• Science en fiction

    Science en fiction

    Ilja Leonard Pfeijffer beweert in Is geschiedenis fictie? – de Homeruslezing 2024 van het Nederlands Klassiek Verbond – dat fictie de potentie heeft om de waarheid dichter te naderen dan consciëntieus bronnenonderzoek ooit zal vermogen. Door empathie zit de romanschrijver zo dicht op de huid van zijn historisch personage, dat hij als het ware het medium van diens ware persoonlijkheid wordt. Empathie is de ichor, de etherische vloeistof die de goden en de onsterfelijken door d’aadren stroomt. Dat lijkt nogal een bewering. Volgens mij gaat Pfeijffer niet ver genoeg. Pfeijffer doet alsof een biograaf zich strikt aan de historische bronnen houdt en daardoor niet dicht genoeg bij de historische persoon kan komen en niet in staat is die persoon in al zijn facetten te begrijpen. Dat is een enorme versimpeling. In zijn lezing vertelt Pfeijffer dat hij twintig jaar geleden het plan opvatte een roman over Alkibiades te schrijven. Hij achtte Alkibiades als persoon zo fascinerend en kleurrijk dat hij het een historische roman waard vond. Het begon dus met fascinatie.

    In 2023 realiseerde hij dit plan. Hij bestudeerde alle mogelijke bronnen en was veertien maanden under the spell van zijn Griekse held. Door zijn empathie en maximalistische interpretatie, dat wil zeggen dat Pfeijffer ervan uitgaat dat er samenhang bestaat in de daden van Alkibiades en dat hij geen opportunist is, kwam hij dichterbij zijn held dan ooit mogelijk zou zijn geweest voor een ordinaire biograaf. Ook een biograaf begint met fascinatie voor zijn object. Daarna onderzoekt hij alle bestaande bronnen, zoekt naar nieuwe bronnen en maakt daaruit zijn keuze. Die keuze is zeer persoonlijk en het resultaat van intensieve omgang met het onderwerp. Denk aan een worm die grond tot zich neemt en de voedzame delen gebruikt om te groeien, de rest uitscheidt. Zo gebruikt de biograaf de bronnen waarvan de voor hem belangrijke onderdelen de basis vormen van zijn verhaal. Nadruk ligt op ‘voor hem belangrijke’, want de biograaf doet aan selectie en bronnenkritiek. Dat proces van wikken en wegen van bronnen is een langdurig proces. Van een worm wordt gezegd dat hij de grond meerdere malen door zich heen laat gaan; evenzo geldt dat voor een biograaf met betrekking tot zijn bronnen. 

    Uiteindelijk bepaalt de persoonlijke fascinatie welke rangschikking de biograaf maakt. Een verklaring van een onbetrouwbaar sujet, hoe sexy ook voor het verhaal, gebruikt de biograaf niet. Dat is evident. Maar ook de wetenschappelijke biograaf ontkomt niet aan zijn eigen persoonlijkheid. Hij is een bewerker van een oorspronkelijke fascinatie die zijn empathisch vermogen gebruikt om een maximalistisch verhaal van zijn held te maken. En is, evenals de historische romanschrijver Pfeijffer, na afloop overtuigd dat hij de historische persoon in zijn of haar ware gedaante uit het verleden heeft opgewekt.

    De door Pfeijffer geschetste tegenstelling tussen romanschrijver en biograaf is een constructie ad hoc. Alkibiades is een bijzondere persoon, omdat de bronnen over hem niets zeggen over zijn beweegredenen, waarom hij deed wat hij deed. Alle ruimte voor Pfeijffer om dat in te vullen. Een biograaf zou in zijn geval enkele slagen om de arm houden, maar uiteindelijk wel tot een persoonlijke interpretatie overgaan (die vervolgens weer bestreden zou worden door andere kenners van het leven van Alkibiades). Pfeijffers empathie is broodnodig bij zijn held Alkibiades, meer dan bij historische personen die wel aan zelfreflectie en zelfverklaring hebben gedaan, zoals de Groningse schrijver Ab Visser. Mijn fascinatie voor deze auteur en de empathische bewerking ervan heeft voor een belangrijk deel de biografie die ik over hem schreef bepaald. Als historische romanschrijver van Hendrik Peter Scholte had ik wat meer vrijheid om het verhaal ronder te maken – maximaal te interpreteren – maar in beide gevallen was het eindresultaat de historische persoon zoals alleen ik die kon scheppen. Zowel biografie als historische roman zijn het resultaat van beide: van science en van fiction

    Pfeijffers lezing is overigens om meerdere redenen bijzonder de moeite van lezing waard. De ironische en zelfspotrijke benadering van zichzelf als classicus en van de classici in het algemeen doet je glimlachen en gnuiven, en de korte tekst staat vol opmerkingen die gelegenheid tot instemming en verwerping bieden. Het is een genot deze tekst te lezen, vanwege het merkbare plezier van het schrijven en de bewonderenswaardige stijl ervan. Dat maakt per slot van rekening een tekst overtuigend, of het nu een biografie, een historische roman of een lezing betreft.

     

     


    Michiel van Diggelen schreef een biografie van schrijver Ab Visser. Met Kees van Domselaar schreef hij een korte biografie van verzetsvrouw Truus van Lier. Momenteel werkt hij met Richard Tanke aan een biografie van verzetsman en jodenredder Arnold Douwes.

