• Het paradijs heet voortaan Selvear

    Het paradijs heet voortaan Selvear

    Bij de term ‘idyllisch’ zal men niet gauw denken aan een Noors Pooleiland. Toch lukt het redacteur, vertaler en fotograaf Irwan Droog om de lezers van Het huis aan het einde het eiland Selvaer te laten zien als een idyllische plek. Want dat is het voor hem heel duidelijk geweest tijdens zijn verblijf van een half jaar in 2021. Droog kende Noorwegen al van eerdere bezoeken: ‘Elk bezoek aan Noorwegen is overweldigend: de immense bergen, diepe ravijnen, rotsen, bossen, kolkende watervallen en wild stromende glasheldere rivieren maken elke keer opnieuw indruk. Alles in Nederland lijkt door anderen op maat gemaakt, op mijn maat, waardoor ik soms geen idee meer lijk te hebben van hoe de wereld er ook alweer eigenlijk uitziet. Zet me in Noorwegen neer en ik weet het weer: de wereld is enorm, wild, ruw en spectaculair. Daar zijn is een verademing, een bevrijding.’

    Onthaasting niet nodig

    Hij vat met zijn vriendin Kim het plan op om een tijdlang in Noorwegen te gaan wonen. Vooralsnog niet voorgoed, maar wie weet. Zijn werk als redacteur en vertaler kan hij dankzij internet meenemen, dat is dus geen probleem. Ze kiezen voor een klein eiland, Selvaer, dat iets ten noorden van de poolcirkel ligt. Het telt nog geen vijftig inwoners, je kunt het in een half uur rondlopen. En het bestaat van de visserij, wat voor veganist Irwan eigenlijk geen aanbeveling is. Maar hij is er al eens op proef geweest en heeft daar de rust gevonden die hem in Nederland niet meer gegeven was. En zo trekken Kim en hij midden in de corona-pandemie naar het Noorse eiland en komen in een wereld terecht waar onthaasting niet nodig is omdat haast er niet bestaat. Het leven gaat er zijn dagelijkse gangetje, de mensen zijn gastvrij en lopen ook makkelijk elkaars huis binnen voor een kop koffie of om een stuk gereedschap te lenen.

    Vreemden worden hartelijk ontvangen en meteen in de gemeenschap opgenomen. Dat komt – merkt Irwan – ook omdat iedereen op Selvaer er zich van bewust is dat de bevolking van eiland aan het verouderen is, en dat er nieuw bloed binnen gehaald moet worden. De school is bij gebrek aan kinderen al lang gesloten en het eiland heeft eigenlijk geen werk te bieden, behalve voor de enkele visser die er nog is. Dus probeert men al enige tijd Nederlanders naar Selvaer te lokken. Want Nederland heeft veel mensen en weinig ruimte, terwijl hier veel ruimte is en weinig mensen. En er is enig succes want behalve Irwan en Kim die hun eigen werk mee brengen is er nu ook Thijs die probeert met zijn vrouw Marlieke een oude boerderij nieuw leven in te blazen. 

    Noorderlicht

    Met Irwan, Kim en Zorro, hun Spaanse zwerfhond beleven we de koude witte winter van Selvaer, de lente die bijna ongemerkt komt totdat hij ineens een bloemetje uit de grond ziet steken, de start van de zomer waarbij de zon steeds langer schijnt totdat hij maar een uurtje ondergaat alvorens weer op te komen. We beleven het wonder van het Noorderlicht en de komst van ganzen en eidereenden die het eiland gebruiken om hun eieren te leggen en uit te broeden. En in de loop van het verhaal leren we bijna alle bewoners van het eiland kennen, elk met zijn of haar eigen verhaal. Zoals de oude vrouw Gerd, de enige en vermoedelijk laatste persoon die van het dons dat eidereenden achterlaten in hun nesten een deken kan maken. Ze zit daarvoor maandenlang in een schuurtje heel voorzichtig al het vuil uit dat dons te halen voordat het tot deken geweven kan worden. Een deken zó licht dat het een wonder is dat hij kan bestaan.

    Weg of thuis

    Ondanks hun gelukkige bestaan op Selvaer besluiten Irwan en Kim om na een half jaar weer terug te keren naar Nederland. Ze zijn er niet uit of dat tijdelijk zal zijn of dat ze uiteindelijk toch zullen kiezen voor een permanent verblijf op Selvaer. Het is lastig. Irwan wordt ‘heen en weer geslingerd tussen het verlangen naar een rustig, afgelegen bestaan in een kleine warme gemeenschap, zoals op dit eiland, en vlagen heimwee naar Amsterdam, waar je anoniem kunt zijn, opgaan in de massa waar zich honderdduizenden mensen in een straal van enkele kilometers bevinden.’ Een Noors spreekwoord luidt: Borte bra, men hjemme best (weg zijn is goed, maar thuis zijn het beste). 

