• Idylle en beklemming in een tijdloos landschap

    Idylle en beklemming in een tijdloos landschap

    Het werk van de Italiaanse schrijfster Donatella Di Pietrantonio is diep verankerd in het Italië van de periferie, ver weg van de grote steden, in gemeenschappen waar de tijd niet rechtlijnig verloopt, maar rondcirkelt langs oude gewoonten, rituelen en trauma’s die generaties elkaar doorgeven. Sinds ze debuteerde in 2011 onderscheidt Di Pietrantonio zich door familiegeschiedenissen te verweven met het sociale weefsel van kleine dorpen. Haar nieuwe roman De kwetsbare tijd heeft als decor haar geboortegrond, de Abruzzen, een regio van ruige schoonheid en hardnekkige stilstand.

    Het landschap fungeert als personage op zichzelf. De heuvels zijn ruw en soms onherbergzaam, de valleien breed en stil, de dorpen gesloten en compact. Di Pietrantonio vangt ze in beelden die zowel idyllisch als beklemmend zijn. Het verleden is geen statisch decor maar een levende aanwezigheid, onophoudelijk voelbaar in het heden. Tegen deze achtergrond ontvouwt zich een verhaal over kwetsbaarheid in vele gedaanten: die van ouderdom, jeugd, van herinneringen, liefde, en van het onvermogen uit te spreken wat gezegd zou moeten worden.

    Twee ontwikkelingen in één verhaal

    Hoofdpersoon Lucia is een fysiotherapeute van middelbare leeftijd die haar leven in het dorp, met zijn beperkingen maar ook zijn rust, grotendeels heeft aanvaard. Dochter Amanda studeert in Milaan, een keuze die symbool staat voor ontsnapping en vernieuwing. Wanneer Amanda onverwacht terugkeert, gebeurt dat in een staat van stilzwijgen en apathie. De oorzaak van deze ommekeer wordt door moeder noch dochter benoemd, waardoor er vanaf het begin een sluier over het verhaal hangt.

    Ook op een ander front wordt Lucia’s leven opgeschud: haar vader, met wie zij een complexe relatie heeft, wil de familiecamping verkopen. Wat op het eerste gezicht slechts grond met toeristische waarde lijkt, draagt de last van een tragedie die diepe sporen heeft nagelaten in de familie en de gemeenschap. De terugkeer naar dit beladen verleden vormt een tweede verhaallijn, die samenloopt met Amanda’s komst. Het kruispunt van deze twee ontwikkelingen schept een subtiel spanningsveld.

    Variatie in stijl en toon

    Di Pietrantonio hanteert verschillende stijlen: de minimale, terughoudende passages laten stilte en spanning spreken, terwijl de poëtische beschrijvingen van landschap en omgeving een rijke, zintuiglijke ervaring bieden. Deze variatie verleent de roman meerstemmigheid en zorgt ervoor dat personages en emoties tot leven komen. Tegelijkertijd blijft veel emotie impliciet. De lezer wordt uitgenodigd tussen de regels te lezen en zelf verbanden te leggen.

    De uitwerking van de personages is genuanceerd. Lucia is vooral gelaagd in de passages over haar jeugd: kwetsbaar, innemend en overtuigend. In het heden blijven haar emoties vaker impliciet, zeker in relatie tot Amanda en de dreigende verkoop van de camping. Amanda zelf blijft grotendeels gesloten. Haar innerlijke wereld blijft ontoegankelijk, en haar aanwezigheid krijgt vooral gewicht door handelingen en gebaren. Een scherp constrast vormt Lucia’s vader: hij leeft in het verleden, past zich niet aan en weerspiegelt zo de hardnekkige stilstand die het dorp en de familie kenmerken. 

    Het gewicht van verleden en gemeenschap

    De roman overtuigt volledig in de beschrijving van de oudere generatie en de nasleep van de tragedie rond de familiecamping. Eén gebeurtenis, zo laat Di Pietrantonio zien, tekent de direct betrokkenen maar nestelt zich ook in het collectieve geheugen van de gemeenschap. Met enkele scènes maakt ze de emotionele impact voelbaar, en dan niet door spectaculaire details maar een stilte die zwaarder weegt dan woorden.

