• In memoriam Inez van Dullemen (1925-2021)

    Terwijl ik donderdagmiddag mijn handen vol had aan het behang afkrabben en schilderen van een huis, keek ik tijdens de koffie op social media om te weten of de wereld nog was zoals ik hem graag heb. Er verscheen een foto van Inez van Dullemen met haar immer heldere blik, haar naam en daarachter twee jaartallen tussen haakjes. Een schok, bij elk overlijden verandert de wereld een beetje. Ik dacht, terwijl ik verder krabde aan behangresten, ‘Alle mensen zijn sterfelijk’, schrijvers niet uitgezonderd. Waarmee ik mijn geloof dat al wie ik liefheb en bewonder daar niet toe behoren, onderuit haalde. Inez van Dullemen werd als schrijfster bewonderd om haar stille aanwezigheid, haar boeken en verhalen stonden voorop, zelf was ze weinig in beeld. In 1949 debuteerde ze met Ontmoeting met de andere. Ze publiceerde in bijna zeventig jaar zo’n dertig verhalenbundels, reisboeken, toneelstukken en romans. In haar begintijd was ze vooral een romanticus, en haar boeken werden nogal eens te liefelijk bevonden. Zelf zei ze daarover ‘Ik was een bellettriste, een kind van Van Schendel en Couperus.’ Dat veranderde toen ze halverwege de jaren zestig met haar man twee jaar door Amerika reisde.

    Van daaruit schreef ze reisverslagen voor de Volkskrant die later gebundeld werden in Op zoek naar de Olifant en Logeren op de vulkaan. Terug uit Amerika worden haar verhalen persoonlijker, spelen beslissende momenten uit haar eigen leven er een rol in. In ‘De verrader’, opgenomen in de bundel Een kamer op de Himalaya,  is het de eerste dag van de Tweede Wereldoorlog. Een twaalfjarig meisje ontleent aan de oorlog iets avontuurlijks. Op de tweede dag van de oorlog, wanneer Duitse soldaten door de straten marcheren, gaat ze langs bij een schoolvriendinnetje waar ze nog nooit thuis kwam, er was iets raadselachtigs aan het gezin.

    Haar broer had geopperd dat het landverraders zijn. Ze wil het weten, daarom gaat ze er heen. Maar het zijn vriendelijke mensen, geen verraders. Op het punt van weggaan, het gezin gaat eten, gluurt ze nog even door de kier van de woonkamerdeur en ziet dat de vader zijn hoofd met een zwart doekje bedekt. ‘Het was of er nu toch een vonnis was uitgesproken, hij had zich het hoofd met zwart gedekt. Het verraad maakte plaats voor een ander soort getekend-zijn. “ik wist het niet,” fluisterde ik, “ik wist het niet, ik dacht…” Ik kan niet uitspreken wat ik gedacht had. Wij, joden, had hij gezegd. Een heel volk. En het flitste door me heen: de politie in onze straat, de joodse familie die de gordijnen had gesloten en zich in bed gelegd om niet meer wakker te worden… Het kind dat touwtje had gesprongen. In Polen, zei mijn broer, vermoorden ze alle joden. (…) nu was het hier ook Polen, ikzelf had de voetstappen gehoord door de straten, duizenden, en je wist niet welke gezichten erbij hoorden…’ Die broer was overigens fout in de oorlog, daarover heeft ze later geschreven in Heldendroom.

    Van Dullemen schreef om zelf steeds weer anders, opnieuw naar de dingen te leren kijken. ‘Als je ergens vreemd komt, heb je de neiging om zo botweg te oordelen, vanuit je eigen wereld, je eigen denkpatroon.’ In 1976 brak ze door naar een groter publiek met de novelle, Vroeger is dood, over haar dementerende ouders. De novelle werd bekroond met de Jan Campertprijs. En in 1987 werd het boek verfilmd en won twee gouden kalveren, waarvan een voor Jasperina de Jong in de rol van de dochter. In 1989 ontving ze de Anna Bijns Prijs voor haar hele oeuvre.

    Haar laatste roman, het autobiografische Een schip vol meloenen, verscheen in 2017. In een interview in de Volkskrant liet ze weten zelf ook verbaasd te zijn, dat ze jaren nadat ze dacht haar laatste boek te hebben geschreven, er toch nog een boek kwam. ‘Wat is er in uw boeken echt gebeurd, is mij vaak gevraagd. Mijn antwoord is eenvoudig: ik weet het zelf niet. Veel van wat ik werkelijk heb beleefd, heeft zich in mijn verbeelding getransformeerd tot fictie, maar is daarom nog niet minder waar.’ 

    Een schrijfster waarvan de geschiedenissen die ze deelde, de verhalen die ze vertelde, met je meegingen. Hier en daar wat aan je leven veranderde, iets toevoegden. In een hoekje van mijn geest is de schrijfster Inez van Dullemen altijd aanwezig geweest. Nu er niets meer van haar te verwachten is, blijft ze daar en in haar boeken voortbestaan.

     

    Bron: Bzzlletin. Jaargang 10 (1981-1982) op DBNL (digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren).

    © foto: Keke Keukelaar

     

  • Het ongewone zien in het gewone

    Het ongewone zien in het gewone

    Schrijven. Daar ben ik mee bezig geweest, een leven lang. Het was mijn beroep om wat ik waarneem om te zetten in woorden. Ik moest mijzelf daartoe dwingen want het is een vermoeiend karwei. Maar het was ook aanlokkelijk, ik verbond me met iets dat een geheim vormde tussen mij en wat ik dacht waar te nemen, want wat je ziet is niet wat het lijkt. De tekening lezen, daar gaat het om: een bloeddruppel, een gevorkte tak in de vorm van een mens, de schedel van een eekhoorn naast een dennenappel, dingen die zich in je vast steken en verbindingsdraden vormen. Stap voor stap je weg vinden in die wereld van onverklaarbare verschijnselen en die verklaarbaar maken. Dat schenkt voldoening. Het ongewone zien in het gewone en omgekeerd.’

    In De twee rivieren blikt Inez van Dullemen terug op haar leven en haar werk, en op haar relatie met toneelregisseur Erik Vos. Naar eigen zeggen is dit haar laatste boek: ‘Ik vind het goed zo’.

    Dagboeknotities
    Ze heeft altijd dagboek gehouden en op de daarin gemaakte notities is dit boekje gebaseerd. Ze begint in december 2014 en eindigt in mei 2015. Daarin vertelt ze over haar fascinatie voor de zee, haar drang tot reizen, over haar ouders en haar vader in de oorlog, ze schrijft over toneel en het Appeltheater in Scheveningen waar haar man prachtige voorstellingen heeft gemaakt, over toneelschrijver en regisseur Lodewijk de Boer, over haar hekel aan het Boekenbal, over ouder worden, over de dood en Freddy Mercury, over de dichters Jan Arends en Pablo Neruda, maar ook over haar kleinkinderen en haar tweede huis in Frankrijk. Bij dat huis kwamen twee rivieren samen, wat Van Dullemen prachtig vond om te zien.

    Laatste boek
    Maar nu ze ouder is (89), is haar leven veranderd. Vrienden worden ziek en overlijden, het reizen gaat haar moeilijk af, het huis in Frankrijk is verkocht en het schrijven kost haar te veel kracht. Maar uit de herinneringen die ze hier heeft opgeschreven, blijkt nog steeds haar grote zeggingskracht en beeldend taalgebruik. Haar scherpzinnig waarnemingsvermogen levert fijnzinnige details op in de herinneringen die ze op papier heeft gezet.
    Een mooi voorbeeld:

    Land’s End. Ik hou mijn ogen dicht om beter te kunnen zien. Ook zonder ogen kun je zien hoe de wereld draait’, zegt koning Lear. Ik probeer met de ogen van mijn kinderen naar de zee te kijken, naar het einde van de zee, het lukt me maar half want tegelijkertijd voel ik de schaduw van het water dat ons omringt, het besef van eindigheid. Het heeft iets van de laatste lente die je meemaakt terwijl je weet dat je ongeneeslijk ziek bent. Dan ervaar je de lente niet als één uit een reeks maar als uniek en onherhaalbaar. Ik maak een gestolde werkelijkheid mee omdat plotseling het eeuwig herhalingspatroon wordt doorbroken. Op dit soort momenten verdampt in mij de mist van de tijd, alsof ik dwars door die mist heen een schaduw volg: tot hier, tot aan de plek waar we stonden. Waar ik nu sta: Land’s End.’

    Mocht dit inderdaad Van Dullemens laatste boek zijn, dan heeft ze een mooi ‘coda’ aan haar omvangrijke oeuvre gehangen.