    Irwan realiseert zich na een half jaar Selvaer: ‘Waar ik eigenlijk achter probeer te komen: ben ik weg, of ben ik thuis?’ Het werd in juli 2021 dus weer Amsterdam, al blijft Selvaer vermoedelijk lonken. Irwan Droog schreef met Het huis aan het einde een mooi reis-en-verblijf-verhaal in een soepele stijl en met treffende beschrijvingen van natuur, mensen en dieren. Als lezer vraag je je wel eens af of hem nu echt helemaal niets tegenviel tijdens het verblijf op dit eiland, want hij heeft uitsluitend goede ervaringen te melden. Maar uiteindelijk zal elke lezer zich gewonnen geven: het paradijs, dat heet voortaan Selvaer.

     

  • Oogst week 3 -2022

    Het woord voor rood

    Het woord voor rood van Jon McGregor is misschien wel het best te typeren als een roman over communicatie op allerlei niveaus. De roman, bestaand uit drie delen, begint met een expeditie op Antartica die mislukt. De groep van drie leden raakt elkaar kwijt tijdens een storm. Ze hebben geen contact meer. De expeditieleider Robert Wright (‘Doc’) weet het verblijf met de zendinstallatie terug te vinden, maar raakt buiten bewustzijn. Hij blijkt daarna door een beroerte  zijn spraakvermogen kwijt te zijn. Daardoor kan hij – in het tweede deel – eenmaal thuis ook met zijn vrouw Anna niet meer communiceren.

    Het derde deel beschrijft Roberts therapie die er toe moet leiden voldoende taal te hervinden om zijn verhaal te kunnen doen. Wat is er aan communicatie mogelijk als iemand afasie heeft?

    De roman kreeg in eigen land zeer lovende kritieken en Nederlandse lezers kunnen de auteur kennen van Zelfs de honden (2021) en Reservoir 13 (2018).

     

     

    Het woord voor rood
    Auteur: Jon McGregor
    Uitgeverij: Nieuw Amsterdam

    Het huis aan het einde

    Naar koude streken, bovendien naar het noorden trok Irwan Droog vorig jaar met zijn vriendin Kim en hond Zorro. Hij verhuisde naar Selvær, een klein eilandje in de poolcirkel, terwijl in Nederland de eerste vaccinaties tegen covid-19 werden uitgedeeld: ‘ik werkte al vanuit huis, en de eerste lockdown hield me alleen maar meer binnen dan ik normaal gesproken al was. Toen de kans zich voordeed om me niet langer op te sluiten in mijn huurappartementje in Amsterdam-Noord maar te vertrekken naar een vrijstaand huis op het puntje van een verafgelegen eiland in de Noorse Zee, hoefde ik daar dan ook niet lang over na te denken. Ik loop al bijna twintig jaar rond met de wens langere tijd in Noorwegen door te brengen, sinds ik er op mijn achttiende voor het eerst een zomervakantie doorbracht. En sinds mijn reis naar Spitsbergen in 2018 werd die wens nog specifieker: een eiland, een Noors eiland, een mooiere plek kon ik me eigenlijk niet voorstellen’.

    Selvær is zo klein dat je het in een halfuurtje helemaal rond kunt lopen: ‘Zal dat echt voelen als een bevrijding, of zitten we daar net zo opgesloten als in mijn woonkamer thuis?’
    Het verblijf levert bijzondere ontmoetingen op waarvan Droog verslag doet in Het huis aan het einde, zijn debuut.

     

    Het huis aan het einde
    Auteur: Irwan Droog
    Uitgeverij: Thomas Rap

    Profane verlichting

    Wat opvalt aan het omslag van Profane verlichting van Johannes van der Sluis is de kleurstelling. Die doet meteen denken aan zijn vorige bundel gedichten Ik ben de Verlosser niet uit 2020. Daarin vroeg de dichter zich via zijn woonbuurt in Rotterdam, een kuuroord in Italië en een psychiatrische kliniek in Poortugaal af wat hij nog te zoeken had in een leven zonder baan en liefde.
    Profane verlichting is in zekere zin een vervolg. De liefde komt weer om de hoek kijken. Ze heet M. is de titel van het tweede gedicht, dat begint met de regels:

    Afgelopen keer
    in café De S.
    maanden geleden
    was het barmeisje
    met een lamp
    op weg naar het terras
    ik ging naar huis
    en zei tegen haar
    dat ik haar zou volgen
    ja volg mij
    ik verlicht het pad
    zei ze lachend
    (…)


    Profane verlichting
    Auteur: Johannes van der Sluis
    Uitgeverij: Lebowski