• Gewoon een heel goed boek

    Gewoon een heel goed boek

    Op sommige schrijvers wacht je trouw als de denkbeeldige hond die voor de supermarkt aan een denkbeeldige lantaarnpaal vastzit. Soms tref je de schrijver bij een kringloopwinkel tussen de boeken. Je denkt: Hé, kijk nou, daar staat Hiske Dibbets. Je pakt haar eruit en leest haar verhalen met hun bevreemdende, hilarische werking. Waar je van houdt. Haar verhalenbundel en romans hebben een ‘no nonsense’ toon, ik vermaakte me er kostelijk mee. Nog niet zo lang geleden kwam ik haar tegen in Dagboek 1978 – 1982 van Mensje van Keulen, die eind jaren zeventig voor een etentje bij kunstenaar Jan Dibbets en zijn vrouw was. ‘zijn dochtertje, (…) Een lief meisje met een tandbeugel’. 

    Nu is er nieuw werk van Hiske Dibbets verschenen, Niet niks, en gaat over het jaar nadat haar op 1 oktober 2020 de dood werd aangezegd (niks Ispahaan, gewoon vanachter het bureau door een oncoloog), met de diagnose ongeneeslijke endeldarmkanker. Met dertig jaar minder dan haar levensverwachting zou kunnen zijn, treedt er een fase van rouw in om de dingen die niet meer zullen komen. Ze schrijft over haar leven en liefde voor haar man en dochter, vriendschappen die zich verdiepen. Ze vraagt de man, waarmee ze al meer dan dertig jaar samenwoont, met haar te trouwen. Zij die nooit wilde trouwen, besluit anders. Er had zich in het afgelopen halfjaar vanaf de diagnose, ‘een omkering van waarden voltrokken’ schrijft ze. Ze besloot dat ze twee levens had: een speelde zich af in het ziekenhuis, het andere in de werkelijkheid. ‘Dat die levens zich in twee tegengestelde richtingen ontwikkelden, zei iets over de surrealistische situatie waarin ik zat.’

    Ze herinnert zich haar tijd (1991) in Moskou, schrijvend voor Moskow Magazine van Derk Sauer. In datzelfde jaar leerde ze haar man kennen, die voor een maand naar Moskou komt, ze raakt zwanger van haar dochter, (‘made in Russia’) en keert terug naar Nederland. Daar begint ze verhalen te schrijven. Ze herinnert zich het plezier van het schrijven, hoe de verhalen zich ‘loswrikten’ uit haar verbeelding: ‘Op het moment zelf gebeurde er iets magisch: het verhaal ontstond vanzelf, de ene associatie riep de andere op.’ Haar debuut, Droomkeuken, wordt uitgegeven door Mai Spijkers. Later werkt ze er als lector, manuscripten doorspitten op literaire kwaliteiten. Dat de titel van haar debuut serieus bedoeld was, ze droomde van vervanging van haar jaren vijftig Bruynzeel keukentje. 

    Na haar derde boek stopt ze met schrijven, denkt het later weer op te pakken. Nu er geen ‘later’ meer is, ontstond het idee te gaan schrijven over haar beperkte leef-tijd, over ‘Een jaar met de dood op mijn hielen’. Voorbij de helft van het boek, schrijft ze dat ze kans ziet nog een boek te schrijven, over haar ziekte. Maar het zou niet alleen over kanker gaan; ‘het was ook een getuigenis van een tijd waarin herinneringen zich opdrongen en opstapelden.’ Die opeenstapeling ziet ze als een afdruk van haar leven, ‘zoals een fossiel in een steenlaag’. Dat wil ze vastleggen, ‘omdat een mens uiteindelijk niet veel meer is dan zijn herinneringen’. In het zoeken naar een beeld om de situatie waarin ze zich bevond te vangen, herinnert ze zich een logeerpartij bij een vriendinnetje. Ze noteert: ‘ Zazies kamer was behangen met aluminiumfolie. Vlak boven het logeerbed zat er een gat in. Als klein meisje verdween ik daarin tijdens een nachtmerrie en kon daarna de weg terug niet meer vinden.’ Het boek opent met dit beeld. 

