• Ode aan de heimwee

    Ode aan de heimwee

    In De Madurese vriend reist schrijver Kees Ruys over de Indonesische archipel met als eindbestemming Pasir Putih, een badplaats op Oost-Java waar hij al vaak was. Het is misschien niet zijn laatste reis, maar wel een betekenisvolle. Hij beschrijft zijn terugkeer in een afscheidsbrief aan Djaman, een Madurees met wie hij veertig jaar bevriend is en met wie hij verstandhouding en vertrouwen heeft opgebouwd, maar die hij nog altijd niet begrijpt en dat is wederzijds. De auteur is melancholiek gestemd, want dit keer zal Djaman hem niet opwachten en tegemoet treden met de woorden dat hij hem al in zijn droom zag naderen.

    De auteur heeft geen haast. Traag, op het ritme van de hete dag in Java, reist hij langs ‘de oude Grote Postweg’. Deze duizend kilometer lange weg werd in 1908 in een jaar aangelegd. ‘Een recordprestatie, die het leven eiste van twaalfduizend Indonesiërs, onder wie honderden koelies (…) waarna opzichters hun hoofden, ook bij Pasir Putih, langs de weg als kerstballen in de bomen hingen.’

    Afscheidsbrief

    Ruys haalt herinneringen op aan voorgaande reizen, waaronder anekdotes over mensen die hij gekend heeft, zoals Yanto, een andere Javaan met wie hij ook veel beleeft heeft. Hij beschrijft de mensen levendig, met veel oog voor detail. Het is een caleidoscoop aan belevenissen die Ruys samen met Djaman en Yanto ervoer, waarover hij nu schrijft in de afscheidsbrief. Een mooie vorm waarin de auteur zelf, de ik, zijn vriend met je aanspreekt. Hij toont zijn kwetsbaarheid en voegt persoonlijke beschouwingen in, hij vraagt dingen aan Djaman, die geen antwoord geeft, maar soms lijkt het een dialoog. De brief is een zoektocht naar wat hun vriendschap inhield.

    Waarom zijn ze altijd zo mild gestemd over de Nederlanders, die toch vreselijke dingen hebben aangericht. De auteur vindt het vreemd dat hij zelden negatieve sentimenten over Nederlanders opgevangen heeft. ‘Jullie herinneringen aan mijn landgenoten zijn niet alleen verser dan die aan de Japanners, maar in veel opzichten ook onthutsender (…) Is het een vorm van praktisch denken: toen is toen? De superioriteit van de uiteindelijke overwinnaar?’

    Dat Djaman ziek is, wordt al snel duidelijk, en is reden tot zorg. De stief-kleindochter van Djaman houdt Kees Ruys in Nederland met video’s per mobiele telefoon op de hoogte van het voortschrijdend ziekbed. Niets te vrezen, de berichten zijn vooral hoopvol, maar het is voor Ruys wel een reden om deze reis te ondernemen.

    Tussen de persoonlijke mijmeringen komen historische gebeurtenissen in Indonesië aan bod. Het Nederlands kolonialisme, zij het in mondjesmaat, maar ook de islam. ‘Van oudsher is de Indonesische islam een milde variant op de Arabische, verweven als hij is met invloeden uit het boeddhisme en het hindoeïsme, met gewoonten en gebruiken en met animistisch (bij)geloof. (…) Er waren er maar weinig die vijf keer per dag tot Allah baden. Jij vormde op dit beeld geen uitzondering. Gelukkig niet.’ Schrijft Ruys aan Djaman.

    Sinds de jaren zeventig reisde de auteur met grote regelmaat door Indonesië en vooral de laatste twintig jaar, sinds 9/11, zag hij de tolerante, humorvolle samenleving radicaal veranderen. Hoewel ze het zelden over politiek hadden, weet Ruys dat Djaman het met hem eens was, maar dat kon zijn vriend steeds minder in het openbaar zeggen. ‘Maar toch ben jij, juist jij, een van de redenen waarom ik vasthoud aan mijn overtuiging dat de wereld iets kan leren van de buigend-bamboe-houding van de Indonesiër…’

