• Oogst week 17 – 2023

    Moeder, na vader

    In zijn nieuwste boek beschrijft Gerbrand Bakker in Moeder, na vader een jaar uit het leven van zijn 86-jarige moeder nadat zijn 90-jarige vader is overleden. Hij begint met het verhalen van de laatste maanden van zijn vader. Die is overleden aan spit, schrijft hij, ‘iets anders kan ik er niet van maken.’

    Met de details die we van Bakker in zijn andere autobiografische boeken als Jasper en zijn knecht en Knecht, alleen gewend zijn, beschrijft hij de laatste maanden van zijn vader, waarin de dokter, thuiszorgsters, fysiotherapeut, bed, sta-opstoel, rollator en pijnstillers het huis van zijn ouders in komen, terwijl langzaam maar zeker ook verwardheid zich van zijn vader meester maakt. Zij moeder, zelf ook niet meer gezond, ziet ‘met lichte wanhoop’ de achteruitgang. ‘(…) ze zei: “Het loopt allemaal zo anders, we hadden zo graag samen oud willen worden.” Toen zei iemand, ik zal het geweest kunnen zijn, dat dat al zover was, dat die tijd nú was. Dat ze nú samen oud waren, hij 90, zij 86. Alsof oud en gebrekkig zijn steeds maar weer vooruitgeschoven werd; ach, oud en gebrekkig en uiteindelijk dood, dat is iets voor in de toekomst.’

    Na vierenzestig jaar huwelijk blijft zijn moeder alleen achter, met haar verdriet. Alle kinderen hebben steeds de helpende hand geboden, aan vader en moeder en aan moeder alleen voor wie het nu allemaal niet meer zo hoeft. Toch is ze gehecht aan het leven, meer dan ze erg in heeft. Bakker beschrijft de hele tijdspanne op zijn bekende directe, feitelijke en daarmee ontroerende wijze en laat onderwerpen als zijn eigen leven, zijn vrienden en geliefden, de natuur en de literatuur niet buiten beschouwing.

     

    Moeder, na vader
    Auteur: Gerbrand Bakker
    Uitgeverij: De Arbeiderspers 2023

    een klein detail

    De Palestijnse schrijfster Adania Shibli (1974) publiceert in literaire en culturele tijdschriften in Europa en het Midden-Oosten. Ze schrijft romans, toneelstukken, korte verhalen en verhalende essays, waarbij haar thema’s alledaagse dingen in familieleven en liefde zijn, tegen de gewelddadige achtergrond van het Israël-Palestinaconflict.

    In een klein detail is haar uitgangspunt het waargebeurde verhaal van een Palestijns bedoeïenenmeisje dat in de nasleep van de Arabisch-Israëlische oorlog in de Negev-woestijn door Israëlische soldaten is verkracht en vermoord. Deze oorlog wordt door Israël als de Onafhankelijkheidsoorlog gevierd maar staat onder Palestijnen bekend als de Nakba, de Catastrofe.

    Het eerste deel van de novelle wordt verteld door een Israëlische commandant met psychopathische trekjes die met zijn mannen in de woestijn op zoek is naar Arabieren. In het tweede deel leest een naamloze, jonge Palestijnse vrouw uit Ramallah een artikel over het bedoeïenenmeisje. Het verhaal obsedeert haar en ze besluit de verkrachting en moord, ongeveer vijftig jaar na dato, te onderzoeken. Bang rijdt ze door Israël naar de plaats van de gebeurtenis. ‘Zodra ik achter het stuur van de kleine witte auto heb plaatsgenomen en het sleuteltje omdraai, lijkt het alsof een spin zijn web om me heen weeft, zo strak dat het een ondoordringbare barrière wordt, ook al zijn de draden nog zo breekbaar en dun. Dat is mijn angst die me de weg verspert, ontstaan uit mijn angst voor wegversperringen.’ In musea en archieven doorzoekt ze gegevens voordat ze uiteindelijk arriveert op de zandvlakte waar de misdaad heeft plaatsgevonden. Een verontrustende, meesterlijke ontknoping volgt.

    In een interview zegt Shibli: ‘Mijn werk (…) ontstaat uit en komt voort uit Palestina als een conditie van onrecht; uit het normaliseren van pijn en degradatie.’

    een klein detail
    Auteur: Adania Shibli
    Uitgeverij: Koppernik 2023

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981

    Journalist en publicist Ian Buruma is een Nederlandse sinoloog en japanoloog. Voordat hij New York als woonplaats koos, woonde hij onder meer in Hong Kong en in Tokio. Hij schrijft artikelen in binnen- en buitenlandse kranten en tijdschriften, en boeken in het Engels en Nederlands, vooral over Azië en met name Japan. Ook publiceert hij over een breed aantal onderwerpen op politiek en cultureel gebied in vooraanstaande kranten. De Tweede Wereldoorlog is een centraal thema in zijn werk. Zo publiceerde hij in 2013 1945, biografie van een jaar waarin hij een beeld geeft van de directe gevolgen van de oorlog in Europa, Amerika, Azië en de Sovjet-Unie.

    Minder bekend is dat Buruma ook fotografeert. In Spektakel in Tokio – Japanse foto’s 1975-1981 publiceert hij een ruime selectie van de foto’s die hij maakte in zijn tijd in Tokio. Hij zag er naast conformisme, rangen en standen en ingewikkelde etiquetteregels veel theatraliteit en excentriciteit die hij op foto’s vastlegde. Zelf maakte hij als acteur en danser in Tokio een tijdje deel uit van die wereld. Naast foto’s maakte hij er ook documentaires. In 2018 verscheen zijn boek Tokio mon amour over die periode. Deze verhalen worden met Spektakel in Tokio aangevuld met beelden van een onbekende kant van de wereldstad, waaronder die van achterbuurten, kermiswerkers, traditionele tatoeage-meesters, de theaterwereld.

