• De zomerboeken van Lydia Fris

    De zomerboeken van Lydia Fris

    Medewerkers van Literair Nederland met hun boeken die meegaan op vakantie of deze zomer in eigen tuin gelezen worden.

    Lydia Fris kijkt ernaar uit in de zomer veel te lezen en noemt hier vijf titels die niet zullen ontbreken in haar vakantietas:

    Ik ben er niet – Lize Spit
    Ik ga leven – Lale Gül
    Een modern verlangen – Hanna Bervoets
    Het kattentheater – Mensje van Keulen, en
    Hoe ik talent voor het leven kreeg – Rodaan Al Galidi.

    Ten eerste Ik ben er niet van Lize Spit, waar ze al lang naar uitkijkt! Ze is nieuwsgierig naar de manier waarop Spit zo’n ingewikkelde ziekte als een psychose in een roman verwerkt. Het tweede boek is Ik ga leven van Lale Gül, omdat dit boek thema’s raakt die Lydia ook tijdens haar master exploreert: uitdrukking geven aan geloofsverlies in Nederlandse literatuur. Het derde boek is de (gesigneerde) verhalenbundel van Hanna Bervoets: Een modern verlangen. Afgelopen Boekenweek mocht ze een inspirerend gesprek met Bervoets voeren. Haar boeken hebben Lydia nog nooit teleurgesteld. Het vierde boek is Het kattentheater van Mensje van Keulen, die ze moet recenseren voor de krant en tot slot Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi, die al geruime tijd op haar lijstje stond en haar door vele vrienden is aangeraden.

     

    Lees hier meer van en over Lydia Fris.

  • Zwarte kraaien

    Zwarte kraaien

    ‘Simon zwoer me dat hij overdag had bijgeslapen, maar in bed kon het niet geweest zijn, want het controlerijstkorreltje op zijn hoofdkussen trof ik op precies dezelfde plaats aan als waar ik het had neergelegd voor mijn vertrek.’

    Ondanks het grauwe weer dat me de hele dag binnenhield, moest ik eruit voor het donker werd. Ik liep langs ingekuilde voederbieten, drassige graslanden, een gesloten Pannenkoekenrestaurant. Na de eerste kilometers waren mijn haren en brillenglazen nat van de miezer regen. Ik zette grote stappen onder de kale eikenbomen door. Zwarte kraaien vlogen schreeuwend op wanneer ik naderde, daalden in de volgende boomtop neer, vlogen weer op, zo joeg ik ze voort. Ik nam een foto van de opvliegende kraaien. Toen viel mijn mobiel uit, liep verder. Een fietser kwam me tegemoet. Een jongeman in een blauw/wit regenjack, knalrood hoofd (ik dacht ‘opgefokt’), witte oordopjes in. Toen hij me passeerde moest ik opzij stappen, even zag ik zijn priemende ogen. Hij gromde. Ik zei tegen mezelf, ‘Gromde hij nou?’ 

    Ik had te lang gelezen in Ik ben er niet van Lize Spit,  over Leo (Leontine) en Simon, die na een gehavende jeugd in elkaar gekropen zijn zoals een slak in zijn huisje, maar dan met zijn tweeën. Glibberig om elkaar glijdend, elkaar enkel goed willen doen, kwetsende zaken als vliegen voor elkaar afvangen. Tien jaar leven ze zo, dan krijgt Simon een psychose. Je leest over de aanloop ernaartoe, de piek, de behandeling, het eruit komen. Leo die daaromheen reddert, de boel in evenwicht probeert te houden. Wat niet lukt, het gaat geweldig mis met Simon.

    Mijn god, wat een stel, wat een boek, waarin je in het hoofd zit opgesloten van de een die onder de huid kruipt van de ander. Niets wordt aan de verbeelding overgelaten. Hoe meer ik vorder in dit boek, hoe meer ik snak naar verbeelding. Maar geen kans, genadeloos houdt de schrijver je in haar greep. Drukt ze je met de neus op een uitgeteerde en kwijlende Simon tijdens de eerste opnamedagen. Op Leo die in afwachting van het bezoekuur op de grond in de gang zit, rug tegen de radiator, trouw als een hond. De ijskoude voeten van Simon. (Ja, daar spreekt dan toch de verbeelding). Ik wil weten waarom het zo meedogenloos uitleggerig is. Bij ‘controlerijstkorreltje’, begint er iets te dagen, dat het enkel zo en niet anders geschreven had kunnen zijn. Wat je ook hoopt, want een schrijver die vijf jaar aan een roman heeft gewerkt, schrijft geen boek dat niet te lezen is. Weet dat elk boek zijn eigen lezing vraagt.

