• Intellectuele robots en mensenlevens

    Intellectuele robots en mensenlevens

    In de roman Machines zoals ik wordt de 32-jarige Charlie, speculant in aandelen (waar hij niet goed in is), verliefd op de tien jaar jongere Miranda, zijn bovenbuurvrouw. Charlie vermoedt dat Miranda iets uit haar leven voor hem achter houdt, wat zijn relatie met haar alleen maar beïnvloedt. Een groot deel van het boek gaat over deze relatie. Daarnaast wordt veel ruimte besteed aan de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, i.c. robots.
    De Britse wiskundige Alan Turing krijgt de rol toebedeeld van producent van twaalf Adams en dertien Eva’s. Turing heeft zijn beroemdheid te danken aan het feit dat hij in de Tweede Wereldoorlog het Duitse coderingssysteem wist te ontcijferen. Na de oorlog stond hij aan de wieg van de ontwikkeling van computerachtige machines (de Turingmachine). Ook heeft hij een experiment uitgevoerd (Turingtest) om erachter te komen of machines kunnen denken en menselijke intelligentie kunnen vertonen.

    Initiatief van robot

    Charlie koopt met geld uit een erfenis voor 86.000 pond de androïde Adam waarna hij volledig blut is. Eigenlijk had hij liever een Eva gekocht maar die zijn allemaal door Saoedie-Arabië opgekocht. Miranda en Charlie programmeren de kunstmens Adam zelf, zonder tegen elkaar te zeggen welke persoonlijke elementen ieder van hen aan deze robot-Adam toekent.
    Gaandeweg ontwikkelt zich een driehoeksrelatie, waarbij Adam op beider levens steeds meer invloed weet uit te oefenen, gelijk een mens. Gelukkig zit er een knop aan Adam zodat Charlie hem kan uitzetten maar desondanks dringt de robot steeds dieper hun levens binnen. Zo weet Adam op internet het geheim van Miranda eerder te achterhalen dan Charlie. Naarmate Adam meer vertrouwd raakt met Charlie en Miranda ontwikkelt hij ook initiatieven tot handelen die soms goed uitpakken en soms niet. Zo wordt Adam verliefd op Miranda, wat de relatie van Miranda en Charlie niet ten goede komt.

    Verleden en toekomst

    McEwan situeert zijn roman in 1982 ten tijde van de regering-Thatcher die toentertijd een smadelijke nederlaag leed tegen Argentinië in strijd om de Falkland-eilanden. Ook aan de maatschappelijke situatie in het Engeland van die tijd besteedt McEwan veel aandacht. Door de situering in de jaren tachtig van de vorige eeuw speelt het verhaal zich in het verleden af. Maar door de introductie van Adams en Eva’s – die tot op de dag van vandaag niet in die vorm bestaan en ontwikkeld worden door iemand die in 1954 is overleden – maakt hij er ook een toekomstverkenning van. Een die aansluit op de huidige discussie over kunstmatige intelligentie, over de robotisering van de samenleving, over zelfsturende auto’s, over de invloed van internet met zijn algoritmes op het leven van de moderne mens. Wat lichtelijk verwarrend werkt.

    McEwan schetst een samenleving waarin niet alleen veel routinehandelingen door een robot kunnen worden overgenomen maar waarin een robot een volwaardige (?) plaats als mens inneemt. Hij is niet alleen te programmeren, hij wil gesprekken met je voeren, hij geeft je advies, hij onderneemt actie, etc. De vraag dringt zich op hoe realistisch dit toekomstbeeld is en of dit beeld dichterbij is dan wij denken?

    Robot wordt mens

    Machines zoals ik is om een aantal redenen een intrigerend boek. Er is de centrale plaats die een robot in het verhaal inneemt; een kunstmens die meer menselijke dan machinale trekken heeft. Hij heeft een grote, zelfstandige invloed op de levens van Charlie en Miranda. Terwijl Charlie hem heeft gekocht om zijn leven te vergemakkelijken, is het eigenlijk ‘iemand’ die veel weet en alles beter kan en doet dan Charlie. Zo neemt Adam het speculeren op de beurs over van Charlie en dat legt hem geen windeieren. De fundamentele vraag die McEwan oproept is die naar het type samenleving waarin de technologische revolutie zo ver is voortgeschreden dat de mens robotten kunnen maken die de mens – volledig – kunnen vervangen. Een verbeterde versie van de mens kunnen worden.

