• Kuiltjes graven

    Kuiltjes graven

    Het was zo’n dag dat zelfs de bananen op de fruitschaal me en masse de rug toekeerden. Deze column schoof ik voor me uit, in de hoop op mooi weer. Dat ik kon openen met: ‘De zon verwarmde mijn schouders terwijl ik op mijn knieën in de tuin de spitskoolplantjes behoedzaam in de vooraf gegraven kuiltjes in de aarde zette.’ Maar een straffe wind vloog langs de zijkant van het huis de tuin in, gierde hysterisch door elke reet of opening van het huis. De katten keken me verwijtend aan. Ik zag dat ze zich afvroegen, ‘Why, for God sake!’ (in hun eigen taal). Ter compensatie mochten ze op de bank, waar ze direct hun nagels in de zacht wollen deken klauwden. Er was een gebrek aan voornemens. 

    Ik dacht erover me op te geven voor het Zeven Zussen ontbijt bij een boekhandel ergens in het land, serieus. Ik ontbijt graag buiten de deur. Ook wilde ik me aanmelden voor de avond bij Alliance Française in Den Haag, waar Mohamed Mbougar Sarr komt praten over De diepst verborgen herinnering van de mens. Maar ik voelde een keelpijn opkomen.
    De kwestie is dat ik overal bij wil zijn, maar er altijd een excuus is om thuis te blijven, wachtend op iets dat zich (natuurlijk) onverwacht zal aandienen. Toen moest ik denken aan een betoverend verhaal op Papieren Helden, ‘Eloisa’ van Ida Blom. Daarin is de oudere zus van de tienjarige vertelster van een Italiaans dorp naar Rome verhuist. Vroeger kroop Eloisa weleens bij haar in bed. ‘Dan kneep ik mijn ogen dicht en deed alsof ik sliep. Ze rook anders, naar de buitenlucht en kampvuren, en ik hoorde haar hart bonzen van alles wat ze die nacht beleefd had.’ Op een dag neemt Eloise vanuit Rome haar vriend Alessio mee naar huis. Ik keek naar zijn wimpers, die lang en donker waren en zijn ogen omlijstten. Als hij naar Eloisa keek werden zijn ogen groot en zacht. Die nacht wenste ik dat iemand zo naar mij zou kijken.’ (dit citeer ik enkel om haar schrijfstij).

    Het weekend van haar elfde verjaardag gaat ze bij Eloisa op bezoek. Er staat een klein taartje met gouden marsepeinen roosjes op de keukentafel. Als Eloisa de taart wil aansnijden wordt ze afgeleid, ze kijkt zo lang uit het raam, ‘dat ik even dacht dat ze me vergeten was. Mist kroop over de rivier, en langs het water liepen mensen krom door de kou. Met een ruk draaide ze zich om. “Sorry, ik zag Alessio lopen dacht ik even, maar het was hem niet.” Ze sneed zorgvuldig een stuk af en gaf het aan me op een roze bordje. “En hoe voelt het om elf te zijn?” (…) Ze zat met rechte rug tegenover me, haar handen in haar schoot, en at zelf niets. Afwezig wendde ze haar blik terug naar het raam. (…) Ik nam me voor om nooit verliefd te worden. Mensen die verliefd zijn wachten alleen maar.’
    Het is een van de mooiste verhalen op Papieren Helden, het online literaire tijdschrift dat elke maand nieuwe verhalen publiceert, een mooi verhalenarchief heeft. Ik nam me voor niet meer te wachten, morgen ga ik kuiltjes graven in de tuin

     

     


    inge meijer

    Inge Meijer is een pseudoniem, blijft thuis en reist met het OV om te lezen.

     

     

     

  • De toekomst van een afstand

    De toekomst van een afstand

    Aafke Romeijn schreef 7B als vervolg op haar debuutroman Concept M. Zij is naast haar schrijven bekend als dichter en muzikant, en bracht in 2021 Godzilla uit, een electropop-album dat ingaat op haar leven met depressie. In het nummer ‘South Park’ zingt ze met breekbare stem over de redenen om nog geen zelfmoord te plegen, als een mantra waarmee ze zichzelf overtuigt: ‘Ik kan nog niet weggaan / Er staan nog boeken in mijn kast die ik niet gelezen heb  / Ik kan nog niet weggaan / De planten willen water en mijn stekjes groeien net.’ Ze kan nog niet weggaan: de taakjes stapelen zich op en iedereen zal boos op haar worden. Romeijn publiceerde in 2020 de dichtbundel Leegstand, en recent publiceerde zij een gedicht in De Gids. Kenmerkend aan haar werk is de politieke betrokkenheid die in al haar werk doorklinkt. Haar kritiek op rechtse partijen wordt haar niet altijd in dank afgenomen: in 2021 verwijderde ze haar account van Twitter omdat ze belaagd werd door rechtse internettrollen.