    Ware Vriendschap

    De lezer leert Djaman en Yanto en vele andere vrienden, hun vrouwen en kinderen kennen. Er zijn talloze verwikkelingen en vetes, en herinneringen aan een verloren, moeizame liefde. Ruys reisde verschillende keren samen met de mannen en kwam zo dichterbij hun rituelen, angsten en (bij)geloof. Hij ging heel ver om zich gelijkwaardig te kunnen voelen aan Djaman en zijn vrienden Hij deed mee aan séances, en organiseerde bierfeestjes waarna hij zich weer schuldig voelde, want een Javaan zal gratis bier niet afslaan en dus waren ze al snel ladderzat. Schuldgevoel, omdat hij een witte Nederlander was tegen wie zij altijd opzien en zich onderdanig gedragen.

    De auteur idealiseert Indonesië niet, soms is er haast sprake van een haat-liefdeverhouding, de hitte, de regens, de kakkerlakken en muggen, de armoede en de corruptie. Hoewel onder die corruptie en diepe armoede niemand echt lijkt te lijden, er is altijd weer hulp vanuit de gesloten gemeenschap.

    Leunstoelreizen

    Ruys verstaat de gave om zijn lezer mee te nemen op reis. Beelden, geuren, hitte, het zijn innemende, fraaie sfeerbeschrijvingen, nooit te zwaar, maar wel met diepgang. De boeiende Indonesische cultuur spat van de bladzijden. De Madurese vriend is een ode aan een vriendschap, een melancholiek en meeslepend reisverhaal, dat moeilijk weg te leggen is. ‘Als ik aan Pasir Putih denk (…) is het er nog steeds een rommeltje, en onverdraaglijk heet, en gebeurt er zo ontstellend weinig dat je er op doordeweekse dagen evengoed een foto als een video kunt maken.’

    Tegen de achtergrond van hedendaags Indonesië met herinneringen aan weleer meandert de auteur tussen de vele personages en hun levensverhalen en verkeert hij met hen tussen hitte, stof en armoede en probeert hij de kracht van de vriendschap te ontdekken, maar kan die uiteindelijk niet echt in woorden vangen. En misschien hoeft dat ook niet, als het een zuiver gevoel is.

    De Madurese vriend is deel vier in de serie De Randgebieden. Vier boeken over Indonesië die onafhankelijk van elkaar te lezen zijn. Het is een bundeling van sentimenten, hallucinerende ervaringen en prachtige portretten van gewone mensen, maar ook van sferen en impressies van steden en dorpen en belevenissen tijdens Ruys’ tochten.

     

  • De verdediging van een wingewest

    De verdediging van een wingewest

    Eén van de meest geteisterde gebieden door de eeuwen heen is ongetwijfeld Indonesië. In een zeer uitvoerige en lijvige studie heeft journalist Piet Hagen een gedetailleerd en volledig overzicht gemaakt van vijf eeuwen koloniale oorlogen in de voormalige Nederlandse kolonie. Hagen werd al eerder gelauwerd omwille van zijn fijnzinnige journalistiek met zijn biografie van Pieter Jelles Troelstra Politicus uit hartstocht die werd genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs en bekroond met de driejaarlijkse Joast Halbertsmaprijs van de provincie Friesland. Met zijn Koloniale oorlogen in Indonesië: vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing heeft hij zijn magnum opus geschreven. Het werk is een gedetailleerd naslagwerk geworden van alle veldslagen geleverd op Indonesisch grondgebied vanaf 1500 tot 1975.

    Handelsbelangen
    Koloniale oorlogen in Indonesië start met vijftien bladzijden overzichtskaarten zodat de lezer zich een goed beeld kan vormen over welke plaatsen telkens sprake is. Dat is ook nodig want tot in de kleinste details en plekken wordt elke militaire actie, expeditie, zeeslag, blokkade en confrontatie verklaard. Daarna volgt een uitvoerige inleiding waarin de auteur verklaart hoe en waarom hij aan het werk is begonnen en hoe hij het heeft opgevat. In 25 zeer gedetailleerde, maar overzichtelijke hoofdstukken passeert vijfhonderd jaar Indonesische geschiedenis. Hij start met het Aziatische netwerk dat sterk aanwezig was voor 1500 en beschrijft hoe de grondstoffen (zoals specerijen) toen al voor kleine oorlogen en familievetes zorgden tussen de hindoe-boeddhistische vorsten. Ook de verwonderlijke en snelle verovering van de eilanden door de Islam komt aan bod. Dat de gunstige ligging van het gebied en de daaruit voortvloeiende handel de hele geschiedenis heeft bepaald komt al vlug tot uiting. In de zestiende eeuw zien we dan de opgang van Spanje en Portugal die, als economische grootmachten, zich ook in het gebied vestigen. De handelsbelangen werden zodanig groot dat gebieden als Sumatra snel werden ingelijfd. Toch bleef er weerstand en beten vooral de moslims zich af tegen de nieuw aangekomen christenen. Vele (kleine zowel als grote) veld- en zeeslagen waren het gevolg.