    Spektakel in Tokio Japanse foto's 1975-1981
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact 2023
  • Relevant, sappig en genuanceerd

    Relevant, sappig en genuanceerd

    Recensie door Peter Samuel

    In zijn nawoord begint essayist en historicus Ian Buruma onmiddellijk met een overduidelijke boodschap: ‘Het was niet mijn bedoeling om Kawashima Yoshiko, Felix Kersten en Friedrich Weinreb te veroordelen omdat ze slechte mensen zouden zijn. Daarvoor is het te laat’.

    Genoemde hoofdpersonen in De fantasten lijken op het eerste oog nauwelijks iets met elkaar gemeen te hebben, maar toch. Het ‘Oosterse Juweel’ (bijnaam van Mantsjoeprinses Yoshiko), de ‘magische Boeddha’ (bijnaam van Himmlers privémasseur Kersten) en de Joodse immigrant, van de gelijknamige affaire (Weinreb) brachten ieder op hun beurt tijdgenoten en historici op een dwaalspoor. Zij maakten door in hun eigen verhalen te geloven bedrog tot zelfbedrog. Buruma is er uitstekend in geslaagd om hun levens, waarin de Tweede Wereldoorlog een hoofdrol speelt, met elkaar in verbinding te brengen.

    ‘Het geheugen en beoordelingsvermogen van de mens zijn niet onfeilbaar…’

    Scherpe analyse en subtiele ironie

    Ian Buruma, geboren op 28 december 1951, is een Nederlandse sinoloog, japanoloog en publicist. Hij wordt geroemd om zijn eruditie en beschouwende publicaties. In 2008 ontving hij de Erasmusprijs, in 2018 de Gouden Ganzeveer. Volgens de jury van de Erasmusprijs wordt het werk van Buruma gevoed door een fascinatie voor de wereld aan gene zijde van de burgerlijke bekrompenheid en door ondogmatisch, kritisch denken. Buruma ziet zichzelf meer als beschouwend schrijver dan als activist. Hij hanteert in zijn schrijfstijl een scherpe analyse, waarin zowel identificatie als distantie een plaats vinden, doordrenkt met subtiele ironie. Al deze kenmerken zijn in De fantasten terug te vinden. Hij heeft het boek in de Engelse taal geschreven, onder de oorspronkelijke titel The Collaborators. De Nederlandse vertaling – onder de kennelijk ‘neutralere’ titel – is van de hand van Arthur Wevers.

    Het centrale thema in het oeuvre van Ian Buruma is de Tweede Wereldoorlog. Hij beluisterde van jongs af aan zijn vaders verhalen die was ondergedoken, opgepakt, bombardementen overleefde en aan executie ontsnapte. Na zijn eerdere werken, waaronder 1945, Biografie van een jaar, lag het voor de hand dat hij voort zou gaan met schrijven over zijn fascinatie voor de Tweede Wereldoorlog, het drama dat hij zelf nooit heeft meegemaakt. In De fantasten weeft hij in tien hoofdstukken de levensverhalen van drie bijzondere, wonderlijke figuren ineen.

    ‘De wonderlijke levens van Kersten, Kawashima en Weinreb bevatten wel elementen die de verhalen van veel collaborateurs kenmerken: hebzucht, idealisme, sensatiezucht, machtshonger, opportunisme en zelfs de niet altijd misplaatste overtuiging dat ze ook iets goeds deden.’

    Historische les

    Om Friedrich Weinreb kon Buruma vanuit zijn wantrouwen over het tijdperk van verzetshelden en collaborateurs sowieso niet heen. Deze Joodse immigrant liet Joden in Den Haag geloven dat hij hen tegen betaling voor deportatie kon behoeden. Uiteindelijk heeft hij een aantal aan de Duitse politie verraden, hetgeen Buruma nauwkeurig weet te verwoorden. De tweede persoon die de schrijver in beeld brengt, Kawashima Yoshiko, gaf hij in The China Lover een bijrol. In De fantasten staat deze beeldschone Chinese prinses centraal. Zij was spionne voor de Japanse geheime dienst, had affaires met hoge officieren, maar doste zich soms ook als man uit. Haar haast mythische status leverde de sluwe heldin, tegelijkertijd verraadster, de bijnaam ‘Mata Hari van het Oosten’ op. Met de derde hoofdpersoon, Felix Kersten, houdt Buruma zich al langer bezig. Hij schreef eerder in krantenartikelen over deze persoonlijke masseur van Heinrich Himmler, als zijnde een voorbeeld van vele oplichters, die tot de achterkamertjes van de macht wisten door te dringen.

    Ian Buruma heeft met De fantasten een historische les over de betrekkelijkheid van identiteit en over de kijk op het verleden geschreven. In zijn analyses, even sappig als genuanceerd, onderscheidt hij op zorgvuldige wijze feiten, waarschijnlijkheden en beweringen. Het boek is een boeiende reconstructie van verhalen over drie verguisde en gemythologiseerde figuren. Engelen of duivels? Leugens of zelfbedrog? Ook in onze tijd zijn dit soort verhalen over collaborateurs c.q. fantasten onmisbaar om te begrijpen hoe gemakkelijk het is om geweld en ongekend lijden door de vingers te zien. Het is een les van en voor alle tijden, die door Ian Buruma in De fantasten op voortreffelijke wijze is gecomponeerd.