    Epidemie van kleurloosheid

    7B gaat over een fictieve, dystopische wereld die Romeijn in Concept M al zorgvuldig heeft opgebouwd. Het is vernoemd naar een fictief gebouwencomplex dat huisvesting biedt aan militairen die getraumatiseerd zijn door de grondstoffenoorlog in Turkije. In de wereld van 7B heerst er een epidemie van ‘kleurloosheid’, die leidt tot een abnormaal grote vraag naar lithium. Mensen die kleurloos zijn hebben grijs haar en een lichte, doorschijnende huid: ze zijn letterlijk en figuurlijk kwetsbaar in hun bestaan. De vraag naar medicijnen hiervoor zorgt voor een wereldwijd tekort aan lithium, dat heeft geresulteerd in een gewapend conflict. ‘Het is vreemd,’ schrijft Romeijn, ‘dat politiek leiders over de hele wereld blijven vertrouwen op wapens in conflictsituaties. Je zou toch verwachten dat men na eeuwen van langslepende oorlogen in elk geval gaat nadenken over andere strategieën, maar niets is minder waar.’ In deze dystopische wereld leidt machtsongelijkheid, net zoals in de onze, tot geweld en uitsluiting in plaats van solidariteit. 

    Het is het verhaal van Menno, een getraumatiseerde soldaat, en zijn vrouw Hannah, moderator bij Konnekt (een soort Facebook, maar dan beheerd door Europa). Moeder en dochters Yaya en Timsen lijden aan kleurloosheid, en zijn deel van de kwetsbaren. Daarnaast volgen we Kim, een infiltrante van de Europese geheime dienst, wier missie het is om een lek van staatsgeheimen te vinden. Wanneer Kim’s pad dat van Hannah kruist en haar Konnekt-collega Merel, die geheime video’s hebben ontdekt, wordt het pas echt spannend. Romeijn beschrijft de manieren waarop persoonlijke data van individuen wordt doorgespit op zoek naar strafbare informatie, en dit voelt alsof het griezelig dicht bij de waarheid ligt. Jammer is dat het pas op de laatste tachtig pagina’s van 7B spannend wordt, waardoor alles dat daarvoor kwam, voelt als achtergrondinformatie. 

    Grondig onderzoek gedaan

    De lezer voelt dat Romeijn slim en grondig onderzoek heeft gedaan en goed heeft nagedacht over een logisch verloop van hoe de wereld er nu uitziet: de ondergang van de wereld zal geleidelijk en niet abrupt zijn, aldus Romeijn. De scenario’s die zij uittekent,voelen realistisch. Tegelijkertijd bewaart de roman met haar formele, soms algemene taal een forse afstand tot haar personages. Daardoor is het lastig om enige betrokkenheid op te bouwen met de personages. Er vindt weinig  ontwikkeling plaats bij de personages om te kunnen spreken van een einde dat tevreden stelt. Het is voor te stellen dat de afstandelijke manier waarop Romeijn schrijft over haar personages een kenmerk is van de wereld waar wij ons naartoe bewegen, een wereld waar de menselijkheid langzaam maar zeker wegvaagt. Maar ook met dit gegeven in het achterhoofd stelt de leeservaring uiteindelijk teleur. 

    Daarnaast maakt Romeijn veelvuldig gebruik van beeldspraak, terwijl haar taal meer zou overtuigen als ze dit doseert. Op een en dezelfde pagina glijdt de blik van een man eerst ‘heen en weer als een grijparm’, daarna ‘hupt zijn blik als een vogeltje’. Ergens anders voelt alertheid ‘alsof er ergens koekjes gebakken worden’. Dit soort taalversieringen voegen niet veel toe: ze voelen overbodig en leiden af van het verhaal. Romeijn is op haar best als ze schrijft over de kleine gevolgen van politieke spanningen: de persoonlijke, emotionele veranderingen die geweld en angst teweegbrengen. ‘Karakters en principes worden vloeibaar onder de druk van langdurige angst,’ schrijft ze na een terroristische aanslag van een extremistische groepering die verdacht veel doet denken aan hedendaagse ‘wappies’. 

    Doordat het boek traag op gang komt en de lezer zich tot het eind toe door lange stukken theorie moet heen worstelen, worden de veelbelovende en interessante dystopische concepten niet op een bevredigende manier uitgewerkt en zijn de personages niet memorabel genoeg om te beklijven.