    Anekdotes over een manuscript waarin de vrouw aan kanker lijdt en de man het nachtleven induikt. Een auteur die zichzelf voorstelt als: ‘reclamemaker met veel invloedrijke vrienden in de grachtengordel’. Ze vond het ridicuul, vroeg zich af welk punt de schrijver wilde maken, ‘ga vreemd terwijl je vrouw op sterven ligt?’ Het wordt hilarisch als ze schrijft: ‘Ik vermoedde dat het verhaal autobiografisch was en dat de schrijver een persoonlijkheidsstoornis had. Zijn naam was ook al zo irritant: Kluun. Afgewezen.’ Het boek verschijnt, (zoals bekend), bij een andere uitgeverij, wordt een verkoophit. Maar haar waarde oordeel wordt op het moment van lezen geëerd.
    Dan over een schilderij waarop medewerkers van de uitgeverij staan afgebeeld. Dat er af en toe mensen op geheimzinnige wijze van het doek verdwenen. ‘Mai Spijkers gaf [de schilder] weleens de opdracht iemand weg te schilderen, meestal vlak voordat degene werd ontslagen.’ Het werd ‘het stalinistische spookschilderij’ genoemd. 

    Dit boek leest als het in kaart brengen van een leven dat nog niet voorbij is maar ook niet meer vooruit geleefd kan worden. Ondanks de fijne verhalen, de anekdotes, de kracht die eruit spreekt het leven zo gewoon mogelijk te nemen, is er iets dat je terughoudt. Memoires meanderend door de bittere werkelijkheid van uitbehandeld zijn, langs ongemakkelijke gesprekken met artsen, het conflict met haar vader. En dan het gevoel, ‘Wacht, dit gaat over iemand die veel te vroeg gaat sterven, mag ik hier wel van genieten?’ Maar jemig, uit dit alles ontstijgt gewoon een heel goed boek.

     

     

    Niet Niks, Een jaar met de dood op mijn hielen / Hiske Dibbets / 231 blz. / uitgeverij Balans


    Inge Meijer – een pseudoniem – schrijft wekelijks een column.

     

     

  • Bizarre verhalen

    Bizarre verhalen

    Ik vond een debuutbundel met bizarre verhalen. Droomkeuken (1996) van Hiske Dibbets oogde als een damesroman wat me een aanbeveling leek om te gaan lezen. Ik ken een roman van haar, De gifmengster (2006), waarvan de vaart waarmee het verhaal werd verteld en de onverwachte wendingen in het verhaal, me zijn bijgebleven. Het gaat over de onverwachte dood van een vrouw en hoe de dochter in haar moeders verleden duikt. Er zit een verdachte Rus in en veel verhaallijnen waarvan er enkele naar het einde toe wat in de lucht bleven hangen. Waardoor het toch wat vaag bleef. Aan haar debuut had ik nooit gedacht, tot ik het tegenkwam bij antiquariaat Kok in Amsterdam. Tien verhalen waarin menselijke eigenschappen als jaloezie en hebzucht de boventoon voeren.

    Alle verhalen zijn even bizar en uitdagend als een puber die constant doet wat je niet verwacht. Er is het verhaal van Frank Jansen, die wegloopt bij zijn vrouw en zijn naam verandert in Wim Smit. Tijdens zijn reis naar Moskou, (hier kwam Rusland dus ook al voor) komen er herinneringen aan zijn vrouw naar boven. Die keer dat ze in Parijs schuilden in een portiek voor de regen. Hoe zij dicht tegen hem aan ging staan en hij van puur geluk iemand een klap verkoopt. ‘En jawel, je schedel werd gekraakt als een walnoot en je hersenpan gelicht. (…) Je moest een daad stellen (…) je zag een voorbijganger naderen. In een reflex haalde je uit met de paraplu. De man kreeg een harde klap op zijn hoofd, (…) strompelde weg.’

    Iets wat ik niet zag aankomen, gelijk de man die de klap op zijn hoofd kreeg. En als je dan vermoedt dat daar de huwelijkse problemen mee begonnen zijn: ‘buitensporig gedrag van de man’, zit je verkeerd. Want de vrouw reageert als volgt: ‘[ze] gierde het uit. Ze kromp ineen van de pret en gooide haar hoofd naar achteren. Ze riep: “Hou op ik kan niet meer. Ik doe het in mijn broek.”’
    Verhalen waarvan je uit je doen raakt maar die ook zeer vermakelijk zijn. Ze vertonen een overeenkomst met de verhalen uit de debuutbundel Nestvlieders (2012), van Merijn de Boer. Een ster in het schrijven van absurdistische verhalen. In beide bundels is er het grensoverschrijdende gedrag van wat betamelijk is of in de lijn der verwachtingen ligt. Al gaat De Boer verder dan Dibbets; is zijn fantasie onbeteugelder. Maar beiden lijken een zeker genoegen te scheppen in het beschrijven van het ongewone.

     

     


    Inge Meijer is een pseudoniem. Zij schrijft over boeken en haar ontdekkingen in de marges van de literatuur.