     

     

  • Heruitgave laat kans op reflectie liggen

    Heruitgave laat kans op reflectie liggen

    Na de moord in Amsterdam van Ian Buruma verschijnt zeventien jaar na de moord op Theo van Gogh. Wie denkt dat dat een mooie gelegenheid is om terug te blikken op de analyse van de conflicten waarvan de moord destijds een uitbarsting was, komt bedrogen uit. Het boek is een ongewijzigde herdruk van Dood van een gezonde roker (meteen daarna ook verschenen in het Engels – de taal waarin Buruma het boek zelf schreef – onder de titel Murder in Amsterdam) uit 2006. Het enige verschil is dat nu een Voorwoord is opgenomen dat Buruma voor deze heruitgave (2021) schreef.

    Filmmaker, presentator, scenarioschrijver en columnist Theo van Gogh, in al die hoedanigheden graag een provocateur, werd op 2 november 2004 vermoord door Mohammed Bouyeri. Dat was ruim twee maanden nadat zijn samen met Ayaan Hirsi Ali gemaakte film Submission op de Nederlandse TV te zien was geweest. De dader schoot hem neer en stak daarna een mes in diens lichaam met een pamflet dat duidelijk moest maken wat zijn missie was. Eén van zijn bedoelingen kwam niet uit. Mohammed Bouyeri had zelf gedood willen worden om zoals martelaar te sterven. Hij werd echter gearresteerd.

    Voor Ian Buruma was het drama aanleiding zijn gedachten te verwoorden over de staat van tolerantie van Nederland. Buruma is sinoloog en japanoloog en als zodanig kenner van Aziatische culturen, maar hij is in Nederland veel bekender als publicist over de  gevaren die de democratie in het Westen bedreigen en over het fundamentalisme in de islam. In 2018 was hij onderwerp van een rel toen hij een Canadese radio-dj die door ruim twintig vrouwen werd beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag de kans gaf zijn kant van het verhaal te vertellen in The New York Review of Books, de krant waarvan Buruma op dat moment hoofdredacteur was. Buruma zag zich gedwongen op te stappen. Even vroeg hij zich af wat er in Nederland in zo’n geval zou zijn gebeurd; een vraag die zich opdrong omdat hij beide culturen kent en die opnieuw over tolerantie ging. Buruma werd in 1951 geboren in een gezin met een joodse moeder en een doopsgezinde vader. Hij woonde afwisselend in Nederland, Hongkong en Amerika.

    Vreemd

    In zijn Murder in Amsterdam onderzocht hij de tolerantiegraad in Nederland aan de hand van drie hoofdfiguren: Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali en Mohammed Bouyeri. Hoe werden deze drie tot wie ze in het jaar van de moord, 2004, waren. Waarom werden de twee eerstgenoemden door het ene kamp van Nederlanders (en immigranten) gehaat en door het andere juist bewonderd? Hoe kon een op zich slimme jonge Marokkaan als Mohammed Bouyeri zich in enkele jaren ontwikkelen tot een fanatieke moslimfundamentalist van wie alle ongelovigen dood moesten en wiens hoogste doel was te sterven als martelaar voor Allah? Wat was het aandeel van het zogenaamd tolerante Nederland in dat geheel?
    Het boek dat Buruma in 2006 rond deze vragen publiceerde bevat nog altijd interessante beschouwingen. De meest opvallende grondtoon daarvan is hoezeer de Nederlandse omgang met wat vreemd is wordt gekleurd door de ervaring van het eigen tekortschieten in Tweede Wereldoorlog en de haat tegen een vreemde indringer die dat schuldgevoel weer oproept. Daarnaast: het effect van de Nederlandse omgang met immigranten die soms de schijn heeft van een uitgestrekte hand, maar die hen het gevoel geeft er nooit echt bij te horen.

    Verwijten

    De recente heruitgave wordt ingeleid door een Voorwoord, dat helaas weinig toevoegt. In plaats van te duiden wat er in de zeventien jaar sinds de moord is veranderd of wat we er eventueel van hebben geleerd, houdt Buruma het hoofdzakelijk op een korte uitleg van zijn boek uit 2006 en een apologie tegen de kritiek die het destijds opriep. Die kritiek was niet mals, met misschien wel als hoogte- (of diepte-?)punt de scheldpartij van columnist Theodor Holman (Vriend van Van Gogh) in De Groene Amsterdammer. Maar er waren meer verwijten. Buruma zou de Nederlandse vuile was hebben opgehangen in het buitenland en hij zou een postmoderne relativist zijn van de bedreiging van ‘onze vrijheid’ door de islam. Buruma verdedigt zich ertegen met de opmerking dat hij ‘best de intellectuele verworvenheden van bepaalde Europese denkers [ hij doelt vooral op de Verlichting] (wil) koesteren, maar niet omdat de westerse beschaving per se superieur is aan andere’. Dat is duidelijk.

    Maar bij een andere opmerking zou je juist meer uitwerking verwachten: ‘Eén tendens die ik vijftien jaar geleden beschreef is alleen maar sterker geworden: als reactie op de moord op Theo van Gogh en de vermeende vertroeteling door linkse elites van “allochtonen” heeft radicaal rechts, ooit een marginaal verschijnsel, een nog grotere mond – en meer zetels in het parlement – gekregen. Maar ik heb me verkeken op de manier waarop dat in zijn werk zou gaan, en wie de hoofdrollen zouden gaan spelen’, waarna hij Wilders, Baudet en Pastors noemt, van wie hij de laatste twee in 2006 nog niet noemde. Echter geen woord over hoe die ‘manier waarop dat in zijn werk zou gaan’ er dan uitziet, wat er slechter aan is, hoe dat mogelijk was en wat het effect is op de ontwikkelingen die hij in 2006 beschreef. Daar heb je als lezer temeer behoefte aan omdat Buruma zijn Voorwoord juist begint met de zin: ‘Nu hoor je niet meer zoveel over de islam als de grootste bedreiging voor de westerse beschaving, althans niet in Nederland’. Waar heeft hij zich dan precies op ‘verkeken’?

    ‘Huidige’

    Na dat Voorwoord laat Buruma een kans liggen om de herdruk te actualiseren door het niet te laten bij een letterlijke herdruk maar hier en daar enige reflectie toe te voegen. Je hebt soms de indruk dat je een verouderd boek zit te lezen: De VS zitten al lang niet meer in Irak en de website De gezonde roker werd eind 2004 al opgeheven. Soms roepen die gedateerde gegevens extra behoefte aan duiding op. In het boek uit 2006 is Aboutaleb ‘de huidige wethouder van Amsterdam’, maar dat maakt nu juist nieuwsgierig naar de effecten van zijn optreden als burgemeester in Rotterdam, een stad met veel migranten(kinderen) in de vijftien jaar die we intussen verder zijn. En bij de aforistische zin ‘Ironie kan een gezond tegengif tegen dogmatisme zijn, maar ook een vrijbrief voor onverantwoordelijkheid’ is er toch alle aanleiding om het even over Baudet te hebben.
    Het is jammer dat die kansen niet benut zijn.

     

  • Oogst week 40 – 2021

    A.D.

    Gustaaf Peek (1975) schrijft onder meer proza, poëzie en filmscenario’s. Hij debuteerde in 2006 met de roman Amin. In 2015 won hij een Gouden Kalf voor zijn scenario voor de film Gluckauf. Zijn nieuwste roman A.D. speelt zich af aan het einde van de zestiende eeuw, als de Republiek der Nederlanden nog voor de oprichting van de VOC schepen naar het oosten stuurt om specerijen te halen. Het is een meedogenloze concurrentiestrijd: degenen die als eerste de kruiden vinden, verdienen het grote geld. Verschillende personages zijn aanwezig op een schip naar Indië, allemaal met andere verhalen en visies. De een sterft aan scheurbuik, terwijl de reis voor de ander hoop betekent. De aankomst in Indië vormt het begin van de geschiedenis tussen de twee volken.

    A.D.
    Auteur: Gustaaf Peek
    Uitgeverij: Querido

    Na de moord in Amsterdam

    Zeventien jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Journalist en publicist Ian Buruma bezoekt de plaats delict en reflecteert op het Nederland voor en na 2 november 2004. Destijds schreef Buruma over de vrijheid van meningsuiting, maar kreeg felle kritiek. In een nieuw essay bij dit werk kijkt Buruma terug op deze kritiek, die vooral tegen de islam werd geuit, en stipt hij onderwerpen aan als rechts-populisme en de vermeende islamisering. Ian Buruma (1951) is sinoloog, japanoloog, journalist en publicist. Hij won verschillende belangrijke prijzen, zoals de Erasmusprijs in 2008 en de Gouden Ganzenveer in 2019.

    Na de moord in Amsterdam
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Vlieg weg, vlieg weg

    Het werk van de Oostenrijkse auteur Paulus Hochgatterer (1961) kenmerkt zich door vele verhaallijnen die uiteindelijk samenkomen. Ook in zijn roman Vlieg weg, vlieg weg (uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink) is dit het geval. Het verhaal speelt zich af in Furth am See, een stadje in Oostenrijk. Een gewonde man, die eruitziet alsof hij in elkaar is geslagen, beweert dat hij uit een appelboom is gevallen. Op de intensive care wordt een kloosterzuster verzorgd, die geen idee heeft hoe er kattenvoer in haar longen is gekomen. Ook wordt er een kind ontvoerd, maar zonder losgeldeis. Psychiater Raffael Horn en politie-inspecteur Ludwig Kovacs proberen de gebeurtenissen los van elkaar te duiden. Dit levert een kennismaking op met een reeks kleurrijke personages, waaronder een priester die tijdens de mis oortjes in heeft en naar muziek van Leonard Cohen luistert.

    Vlieg weg, vlieg weg
    Auteur: Paulus Hochgatterer
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Oogst week 23 – 2018

    Tussen Lenin en Lucebert

    Igor Cornelissen (1935) schreef als journalist voor Het Vrije Volk, Het Parool enVrij Nederland over onderwerpen als de sociale strijd, Oost-Europa, communisme, spionage en de Tweede Wereldoorlog.

    In Tussen Lenin en Lucebert schrijft hij over de opmerkelijke Nederlandse kunstcritica en communiste Mathilde Visser (1900 – 1985). Visser werd geboren in een welgesteld joods-liberaal milieu. Voor de oorlog woonde zij na een mislukt huwelijk een tijd alleen in Berlijn. Toen het haar daar te heet onder de voeten werd verhuisde ze naar Parijs waar ze de kunstenaars Pablo Picasso, Salvador Dali en Max Ernst leerde kennen. Die vriendenkring vormde haar verder en was de basis voor haar carrière als kunstcritica.

    Hoewel ze na de oorlog veel geld gaf aan de Communistische Partij van Nederland kostte het haar veel moeite om het lidmaatschap te verkrijgen. De partijleiding vertrouwde de rijke, in bontjas gehulde bourgeoisdame niet helemaal.
    Cornelissen reconstrueerde het levensverhaal van Mathilde Visser aan de hand van brieven, dagboeken en gesprekken met tijdgenoten.

     

    Tussen Lenin en Lucebert
    Auteur: Igor Cornelissen
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Tokio mon amour

    In het eerste hoofdstuk van Tokio mon amour toont Ian Buruma zich nog onzeker:

    ‘…Mijn vlucht met Pakistan International Airlines was geboekt. Ik stond ingeschreven bij de filmacademie van de Nihon-universiteit in Tokio en had een studiebeurs toegekend gekregen van de Japanse overheid, waarmee ik de kosten voor mijn levensonderhoud kon betalen. Ik vond het spannend om voor een flink aantal jaren naar Tokio te verhuizen, maar ook een beetje eng. Zou ik geen heimwee krijgen en me zo eenzaam voelen dat ik de hele tijd brieven ging zitten schrijven aan mensen die zich op bijna tienduizend kilometer van Tokio bevonden? Zou ik binnen enkele maanden terug zijn, vernederd omdat ik een morele nederlaag had geleden? Ik had een Japanse vriendin, Sumie, die mee naar Japan zou verhuizen, maar toch.’ …

    Buruma kwam in 1975 aan in Tokio, en had geen idee wat hem te wachten stond. Hij was in Amsterdam en Parijs gefascineerd geraakt door Japanse films en theater en dus reisde hij naar de bron. In Tokio mon amour doet hij daar verslag van.

    Tokio mon amour
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact (2018)

    Amsterdam

    Eva Cossee over haar boek:

    ‘Mijn Amsterdam is een stad van immigranten. Dat ik zo denk, is niet zo vreemd. Mijn voorvaderen Cossée waren Hugenoten en kwamen in de zeventiende eeuw vanuit het Loire gebied naar Amsterdam, waar op dat moment bijna 10% van de bevolking van Franse herkomst was. Amsterdam heeft altijd een grote aantrekkingskracht op handelaren en kunstenaars gehad. Nu is Amsterdam de meest multiculturele stad ter wereld met nog meer verschillende nationaliteiten dan New York.

    Amsterdam. Stad van aankomst schetst een beeld van de bevolkingsopbouw na 1945. En Amsterdam is ook altijd een rebelse stad geweest, met rookbommen en protesten, door Harry Mulisch en A.F.Th. van der Heijden prachtig verwoord. De handel op het Waterlooplein wordt beschreven door Saskia Goldschmidt en de spreekwoordelijke vrije liefde in de hoofdstad door Cees Nooteboom, en het multiculturele straatbeeld door Robert Vuijsje. Tot slot krijgen ook de neushoorns en andere bewoners van de diergaarde Artis een stem.’

     

    Amsterdam
    Auteur: Eva Cossée
    Uitgeverij: Uitgeverij Cossee (2018)

    Waarom schrijven?

    De onlangs overleden Philip Roth heeft naast fictie ook veel non-fictie geschreven over een groot aantal onderwerpen, waaronder de schrijvers die hij bewondert, zijn eigen werk, het creatieve proces en de Amerikaanse cultuur. In Waarom schrijven? wordt voor het eerst al dit werk verzameld in één band. Het bevat de eerder verschenen essaybundels Lectuur van mijzelf en anderen en Over het vak, maar ook veel stukken die ofwel herzien zijn, of nooit eerder gepubliceerd. Waarom schrijven? geeft een prachtig beeld van de gedachtewereld van een van Amerika’s grootste schrijvers.

     

    Waarom schrijven?
    Auteur: Philip Roth
    Uitgeverij: Uitgeverij De Bezige Bij (2018)

    Tijdschrift Terras

    Terras is een tijdschrift voor internationale literatuur dat gemaakt wordt door medewerkers verspreid over de hele wereld. Het veertiende nummer, Elders, onderzoekt de tegenstellingen van stad en platteland, centrum en periferie, en brengt plekken in kaart waar iets bijzonders aan de hand is en waar op een mooie manier over geschreven kan worden.
    Het nummer bevat nieuwe ontdekkingen, niet eerder in het Nederlands vertaalde proza-auteurs die worden ingeleid door Annelies Verbeke, dichters zoals de Spaanse Sandra Santana en essayisten. Van Jon Fosse, die in het Nederlands taalgebied al naam heeft als toneelschrijver, worden gedichten en een essay gebracht. Daarnaast is er een hommage aan de dichter Charles Simic die dit jaar 80 wordt, verzorgd door K. Michel en Wiljan van den Akker en zijn er bijdragen van onder meer Arno Camenisch, Miek Zwamborn, Tomas Lieske, H.C. ten Berge en Joseph Zoderer. Menno Wigman figureert postuum in dit nummer als vertaler (naast Hélène Gelèns en Elma van Haren) van het Poettrio-project met Sean O’Brien, W.N. Herbert en Fiona Sampson.

     

     

  • Oogst week 10

    Hun beloofde land

    De Engels-Nederlandse Ian Buruma, internationaal geroemd schrijver en essayist, heeft deze keer een zeer persoonlijk boek geschreven. In Hun beloofde land schetst hij het verhaal van zijn grootouders Bernard Schlesinger en Winifred Regensburg, beiden in Londen geboren kinderen van Duits-Joodse immigranten. Twee levens tijdens twee wereldoorlogen. In beide oorlogen waren zij jaren van elkaar gescheiden. Maar ze schreven elkaar, bijna dagelijks over hun leven, over kunst, muziek en hoop. Hun brieven zijn bewaard gebleven en vormen de basis van Buruma´s verhaal.

    Hun beloofde land is eerder in Engeland verschenen, de recensies zijn enthousiast. Philip Roth schrijft:

    ‘Dit is een zorgvuldig en mooi geschreven, uiterst leesbare sociale geschiedenis, op een elegante en intieme manier verteld, aan de hand van de correspondentie van de familie. Buruma beschrijft de in Groot-Brittannië geboren Joden uit de hoge middenklasse helder, met warmte en met sympathie – het zijn niet voor niets zijn grootouders – en hij maakt voelbaar hoe het was om Duits-Joodse emigranten te zijn tijdens het Engelse interbellum.’

    Op 20 maart a.s. spreekt Buruma in Spui25 over zijn nieuwe boek en gaat daarna in gesprek met Nelleke Noordervliet.

     

    Hun beloofde land
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Muzenstraat en andere Haagse verhalen

    Het duurt wel even voordat je als niet Hagenaar van die stad gaat houden. Maar fascineren doet Den Haag al snel en uiteindelijk ga je haar ook een beetje begrijpen. Hun gezamenlijke Haagse roots hebben Wim Noordhoek en Marcel van Eeden, beiden allang vertrokken uit Den Haag, aangezet tot het maken van een prachtig boekje over die stad. Dat de tram een aanzienlijke plek krijgt in deze bundel wordt direct duidelijk door het omslag en de vormgeving van de inhoudsopgave, afgedrukt als de route van de tram. Wim Noordhoek denkt met gemengde gevoelens aan Den Haag terug, maar ‘eens een Hagenaar, altijd een Hagenaar’. Hij schreef verhalen waarin de geschiedenis van Den Haag, en die van zijn familie, vorm krijgt. Over het zonnige vooroorlogse Kijkduin en het naoorlogse Statenkwartier, de resten van de Atlantikwall en de wijk rond Meer en Bos. Marcel van Eeden, die vooral tekent over de tijd van vòòr zijn geboorte in ’65, voorzag deze bundel van prachtige tekeningen.

    Wim Noordhoek (1943) is radiomaker, journalist en schrijver. Marcel van Eeden is kunstenaar.

     

     

     

    Muzenstraat en andere Haagse verhalen
    Auteur: Wim Noordhoek
    Uitgeverij: Van Oorschot

    Gute Nacht, Freunde

    Duitsland is het thema in de komende boekenweek. Dat was voor uitgever, auteur en vertaler Christoph Buchwald aanleiding om een ‘geschiedenis van Duitsland in 25 boeken’ te maken. Buchwald geeft in Gute Nacht, Freunde een overzicht van de 25 Duitse boeken die volgens hem inzicht geven in het ‘dna’ van de Duitsland, haar cultuur, mentaliteit, wereldbeeld en geschiedenis. Dat overzicht beslaat ruim een eeuw: van het keizerrijk tot nu. Leesplezier voor de lezer, en de mate waarin een boek inzicht geeft in een tijdsbeeld waren voor hem belangrijke selectiecriteria.

    Buchwald nam boeken op van bekende en minder bekende auteurs. Alle boeken in zijn overzicht zijn in het Nederlands verschenen.

     

    Gute Nacht, Freunde
    Auteur: Christoph Buchwald
    Uitgeverij: Cossee

    Bloemen van het kwaad

    In dit nieuwe jaar / bidden wij dat oost en west / en de hele wereld zullen samenleven / en samen voorspoed delen’ .

    De gedachte is mooi, maar krijgt een zwarte kleur als je weet dat deze regels in 1940 geschreven zijn door Hirohito.

    Hirohito is een van de dichters die schrijver en journalist Paul Damen opnam in een bloemlezing met gedichten die geschreven zijn door dictators. Mussolini, Hirohito, Mao, Osama Bin Laden, Fidel Castro, Ceaușescu en Salazar om er maar een paar te noemen. Zij zijn allemaal vertegenwoordigd in Bloemen van het kwaad. Gedichten van dictators.

    Het vraagstuk waarom zij allemaal dichtten en hoe die gedichten te rijmen zijn met hun daden lijkt interessanter dan hun brouwsels. Kan je een gedicht mooi vinden dat geschreven is door iemand van wie je weet dat die zovele doden op zijn geweten heeft?

    Paul Damen plaatst de door hem verzamelde gedichten in deze bloemlezing in een historisch kader. Dat is waarschijnlijk de meerwaarde van deze bundel.
    Met een nawoord van Menno Wigman.

     

    Bloemen van het kwaad
    Auteur: Paul Damen
    Uitgeverij: Koppernik
  • Recensie door: Machiel Jansen         

    Recensie door: Machiel Jansen         

    Het kruispunt van religie en democratie

    De Duitse filosoof Gottfried Leibniz (1646-1716) had zo’n groot vertrouwen in de mogelijkheden van de wetenschap en de wiskunde dat hij dacht dat in de toekomst mensen bij een meningsverschil niet meer met elkaar in discussie zouden gaan maar tegen elkaar zouden zeggen: laten we het uitrekenen.

    In het huidige digitale tijdperk zijn computers overal, maar gediscussieerd wordt er nog wel degelijk en emoties lopen soms hoog op, vooral als het gaat over de plaats van de religie in de huidige samenleving, en al helemaal als de islam ter sprake komt. Aan meningen hebben we geen gebrek, aan genuanceerde op feiten gebaseerde bijdragen des te meer. Maar al te vaak worden rationele argumenten opzij gezet met verwijten van verraad, verzoening, racisme en gezamenlijk thee drinken.

    Het aanmoedigen van de rede in plaats van emotie in het debat was één van de doelstellingen van de Schotse filosoof David Hume (1711-1776). Vooral religieuze enthousiastelingen waren niet voor rede vatbaar. ‘Hoop, trots, aanmatiging en een levendige fantasie, gecombineerd met onwetendheid vormen de ware bronnen van het enthousiasme.’ 