    Leo is hondstrouw, hoewel (en dat stemt hoopvol) ze de opname van Simon gebruikt in een serie columns die ze voor een vrouwenblad schrijft. Terwijl ik buiten loop denk ik aan Simon, hoe hij de ogen van de kat heeft uitgelepeld. Ik weet dat de fietser met de priemende ogen is door gefietst. Toch denk ik aan de mogelijkheid dat hij omkeert, me een klap verkoopt, of gewoon een mes in mijn rug, omdat ik daar liep. Alles kan opeens, de kraaien, de donkerte om me heen lijken een voorbode van iets. Ik zet er flink de pas in. Thuis droog ik mijn haren, pak het boek, lees verder waar Leo haar derde column schrijft. Hoe ze S. beschrijft in een net iets te kleine pyjama, het donker van zijn kamer. Dat ze onderweg naar huis door een groepje mannen gevraagd werd haar naam op de borst van  een van hen, bruidegom in spe te schrijven. ‘Dat laatste was verzonnen, maar ik kon niet anders dan overdrijven, schepjes eenzaamheid erbovenop doen, enkel zo controleerde ik de werkelijkheid, die groot en woest was en vaak verdrietig’. Dit boek schrijnt, zo weinig troost. Wat een boek.

     

     

    Ik ben er niet / Lize Spit / 570 blz. / Uitgeverij Das Mag 


    Inge Meijer is een pseudoniem, zoekt naar een goed verhaal, wast haar mondkapjes.

  • Oogst week 1 – 2021

    Ik ben er niet

    Lize Spits debuut Het smelt (2016) vielen overwegend goede kritieken en lovende lezersreacties ten deel, en het werd bekroond met de Belgische literatuurprijs De Bronzen Uil en de Hebban Debuutprijs. Onlangs verscheen haar langverwachte tweede roman, Ik ben er niet, waarin de tien jaar durende relatie tussen hoofdpersonen Leo en Simon onheilspellende barstjes begint te vertonen. Leo is snel jaloers, wil de controle hebben en houden, schaduwt haar vriend; Simon gaat zich in Leo’s ogen steeds vreemder en afwijkender gedragen, waarmee de verhoudingen op scherp komen te staan.

    Net als Het smelt is Ik ben er niet deels autobiografisch geïnspireerd, en net als Spits debuut is het een plot driven vertelling (Spit volgde een opleiding tot scenarioschrijver). Meteen wordt met de onheilspellende aankondiging ‘Nog elf minuten, winkel’ al duidelijk dat er iets vreselijks is gebeurd – maar wat dat dan is, dat ontvouwt zich langzaam.

    Ik ben er niet
    Auteur: Lize Spit
    Uitgeverij: Das Mag Uitgeverij

    & rol door

    ‘Goed advies: struikel je voorover, hou je dan slap en rol dóór.’

    Deze regel uit & rol door, de nieuwste bundel van K. Michel, lijkt haast een optimistische oproep bij aanvang van een vers jaar. Het is ook in verband te brengen met een van de bijzondere vormexperimenten die hij uitvoert; een gedicht als een koprol.

    Michel (pseudoniem van Michael Maria Kuijpers) ontving onder andere de Herman Gorterprijs (voor Boem de nacht), de Jan Campertprijs (voor Waterstudies), de VSB Poëzieprijs (idem) de Awater Poëzieprijs en de Guido Gezelleprijs (beide voor Bij eb is je eiland groter). Werk van zijn hand werd vertaald in het Engels, Spaans en Zweeds.

    & rol door
    Auteur: K. Michel
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Eén erwt maakt nog geen snert

    In dit persoonlijke essay Eén erwt maakt nog geen snert, verschenen bij uitgeverij Van Oorschot, gaat Asis Aynan (1980) in op de komst van migranten uit het Rifgebergte en de vooroordelen die over hen zijn ontstaan in Nederland vanaf de jaren vijftig vorige eeuw. Aynan neemt de lezer mee langs wat de Riffijnen uit Marokko op hun weg naar Nederland verloren. Hij legt een groot aantal misverstanden bloot (zo wonen er nauwelijks Marokkanen in Nederland maar merendeels Riffijnse Nederlanders) en ontkracht hij de vaak onjuiste aannames en vooroordelen waaruit deze misverstanden ontstaan zijn.

    Naast schrijver is Aynan docent op de Hogeschool van Amsterdam. Zijn docentschap inspireerde zijn eerder verschenen Linoleumkoorts, over taal en identiteit door de lens van een schoolomgeving in de grote stad.

    Eén erwt maakt nog geen snert
    Auteur: Asis Aynan
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot