• Het martelaarschap van strijders voor een andere wereld

    Het martelaarschap van strijders voor een andere wereld

    John Jude Parish is net achttien geworden in augustus 2000. Hij woont in Washington DC en houdt van skaten, surfen en wil het soefisme bestuderen. Zijn vader is advocaat, zijn moeder heeft psychotherapie gestudeerd, maar is vooral politiek actief. Volgens zijn vriendin Katie heeft hij fantastische ouders en in die augustusmaand ligt de wereld voor hem open. Na een surfwedstrijd is er nog een feest met vrienden en vriendinnen. John gaat even skaten en wordt aangereden door een automobilist. In het ziekenhuis, arm en been in het gips, wordt hij wakker met een hersenschudding. Tijdens zijn korte verblijf in het ziekenhuis maakt hij een 10-weken plan, maakt een lijst met boektitels, waarbij onder andere de Koran en werk van Kierkegaard. Ook besluit hij Arabische literatuur te gaan studeren.

    Via Internet leert hij Noor Bint-Khan kennen, hij mailt met haar over zijn plannen. Noor studeert literatuurwetenschap en werkt als serveerster in een oosters eethuisje. Zij noemt hem in een mailtje van 23 augustus een Sharia school in Brooklyn, waar klassiek Arabisch wordt gegeven. John neemt contact op met die opleiding en twee dagen later heeft hij al een uitnodiging om te komen kennismaken. Het is nog steeds augustus. Binnen drie weken is John al van zijn oorspronkelijke koers geraakt, studeren aan de Brown University, en gaat hij helemaal op in zijn nieuwe plannen. In september begint zijn opleiding. Met zijn moeder heeft hij woonruimte gezocht in Brooklyn en gaat hij eten in het eethuisje van Noor, die hij dan persoonlijk leert kennen. Vervolgens hebben zij zo regelmatig contact, dat het lijkt of zij elkaar al jaren kennen. Binnen twee weken nodigt Noor hem uit bij haar thuis te komen eten, haar moeder en broertje zijn er ook. Een moslimmeisje, die een vreemde Amerikaanse jongen thuis uitnodigt?

    Erbij willen horen

    Op school leert John Khaled kennen, diens moeder komt uit Pakistan. Hij vertelt dat hij Arabisch studeert om later in Pakistan te gaan studeren. De leraren en een aantal leerlingen zijn in het wit gekleed en John wil erbij horen, begin oktober bestelt hij ook een witte broek en een wit hemd. Zijn klasgenoten reageren niet allemaal enthousiast, zij beschouwen hem als een toerist op hun school. Noor vindt dat John wel hard van stapel loopt, met zijn studie, het dragen van de kleding, de discussies die hij met zijn omgeving voert. Tussendoor heeft hij ook fysiotherapie en gaat langzaamaan weer zelfstandig lopen. In die tijd heeft hij alleen mailcontact met zijn vroegere skate- en surfvriendinnen.

    John wordt moslim en wanneer zijn schoolvriend Khaled hem uitnodigt mee naar Pakistan te gaan, besluit hij direct om dit te doen. Het is mei 2001. Daar beleeft hij allerlei avonturen in de bergen, met groepen strijders en komt terecht bij de Taliban. Op een gegeven moment is hij verdwenen. In de Verenigde Staten zijn zijn ouders totaal ontredderd, wanneer zij op geen enkele wijze meer contact met hem kunnen krijgen. Via al zijn mailvrienden proberen zij te achterhalen, wat er gebeurd is, maar niemand kan informatie geven. In december lezen zij in de Herald Tribune een artikel over een American Taliban, ofwel een Amerikaanse student die zich bij de Taliban heeft aangesloten. Het betreft John Walker Lindh, gevonden en gearresteerd door de FBI. Zijn ouders weten niet wat zij moeten doen, proberen contact te krijgen met deze jonge man, maar dit lukt op geen enkele wijze. In mei 2002 is er geen enkel spoor van hun zoon John Jude.

    Oorspronkelijke titel American Taliban

    Pearl Abraham heeft deze roman gebaseerd op het verhaal van John W. Lindh, zij heeft onderzocht hoe het komt, dat (jonge) mensen helemaal op kunnen gaan in een totaal vreemde wereld, zij heeft zich verdiept in het soefisme en in martelaarschap van strijders voor een andere wereld. De oorspronkelijke titel American Taliban geeft beter aan waar deze roman over gaat, om de Nederlandse titel te begrijpen, moet je het laatste hoofdstuk goed lezen. In dit boek gaat het naar mijn smaak allemaal een beetje te snel. John is enthousiast, maar toch kreeg ik geen zicht op zijn echte beweegredenen om Arabisch te studeren, om moslim te worden. Het thema van dit boek is interessant, de uitwerking is wat oppervlakkig.

     

     

  • Recensie Tegen het einde – Joris Note

    Door Hilde van Vlaanderen

    De pas verschenen roman van de Vlaamse schrijver Joris Note begint met een prachtig en zeer toepasselijk citaat (van Bertus Aafjes): Maar de weg ertegen, tegen alle wegen in.
    Dit geeft uitstekend weer waar het in de roman om gaat: een leraar geschiedenis op een middelbare school doet manmoedig pogingen zijn leerlingen zelf te laten nadenken. Hij zou hen feiten en jaartallen kunnen aanbieden, maar hij geeft achtergrondinformatie en legt verbindingen van de geschiedenis naar de huidige tijd. Hij wil hen laten zien dat je door zelf na te denken de wereld zou kunnen veranderen. Hij wil hen laten zien dat je niet klakkeloos de meningen en feiten van anderen, van zogenaamde deskundigen, moet aannemen. Zelden las ik in een roman het humanistisch principe van zelf denken zo mooi vormgegeven.
    Maar dan komt deze docent, Maurice Loterman, toch in conflict met de gevestigde orde. De andere leerkrachten, pragmatisch en opportunistisch zijn niet van zijn moderne opvattingen en werkwijze gediend. Na een onverkwikkelijk machtsspel wordt hem duidelijk gemaakt, dat hij gewoon moet vertrekken.
    Dan zit hij thuis en reflecteert op het gebeurde.
    Is het alleen dit conflict van de jonge tegenover de oude garde? Nee, langzamerhand blijkt, dat Maurice Loterman jarenlang is gevlucht in zijn werk om niet te veel stil te hoeven staan bij het verlies van zijn vrouw. Eenmaal thuis komen ook al die herinneringen terug, de goede jaren, het op elkaar ingesteld zijn, dezelfde boeken lezend met de armen om elkaars schouders, zijn enige echte kameraad. ‘Aan de dood maak ik niet veel woorden vuil, geen boeiend onderwerp. Onnozele, stomme, dwaze, lompe, idiote, debiele dood. Het volstaat wel dat hij komt, dat is erg genoeg…’ Zijn woede en onmacht in zes bijvoeglijke naamwoorden.
    Maurice Loterman is ontredderd en strijdbaar. Hij wil zijn leerlingen leren discussiëren over begrippen als menselijkheid, terreur, over begrippen als vrijheid en gelijkheid. Met zijn vrouw Catherine had hij dat zelf ook ooit gedaan en zij hadden elkaar verstaan.

    In de roman gaat Joris Note op een associatieve wijze te werk, hij is sprankelend en speels in zijn vormgeving. Soms beschrijft hij zijn ervaringen of bepaalde gebeurtenissen heel concreet. Soms richt hij zich direct tot de lezer. Soms filosofeert hij over politiek. En dan weer werkt hij in uitbundige, barokke taal een bepaalde scene uit, zoals bekken trekken voor de spiegel en de manieren waarop je kunt lachen.
    Een boek dat soms adembenemend is in de rijke taal en soms hartverscheurend in het weergeven van de zoektocht van de hoofdpersoon.

    Joris Note (1949), heeft zelf enkele jaren in het onderwijs gewerkt. In een interview heeft hij aangegeven, dat de ervaringen van Loterman niet de zijne waren, maar dat de gebeurtenissen zeker mogelijk zijn. Een boek niet alleen voor mensen in het onderwijs, jonge ? en oudere ? leerkrachten. Een boek, dat brede aandacht verdient, vanwege de thema’s en de prachtige uitwerking daarvan.

    Joris Note, Tegen het einde. De Bezige Bij, € 18,50.