    Net als Leibniz was ook Hume een man van de Verlichting, een periode in de Europese geschiedenis waarin rede, rationaliteit en wetenschap werden gezien als de basis voor politieke en maatschappelijke opvattingen. Religie werd gezien als irrationeel en een bedreiging voor de maatschappij die men voor ogen had. De verschillende filosofen uit die periode verschillen nogal in de maatschappelijke rol die ze toebedeelden aan religie maar allemaal beschouwden ze religieuze waarden als relatief, niet universeel. Ideeën als de scheiding tussen kerk en staat en de scheiding tussen  wetgevende, uitvoerende en rechtelijke macht zijn opgekomen in de Verlichting.

    De ideeën van de Verlichting worden tegenwoordig weer van stal gehaald als het gaat om het verdedigen van moderne Westerse waarden tegenover religieuze opvattingen, met name de islam. De Nederlandse schrijver, essayist Ian Buruma (1946) constateert het in zijn nieuwe boek God op zijn plaats. Het kruispunt van religie en democratie. De verdedigers van Westerse Verlichtingsidealen richten hun pijlen niet alleen op moslimfundamentalisten maar ook op de aanhangers van de multiculturele samenleving. Het is vooral in die laatste verbale strijd dat de verdachtmakingen van vriend, vijand, verzoener, racist, fascist en theedrinker over en weer het hardst klinken.  Maar een debat in de geest van de Verlichting is nu juist op rationele argumenten gebaseerd.  

    Ian Buruma is één van de essayisten die de rationaliteit probeert terug te vinden in het debat. Hij is bepaald geen nieuwkomer waar het gaat over onderwerpen als de islam in Europa en de relatie tussen Oost en West. Zijn essays en commentaren verschijnen regelmatig in NRC Handelsblad, The New Yorker, The New York Review of Books en The Guardian. Buruma is met Hirsi Ali waarschijnlijk de enige Nederlander die kan rekenen op een internationaal lezerspubliek waar het gaat om bijdragen aan het cultureel politieke debat. Zijn boek over de Moord op Theo van Gogh (Murder in Amsterdam/ Dood van een gezonde roker, 2006) is wereldwijd besproken en gelezen. In 2008 ontving hij de Nederlandse Erasmusprijs.   

    In zijn nieuwe boek besteedt Buruma ruim aandacht aan verschillende denkers uit de Verlichting. God op zijn plaats gaat over de verhouding tussen politiek en religieus gezag op drie continenten. Dat is een ambitieus onderwerp en Buruma behandelt het in nog geen 150 bladzijden. Het resultaat is een interessante, zeer leesbare verzameling uiteenzettingen die echter te kort en daardoor soms opvallend onvolledig is. Die beknoptheid is wel te verklaren. Buruma presenteerde de drie hoofdstukken in dit boek namelijk als lezingen voor Princeton University.  

    In de inleiding zet Buruma zijn doel duidelijk uiteen. Zijn raadgever is de Franse denker Alexis deTocqueville (1805-1859) en leidend is de vraag: wat is er nodig, naast stemrecht en vrijheid van meningsuiting, om democratische samenlevingen bijeen te houden?

    Het eerste hoofdstuk begint met de vraag waarom in de Verenigde Staten het geloof een veel belangrijkere rol speelt dan in Europa. Het antwoord zoekt Buruma in de geschiedenis, of beter, in de ideeëngeschiedenis. Daarbij gebruikt hij de observaties van de Tocqueville die tijdens The Second  Awakening (1790-1840), een periode van religieuze opleving, in de Verenigde  Staten rondreisde en uitgebreid verslag deed van de Amerikaanse samenleving. In Europa, merkt de Tocqueville op, bestrijden de niet gelovigen en gelovigen elkaar als politieke tegenstanders. In Amerika, waar de macht van de Katholieke kerk niet aanwezig was, lag dat anders.Vrijheid is het sleutelbegrip in de observaties van de Tocqueville. Vrijheid in religieuze beleving en een volledige vrijheid van kerk en staat gaan in de Verenigde Staten samen, en dat heeft alles met het protestantisme te maken. Het was Luther die twee en een halve eeuw eerder al een grote aanzet had gegeven voor het scheiden van kerk en staat met zijn doctrine van de twee kerken. Buruma vermeldt Luthers bijdrage echter niet.

    In Europa, waar de invloed van de Katholieke kerk veel groter is geweest, verschillen de landen onderling aanzienlijk in hun kijk op religie en gezag. Buruma richt zich vooral op Engeland en Frankrijk. De filosofen Hume en Burke dienen als voorbeeld dat traditie in het conservatieve Engeland belangrijk is. Frankrijk heeft met de Franse Revolutie gekozen voor een radicalere vorm van verlichting, min of meer gebaseerd op de ideeën van Spinoza en Rousseau. Die geschiedenis verklaart huidige verschillen in de aanpak van religieuze spanningen in de verschillende landen van Europa. In Frankrijk wordt de scheiding tussen kerk en staat ver doorgevoerd. Op Franse scholen zijn religieuze afbeeldingen of kledingstukken taboe. In Engeland en Nederland is de situatie anders en is er ruimte voor de overheid om het religieuze karakter van openbare instellingen, waaronder scholen toe te staan en te steunen.

    Andere Europese landen, waaronder Duitsland, worden in dit betoog om onduidelijke redenen buiten beschouwing gelaten. Buruma vat de relevante opvattingen van o.a. Hume, Jefferson, Spinoza en Hobbes bondig samen, en zijn uiteenzetting van de verschillen en overeenkomsten tussen de naties overtuigt ook wel. Toch is het hoofdstuk wel heel beknopt en maakt het uiteindelijk de indruk dat je een samenvatting  gelezen hebt.  Die trend zet zich door in het tweede hoofdstuk Oosterse wijsheid dat het Aziatisch continent, althans China en Japan, behandelt. Buruma studeerde Chinese letterkunde in Leiden en woonde een tijd in Japan. Dat schept verwachtingen. Maar dit hoofdstuk lijdt vooral onder  de lengte, die veel te kort is: 23 pagina’s over China en 14 over Japan. Als een handige samenvatting voor studenten voldoet het misschien maar de reis door de geschiedenis duurt zo kort dat er niet veel meer dan een flits overblijft.   

    Het derde hoofdstuk met de titel De waarden van de Verlichting, trekt de meeste aandacht. Buruma beschrijft de problematiek van de islam in Europa en meer dan in de vorige twee hoofdstukken klinkt hier zijn mening door. De poging om een afstandelijke, deels objectieve samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen, van de Rushdie-affaire tot aan de discussie rondom Tariq Ramadan,  te geven, dwingt respect af. Het eens goed op een rijtje zetten van wat er nu precies is gebeurd, levert ook aardige inzichten op. Zo beschrijft Buruma de verwarring die zich meester maakte van jongerenwerkers in Engeland die het muliculturalisme aanhingen en moslimjongeren verdedigden en door dik en dun steunden. Tot hun ontzetting bleken dezelfde jongeren nu bereid om tijdens de Rushdie-affaire aan een openbare boekverbranding mee te doen. Hun opvattingen over de multicurele samenleving veranderde daardoor radicaal.

    Ook bij rechts is er sprake van een enorme draai. Rechtse verdedigers van de Westerse waarden verdedigen harstochtelijk tolerantie ten opzichte van homosexualiteit en vrouwenemancipatie tegenover conservatieve moslims. Die onderwerpen golden tot voor kort juist als typische linkse stokpaardjes.

    Buruma bekritiseert het multiculturalisme, maar merkt wel op dat Nederland met zijn zuilenmaatschappij tot voor kort in feite een multiculturele samenleving is geweest. Het moderne multiculturele denken waarbij culturele minderheden  aangemoedigd worden hun eigen cultuur te behouden en deze zelfs superieur te achten boven Westerse waarden is een idee dat hij duidelijk bestrijd. ‘Zoals alle ideeën die tot dogma verheven worden zit het multiculturalisme er vaak naast.’

    Soms gaat Buruma wel heel kort door de bocht, bijvoorbeeld bij het afschrijven van de theorie van de botsing der beschavingen. ‘Een oppervlakkige blik op enkele van de mensen die terreurdaden op hun geweten hebben, leert ons al snel dat een zeer wijdverbreide mening (…) dat we hier te maken hebben met een “botsing der beschavingen”, nergens op gebaseerd is.’

    Daarmee suggereert hij toch dat de ‘botsing der beschavingen’, voor het eerst door Bernard Lewis zo genoemd, met oppervlakkige waarnemingen kan worden weerlegd. Naar mijn idee is dat een te simpele voorstelling van zaken en doet dat geen recht aan de nuances van Lewis’ opvattingen, zoals bijvoorbeeld in The Roots of Muslim Rage

    Ook de bewering ‘alle grote godsdiensten zijn fundamentalistisch in de zin dat zij menen de absolute waarheid te verkondigen’ lijkt me wel voer bieden voor verdere discussie. Voortbouwend op dat idee kom je tot de conclusie dat ook een filosoof als Kant, die de het absolute en universele van ethische waarden verkondigde, fundamentalistisch is.  Paul Cliteur bekritiseerde Buruma eerder op soortgelijke uitspraken.

    Toch kun je Buruma niet beschuldigen van relativisme, de opvatting dat andere culturen met andere, mogelijk tegengestelde waarden en opvattingen evenveel recht op bestaan hebben als de onze. Hij pleit nadrukkelijk voor het scheiden van politiek en religie. De wet dient als basis maar Buruma legt een grote nadruk op de mores, de ongeschreven regels en tradities die een grote bindende kracht zijn in een maatschappij. Daarin is ruimte voor minderheden, ook voor religieuze orthodoxie maar niet voor oproepen tot geweld. Vrijheid van meningsuiting is een grondbeginsel waar Buruma niet aan toornt. Integendeel:  ‘Democratieën varen niet wel bij wetten die de vrijheid van meningsuiting beperken, zoals wetten tegen godslastering, het ontkennen van de Holocaust of de Armeense genocide.’

    Zijn pleidooi voor het scheiden van religie en politiek lijkt me de kern van God op zijn plaats. Het is ook eenvoudig de redelijkheid hiervan in te zien, aan de andere kant doemt de moeilijkheid op dat nu juist de religieuze extremisten deze scheiding weigeren te maken. Zij beroepen zich op religie bij hun politieke terreuracties en zoeken in religieuze bronnen rechtvaardiging voor hun daden. Voor Buruma is dat laatste niet de kern van het probleem. Volgens hem had Mohammed B. als hij in de jaren 70 een Duitser was geweest zich gemakkelijk kunnen aansluiten bij de RAF.

    Een dergelijke stelling zal sommigen wel in het verkeerde keelgat schieten. Van Leibniz ideaal van het koel uitrekenen van meningsverschillen zijn we nog ver verwijderd. Tot dan toe moeten we het doen met geïnformeerde meningen en analyses, waaronder die van Ian Buruma.

    God op zijn plaats

    Het kruispunt van religie en democratie
    Auteur: Ian Buruma
    Vertaald door: Suzan de Wilde
    Verschenen bij: Uitgeverij Atlas
    Prijs:  €18,50