• Een onaf experiment

    Een onaf experiment

    Het boek Het einde van het lied van Willem du Gardijn draait om drie mensen: een vrouw, haar man en keizer Hadrianus (76 – 138 na Christus), over wie Marguerite Yourcenar ook al eens een roman schreef. Du Gardijn is van oorsprong historicus maar realiseerde zich op een gegeven moment dat romanciers betere en mooiere teksten schreven over geschiedenis dan de beste historici, zonder ook maar een voetnoot naar academisch-historische bronnen. Dat deed hem wellicht besluiten zich te gaan richten op de letteren. Dit boek lijkt daarvan een gevolg aangezien een historisch feit de literaire finale van het boek vormt

    Hadrianus

    Van keizer Hadrianus is bekend dat hij stierf in Baiae in het huidige Italië en ook dat dit op 10 juli 138 plaatsvond. Onhelder is echter wáár de keizer nu precies stierf. Du Gardijn doet een poging dat te achterhalen door zich in het hoofd van de vermoeide en zieke keizer te nestelen en hem diens laatste reis naar zijn plaats van overlijden te laten beschrijven. Hij laat Hadrianus in een soort dagboek van brieven schrijven, waarin hij van dag tot dag zijn maaltijden beschrijft, zijn afkalvende gezondheid en de gesprekken die hij voert met zijn gevolg over zijn nakende overlijden. Hij reflecteert daarin op zijn wens herinnerd te worden, door middel van zijn daden maar ook door de gebouwen die zijn naam dragen. Met de muur van Hadrianus – de meest noordelijke grens van het Romeinse Rijk in Groot-Brittannië om het Romeinse Rijk tegen de Picten te beschermen – is dat in elk geval gelukt.

    Adriaan

    De schrijfsels van Hadrianus beslaan maar een derde van het boek, het vormt het laatste ‘Lied’ (het boek is opgedeeld in drie liederen). De lezer heeft dan al twee geheel andere Liederen gelezen, novelles bijna. Het tweede deel gaat over een schrijver annex onderzoeker, Adriaan, die aan het begin van deze eeuw bezig is met een onderzoek naar Hadrianus. Vermoedelijk is hij de auteur van het derde deel. Hij woont een periode in Napels en is bezig met historisch (veld)onderzoek naar Hadrianus. Het onderzoek vlot niet zoals hij zou willen; het lijkt wel alsof zijn Italiaanse bronnen helemaal geen zin hebben in een Nederlander die rondneust in de omstandigheden van een keizer die bijna twee millennia geleden overleed. Het appartementje waar hij bivakkeert lijkt aanvankelijk een prettige plek, maar hij voelt zich, ook daar, steeds meer een ongenode gast.

    Aimée

    Het eerste deel lijkt een vreemde eend in de bijt – al schuift hoofdpersoon Aimée op enig moment wel een boek over Hadrianus opzij, valt zijn biografie later nog eens op de grond en liggen er ergens te veel dingen over de keizer in de weg. Aimée blijkt de vrouw van Adriaan. Ze heeft een affaire gehad met Yves, haar pianostemmer. Adriaan komt erachter, waarna zij in een depressie belandt. De soms ultrakorte zinnen waarmee Du Gardijn haar gedachten en gevoelens beschrijft trekken de lezer werkelijk helemaal mee in haar overwegingen en gedachtes. Het grijpt bij de keel: ‘Ze deed net of ze las in bed. Later deed ze net of ze sliep. Het was te warm. Kon ze maar ergens in een zwembad liggen. De klok had de tijd tot na enen weggetikt. Ze hoorde slechts stemmen, varianten op varianten. Ik ben te dun aan de buitenkant. Voel me veel, behalve mijn naam. Waarom hielpen die pillen niet?’ Adriaan is in dit eerste deel zo op het oog een wat naïeve echtgenoot die de moed erin probeert te houden, Aimée aanspoort om er toch vooral iets van te maken en ondertussen lesgeeft op een middelbare school over de Metamorfosen van Ovidius.

    Drie Liederen

    De vraag die zich opdringt is wel: wat moet je met deze drie delen? Ze zijn overduidelijk aan elkaar gelinkt door de personages en de historische figuur, maar wat betekent dat alles? Dit boek heeft wat onbevredigends. Het heeft iets van een onaf experiment; alsof je steeds een fragment van een op het oog uitstekende film ziet, zonder dat je weet waar het de regisseur nu precies om te doen is. Steeds als de film je net begint te bevallen wordt er, zonder dat je dat wilt, gezapt.