    In haar landschapsbeschrijvingen wekt Di Pietrantino met zintuiglijke precisie en zonder clichés de Abruzzen tot leven: de zon die traag over de valleien glijdt, de geur van vers gemaaid gras, wind die door de bomen ruist. Poëtische momenten contrasteren met de strakke toon van de vader-dochterrelatie, en versterken zo de spanning tussen uiterlijke schoonheid en innerlijke complexiteit.

    Gebaren en onuitgesproken woorden

    De relatie tussen Lucia en Amanda bereikt bij vlagen een indringende scherpte, vooral in scènes waarin gebaren alles zeggen. Wanneer Lucia haar dochter observeert terwijl die haar kamer ordent, voel je afstand en onbegrip naast een stille verwachting. Zulke momenten tonen Di Pietrantonio’s inzicht in familiebanden: liefde en afstandelijkheid hoeven elkaar niet uit te sluiten, maar kunnen vlak naast elkaar bestaan.

    De titel van de roman, het centrale idee van de kwetsbare tijd – dat ieder mens blootstaat aan risico’s en emotionele breekbaarheid -, is krachtig en universeel. Het zou als motto kunnen dienen van het oeuvre van deze auteur, waarin kwetsbaarheid nooit louter zwakte is, maar een verbindende menselijke conditie.
    De kwetsbare tijd is een subtiel spel van stijlen, van terughoudende passages bij innerlijke spanning, poëtische landschapsbeschrijvingen die emotionele diepte en sfeer brengen. Met zulke tegenstellingen kan Di Pietrantonio de complexiteit van familie, herinnering en kwetsbaarheid verbeelden. Wat het meest blijft hangen, is niet alleen het tijdloze landschap van de Abruzzen, maar ook het besef dat menselijke breekbaarheid en stiltes even waardevol kunnen zijn als woorden en actie.

     

  • Oogst week 17 – 2022

    Antonia's dochter

    Een van Italiës jonge talenten luistert naar de naam Giulia Caminito. De vierendertigjarige Romeinse studeerde politieke filosofie in haar geboorteplaats en schrijft voor het tijdschrift l’Espresso. Bovendien publiceerde ze al drie gelauwerde romans. In 2016 vormde La Grande A haar literaire debuut dat kolonialisme behandelde én haar meteen drie prijzen opleverde: de Premio Bagutta, Premio Berto en de Brancati Giovani. Met Un giorno verrà won Caminito de Premio Fiesole Under 40 in 2019. Vorig jaar verscheen haar nieuwste boek: L’acqua del lago non è mai dolce, in het Nederlands vertaald door Hilda Schraa tot Antonia’s dochter. Hiermee won Caminito in 2021 de Premio Campiello, de meest prestigieuze prijs van Italië.

    In Antonia’s dochter volgen we Gaia, een meisje dat aan de arme kant van de Tevere (Tiber) geboren is. Daarom moet zij voor haar familie naar een goede school om een baanzekere studie in Rome af te dwingen. Haar afkomst speelt haar parten. Helaas werkt haar uiterlijk niet mee: ze wordt op school gepest om haar flaporen, rode haar en armetierige kleding. Ondanks haar afkomst is zij geen onmachtig naturalistisch vrouwspersoon. Gaia neemt met haar lef het heft in handen. Pesters én players pakt ze keihard terug. Eigengereid als ze is, kiest Gaia voor de studie Filosofie. En ze helpt een goede vriendin op geheel eigen wijze van een pier af springen.

     

    Antonia's dochter
    Auteur: Giulia Caminito
    Uitgeverij: Cossee

    Koloniekind – Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen

    Groot-Brittannië ging vroeger apart om met zijn gevangenen. Het rijk stuurde massa’s gedetineerden naar een immense strafkolonie onder de Evenaar: Australië, tot 1931 een kolonie van The British Empire. Hoe zit dat met Nederland? Het Drentse Veenhuizen fungeerde als gevangenisdorp, waar de lokale bevolking samenleefde met criminelen. Tot 1981 konden onbevoegden er absoluut niet komen. In Koloniekind – Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen beschrijft Mariët Meester haar jeugd in het dorp. Als dochter van ‘meester Meester’ (what’s in a name?) herinnert ze zich allerlei details die haar leven beïnvloeden. In een interview voor het Dagblad van het Noorden zegt ze: ‘Ik zal nooit vallen op een keurig nette man.’

    Mariët Meester heeft zowel stapels fictionele als non-fictionele werken geschreven en publiceert essays voor het NRC. Koloniekind vertroebelt de tegenstelling fictie/non-fictie. Geheugen kan immers vers zijn, maar is tegelijk onbetrouwbaar, waardoor het de realiteit niet zozeer exact weergeeft, als wel navertelt. Dat is veelschrijver Meester wel toevertrouwd. Niet ten onrechte noemde Ingrid van der Graaf haar onlangs in een interview ‘Een kunstenaar die steeds weer een ander boek maakt’. Het justitiedorp heeft een menselijk karakter, getuige bijvoorbeeld het gegeven dat de inwoners naast de veroordeelden in de kerkbanken zitten. Onbekend maakt onbemind, luidt het gezegde. Gelukkig kent Meester vele soorten mensen.

     

    Koloniekind - Opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen
    Auteur: Mariët Meester
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    Amstel 278 – Een noodlottige vriendschap in oorlogstijd

    Tom Rooduijn is voornamelijk bekend als journalist en programmamaker. Voor VPRO Radio maakte hij de documentaire Het schimmenspel over Géza Weisz (niet de acteur, maar een Berlijnse komiek). In mei 1940 duikt deze joodse man met zijn familie onder bij de Zwitserse arts Fritz Rimathé, die aan de Amstel 278 woont. Hij blijkt nog veel meer egodocumenten te hebben nagelaten. Onder meer van Rimathés memoires, aantekeningen en andere schriftelijke overblijfsels maakt Rooduijn een kroniek van vijf jaar: Amstel 278 – Een noodlottige vriendschap in oorlogstijd. En noodlottig is zij zeker; zoals in zo veel oorlogsverhalen vormt verraad een belangrijk motief.

    Hoewel Fritz Rimathé niet alleen zijn huis openstelde voor Weisz’ gezin, maar ook voor anderen, kreeg hij nooit een Yad-Vashemonderscheiding. Zijn familie verklaart namelijk dat hij slechts deed wat hij moest doen. De integriteit van Weisz en Rimathé greep Rooduijn aan. Hierover zegt hij voor Athenaeum Boekhandel: ”Ze zagen hoe een verdraagzame stad voor de Joodse minderheid langzamerhand veranderde in een dodelijke hinderlaag, terwijl een meerderheid onverschillig, angstig of verontwaardigd toekeek.” Volgende week is het 4 mei. Het credo ‘Opdat wij nooit vergeten’ is haalbaar door verrichtingen als deze, van Tom Rooduijn.

    Amstel 278 - Een noodlottige vriendschap in oorlogstijd
    Auteur: Tom Rooduijn
    Uitgeverij: Thomas Rap
  • Ontreddering in de sneeuw

    Ontreddering in de sneeuw

    De flaptekst van deze novelle verraadt een bijzonder verhaal waarin bijna alles lijkt te worden weggegeven. Niets is minder waar. Klein en fijn roept de Italiaanse auteur Claudio Morandini in Sneeuw, hond, voet een poëtische droomwereld op versus realistische wreedheid. Hij laat zien hoe je met weinig ingrediënten een rijk verhaal kunt vertellen. De ingrediënten bestaan uit Adelmo Farandola, een verwarde oude man; een pratende hond die een vleug humor aanbrengt; de sneeuw in de Italiaanse Alpen als setting. En dan is er als vierde element nog de jachtopziener, die we leren kennen door de ogen van de oude man. In het hele verhaal zitten we sterk in het hoofd van Adelmo Farandola. Hij ziet de jachtopziener als een hem bespiedende vijand die bestreden moet worden en dat levert verwarrende dialogen op.

