkig te zijn als thuis, waar ze door niemand werd gestoord.

    Maar haar situatie veranderde toen de Dichter in haar leven kwam. Daarom gaat Diski in Over reizen, rust en rendieren opnieuw op zoek naar de perfecte omstandigheden om haar innerlijke rust te vinden. Ze trekt achtereenvolgens naar het verre Nieuw-Zeeland, het landelijke Somerset en het koude Lapland. In haar onmiskenbaar eigen, geestige stijl doet ze verslag van de opmerkelijke belevenissen van een reiziger tegen wil en dank. (bron: uitgeverij Atlas)

    Jenny Diski, Over reizen, rust en rendieren. Atlas, paperback, 256 p., € 19,95. Vertaling: Inge Kok