Het zilveren bot
Het lot van Oekraïne gaat in het westen velen aan het hart. De populariteit van de schrijver Andrej Koerkov (1961), geboren in Rusland, opgegroeid en woonachtig in Oekraïne, is sinds de oorlog toegenomen. Hij is internationaal een veelgevraagd commentator. Vorig jaar verscheen zijn oorlogsdagboek Onze dagelijkse oorlog (2024), over zaken als wassen als de stroom is uitgevallen, loopgraafkaarsen, het geluid van rijdende tanks op een snelweg, vallende bommen, en de plaats voor kunst, literatuur en muziek in de maar doorgaande oorlog. Eerder verschenen onder meer Grijze bijen (2018) en Dagboek van een invasie (2022).
Het zilveren bot is deel 1 van The Kyiv Mysteries, drie misdaadromans met een historische achtergrond. In dit eerste deel wordt op klaarlichte dag Samson Kolechko’s vader in zijn bijzijn vermoord. Samson ontsnapt aan de sabel, het kost hem alleen een oor. Het is 1919. In Kiev is het Rode Leger van de Sovjets de baas, het Witte Leger probeert vanuit het westen op te rukken. Overal heerst wantrouwen. Samson is nu als wees alleen in het huis van zijn vader en op een dag wordt dat huis gevorderd door twee soldaten van het Rode Leger. Samson luistert hun plannen af en besluit hen te dwarsbomen, waardoor hij in moorddadige complotten terecht komt. Zijn leven staat geregeld op het spel, maar misschien zal hij een held worden.
Zoals altijd schrijft Koerkov op een licht ironische toon met oog voor absurditeit. Voor het spannende boek raadpleegde hij de archieven van de misdaadbestrijdingsdienst in Kiev.

De bodem van het bestaan – Dagboeken 1976-1980 deel 5
In deel 5 van de Dagboeken van J.J. Voskuil wordt door de schrijver weer veel geworsteld, met zijn werk op het Meertensinstituut, met andere medewerkers, vrienden, met zijn vrouw L.. Voskuil schildert zichzelf daarbij negatief af, is meestal ontevreden over zijn gedrag en opmerkingen. Tegelijkertijd is hij vaak overtuigd van zijn eigen gelijk en doorziet hij behalve zichzelf ook de mensen om zich heen.
In 1976 is hij verliefd op de jonge medewerkster Mirjam Lucassen, die wordt gearresteerd in verband met een explosief. Zij verdwijnt uit het Bureau en uit Voskuils leven. Hij raakt gedeprimeerd en schrijft eind 1977: ‘En nog altijd het nu al maanden durende gevoel van zinloosheid dat het onmogelijk maakt indrukken op te doen en neer te schrijven. Om iets waar te nemen heb je een vast punt nodig. Er is geen vast punt.’ Ondanks de ruzies en oeverloze discussies met L. schrijft Voskuil herhaaldelijk: ‘Ik ben niets zonder L.’
In 1978 noteert hij, naast wat plaatsnamen van wandeltochten, slechts: ‘Marietje [hun kat] is vanmiddag doodgegaan. Ze was al een paar maanden ziek. De laatste weken had ze niet meer gegeten. Een klein, lief, mager scharminkeltje. Toen L. uit Den Haag thuiskwam, om kwart voor drie, leefde ze nog. Een minuut later was ze dood.’
Begin 1980 gaat hij verder met zijn dagboek. Over het werk: ‘Het komt erop neer dat ze niet geloven dat het een voorstel is. Ze zien het als een overval. Ik wil hen op die manier met een hoop nieuw werk opzadelen. Dat had ik pas mogen doen als er eerst een principebeslissing was genomen. Enzovoort. Ik ben verbijsterd.’
Voskuil chargeert en relativeert. Met humor, dat wel.

Namiddagen
De Duitse schrijver Ferdinand von Schirach (1964) is strafrechtadvocaat. Hij heeft vele bekende, beroemde en beruchte cliënten. Op zijn 45e publiceerde hij zijn eerste boek, Misdaden (2009), een bundel met verhalen uit zijn advocatenpraktijk die meteen een bestseller werd. Daarna volgden meerdere verhalenbundels, essays, toneelteksten en romans waarna hij al snel tot de beroemdste Duitse schrijvers ging behoren. Zijn boeken worden in meer dan 40 landen verkocht en er worden films en tv-series van gemaakt.
In de bundel Namiddagen (2025) spelen Von Schirachs verhalen zich af in velerlei steden, zoals Taipei, Berlijn, Oslo, New York, Marrakech, Tokio, om er een paar te noemen. In Japan is Von Schirach erg populair, hij won daar de Honya Taishō boekhandelsprijs in de categorie internationale literatuur. In een van de Namiddagen-verhalen ontmoet de schrijver in een hotelkamer in Tokio een Amerikaanse advocate. Zij is er voor werk, hij ook – voor interviews en lezingen. Door de vliegreis en het tijdsverschil kunnen ze geen van beiden slapen en zij vertelt hem haar verhaal als advocaat van een beroemde muzikant met wie ze, getrouwd en wel, een paar jaar een relatie had. Bij het einde van de relatie krijgt ze van de muzikant een bijzonder horloge, dat ze later op verrassende wijze tegenover haar echtgenoot weet te ‘legaliseren’.
In een prettig lezende, onopgesierde maar treffende ‘telling’ stijl laat Von Schirach levens van mensen passeren, met verkeerde beslissingen, toevalligheden, de liefde en de vluchtige aard van geluk en niet te vergeten eenzaamheid. Hij haalt daarbij literatuur, film en kunst aan.