    Adelmo Farandola leeft als een kluizenaar in een berghut. Hij heeft zich al jaren niet gewassen of verkleed en gaat schuil onder een korst van vuil en stank. Zoals zo mooi wordt getoond zonder het te benoemen in: ‘Laat de deur maar open, alsjeblieft.’ Dat zegt de vrouw in de winkel in het dorpje waar Farandola een paar keer per jaar komt om zijn voorraden aan te vullen. In het eerste hoofdstuk is hij op weg naar het dorp, wat een moeizame tocht is langs een stijl pad naar beneden. In het dorp reageert hij schichtig, hij is geen mensen gewend. Dan wordt ook duidelijk hoe verward hij is, want de vrouw in de winkel zegt dat hij er vorige week ook al was. Daar heeft Farandola geen enkele herinnering aan. Pas als hij met een gevulde rugzak weer omhoog sjouwt, komen vage beelden terug van zijn nog maar onlangs gemaakte barre tocht.

    Man en hond worden één

    Terug in zijn berghut is er ineens een uitgehongerde hond die waarschijnlijk zijn schaapskudde is kwijtgeraakt. Farandola is niet van gezelschap gediend en schopt hem weg. Maar de hond is volhardend, bedelt om eten en blijft. Vervolgens wil de oude man de hond van zijn teken ontdoen, wat hij met een verontrustend leedvermaak probeert. Uiteindelijk ontstaat er een voorzichtig verbond tussen man en hond. Het doet er niet toe wie smeriger is, of dat ze allebei onder de teken zitten.

    Na enkele voor Farandola verwarrende gesprekjes met de jachtopziener treedt de winter in. ‘Binnen is de berghut het benauwende schemerduister van de winter ingegleden.’
    Tijdens de maandenlange opsluiting in de ingesneeuwde hut worden man en hond één. Samen gaan ze dubbelhard door de voedselvoorraad heen en aan het eind van de lange winter zijn ze op sterven na dood. Ondertussen voeren ze hilarische gesprekken met onderkoelde humor van de hond. De stem van de hond is de stem die de man in zijn hoofd hoort, wat van Adelmo Farendola een rijker personage maakt en het verhaal een mooie extra laag geeft.
    ”Maar al snel kruipt Adelmo Farandola met zijn neus over de grond, zoekend naar kruimels. ‘Hm, ben je iets kwijt,’ vraagt de hond. ‘Kruimels.’ ‘O, die. Ik ben bang dat ik ze al naar binnen heb gewerkt,’ zegt de hond. ‘Als ik het had geweten had ik er wat voor je laten liggen.”

    Dooi en dier

    Uiteindelijk treedt de dooi in. De alles bedekkende sneeuw begint te smelten en legt bloot wat meegesleurd is door een lawine. Puin en modder en kadavers, bijvoorbeeld van gemzen en herten. In ieder geval is er weer genoeg te eten. ‘Het komt voor dat een dier op zoek naar voedsel dat uit het ijs tevoorschijn komt plotseling wordt geconfronteerd met de resten van een soortgenoot. Dan snuffelt hij er op een andere manier aan, alsof hij er een vriend of familielid in herkent, en hij geeft hem tikjes met zijn snuit, alsof hij hem wil wekken uit een te diepe winterslaap. Hij proeft er niet van, als de honger hem tenminste niet al te zeer heeft versuft of onverschillig heeft gemaakt voor de simpele maar hardnekkige taboes der natuur. Soms lijken die aanrakingen van snuit en neus net gesprekken tussen oude vrienden die elkaar al een hele tijd niet hadden gezien.’

    De voet

    Dan ontdekken man en hond een voet. Die schrikt hen behoorlijk af, vooral als de kraaien erop aanvallen. Dagelijks draaien Farandola en de hond om de voet heen tot de weggesmolten sneeuw de identiteit van het lijk blootgeeft. Wie dat is, was voor de lezer al meteen duidelijk, ware het niet dat:
    ‘Naarmate hij dieper in zijn geheugen graaft, in dat armzalige geheugen dat hem is toebedeeld en dat alles door elkaar haalt, weet hij flarden herinneringen op te diepen. Hij weet niet of het echte herinneringen zijn of juist overblijfselen van denkbeeldige herinneringen die we creëren wanneer we opeens in een situatie terechtkomen die we al eerder hebben meegemaakt, en dan kijken we verschrikt om ons heen en begrijpen niet waar en wanneer dat wat we ons herinneren heeft plaatsgevonden, maar die onzekerheid is zo levensecht dat het ons bijna de adem beneemt.’

    Adelmo Farandola weet maar al te goed hoe het komt dat hij zo verward is en dat maakt hem steeds menselijker en wanhopiger. Hij geeft de schuld aan de hoogspanningskabels die over het dorp van zijn jeugd liepen. Het zoemen en trillen van die kabels dreef iedereen tot waanzin, tot de mensen elkaar uiteindelijk aanvielen. En daarmee krijgt het verhaal ook maatschappelijk betekenis.
    Sneeuw, hond, voet is het zesde boek van Morandini. Het werd in Italië in 2015 gepubliceerd, stond in de bestseller top vijf en is in vele talen vertaald. In dit juweeltje van menselijke eenvoud en dierlijke rijkdom staat geen woord te veel.

     

     

  • Het niemandsland tussen trouw en ontrouw

    Het niemandsland tussen trouw en ontrouw

    In de roman Trouw, vertaald door Hilda Schraa, verkent de Italiaanse auteur Marco Missiroli het schemergebied tussen trouw en ontrouw. Deze tegengestelde begrippen lijken ver uit elkaar te liggen, maar Missiroli maakt aannemelijk dat dat best mee- dan wel tegenvalt. Hij suggereert dat de begrippen elkaar zelfs deels kunnen overlappen. Het niemandsland tussen beide uitersten blijkt voor degenen die zich erin wagen, uitgestrekt en onherbergzaam te zijn. Daarom doen Missiroli’s personages veel moeite om in gedachten de kloof tussen trouw en ontrouw zo smal mogelijk te maken.

    Paradox

    Centraal staat de relatie tussen de universitair schrijfdocent Carlo en zijn vrouw, makelaar Margherita. Ze gaan beiden vreemd: Margherita met haar fysiotherapeut Andrea en Carlo met verschillende vrouwen, nadat tot zijn frustratie een opbloeiend avontuur met zijn studente Sofia ongeconsummeerd blijft. In hun gedachten wringen zij zich schuldbewust in alle bochten om tot eenzelfde paradoxale conclusie te komen. Margherita weet ‘één ding wel: haar efficiënte aanpak had eruit bestaan Andrea te willen en te krijgen, om hem vervolgens niet meer te willen.’ En voor Carlo geldt: ‘Over de toekomst met Margherita had hij nooit getwijfeld. […] wat als vreemdgaan voor hem de manier was geweest om keer op keer Margherita trouw te zijn?’

    Zo lukt het Carlo en Margherita om voor zichzelf de kloof tussen trouw en ontrouw te dichten. Wat daarbij helpt is het maken van onderscheid tussen verschillende vormen van trouw: trouw zijn aan je geliefde, trouw zijn aan jezelf, trouw zijn aan je ouders. Is vreemdgaan niet eigenlijk een vorm van trouw zijn aan jezelf? Zowel Carlo als Margherita lijken dat idee te omarmen, al brengt Margherita het ‘efficiënter’ ten uitvoer dan Carlo. Zij hoeft zich slechts één welgekozen affaire te veroorloven, terwijl Carlo bij verschillende vrouwen naarstig op zoek blijft naar wat hij bij Sofia is misgelopen. Dat is een goede afspiegeling van hun loopbanen: Margherita heeft een geslaagde carrière in de makelaardij, terwijl Carlo tegen zijn zin een kleine aanstelling bij de universiteit moet combineren met een baan als redacteur van reisbrochures.

    Caleidoscoop

    Carlo geeft aan de universiteit college in verteltechnieken, en Missiroli heeft voor zijn roman dan ook een bijzondere vertelvorm gekozen. Hij maakt gebruik van een meervoudig perspectief. Behalve de vier eerder genoemde personages gebruikt Missiroli ook nog het personage van Anna, de moeder van Margherita, om zijn verhaal te vertellen. Afwisselend zien en overdenken de personages de gebeurtenissen en de mogelijke consequenties daarvan. Het bijzondere van dit vijfvoudige perspectief zit hem vooral in de vloeiende wijze waarop Missiroli de verschillende gezichtspunten in elkaar laat overgaan. De schrijver is daarin op zijn best op de momenten waarop het hem lukt de verschuiving van perspectief bijna onopgemerkt te laten plaatsvinden. Wanneer je die werkwijze als lezer voor het eerst opmerkt, verschijnt er onwillekeurig een glimlach op je gezicht. Wel vraag je je meteen af of en hoe de schrijver dit het hele boek door gaat volhouden zonder gekunsteld over te komen.

    Interessante dynamiek

    Missiroli’s caleidoscopische perspectief geeft de roman een interessante dynamiek en roept meteen allerlei associaties op. Bijvoorbeeld met de film 1917 van regisseur Sam Mendes, die in één, continue shot lijkt te zijn opgenomen. Maar ook met de verrassende bloemlezing Zwaan kleef aan van Doe Maar-muzikant Henny Vrienten, waarin het ene gedicht telkens het volgende oproept. Of met de roman Roem van Daniel Kehlmann, die bestaat uit negen op subtiele wijze samenhangende verhalen.

    Als lezer hoop je stilletjes dat Missiroli zijn krachttoer vlekkeloos zal voltooien. Blijkbaar was hij soms bang dat het te gortig zou worden, want af en toe veroorlooft hij zichzelf een witregel in plaats van een vloeiende overgang, wat eigenlijk jammer is. Daar staat tegenover dat hij zich op een paar bladzijden tegen het einde van het boek van zijn beste kant laat zien, door meerdere perspectieven op kunstige wijze in elkaar te toveren. Dan lukt het hem om in één alinea de vier perspectieven van Anna, Andrea, Margherita en Carlo met elkaar te verweven en in één zin Sofia en Margherita elk aan hun overleden moeder te laten denken. Al met al geeft de vertelvorm de roman een filmisch karakter en het is dan ook niet verwonderlijk dat die tot een Netflix-serie wordt bewerkt.

    Philip Roth

    Missiroli ontleent het motto voor zijn boek aan Philip Roth: ‘Op die manier weten we dat we leven: we begrijpen er niets van.’ Alle personages in het boek zijn zoekende, op zoek naar een juiste manier van leven. Dat de schrijver zijn twijfelende en aarzelende personages voortdurend in het duister laat tasten, maakt het boek belangwekkend en realistisch. Opvallend daarbij zijn ook de beschrijvingen van het drukke, hedendaagse Milaan, waar het verhaal zich voor het grootste gedeelte afspeelt. Missiroli gebruikt de economische hoofdstad van Italië als metafoor voor de gevoelens van onrust waardoor zijn personages beheerst worden. Soms doet hij dat expliciet, wanneer hij bijvoorbeeld schrijft over ‘het plotselinge gewriemel van de Corso Buenos Aires, het razende verkeer op de binnenring, het gecompliceerde Milaan’ en dat vergelijkt met het karakter van Andrea. Soms is het implicieter, wanneer bijvoorbeeld Sofia vanuit Milaan terug wil verhuizen naar haar vader in Rimini en ze weet wat ze zal gaan missen: ‘De gebouwen aan de Piazza Missori, de tussen de spitsen uitstekende waterspuwers, de ijzeren trams op de rails richting de Dom, de gehaaste mensen, de mogelijkheid je in elke willekeurige straat te verstoppen’. Ook Missiroli zelf komt uit Rimini en woont tegenwoordig in Milaan.

    Al met al lijkt Missiroli’s experiment geslaagd. Met een originele verteltechniek heeft hij de complexiteit van het thema ‘(on)trouw’ inzichtelijk weten te maken. Hij had bij het schrijven de teugels misschien nóg strakker kunnen houden, maar heeft er waarschijnlijk bewust voor gekozen om niet te streven naar perfectie. Om zo zijn roman een getrouwe afspiegeling te laten zijn van het echte leven, dat vol zit met momenten waarop we impulsieve en irrationele keuzes (moeten) maken.