De atlas van afgelegen eilanden
Er zijn van die zomers dat ik niet op vakantie ga. Geen lijstje van boeken die betrekking hebben op mijn bestemming daarom, maar wel een over gebieden waar ik nooit zal komen: verre eilanden met een bijna mythische klank. Voor de thuisblijver met een onvervulbare insulafilie.
Misschien is de aantrekkingskracht van verre eilanden op mij wel ontstaan door de TV-programma’s van Boudewijn Büch die er gek op was. Zijn beschrijvingen zijn in diverse bundels verschenen, maar ik vind ze vaak wat te encyclopedisch. Ze hebben de diepgang van een anekdotentrommel.
In omvang nog beperkter dan bij Büch, maar levendiger, zijn de beschrijvingen die Judith Schalansky wijdt aan verre oorden in haar Atlas van afgelegen eilanden. Vijftig eilanden waar ik nooit ben geweest en ook nooit zal komen. Ze besteedt aan elk eiland één pagina tekst met daarnaast steeds fraaie, door haar zelf getekende kaarten. Zij streeft niet naar encyclopedische beknoptheid, maar geeft impressies die iets te raden overlaten. Op haar fantasiereis doet ze natuurlijk ook St. Helena en Tristan da Cunha aan.

De donkere kamer van Longwood
Die eilanden zijn het onderwerp van twee andere boeken die ik kan aanbevelen. St. Helena is natuurlijk beroemd door de ballingschap van Napoleon naar het eiland en de op daar gevestigde Longwood. Daarover is veel beschikbaar, maar het beste staat me bij De donkere kamer van Longwood (1997) van Jean-Paul Kauffmann. Het is zo dicht op de huid van Napoleon geschreven dat je het gevoel hebt naast de auteur over het eiland te wandelen.

Het waterhoentje van Tristan da Cunha
Ook over Tristan da Cunha, dat met het eiland St. Helena en Ascenion deel uitmaakt van hetzelfde Britse overzeese gebied, is een aardige bibliotheek samen te stellen. De Nederlander Albert Beintema bezocht het eiland en verdiepte zich in de literatuur erover. Het resultaat werd een prachtig aanstekelijk boek Het waterhoentje van Tristan da Cunha (1997).

Het lied van de dodo
En dan noem ik nog graag Het lied van de dodo (1996) van David Quammen, die het zelf ‘een eilandbiografie in een eeuw van extincties’ noemt. Hij doelt daarmee op de 17de eeuw toen verschillende diersoorten door ontdekkingsreizigers uitstierven. Hollandse zeevaarders hielpen zo op Mauritius de dappere dodo om zeep. Quammen schreef een ecologisch-wetenschappelijk boek, maar het is daarnaast ook een meeslepend verhaal over natuur, structuur en bevolking in die tijd dat de dodo op Mauritius zijn territorium had.

