• OK boomer

    OK boomer

    ‘ROMAN’ staat er in drukletters op de kaft van Alfred Birneys In de wacht, en het is niet zo gek om je na het omslaan van de laatste bladzijde af te vragen waarom. De namen van de personages zijn veranderd en hier en daar zal wellicht nog wel iets zijn gefictionaliseerd, maar in grote lijnen gaat het toch om een egodocument van een hoofdpersonage dat vrijwel geheel samenvalt met Birney zelf, zowel wat zijn achtergrond betreft als wat hij meemaakt. Alan Noland, zoals Birneys alter ego heet, ligt immers in het ziekenhuis te wachten op een hartoperatie waar zijn geestelijke vader zelf van is hersteld in 2019, had ook een getraumatiseerde militair als vader die zijn gezin mishandelde, was eveneens gitaarleraar enzovoort.

    Ondertussen houdt hij een lange innerlijke monoloog over zowat alles wat hem bezighoudt, en dat is nogal wat. In de wacht gaat over van alles en nog wat. En dat is meteen ook het probleem: Birney kan er moeilijk een onderwerp uit kiezen om zich op te focussen zodat het boek alle richtingen uitwaaiert.

    Kijk op multiculturele samenleving

    Maar laten we beginnen met de positieve punten, want die zijn er wel degelijk. Zo is het vertelstandpunt alleszins origineel. Noland (of Birney dus) is een man van middelbare leeftijd van gemengde afkomst (Chinees, Indisch, Schots en Brabants om precies te zijn) en heeft in die hoedanigheid wel een originele kijk op de netelige kwestie van de multiculturele samenleving en de identiteit van de mens die zich daarin beweegt. Dat maakt hem op zich al bijzonder, want er is veel eenheidsworst in de hedendaagse Nederlandstalige literatuur, die wel erg vaak draait om de first world problems die de gemiddelde witte middenklasser uit de randstad bezighouden.

    Noland noemt zichzelf een ‘Brindo’, een verzonnen woord dat hij verkiest boven ‘allochtoon’: ‘Wat een bespottelijke term hebben die Batavieren toch verzonnen: allochtoon. In Amerika ben je immigrant, je directe nakomelingen zijn immigrantenkinderen en die daarna komen zijn Amerikanen. Punt. Maakt ze nog geen lieverdjes, dat tuig, ze doen alleen wat minder nodeloos ingewikkeld. Ik was hier een Indische jongen, vanaf de Molukse treinkapingen was ik een Indo en toen de allochtonenwet werd ingevoerd – ik denk in 1994 – was ik opeens een allochtoon. Waarom? Omdat mijn vader uit het buitenland kwam. Het buitenland was een gekoloniseerde eilandenreeks met de door Multatuli bedachte term Gordel van Smaragd.’

    Het komt opvallend vaak terug, die afkeer van betutteling onder het mom van antiracisme, en ook de affiniteit van Birney met het gewone volk komt goed uit de verf. Liever heeft Noland nog het gewone, eerlijke volksracisme van bijvoorbeeld de Haagse kastelein met wie hij een ziekenhuiskamer deelt, dan het omfloerste, in bedekte termen geformuleerde superioriteitsgevoel van de witte middenklasse: ‘Andersom stel ik me voor dat mensen die voortaan over witten spreken niet per definitie een gedekoloniseerd brein hebben. Ze volgen braaf de dynamische terminologie zonder zich te verdiepen in de inzichten die daartoe hebben geleid.’

    Gruwelen van het ziekenhuisleven

    Birneys onvrede met de huidige samenleving, gekenmerkt door materialisme en consumptiedrang, vervuiling, hufterigheid (‘scheldkanonnades van halve analfabeten over en weer op socialemediaplatforms’) en andere ellende, zit erg diep. Het boek vormt ook aanleiding om het steriele, anonieme, onmenselijke ziekenhuissysteem aan te kaarten, met zijn overwerkte verplegers, arrogante dokters die op vijf minuten het lot bezegelen van patiënten die al weken liggen te wachten, en liefdeloos neergekwakt, smakeloos voedsel. ‘Het moet werkelijk een gruwel zijn iemand op te zoeken in een ziekenhuis,’ verzucht Noland, en geef hem eens ongelijk. Wie wil er nu zijn laatste dagen doorbrengen zoals de oudjes die je daar soms door de gangen ziet schuifelen, ‘Bijkans verschrompeld tot wandelende takken lopen ze achter hun rollators aan, vastbesloten om hun zonen of dochters nog eenmaal te bezoeken eer zijzelf als stofhopen achter die rare karretjes blijven liggen, gereed om opgeveegd te worden’?

    In de wacht is een boek met pieken en dalen. Het is alsof je in het café naar een man van middelbare leeftijd zit te luisteren die heldere momenten vol puntig geformuleerde inzichten afwisselt met troebel gedram en gezeur. ‘OK boomer,’ denkt de brutale lezer, die aan de drang moet weerstaan om een paar bladzijden over te slaan, op zo’n moment. Een strengere selectie ware dus beter geweest, en ook dat fictiesausje hoeft eigenlijk niet. Als In de wacht dan toch niet echt een roman, maar een egodocument is, zoals het in de reeks Privé-Domein verschenen Niemand bleef, heeft het geen zin om de schijn op te houden.

     

     

  • Oogst week 18 – 2020

    In de wacht

    Het nieuwste boek van Alfred Birney, vooral bekend van zijn prijswinnende De tolk van Java, zal stof doen opwaaien. In In de wacht ligt zijn hoofdpersoon Alan Noland in een ziekenhuisbed te wachten op een operatie. Politieke correctheid is Noland niet gegeven en zonder scrupules geeft hij zich over aan het becommentariëren van mensen met een multiculturele achtergrond. Maar dat is niet het centrale thema. Birney liet zijn hoofdpersoon fantaseren over het loslaten van een ziekte om het grote taboe onder de taboes aan te snijden: de overbevolking. De auteur dacht dat hij een toekomstboek had geschreven, getuige de zin: ‘Verspreid anders op de gok een uitgekiende bacterie over de wereld, ergens in Centraal China, dat tikt lekker aan. Die bacterie lift gewoon mee op de jaarlijkse griepgolf totdat de aarde weer wordt bevolkt door zo’n anderhalf miljard mensen.’ Het manuscript was al persklaar toen covid-19 uitbrak. Birney schrok en stond op een voetnoot bij de zin die door de realiteit is ingehaald.

    In de wacht
    Auteur: Alfred Birney
    Uitgeverij: De Geus

    De republiek of de dood

    Van de beroemde redenaar, politicus, filosoof en advocaat Marcus Tullius Cicero (106-43 v.Chr.) is een omvangrijke briefwisseling bewaard gebleven. Staatsman Cicero correspondeerde met veel andere invloedrijke Romeinen, en deze brieven plus fragmenten daaruit dienen in De republiek of de dood als context voor de veertien vlijmscherpe redevoeringen die bekend staan als de Philippicae. Cicero zag de republiek als de beste staatsvorm en beoogde met deze redevoeringen de senaat op te zetten tegen Marcus Antonius die na de moord op Caesar de macht en alleenheerschappij naar zich toe poogde te trekken. Cicero’s bedoelingen faalden en hij moest zijn optreden met de dood bekopen. Uit de brieven blijkt dat Cicero helemaal niet zo zeker van zichzelf was als hij in zijn venijnige redevoeringen deed voorkomen.

    De republiek of de dood
    Auteur: Cicero
    Uitgeverij: Athenaeum

    Jaag je ploeg over de botten van de doden

    De Poolse Olga Tokarczuk (1962), oorspronkelijk psycholoog, staat bekend als feministisch schrijfster. Ze won de Nobelprijs voor Literatuur 2018, wat in 2019 bekend werd gemaakt.

    Vertaler Karol Lesman introduceerde Tokarczuk in de jaren negentig in de Nederlandstalige literatuur. En nu is daar haar eerste thriller boek, Jaag je ploeg over de botten van de doden. Dat de schrijfster bij Poolse nationalisten niet geliefd is ligt misschien aan het feit dat haar personages bepaald niet alledaags zijn. Haar huidige hoofdpersoon Janina is een oudere nogal buitenissige vrouw, vertaalt poëzie van William Blake, is geïnteresseerd in astrologie en houdt van de natuur. In het afgezonderde dorp waar ze woont vinden vreemde gebeurtenissen plaats, zoals de dood van haar buurman waar ze vraagtekens bij zet. Ze raakt betrokken bij het politieonderzoek dat start als enkele leden van de lokale jachtvereniging dood worden gevonden.

    Jaag je ploeg over de botten van de doden
    Auteur: Olga Tokarczuk
    Uitgeverij: De Geus