    Nederlandse inmenging
    In de zeventiende eeuw komt het dan tot een wereldhandelsoorlog waarmee zich ook Nederlandse en Engelse compagnieën gaan bemoeien. De vraag naar producten uit Zuidoost-Azië steeg dermate dat men zich ook op het strijdtoneel moest begeven. Vooral de strijd om de belangrijke handelshavens deed de gemoederen hoog oplaaien. Een van de voornaamste rollen werd gespeeld door de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Na een eeuw lang strijd te hebben gevoerd, veelal met succes, begint op het einde van de zeventiende eeuw en vooral in de achttiende eeuw ook de neergang van de VOC. De opgang van nieuwe dynastieën in Java en verdere islamisering zorgde voor onrust en conflicten met Batavia en de VOC. Lokale machthebbers en Engelsen, maar ook andere Europese concurrenten, breidden hun macht uit, allemaal ten nadele van de VOC. In de negentiende eeuw werd het gebied een speelbal van de Westerse mogendheden waarbij vooral Fransen en Engelsen elkaar bekampten. Het Hollandse gezag bleef evenwel schoorvoetend overeind, maar moest opboksen tegen de andere opkomende grote mogendheden en zag vooral de Britse invloed groeien. Het Napoleontische intermezzo zorgde voor wat rust en uiteindelijk werd in 1816 Nederlands-Indië gevestigd. Maar ook dat betekende niet dat er volledige rust was. De ene na de andere opstand bleven elkaar opvolgen. Het nieuw opgerichte Koninklijk Nederlands-Indisch Leger moest de orde herstellen en bewaren en zou dat doen tot 1950. Verschillende expedities naar Bali en Lombok veroorzaakten grote verliezen.

    Onafhankelijkheidsstrijd
    Van bij het begin van de twintigste eeuw zien we de strijd voor emancipatie: islam, socialisme en nationalisme steken te kop op en er ontstaat een heus domino-effect. Een resem verzetsbewegingen schieten als paddenstoelen uit de grond en zijn niet meer te stoppen . Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er nog de laatste kolonisator, Japan, die instond voor het grootste aantal slachtoffers van alle oorlogen. Daarna volgt de strijd voor de onafhankelijkheid die uiteindelijk in 1949 een feit wordt. Ook de naweeën komen nog aan bod: de situaties in Nieuw-Guinea, Noord-Borneo en Oost-Timor worden beschreven in een apart hoofdstuk.
    De laatste hoofdstukken wijdt Hagen aan een overzicht van het koloniaal systeem an sich (exploitatie, repressie en geweld), kritiek van de tijdgenoten op het kolonialisme en is er nog een volledig chronologisch overzicht van alle opstanden, expedities en oorlogen. De laatste honderd bladzijden van het werk zijn gewijd aan noten, literatuurlijst en register.

    Dit werk is ongetwijfeld de meest uitvoerige en gedetailleerde studie over het (oorlogs)verleden van het meest-belaagde gebied van Zuidoost-Azië. Hagen toont aan dat de rol van de Nederlanders niet onderschat mag worden in de hele geschiedenis. Het werk is vooral een schat aan informatie voor al wie geïnteresseerd is in of info wil over Indonesië. Het is een vrij volledig naslagwerk dat vooral gebruikt kan worden in tal van studies over het gebied. Hoed af voor het monnikenwerk dat Piet Hagen hierin heeft gestoken.

  • Zomerrubriek 2012 – Menno Hartman

    Laat u inspireren door de recensenten en redacteuren van Literair Nederland.

    Menno Hartman beantwoordt de volgende vragen:

    Heb je literaire vakantieplannen?

    De behoefte aan lezen en reizen komen bij mij uit eenzelfde bron. Ik reis om de wereld te leren kennen, zoals ik lees om de wereld te leren kennen. Deze zomer ga ik naar Indonesië en daar komt dan een derde aspect bij: dat van de geschiedenis. Waar ik ook ooit die fascinatie heb opgedaan; als ik in gebieden ben waar Nederland een koloniaal verleden heeft, dan verdubbelt de wereld daar naar een huidige en een verleden wereld. En ik wandel door beide tegelijkertijd. En je schippert heen en weer tussen de ene en de andere terwijl je leest. Toen ik bijvoorbeeld eens op Sulawesi was, heb ik op een boot  middenin de golf van Tomini de eerste oude man gesproken die graag een paar woorden Nederlands met mij wilde wisselen, (‘hallo graag even voorrrstellen, mijn naam is Alexxx’) omdat hij nog herinneringen had uit de tijd dat Nederlands algemener was in Indië. Op dat moment leef ik in mijn heden, daar op die boot, en in zijn verleden. Die verdubbeling is wat ook aan lezen zo prachtig is. Dus: ik ga naar Indonesië en lees over het droevig verleden van dat eilandenrijk, en heb gelijkertijd de mogelijkheid naar het heden te kijken. Ik neem Vincent Mahieu mee, A. Alberts en R. Nieuwenhuys. Suggesties zijn welkom.

    Welke roman heeft je het afgelopen half jaar het meeste geboeid? 

    In de roman Mother’s Milk van Edward St Aubyn (vertaald als Moedermelk, uitgegeven door Meulenhoff, vertaald door Nicolette Hoekmeijer) volgen we Patrick Melrose in een aantal opeenvolgende zomervakanties. Hij heeft een vrouw en twee jonge zoontjes. Zijn moeder laat hun Franse vakantiehuis niet aan hem na, maar aan een zweverige stichting. Patrick heeft een probleem met zijn moeder, zijn vrouw wil niet meer met hem naar bed en hij heeft een drankprobleem. In hoofdstuk 9 volgen we hem een ochtend lang waarop hij bellen cognac drinkt en espresso’s op een Frans terras en er niets gebeurt dan dat de lezer zijn furieuze dronkenschap zich ziet ontwikkelen. Hilarisch, scherp, meeslepend, een absolute aanrader dit boek, nu lees ik het vervolg At Last. De vertaling daarvan verschijnt volgens de vertaalster op 16 juli.

    Bezoek je in het buitenland wel eens literaire plekken? 

    Zo min mogelijk, zoals ik ook literaire evenementen tracht te vermijden. Vorig jaar liep ik opeens tegen de ‘Popping Stone’ aan, een groep stenen in Noord Engeland waar Sir Walter Scott zijn aanstaande zijn huwelijksaanzoek deed. ‘The question just popped’ een moderne mythe die lokaal zoveel navolging heeft gehad dat er vele heren en dames heen gaan om hun verhoopte aanstaande tot de vraag te verleiden. In zijn soort een prachtig voorbeeld van een literaire plek: lichtjes truttig en weinig met literatuur uitstaande hebbend.

    Van welke hoofdpersoon ben je nog steeds onder de indruk? 

    Herzog uit de gelijknamige roman van Saul Bellow. De mooiste naamgever van een roman die ik ken, een compleet mens, niet samen te vatten in minder dan 500 pagina’s. Ik ben op zoek naar een lijst met boeken die als titel de naam van hun hoofdpersoon hebben, ik noem maar eens, alle indrukwekkend: Babbitt van Siclair Lewis, Ravelstein van Herzog, Werther Nieland van Reve, Henri Brulard van Stendhal, gaarne aanvullen…

    Menno Hartman (1971) is oprichter van Literair Nederland en redacteur bij Uitgeverij Van Oorschot en van het literaire tijdschrift Tirade. Recensies van Menno Hartman.

    Wilt u ook een bijdrage leveren aan deze Zomerrubriek klik dan hier.

    Klik hier voor de bijdrage van Karel Wasch
    Klik hier voor de bijdrage van Albert Hogeweij