    Wat stoort is dat het personage Adriaan niet tot leven komt in zijn relatie met Aimée. In het tweede deel blijft dat helaas zo: uiteindelijk kom je ook daar vrijwel niets over hem te weten omdat het in dat deel voornamelijk gaat om zijn moeizame zoektocht naar de plaats van sterven van Hadrianus. We leren hem niet écht kennen, terwijl dat nu juist zo interessant was geweest: hoe heeft het nu zover kunnen komen met Aimée? Trok de fascinatie van Adriaan voor zijn bijna-naamgenoot een zodanige wissel op hun relatie dat het haar te veel werd? Was het verdriet om haar dood de oorzaak van de maniakale zoektocht in Zuid-Italië van Adriaan en was het anders nooit zover gekomen? Heeft zij zijn eigen metamorfose van leraar naar onderzoeker ingeleid? Al die vragen blijven onbeantwoord.

    De finale is uiteindelijk toch niet meer dan een wat eentonige beschrijving van Hadrianus’ reis. Hij beschrijft de plaatsen die hij passeert, de huizen waarin hij slaapt, de maaltijden die hij verorbert en de behandelingen die hij ondergaat van zijn lijfarts. Hoewel gelardeerd met bespiegelingen over zijn nalatenschap laat dat laatste deel ook geen blijvende indruk achter.
    Al met al is Het einde van het lied daardoor niet helemaal geslaagd. Het lijkt alsof drie incomplete verhalen losjes bij elkaar zijn gevoegd, drie onaffe maar op zichzelf interessante schetsen in een lijst zijn geperst. Wellicht om hun imperfectie te verhullen? Adriaan als personage is te zwak, te plat, om dit hele boek te dragen en als scharnier te dienen van het eerste en het laatste Lied.

     

  • Oogst week nr 37 – 2021

    Het einde van het lied

    Het einde van het lied van Willem du Gardijn is een roman in drie liederen. In het eerste worden we meegenomen in het hoofd van Aimée wier partner, de docent klassieke talen Adriaan, haar huis na een ruzie heeft verlaten en naar Rome is vertrokken. Zij is vreemd gegaan en probeert de gevolgen te verwerken.

    In het tweede lied volgen we Adriaan die probeert exact te reconstrueren waar keizer Hadrianus is gestorven. Maar hoe kun je weten wat waarheid is? Hij neemt in het derde deel zijn toevlucht tot fictie en pakt de draad op waar Marguerite Yourcenar haar pen neerlegde toen ze haar Herinneringen van Hadrianus beëindigde. Hij schrijft er een vervolg op. ‘Een opmerkelijke tour de force over liefde, noodlot en aanvaarding’ noemt de uitgever deze derde roman van Du Gardijn. Op diens eigenwebsite valt de term ‘grote Italië-roman’

    Het einde van het lied
    Auteur: Willem du Gardijn
    Uitgeverij: Koppernik

    De gelukzalige jaren van tucht

    Fleur Jaeggy werd in 1940 geboren in Zürich, maar verhuisde naar Italië waar ze trouwde met Roberto Calasso, die op 28 juli van dit jaar overleed. Ze schrijft in het Italiaans. Uitgever Koppernik bracht in 2019 haar verhalenbundel Ik ben de broer van XX en de roman SS Proleterka uit en komt nu met de novelle De gelukzalige jaren van tucht, eerder in Nederland verschenen in 1990. Hij begint als de liefdesgeschiedenis van de 14-jarige Frédérique op een kostschool in Appenzell, ‘een Arcadië van ziekelijkheid’, waar de boosaardige Mevrouw Hofstetter, ‘haar glimlach verzonken in vet’, de scepter zwaait:

    ‘Een omgeving waar Robert Walser vaak had gewandeld toen hij in het gesticht verbleef, in Herisau, niet ver van ons internaat. Hij stierf in de sneeuw. Op foto’s zie je zijn voetsporen en zijn lichaam languit in de sneeuw. Wij kenden die schrijver niet. Zelfs onze lerares Duits kende hem niet. Soms denk ik dat het mooi moet zijn om zo te sterven, na een wandeling, om je in een natuurlijk graf te laten vallen in de sneeuw van Appenzell, na bijna dertig jaar gesticht in Herisau. Het is echt zonde dat wij niet van het bestaan van Walser afwisten, we zouden een bloem voor hem hebben geplukt’. Dat belooft geen vrolijk verhaal en dat is het ook niet.

    De gelukzalige jaren van tucht
    Auteur: Fleur Jaeggy
    Uitgeverij: Koppernik

    Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde

    Met Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde doet de Noorse Mona Høvring (1964) haar intrede in Nederland. De novelle werd in 2018 in haar eigen land bekroond met de Kritikerpreis. De hoofdpersonen zijn twee zussen van wie de ene, Ella van 22, vertelt over de zenuwinzinking die haar één jaar oudere zus Martha kreeg na een mislukte relatie. Plaats van handeling is een soort sanatorium waar de oudste probeert bij te komen. In een dromerige sfeer van liefde, conflicten en herinneringen aan hun beider verleden onderzoeken de zussen hun symbiotische relatie.

    Omdat Venus op de dag dat ik werd geboren een alpenviooltje passeerde
    Auteur: Mona Høvring
    Uitgeverij: Oevers