    Tijdsituering

    Er is de wat vreemde tijdsituering van de regering-Thatcher in 1982. McEwan plaatst zijn verhalen meestal in een actueel maatschappelijk kader waaraan hij een sociologische betekenis weet te geven. Nu speelt het verhaal ruim 35 jaar terug in de tijd maar blijft onduidelijk waarom hij juist die periode heeft gekozen.
    De derde reden waarom het een intrigerend boek is, ligt besloten in de verhaallijn over de relatie tussen Charlie en Miranda. Die boeit, ook zonder de aanwezigheid en interventies van Adam. Er zijn veel elementen in het boek gestopt, wat de coherentie niet altijd ten goede komt. Ten opzichte van de aandacht die de figuur van Adam krijgt, blijven Charlie en Miranda betrekkelijk wazig. Toch is Ian McEwan een schrijver wiens boeken het lezen meer dan waard zijn en die, door hun actuele thematiek, altijd stof tot nadenken geeft.

     

  • On Chesil Beach: het boek is beter, maar…

    On Chesil Beach: het boek is beter, maar…

    Terwijl naast mij aan tafel druk gespeculeerd wordt over wat Florence en Edward tijdens hun huwelijksnacht mankeert, doe ik er het zwijgen toe. Het duurt meestal even voordat ik iets van een film vind, en dit keer zelfs iets langer. Ik leg, zonder dat de dames met wie ik net nog naar On Chesil Beach zat te kijken dat merken, de film naast de gelijknamige roman die ik jaren geleden las. Ondertussen hoor ik verschillende verklaringen voor het gedrag van Florence voorbijkomen, vind ik iets van dat gepsychologiseer, maar dat is niet wat mij na het zien van On Chesil Beach bezighoudt. Mij zit de voorlaatste, veel te sentimentele, weinig subtiele scène dwars.

    Wat Aan Chesil Beach van Ian McEwan zo mooi maakt, is de manier waarop het verhaal verteld wordt. Met  kennis een alwetende verteller eigen kijkt Ian McEwan met veel oog voor de details en zonder haast terug op de levens van twee personages die ondanks hun liefde weinig met elkaar gemeen hebben. Dat hun huwelijk de eerste nacht niet zal overleven, is al na een paar bladzijden duidelijk. Een hele roman werkt McEwan toe naar de vaststelling dat het tij gekeerd had kunnen worden als Edward haar woorden niet zo letterlijk had genomen en wat meer geduld had gehad. Als hij op dat bewuste moment daar op dat beroemde kiezelstrand (Chesil Beach is Werelderfgoed) maar iets gezegd had.
    Zo eindigt ook de film. Maar anders dan in het boek gaat daar dus een weinig subtiele tranentrekkende scène aan vooraf.

    Terwijl de anderen het inmiddels over de seksuele moraal in de jaren zestig hebben, vraag ik me in stilte af wat Ian McEwan tijdens het schrijven van het scenario van On Chesil Beach bezielde. Want het was McEwan zelf die het boek bewerkte. Vond McEwan dat het verhaal deze wending nodig had en betreft het een draai die hij zijn roman achteraf ook wel had willen geven; gaat het wellicht zelfs om een gekilde darling die het boek niet haalde?

    Eenmaal thuis zocht ik naar een antwoord op die vraag. McEwan gaf de nodige interviews naar aanleiding van de verfilming van On Chesil Beach, maar er was niemand die specifiek naar die bewuste scène vroeg.
    Wat mij wel duidelijk werd, is dat McEwan per se zelf het scenario wilde schrijven: ‘It’s a very intimate, very delicate story, and I really didn’t want anyone else to do it.’

    Mijn zoektocht leverde ook nog iets anders op: de eerste versie van het scenario, uit 2010. Daarin staat de bewuste scène nog niet. In die versie kiest de scenarioschrijver in de laatste drie scènes voor een voice-over die de tragiek van het onvermogen van Florence en Edward alwetend samenvat. Een filmische oplossing die beter bij het boek past, terwijl er toch iets eigens aan de verfilming toegevoegd wordt.
    Als scenarist Ian McEwan zich – zoals hij aanvankelijk van plan was – beperkt had tot het verleden van zijn personages was On Chesil Beach een film geworden die had kunnen wedijveren met het boek van de schrijver met dezelfde naam.

     

     



    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.

     

  • Een keuze voor het leven

    Een keuze voor het leven

    Na vijf pagina’s staat er: ‘Zij had de bevoegdheid een kind bij een harteloze ouder weg te halen en dat deed ze soms ook. Maar om zichzelf bij een harteloze man weg te halen? Nu ze zwak en verlaten was? Waar was de rechter die haar beschermde?’