  • Beste boeken van 2023

    Beste boeken van 2023

    Een heel jaar lezen en wat je daar van bijblijft, welke scène komt nog wel eens bovendrijven, welke vertalingen vielen op. Literair Nederland kijkt terug op een jaar vol boeken, wat waren de beste boeken, poëzie, jeugdboeken, fictie en non-fictie die in 2023 verschenen of gelezen zijn.

     

     

     

     

    Verder kijken – Esther Kinsky

    Roman over een poging een leegstaande bioscoop in een Hongaars provinciestadje nieuw leven in te blazen. Citaat: ‘De bioscoop is een ruimte vol verwachtingen die zelden worden beschaamd, zelfs niet door een slechte film, want het parool is altijd: verder kijken, verder dan eerst, een horizon verkennen die er zonder het witte doek niet is.’ Prachtig.

     

     

    His Natural Life – Marcus Clarke

    Australische oerklassieker. Monumentale, 927 pagina’s dikke, oorspronkelijk als feuilleton gepubliceerde avonturenroman over het leven in de strafkolonie, in 1874 (volgend jaar dus 150 jaar geleden) voor het eerst in boekvorm verschenen en nooit integraal in het Nederlands vertaald. Meeslepend. (Hans Heesen)

     

     

     


    Zogkoorts – A.F.Th. van der Heijden

    Ik ontkom niet aan het net verschenen deel 13 van De Tandeloze Tijd, zijn grandioze reeks over leven in de breedte. Het is een vervolg op Stemvorken en met dezelfde hoofdpersonen.

     

     

     

    Alkibiades – Ilja Leonhard Pfeijffer

    Alkibiades moet genoemd worden. Er is al veel over geschreven en ik blijf het een geweldig boek vinden, zeker in de politieke constellatie waarin we ons nu bevinden. (Martenjan Poortinga)

     

     

     


    De donkere kamer van Aly Freije en Anne-Marie van Buuren

    Deze gedichtenbundel is een bijzondere samenwerking tussen dichter en fotograaf. Freije weet met symbolen en beelden een landschap op te roepen dat vol is van dreiging, verlies en rouw. Landschappen en de elementen van lucht en water zijn betekenisdragend in deze gedichten. Een spel van associëren en reageren op elkaars werk, een interactie van beeld en taal.

     

     

    Het boek van de kinderen – A.S. Byatt

    Een prachtig beeld van de decennia voor en na de wisseling van de 19e en de 20e eeuw door het wel en wee van diverse kunstenaarsfamilies te beschrijven, die met elkaar verbonden zijn.. Een groots werk van de onlangs overleden Byatt, niet zo bekend als haar ‘Obsessie’, maar zeker net zo goed. (Hettie Marzak)

     

     


    Nirwana – Tommy Wieringa

    Afgelopen herfst luisterde ik naar Nirwana van Tommy Wieringa, voorgelezen met zijn eigen welluidende stem. Wieringa schreef een rijke familiegeschiedenis met vele verhaallijnen die zo ongeveer een eeuw bestrijken en waarin de pater familias een uiterst dubieuze rol speelt in WOII. Wieringa presenteert zichzelf in het verhaal als een cameo, niet onverdeeld sympathiek, maar wel een boeiende toevoeging.

     

     

    Het hart van de ever – Baltasar Porcel

    Het hart van de ever is de bijzondere familiegeschiedenis van de Catalaanse schrijver Porcel, dat zich deels op Mallorca afspeelt ten tijde van de Spaanse burgeroorlog. Er komen veel bijzondere personages voorbij die allemaal te maken hebben met de oom van de schrijver, een uiterst kleurrijk en controversieel figuur. Het boek werd vertaald en heruitgegeven door uitgeverij Nobelman. (Marjet Maks)

     

     


    Ruitjesblues – Jan Beuving

    Het zijn kleinkunstteksten die weliswaar bedoeld zijn voor het gehoor, maar ook op papier plezieren. Sterker nog, de teksten in Ruitjesblues worden na herlezing alsmaar beter in hun eenvoud. Hij ontroert, vermaakt en verrijkt. Prachtig! (Daan Lameijer)

     

     

     


    Luister – Sacha Bronwasser
    De roman Luister van Sacha Bronwasser speelt tegen de achtergrond van de aanslagen in Parijs. De hoofdpersoon ‘moet luisteren, er is geen andere optie (…) om erger te voorkomen’, maar toch voorvoelt hij een aanslag die nog plaats moet vinden. ‘Het is gezien, het is verteld, en nu bestaat het’. Een prachtig vormgegeven en vertelde roman.

     

     

    Een schitterend wit – Jon Fosse
    Een schitterende kleinood van Nobelprijswinnaar Jon Fosse. Een mooi opstapje om met diens stijl en thematiek kennis te maken, vertaald door Marianne Molenaar. Op het titelblad van dit boek wordt het omschreven als ‘een vertelling’, maar voor hetzelfde geld zou je het een gelijkenis, een parabel met Bijbelse reminiscenties kunnen noemen. Over levenden en doden. (Els van Swol)

     

     


    Das Spinnennetz – Joseph Roth
    Ik las Das Spinnennetz als jubileumuitgave, vorig jaar opnieuw uitgebracht. Roth’s debuut stond in het najaar van 1923 als feuilleton in de Wiener Arbeiter-Zeitung. Nog vóór de Bierkellerputsch en derhalve griezelig profetisch. Toen ik het kocht in januari van dit jaar, kon niemand vermoeden dat het ook nog eens griezelig urgent en actueel zou worden.

     

     

    De wintersoldaat – Daniël Mason

    In De wintersoldaat wordt het verhaal van WOI nu eens niet vanuit ‘ons’ perspectief vertelt, maar gezien door de ogen van een jonge arts uit het Habsburgse Wenen. En wat blijkt: ook aan het oostelijk front nichts Neues. Vastgedraaide bureaucratie, haperende communicatie, incompetente leiding, en mensen die daartussen vermalen worden. Maar wat een verhaal, en wat prachtig geschreven! (Juul M. Williams)

     

     


    Het lied van ooievaar en dromedaris –Anjet Daanje

    Dit boek stijgt toch echt boven alle Nederlandse literatuur uit. Vorig jaar eraan begonnen, begin dit jaar uitgelezen. In de elf novellen weet zij hele werelden en steeds weer verrassende gebeurtenissen op te roepen. Voordat je bedenkt wat Daanjes volgende stap kan zijn heeft zij hem in een paar zinnen al gezet en ben je weer overdonderd door haar enorme verbeeldingskracht en inlevingsvermogen.

     

     

    De eerste romantici en de uitvinding van het ik – Andrea Wulf
    Ademloos las ik dit jaar
    Rebelse genieën.. Grote denkers als Schelling, Fichte, de Schlegels, Goethe, Schiller, de Humboldts, Novalis en Hegel ontmoeten elkaar van 1794 tot 1806 in Jena, een kleine, vrije Duitse universiteitsstad. De leden van deze Jena-kring inspireren elkaar tot de ideeën die het begin van de Romantiek vormen. Wulf voert je mee naar hun gedachten, gedichten, gesprekken, hun grootse filosofieën en kleinzielige roddels. Haar taal laat je deelnemen aan hun leven. (Anky Mulders)

     

     


    Scherven – Bret Easton
    Dit jaar las ik
    Scherven de nieuwste roman van Bret Easton Ellis die met zijn boeken Less than Zero, American Psycho en Glamorama mijn leven in de jaren tachtig en negentig kleur gaf. In Scherven wederom merkkleding, pittige seks, een lekkere soundtrack en natuurlijk een seriemoordenaar; opnieuw kleurrijke, Amerikaanse fictie. 

     

     

    In het huis van de dichter – Jan Brokken
    Bij lezing van dit boek uit 2008 voelde ik me een kenner van klassiek pianospel, gezeten op de eerste rang, precies zoals de schrijver zelf. Brokken herbeleeft zijn vriendschap met de briljante Youri Egorov (1954-1988), een op 22-jarige leeftijd gevluchte homoseksuele Russische concertpianist, geplaagd door schuld, angst en mateloosheid. Een smartelijk boek. (Jan Kloeze)

     

     


    Met deze derde roman zet Douwesz de lezer aan het denken over alle mogelijke actuele en existentiële onderwerpen. De roman is het werk van een rebelse, wijze en evenwichtige geest die de wereld tot in detail wil leren kennen en voor de lezer openbaart in het mooiste proza dat momenteel in Nederland geschreven wordt.  

     

     



    De laatste witte man
    – Mohsin Hamid
    Hamid schreef met De laatste witte man een gedachtenexperiment dat verrast, uitdaagt, verrukt, vertedert en aan het lachen maakt. Hamid bevestigt met deze fantastische en utopische roman dat hij een van de belangrijke schrijvers van deze tijd is. Een tijd waarin toenemende polarisatie verhult dat we als mensen meer gemeen hebben dan we door opvoeding, frustratie, vervreemding en achterstelling willen en kunnen toegeven. (Michiel van Diggelen)

     

     


    Zo worden jaren tijd – Cees Nooteboom
    Als poëzierecensent wil ik allereerst deze
     verzamelde gedichten van Cees Nooteboom noemen. Ze geven een compleet overzicht van zijn merendeels erudiete en veeleisende poëzie die door de jaren heen steeds persoonlijker is geworden. Nooteboom is gaandeweg dichter bij zichzelf gekomen. Zijn veelzijdige poëzie verdient het om meer gelezen te worden. 

     

     

     

    Balts – Luuk Gruwez
    In deze bundel brengt Gruwez indringend in beeld van wat we ons bewust zijn, niet bewust kunnen zijn, en bewust zouden willen zijn van onszelf en/of van de ander. Hij lijkt zich daarin te verliezen, maar gelukkig is er dan zijn poëzie die ons de gelegenheid biedt aan de benauwenis van het vergankelijke te ontkomen. (Johan Reijmerink)

     


    ArkadiaSipko Melissen
    Een boek waarin het leven goed is. Ko, een dertienjarige jongen uit een warm nest vertelt over een onvergetelijke zomer uit zijn jeugdjaren, de jaren vijftig. Hij ontdekt zijn homoseksuele geaardheid, is daar iets van in de war, maar niet noemenswaardig. Grote zorgen heeft de jongen niet. Beetje braaf? Misschien, maar dat is ook weleens lekker! En daarbij,
     Arkadia is prachtig geschreven!

     

     


    Drengr
    – Aron Dijkstra
    Een echte Viking is
    drengr, stoer, onverschrokken en dapper. De ouderloze Sigi is niet drengr, en hij denkt dat hij het nooit zal worden. Toch moet hij bewijzen dat hij het wel is, en hij krijgt een spannende opdracht. Drengr, is prachtig geschreven en geïllustreerd door Aron Dijkstra. Het is een spannende vertelling die elke lezer gekluisterd houdt. (Carolien Lohmeijer)

     


    Jij zegt het – Connie Palmen
    Ik had het boek al jaren in huis, maar las het pas deze zomer. Palmen is volledig opgegaan in het leven van Ted Hughes, ex-man van Sylvia Plath waarvan gezegd werd dat hij, door haar te verlaten, haar aanzette tot zelfmoord. Palmen laat een kant van een huwelijk tussen twee gepassioneerde mensen zien die de creativiteit in beide schrijvers vernietigde. Dit boek deed me nadenken over de negatieve kracht van het huwelijk. Toen ik het uit had, dacht ik: ‘Dit had ik veel eerder gelezen willen hebben.’