    Het is een gedachte die opkomt bij rechter Fiona May, 60 jaar en gespecialiseerd in familiezaken. Ze legt de laatste hand aan een belangrijk vonnis dat ze de volgende dag moet uitspreken terwijl ze juist van haar man Jack, 59 en hoogleraar klassieke geschiedenis, te horen heeft gekregen dat hij verliefd is op een veel jongere vrouw. Hij wil zijn huwelijk er niet voor opgeven, maar nu ze al zeven weken en één dag (Jack weet het precies) niet hebben gevrijd en leven als broer en zus, wil hij de seksuele opwinding buitenshuis beleven. Voor Fiona, in haar eerste impulsieve reactie, is doorgaan onmogelijk als hij bij zijn keuze blijft.

    Fiona wordt geroemd om haar fraai geformuleerde en wijze vonnissen in zaken die het welzijn van anderen dienen, maar nu ze zelf kwetsbaar is, staat ze met de mond vol tanden. Wat heeft ze aan die beroepsmatige roem? Hoe kan ze zover komen dat de collega’s straks met hetzelfde ontzag zullen zeggen: ‘En toen heeft ze hem er uit gegooid’, zo vraagt ze zich af.

    Jack vertrekt. Fiona blijft in het lege huis achter, en vlucht in datgene waar ze goed in is, haar werk. Ian McEwan, de schrijver van De kinderwet, de roman waarover het hier gaat, duikt daarna pagina’s lang in enkel voorbeelden van rechtszaken waarin Fiona moet beslissen. McEwan baseert ze, blijkens de verantwoording achterin het boek, op werkelijk gedane uitspraken. Hij koos die vanwege hun geschiktheid om zijn fascinatie te verwoorden voor het spanningsveld tussen ratio en gevoel en tussen professionele overtuiging en persoonlijke ervaring. Dat deed hij al eerder in bijvoorbeeld Zaterdag, waarin medische dilemma’s centraal staan. Ze zijn er opnieuw in De kinderwet, waar ze verknoopt raken in een juridische vraag rond zelfbeschikking en streng orthodox geloof.

    De vrij-loze periode verwijst, zonder dat Jack en Fiona zich dat bewust zijn, naar een eerder vonnis dat Fiona moest vellen. Het betrof de scheiding van een Siamese tweeling, waarvan de ene helft onherroepelijk zou sterven. De scheiding was nodig om het andere kind in leven te kunnen laten. De streng katholieke ouders zagen een dergelijke operatie echter als moord: ‘God gaf het leven en alleen God kon het afnemen’.

    Als Jack zo precies de zeven weken en één dag noemt, dringt pas geleidelijk tot Fiona door dat dat vonnis precies zo lang geleden is. In haar onbewuste wroet zich naar aanleiding van die uitspraak de spijt naar de oppervlakte over haar kinderloosheid. Diep in haar hart wilde ze kinderen, maar altijd was er een reden voor uitstel. Tot het niet meer kon.

    Weken na de bekentenis van Jack, nadat ze hem enkele met verwijten heeft overladen, kan ze hem voor het eerst pas weer met enige vertedering zien als hij met zijn neefjes speelt. Maar veel ingrijpender is een spoedgeding dat ze te behandelen krijgt. Een jongen, Adam, lijdt aan leukemie. Hij is bijna 18, de leeftijd waarop hij zelf zou mogen beslissen of een levensreddende bloedtransfusie mag worden toegediend. Zijn ouders zijn net als Adam Jehovagetuigen. Ze willen geen ingrijpen. De behandelende arts heeft de rechter om toestemming gevraagd om de transfusie tegen hun wil uit te voeren. Probleem is dat de ouders ter rechtszitting aanvoeren dat ook Adam zelf uit geloofsovertuiging weigert en accepteert dat hij zal sterven. Fiona schorst de zitting en besluit Adam zelf in het ziekenhuis te horen. Ze treft daar een inderdaad overtuigde Jehova-aanhanger, die bijzonder intelligent en creatief is. Het klikt zo goed tussen de twee dat Adam voor Fiona zelfs een Iers liedje speelt op zijn viool, Down by the Salley Gardens. Fiona zingt het zacht mee, want ze kent het in de toonzetting van Benjamin Britten. Naast haar functie als rechter is zij pianiste; ze treedt regelmatig op met een collega die het lied met haar aan de piano zingt. Maar hoezeer Adam ook sympathie opvat voor de rechter, hij blijft bij zijn keuze: geen transfusie. Terug in de rechtszaal beslist Fiona toch ten gunste van de arts.

    Als Adam door de transfusie geneest treft hij zijn ouders huilend aan zijn bed. Niet omdat tegen Jehova’s wil is gehandeld, maar van blijdschap omdat ze hun geloof trouw zijn gebleven en toch Adam door een ingreep van buiten hebben behouden.

    Fiona komt het te weten uit een brief die Adam haar stuurt. Hij meldt daarin dat de laffe reactie van zijn ouders hem van zijn geloof heeft afgebracht. Het is uitgedraaid op een ruzie met zijn vader en moeder en nu zoekt hij steun bij de vrouw die hem aan zijn ziekbed begreep en koos voor zijn leven. Hij stuurt Fiona gedichten en blijft haar achtervolgen, stalken bijna. Opnieuw raakt Fiona in conflict tussen ratio en gevoel. Haar professionaliteit maakt dat ze afstand houdt en zelfs niet antwoordt, maar in haar hart verlangt ze ernaar deze jongen, het kind dat ze misschien in haar leven wel heeft gemist, opnieuw te redden. Ze begeeft zich op het randje, maar doet het niet.

    Het schuldgevoel blijft echter knagen en komt tot een dramatische explosie als ze met haar collega een concert geeft dat als toegift Down by the Salley Gardens krijgt. Overmand door verdriet rent ze direct na het ovationele applaus de zaal uit.

    Jack, met wie ze moeizaam weer de relatie herstelt en die het concert heeft bijgewoond, komt later thuis: ‘Ze lagen in het halfdonker tegenover elkaar en terwijl buiten de kamer de schoon geregende stad op haar zachtere nachtelijke ritmes overging en hun huwelijk moeizaam werd hervat, vertelde ze hem met vaste kalme stem over haar schaamte, over de passie voor het leven van die jongen en haar rol….’

    Met het herstel van het vertrouwen tussen Jack en Fiona krijgt de roman een lichtelijk pathetisch einde. Maar dat is niet het belangrijkste dat de lezer bijblijft. McEwan is er opnieuw in geslaagd bloot te leggen wat dilemma’s met een mens doen. En opnieuw aangrijpend.

     

     

  • Pijnlijke ontleding van het mens-zijn

    Pijnlijke ontleding van het mens-zijn

    Een klein hotelletje aan de Engelse kust, juli 1962. Twee jonge mensen, Edward Mayhew en Florence Ponting zijn zojuist getrouwd. Ze worstelen zich door een onappetijtelijke maaltijd heen in de wetenschap dat weldra het moment aanbreekt dat zij zich naar het bed zullen begeven en de liefde zullen bedrijven. Allebei zijn ze onzeker over wat er komen gaat. Edward piekert over een te grote mate van opgewondenheid waardoor hij wellicht te vroeg klaar zal komen. Florence kampt met een onoverwinbare weerzin tegen alles wat met ‘de daad’ te maken heeft. Ze heeft plichtsgetrouw een handboek voor jonge bruidjes van kaft tot kaft gelezen, maar dat heeft voor haar de situatie er niet beter op gemaakt. Wanneer het dan zo ver is, nemen de gebeurtenissen een onvermijdelijke wending en met elk woord, elk gebaar, elke stap, raken Edward en Florence nog verder van elkaar verwijderd. Tot een weg terug voor eeuwig onmogelijk is geworden en de twee jonggehuwden elkaar na die ene nacht nooit meer zullen terugzien.

    Ian McEwan ontleedt zijn hoofdpersonen zo nauwkeurig dat het bijna pijnlijk is. Hij legt laag voor laag iets bloot van het wezen van mens-zijn. In dit geval, hoe de verstikkende mores van de tijd het deze twee mensen onmogelijk maakt om vrijuit met elkaar te praten, hun hart te luchten en hun problemen en zorgen te delen. Nu zijn Edward en Florence er toe veroordeeld om ieder in hun eigen gesloten wereld te blijven. Ze kunnen geen wijs worden uit de wirwar van gevoelens en gedachten in hun eigen hoofd, laat staan dat ze zich in kunnen leven in de belevingswereld van de ander. Dat is een onbarmhartig leefklimaat: zowel Edward als Florence kunnen niet anders dan invullen voor de ander. Ze vinden beweegredenen en verklaringen die de werkelijkheid geen recht doen, en die een positief verloop van de gebeurtenissen onmogelijk maken. Ian McEwan heeft met Aan Chesil Beach voor zijn doen een vrij positief boek geschreven, omdat hij de suggestie wekt dat het in de huidige tijd wel makkelijker is geworden om op een opener manier met elkaar te communiceren. Het is te laat voor Edward en Florence, maar wellicht niet voor mensen die vandaag de dag in een vergelijkbare situatie verkeren.

    Hoewel McEwans schrijfstijl me soms het gevoel geeft ik me in een snijkamer bevind, zou ik het nooit kil of afstandelijk noemen wat hij doet. Integendeel: het getuigt van groot mededogen en een diep inzicht in zijn medemens die deze auteur in staat stellen om elke keer opnieuw een meesterwerk aan zijn oeuvre toe te voegen.