     


    Goudjakhals
    – Julien Ignacio

    Zeer indrukwekkend boek. Een roman in verhalen over de strijd van de mens op zoek naar een menswaardig bestaan. Een reis langs verschillende levens, spelend in verschillende tijden. Scherp en goed geschreven. Berichten uit de werkelijkheid vormen de aanleiding. Indrukwekkend is het verhaal, ‘Nader tot jou’. Een door woede gedreven brief aan Gerard Reve als antwoord op zijn Nader tot u uit 1966. Ik moet er nog geregeld aan denken. (Ingrid van der Graaf)

     

     


    Marente de Moor – De schoft 

    Over weinig onderwerpen wordt meer zwart-wit gedacht dan migratie. Ideaal materiaal dus voor een romanschrijver. De jonge, voornamelijk vrouwelijke bemanning van een vluchtelingenschip ontdekt dat de meevarende journalist – een oude, witte man – zich vroeger kritisch over migratie heeft uitgelaten. Is hij daarom meteen een schoft? Prachtig verweven met oude legendes over heilige vrouwen die zich in hetzelfde Middellandse Zeegebied afspelen. 

     

    Tomas Lieske – Niets dat hier hemelt 

    Tomas Lieske kan als geen ander sfeer oproepen. Ditmaal van een zompig moerasdorp in de jaren dertig dat wordt opgeschud door de komst van een welvarende familie. Vijf broers uit dit kinderrijke gezin vinden in het veen een ruiter op een paard. Rond dit sterke beeld bouwt Tomas Lieske in poëtische zinnen een magisch verhaal over macht en verdringing. (Mathijs van den Berg)

     

     


    Niet geschikt voor publicatie – Gabrielle la Rose

    Een prachtig indrukwekkende debuutroman van de Amsterdamse schrijfster Gebrielle la Rose. Het boek beschrijft een rauw en heftig milieu, toch heb je als lezer vanaf het begin sympathie voor de hoofdpersoon-beroepscrimineel en wordt bovendien op een indrukwekkende manier tot zelfreflectie gedwongen.

     

     


    Rugzwemmen – Marc ter Horst

    Dit jeugdboek is een pas verschenen pareltje. Het is een actueel, rebels, humoristisch en prachtig geschreven boek over klimaat en corona, dood en depressiviteit en vooral volwassen worden, zelfstandig willen zijn, vriendschap en de wereld van een tienermeisje thuis en op school. Het betere jeugdboek dat ook voor volwassenen zeer lezenswaardig is. (Joke Aartsen)

     

     


    Een kleine weldaad – Raymond Carver

    Mijn twee beste boeken van 2023 zijn in zekere zin een ode aan twee vertalers. Sjaak Commandeur vertaalde alle tot dusver verschenen verhalen van Raymond Carver, maar voegde aan dat al indrukwekkende geheel nog zo’n 200 pagina’s toe. Zijn vertaling is zo scherp dat deze meesterlijke verhalen echt net zo goed zijn in het Nederlands als in het Amerikaans. Een boek om van te houden. Ik ben een liefhebber, en geheel bevooroordeeld want ik werk bij de uitgeverij waar dit boek uitkwam.

     

    De minnaar – Marguerite Duras

    Het tweede is vertaald door Kiki Coumans. Wanneer je je wel eens afvraagt wat de kracht van een roman nog kan zijn, dan moet je dit maar eens lezen. Een ongelofelijk sterk verhaal dat je volledig meesleurt. Maar ook hier is het opvallendst de vertaalprestatie. Ik denk niet dat ik eerder een roman las waar elke zin zo goed is, ritmisch, semantisch, syntactisch: de vertaling volledig in dienst van een zo waardig mogelijk in onze taal overbrengen van dit tijdloze meesterwerk. (Menno Hartman)

     

     

     

  • Vergeet de schoenen

    Vergeet de schoenen

    Nooit bij stilgestaan dat de kledingstijl van een schrijver een item kan zijn. Kledingstylist Arno Kantelberg deed er in de krant melding van dat schrijvers op dat gebied een slechte reputatie hebben. Hij bekeek dertig auteurs met zijn stylingsblik en schreef er een boek over. Ik vroeg me af wat er belangrijker is, de zeggingskracht van het werk van de schrijver of dat – zoals Kantelberg het stelt –  het voorkomen van de schrijver enigszins moet passen bij de stijl van zijn werk.

    Toen ik zkv-schrijver A.L. Snijders voor het eerst zag voordragen, werd ik afgeleid door zijn postuur (ruim 1.90) en zijn blauwe, spits toelopende schoenen. Ik had veel van deze schrijver verwacht: een uitgelubberde schipperstrui, een corduroy colbert, maar geen blauwe schoenen. In zijn werk lijkt Snijders een man zonder ambities. Die blauwe schoenen waren een teken van ambitie. Dat de rest van zijn kleding, zijn neerwaarts hangende wenkbrauwharen niet bij die schoenen paste, nam hem dan toch weer voor me in.

    Ik ben dan ook tegen de kledingstijl – door Kantelberg geprezen – van schrijvers als Tommy Wieringa, die zich bij de prijsuitreiking van de Bookspotprijs in driedelig pak hulde. Dat ie gelukkig wel compleet verrommelde toen hij, tastend naar een amulet van de heilige Rita dat achter zijn driedelig pak op zijn borst hing en hij wilde tonen als zijnde een geluksamulet. Op het laatst hing een slip van zijn overhemd buiten zijn broek, bovenste knopen van het overhemd lieten zijn borst bloot, stropdas scheef. Toen ging hij ook nog uitgebreid zijn vrouw zoenen voor de camera. Dat was een prachtig beeld en had gelukkig niks met stijl te maken.

    Ilja Leonard Pfeiffer wordt door Kantelberg, ‘de zigeunerkoning van Genua genoemd. Tijdens een schrijfbijeenkomst met Pfeiffer viel ook mij zijn kleding op. Morsige buikomspannende blouse, afzakkende broek met daaronder jawel: croqs. Die hele dag werd ik afgeleid door altruïstische ingevingen om deze schrijver financieel te ondersteunen. Omdat deze schrijfdag me was aangeboden door Querido, overwoog ik het bedrag dat voor de cursus werd gevraagd, alsnog cash aan de schrijver te geven. Wat ik niet deed. Wel las ik La Superba dat net verschenen was en dacht: Whatever, laat een goed schrijver zijn croqs.

    Hoe een schrijver zich hoort te kleden zorgde in 1991 ook voor ruzie tussen A.L. Snijders en zijn vrouw. Snijders smult van een brief met berichten uit Amsterdam van een vriend die Bernlef op een terras zag zitten. Bernlef droeg sandalen, wat niet kon volgens die vriend: ‘Een goede schrijver kan geen sandalen dragen.’ Die vriend bekent dat hij Hersenschimmen van Bernlef nooit gelezen heeft en voelt zich met terugwerkende kracht gerechtvaardigd in die weigering. Want een auteur op sandalen kun je niet serieus nemen. Snijders geeft de brief met een, ‘Goeie brief van Willem’ aan zijn vrouw. Zij ontsteekt in verontwaardigde woede: ‘Hersenschimmen is een prachtig boek, wat is dat voor criterium, sandalen?’ Na enig gebakkelei tussen de echtelieden ‘staat zij op en loopt driftig de kamer uit.’ Waarbij ik me voorstel dat er een deur knalde en de trap stampend betreden werd.

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken en ontdekkingen in de marges van de literatuur.

  • Activistische dichtkunst

    Activistische dichtkunst

    Ondanks dat er de afgelopen jaren geen gebrek was aan schrijnende politieke, maatschappelijke en economische problemen, is het Nederlandstalige poëzielandschap in die tijd niet overspoeld door een golf van jonge, geëngageerde dichters. Gelauwerde activistische poëten als de Belgische Charles Ducal en Dichteres des Vaderlands Anne Vegter lieten luidkeels van zich horen, vooral wat de vluchtelingencrisis betreft. Maar veel jonge en debuterende dichters hielden zich verre van politieke thema’s. Zo erg dat Ilja Leonard Pfeijffer in zijn vorige, veelvuldig onderscheiden bundel Idyllen de volgende aanklacht in keurige alexandrijnen aanhief:

    ‘Dus vrienden, grote dichters van heel Nederland /
    en België, waar wordt geschreeuwd is taal vacant. /
    Ik vraag niets, wil niets, eis niets, heb niets uit te leggen. /
    Maar kunnen we misschien beginnen iets te zeggen?’

    Daar liet de bard uit Genua het niet bij zitten. Samen met zijn goede vriend en geestverwant Erik Jan Harmens schreef hij de bundel Duetten, een dertigtal titelloze gedichten waarin de twee dichters steeds beurtelings een strofe schreven. De samenwerking kwam tot stand via de mail  en is chronologisch afgedrukt. Uitgever Lebowski verwoordt de bundel  treffend als ‘een dringend lied’ waarin gezongen wordt ‘dat de wereld naar de ratsmodee gaat’.

    Zo’n typering kan de verwachting wekken dat er hier plat gekankerd gaat worden op incapabele politici en domme plebejers die de maatschappij en aarde naar de verdommenis helpen. Maar dan ken je Pfeijffer en Harmens nog niet. Van Brexit tot racistisch gejoel (‘daar moet een piemel in!’) , van populisme en ‘dobbernegers’ tot jihadisme: de grote kwesties van deze tijd worden allemaal opgediend – en gefileerd.

    Een van de sterkte attaques van de bundel is het begrip tonen voor de aantrekkingskracht van jihadisme in een maatschappij die nog slechts in één ding gelooft: ‘ons heilig groeimodel’. En actueel nadat minister Edith Schippers (VVD, Volksgezondheid) onlangs zei dat alle culturen helemaal niet gelijkwaardig waren. ‘De onze is een stuk beter dan alle andere die ik ken’, aldus Schippers. Koren op de molen van Harmens en Pfeijffer, die juist begrijpen dat gemarginaliseerde en gediscrimineerde jongeren zich door een zuiver, eenduidig fundamentalisme met een missie laten meevoeren – tegenover een decadente samenleving die is vervallen tot ‘debiel geconsumeer’. Pfeijffer:

    ‘We leven hier een tandpastareclame na /
    Verkrampt en grimmig grijnzend in de camera /
    Ik snap het wel dat iemand maait met zijn geweer /
    Beschiet en blaas maar op die boel. Het gaat niet meer’

    Dergelijke kritiek op de leegheid van de consumptiemaatschappij is uiteraard nieuw noch origineel. Al ruim een eeuw wijzen filosofen, dichters, musici en kunstenaars op hoe een overgave aan luxegoederen, massamedia en technische speeltjes de ziel en diepere zingeving van de burger en maatschappij heeft uitgehold. Pfeijffer en Harmens vernieuwen deze kritiek echter op eigenzinnige wijze en plaatsten die midden in deze tijd – waardoor hun gedichten overlopen van urgentie.

    Niet alle zaken zijn politiek-maatschappelijk van aard. Het alcoholisme dat Pfeijffer en ´Westmalleman´ Harmens beiden jarenlang met zich meetorsten en uiteindelijk overwonnen ( waarover beiden eerder schreven, respectievelijk in Brieven uit Genua en Hallo, muur) komt veelvuldig aan de orde. Verrassend genoeg wordt het afkicken niet gepresenteerd als een van daadkracht getuigende triomf. Integendeel, er wordt met openlijke nostalgie teruggeblikt op de tijden dat ‘ik nog dronk en oplossingen vloeibaar waren’ (Pfeijffer) en toen ‘alles al na de eerste plop versofte in mijn zorgenkop’ (Harmens). Het verworden  tot geheelonthouder voelt als een kater en de ‘onwennig vast[e]’ koers wordt dan ook door beide dichters gehekeld. Harmens:

    ‘er is geen roes meer er is alleen maar tijd
    die tikt als messenprikken in je nuchterheid’

    Kortom: wee mij, mijn groots en meeslepend bestaan is gereduceerd tot het delen van een bonuskaart en ‘theedoeken en washandjes […] strijken / voordat we naar de mooie bloemen buiten kijken’. Een pijnlijk besef. Wie het vervolgens moeten ontgelden, zijn de passieloze, burgerlijke typetjes die hun ‘gewoonheid nergens op [hebben] bevochten’. Wat weten zij van een bruisend bestaan? De krachtige, authentieke oermens is uitgestorven, pleiten de dichters. Wat resteert: ‘[d]e jacht is punten sparen, leven uitgekien, / gezever, complicaties en een stroom van woorden’. En wederom de drang om op wanhopige wijze aan de mondaine waanzin te ontsnappen: ‘[g]eef me een geweer / en zendtijd. Ik leef nog een allerlaatste keer.’

    Ook een ander soort uitgeblust plebs wordt op de hak genomen – en wel de mensen die de echte wereld hebben verruild voor een virtuele en neppe social media-realiteit. Dat is onderdeel van een breder thema dat over de bundel is uitgesmeerd: het verlies van en de wanhopige zoektocht naar iets authentieks. ‘als tantalus reik ik door mijn tijdlijn naar authenticiteit […] als midas raak ik alles wat ik tag weer kwijt’, dicht Harmens. Hierbij wordt zelfs een knappe vergelijking tussen bluefaces (term voor mensen die continue in de weer zijn met hun smartphone waarbij het blauwe licht hun gelaat beschijnt) en de grot van Plato gelegd. Het veelvuldig opduiken van Instagram, Facebook en de neologismen die daarmee gepaard gaan, komt soms wat repetitief, bijna lelijk over. Dat lijkt opzet: door dit effect wordt de lelijkheid en monotonie van de online tijdlijnen onderstreept.

    Hoewel de dichters beiden soortgelijke thema’s te lijf gaan, hebben ze ieder natuurlijk hun eigen uitgesproken stijl. Pfeijffer gaat door op de weg die hij met Idyllen was ingeslagen en spuwt zijn rijke vocabulaire strak in rijmende alexandrijnen over de lezer uit. Harmens werkt met zijn kenmerkende georganiseerde chaos, waarbij spontaan optredend rijm vooral functioneel ingezet wordt, om woorden banden te laten aangaan of om echo’s te laten opklinken. Ook verhaspelt hij zinnen om een warrig effect teweeg te brengen en passeert de typische ranzige esthetiek die Harmens eigen is, geregeld de revue: ‘nadat ik je restjes poep uit m’n wc-pot pis / verbeeldt het wit keramiek mijn jouwgemis’.

    Duetten trakteert ons op twee nietsontziende dichters die de wereld (en de lezer) op schitterende wijze bij de kladden grijpen en er flink van langs geven. Het duo dat in 2009 al opriep tot meer engagement en urgentie in hun in Trouw gepubliceerde Manifest voor een riskante literatuur bewijst nu meer dan ooit actuele thema’s en maatschappelijke problemen in versvorm nieuwe zeggingskracht te kunnen geven. Dat lijkt, zeker na het lezen van deze bundel, hoognodig. Met Pfeijffer, Harmens en een handjevol anderen als voorhoede is het niet ondenkbaar dat activistische dichtkunst in Nederland toe is aan een wederopstanding. Een aanrader voor mensen die wakker geschud willen of moeten worden.

     

    Lees ook:
    Idyllen
    Brieven uit Genua
    Hallo, muur

     

     

  • Jan Campert-, F. Bordewijk- en Nienke van Hichtum-prijs toegekend

    Jan Campert-, F. Bordewijk- en Nienke van Hichtum-prijs toegekend

    Ilja Leonard Pfeijffer ontvangt de Jan Campertprijs voor Idyllen, Annelies Verbeke de F. Bordewijkprijs voor Dertig dagen en Anna Woltz de Nienke van Hichtumprijs voor Honderd uur nacht.

    De Jan Campert-prijs voor de beste bundel gaat dit jaar naar Ilja Leonard Pfeijffer (1968) voor zijn bundel Idyllen. In deze bundel schrijft Pfeijffer ‘harde, exuberante verzen over de mens in de hectische wereld van vandaag. Hij is schaamteloos barok en opzichtig retorisch, creëert een bezwerende dreun en schrijft strak ritmische en bijzonder sonore gedichten waarin de prachtige klank vaak botst met de onthutsende inhoud. Idyllen is een waagstuk: het gaat over grote verhalen en problemen. Pfeijffer schuwt daarbij het grote gebaar niet. Het levert een grote bundel grootse poëzie op.’
    Voorgaande jaren ging de prijs naar Piet Gerbrandy (2014), Micha Hamel (2013), Wouter Godijn (2012), Erik Spinoy (2011), Hélène Gelèns (2010), Alfred Schaffer (2009).

     

    index.php-2De F. Borderwijk-prijs is voor Annelies Verbeke (1976) voor haar roman Dertig dagen. De helden van Annelies Verbeke proberen vaker hun medemensen te helpen, maar Alphonse Badji, de hoofdpersoon van deze roman, is de eerste die daar ook werkelijk in slaagt. In een laag tempo met prachtige zinnen verbindt Verbeke in haar meest omvangrijke roman tot nu toe de verhalen van de diverse personages tot een geheel, waarin niemand een anker heeft en iedereen gedesoriënteerd door het land dwaalt – met de in de oude loopgraven bivakkerende vluchtelingen als triest symbool. Dertig dagen is een dappere, maar nooit zoetsappige poging om op papier een wereld te scheppen die mooier is dan de echte: een roman over liefde en het diepe verlangen naar contact waarmee Verbeke alle beloften van haar eerdere werk inlost.’
    De afgelopen jaren ging de prijs naar Jan van Mersbergen (2014), Oek de Jong (2013), Gustaaf Peek (2011), Stephan Enter (2012) Koen Peeters (2010), Marie Kessels (2009).

     
    index.phpAan Anna Woltz (1981) is voor haar jeugdroman Honderd uur nacht de Nienke van Hichtum-prijs 2015 toegekend. Tieners die uit schaamte voor een discutabele daad van hun vader stiekem een ticket naar New York boeken en daar in hun eentje heenreizen, om er midden in de orkaan Sandy terecht te komen: ze bestaan alleen in de literatuur. In de handen van de verkeerde schrijver leveren ze bovendien al snel stof tot een ontsporend verhaal. Anna Woltz schreef met Honderd uur nacht ‘een voorlopig hoogtepunt in haar jonge oeuvre. Zij is erin geslaagd een messcherpe, eigentijdse en psychologisch overtuigende jeugdroman af te leveren, die op subtiele wijze maatschappelijke en ethische kwesties aansnijdt zonder daarbij in moralisme te vervallen.’
    De afgelopen jaren wonnen Jan Paul Schutten (2013), Benny Lindelauf (2011) en Els Beerten (2009).

    Bekend was al dat het gehele oeuvre van Adriaan van Dis (1946) onderscheiden is met de Constantijn Huygens-prijs 2015 (€ 10.000).

    Aan bovengenoemde prijzen is een bedrag van € 5.000 verbonden.
    De jury bestond uit: Erica van Boven, Jeroen Dera, Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Aad Meinderts (voorzitter), Jan de Roder en Maria Vlaar.

    De prijsuitreiking vindt plaats op zondag 17 januari 2016, tijdens het Schrijversfeest, de afsluiting van het internationale literatuurfestival Writers Unlimited | Winternachten in het Theater aan het Spui. De prijzen worden uitgereikt door de Haagse wethouder van Cultuur, Joris Wijsmuller.

     

     

  • Gedicht uit de bundel Idyllen – Ilja Leonard Pfeiffer


    Idylle 36, ‘Mijn kapitein’, uit de bundel Idyllen van Ilja Leonard Pfeiffer.

  • De dood schittert als het leven

    De dood schittert als het leven

    In een van de eerste decennia van de vorige eeuw verscheen bij uitgeverij De Wereldbibliotheek een Nederlandse vertaling van Leaves of Grass. Het was een wonderlijke – niet verantwoorde – keuze uit dit werk door Maurits Wagenvoort. Het duurde lang voordat in Nederland een nieuwe vertaling van dit boek verscheen. In juni was het zover.

    Walt Whitman publiceerde zijn eerste uitgave van Leaves of Grass in 1855. En bleef zijn leven lang hetzelfde boek opnieuw uitgeven, vermeerderd en verbeterd. Zo begint het:

    I Celebrate myself,
    And what I assume you shall assume,
    For every atom belonging to me as good belongs to you.

    I loafe and invite my soul,
    I lean and loaf at my ease… observing a spear of summer grass.

    En het loopt uit in een poging het heelal, de hele kenbare wereld in poëzie te vatten. Het mondt uit in een enorme opsomming van al het zijnde, een bejubeling van elke atoom die de dichter als zijn bezit ervaart en wil delen. Dit is poëzie van het grote gebaar. Het is eigenlijk wonderlijk dat in de jaren ’80 niet een goede vertaling van dit werk is verschenen. De dichters die zich Maximalen noemden en Nederland wilden bevrijden van poëzie waarin de betekenisvolle stilte van een dubbele witregel voor het hoogst haalbare stond – hebben zij Whitman als held op het schild getakeld?
    Het heeft iets geweldig naïefs dit gedicht, deze verbale waterval. Er was een periode dat een schrijver kennelijk nog kon proberen zijn Divina Commedia te scheppen, zijn Paradise Lost. Het Al omvattend kunstwerk is na zekere datum geproblematiseerd. Wanneer was dat? Na Mei van Gorter? Is er een ideologisch probleem?
    Whitman staat in New York en voelt de wereld door zich stromen, hij heeft het allemaal gezien, hij heeft Borges’ Aleph in de hand gehad, de lezer heeft hem in de hand. Of wat alledaagser: de ervaring van de Unox-worst reclame: de lezer krijgt in een enorm tempo een shot beelden toegediend.

    De verslaving van het noemen

    Heel de nacht dwaal ik door mijn droombeeld,
    Lichtvoetig stappend, snel en geruisloos stap ik en stop,
    Met ogen wijdopen buig ik over de gesloten ogen van de slapers;
    Verdwaald en verward, in mezelf verloren, niet op mijn plaats, ten prooi aan tegenstrijdige gevoelens,
    Ik houd stil en staar en buig voorover en stop.

    Dit droombeeld is een verslavend droombeeld. Het is niet makkelijk na te voelen waarom het werk door contemporaine critici vuig gevonden werd, naar de schok zoek je dus tevergeefs, maar Leaves of Grass verslaaft in zijn poging volledig te zijn, de maniakale opsomming die Whitman geeft, alles recht willen doen door het maar te noemen, de cadans van de oudtestamentische opsommingen, Abraham gewon Isaac om het allemaal maar niet te vergeten. Het grote hart voor al wat leeft. Het is deze ‘verzamelaarspoëzie’ deze drang aan het woord te blijven met het schuim op de lippen die een vertaler als Pfeiffer moet hebben aangetrokken, Dat wat een lezer aanspreekt in dit werk trekt hem ook door In de naam van de hond heen. Ook Arjen Duinker’s fascinatie – een van de 20 andere vertalers laat zich dan makkelijk raden. En die van Astrid Lampe. Maar Kopland? En Anne Vegter?

    Jacob Groot en Kees ’t Hart haalden 21 dichers bijeen voor dit project. ‘Zo is de Nederlandstalige primeur van deze pionier niet alleen een bevestiging van Whitman’s stemmentheater, ze versterkt het temperament van zijn verteller, de meervoudige acteur pur sang. Daarbij is het ook nog eens een volstrekt unieke bloemlezing uit het taalarsenaal van de moderne Nederlandse poëzie geworden.’

    Met deze claim zijn de samenstellers in elk geval zelf dicht bij de Pionier gebleven: ze willen teveel. Ze hadden er met een veel geruster hart aan kunnen toevoegen dat hiermee waarschijnlijk de eerste tweetalige uitgave in Nederland verschijnt waarin bijna op elke spread beide talen worden gelezen.
    Het idee is namelijk alleen productief in de zin dat het heel leuke voorleessessies oplevert, onlangs op Poetry. Verder moet het geweldig zijn als je Whitman al heel goed kent. Dan lees je vooral Nederlandse dichters.
    Onbekend met dit werk blijf je echter met een voor de vertaalwetenschap vast heel boeiend fenomeen zitten. Je bent zeer gefascineerd geraakt door een gedicht, en opeens is het weg, de aria waarnaar je op de radio luisterde is weggedraaid voor een smartlap. Niet omdat Whitman het zo wilde, maar omdat daar toevallig de samenstellers de schaar hadden gezet.

    Zo beland je opeens bij een dichter die

    Who need be afraid of the merge?
    Undrape… you are not guilty to me, nor stale nor discarded,
    I see through the broadcloth and gingham wether or no,
    And am around, tenacious, acquisitive, tireles… and can never be shaken away.

    vertaalt met:

    Wie durft zich niet over te geven?
    Toe, toon jezelf… het ligt echt niet allemaal aan jou, je make-up liep niet uit, je bent geen afdankertje,
    En door je katoentjes kijk ik toch wel heen,
    Hou er rekening mee dat ik hardnekkig ben, hebberig, onvermoeibaar… en dat je met me zit opgescheept.

    Dan begin ik al te denken dat het misschien 20 vertalers hadden moeten zijn. Dan maar wat minder bloemlezing uit het taalarsenaal van de moderne Nederlandse poëzie.
    Een mooi bijeffect is wel dat je na lezing denkt: nu wil ik een versie helemaal vertaald door Toon Tellegen, en een helemaal vertaald door Astrid Lampe, en ook maar een hele Pfeiffer, toch een van de weinige die een vertaling aflevert die zowel recht doet aan Whitman alsook zeer onmiskenbaar Pfeiffer is.

    Genoeg gezeurd. Dit is een heel mooi boek. Dit moet onmiddelijk aangekocht worden, vooral om Whitman. Alle eer aan het samenstellend duo, omdat het onbegrijpelijk hoog tijd werd dat de Nederlandse poëzie verrijkt werd met Whitman.
    Dat is natuurlijk de ware gedachte achter deze opzet: er zijn alvast 21 dichters geïnfecteerd.

     

    De vertalers zijn:
    Huub Beurskens, Anneke Brassinga, Tsead Bruinja, Geert Buelens, Maria van Daalen, Arjen Duinker, Jacob Groot, Kees ’t Hart, Judith Herzberg, Gerrit Komrij, Rutger Kopland, Jan Kuijper, Astrid Lampe, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer, Toon Tellegen, Anne Vegter, Hans Verhagen, Peter Verhelst, Simon Vinkenoog, Elly de Waard en Menno Wigman