• Tijd is geen ding dat voorbij gaat

    Tijd is geen ding dat voorbij gaat

    Joke Hermsen (1961) studeerde letterkunde en filosofie in Amsterdam en Parijs. Ze is gepromoveerd aan de universiteit van Utrecht en vertaalde Franse poëzie en filosofie. In 1998 verscheen haar debuutroman Het dameoffer. In de jaren die volgden wisselden veelgeprezen (historische) romans en succesvolle essays elkaar af. In 2018 verscheen haar prachtige roman Rivieren keren nooit terug, waarin de hoofdpersoon door Frankrijk reist met als bestemming de rivier waar zij alle vakanties van haar jeugd heeft doorgebracht. Tijd speelt de hoofdrol in het gehele oeuvre van Hermsen en dat geldt ook voor de essaybundel Ogenblik & eeuwigheid; Meer tijd voor de kunst. Eén van de citaten waarmee de bundel begint zorgt ervoor dat de toon gezet wordt: ‘Tijd is geen ding dat voorbij gaat… het is een zee waarop je drijft’ (Margaret Atwood). 

    Ogenblik & eeuwigheid is een verzameling van een aantal van de essays die Hermsen in de afgelopen jaren over kunst en literatuur heeft geschreven. Sommige zijn eerder in boekvorm verschenen. In de nieuwe bundel wemelt het van prachtige zinnen en gedachtegangen; Hermsen weet haar achtergrond als letterkundige en filosofe wederom op een unieke manier te combineren. De twaalf essays richten zich niet alleen op allerlei vormen van kunst, van schrijven tot schilderen en zelfs tot muziek, maar gaan ook over de heilzame werking van kunst. Daarnaast roept Hermsen expliciet op tot politieke bescherming van de kunst. In het midden van de bundel bevinden zich enkele kleurenfoto’s van een aantal door Hermsen besproken kunstwerken. 

    Cadans en dynamiek

    Het eerste essay heeft dezelfde titel als het boek en fungeert als een belangrijke inleiding op het begrip tijd. ‘Ogenblik & eeuwigheid, het zijn geliefde begrippen van denkers en dichters. De ene tijdsduiding duurt nog geen oogwenk of ademzucht, de andere strekt zich uit tot in de verste oneindigheid.’ Kunstenaars kunnen door middel van pauzes, versnellingen of vertragingen op een creatieve manier omgaan met de tijd, waardoor er een bepaalde ‘cadans en dynamiek’ ontstaat. ‘Dit veronderstelt dat er binnen de kunst blijkbaar meer tijd voorhanden is dan slechts het monotone tikken van de klok, die onze moderne levens zo sterk bepaalt. Hoe dit ‘meer’ in het kunstwerk gestalte krijgt en waarom deze andere, ruimere ervaring van de tijd vaak als verrijkend en ontspannend wordt ervaren, zijn enkele van de vragen die ik in deze essays wil opwerpen.’

    Hermsen stelt dat kunst fungeert als een ‘noodzakelijke bewaker van het wankele evenwicht tussen de wetten van de klok en de economie enerzijds en de verbeeldingskracht en het (wel)zijn van mensen anderzijds.’ In 2017 was ze gastcurator van de internationale tentoonstelling Kairos Castle over tijd en kunst op het Kasteel van Gaasbeek, nabij Brussel. ‘Weg van het straffe regime van de door de economie voortgedreven kloktijd, probeerde ik met behulp van de kunst en de muziek de bezoekers naar een andere, meer bezielde ervaring van tijd toe te leiden, die tot nadenken aanspoort en zo het juiste momentum voor verandering kan voorbereiden.’ Naast het feit dat de kunst ons verstilling, bezinning en inspiratie kan bieden, vraagt de kunst op haar beurt van ons dat we tijd nemen om ons te verwonderen.

    De elf essays die volgen hebben stuk voor stuk intrigerende titels, zoals Ourobouros en overige perikelen – Het vitalisme van Hilma af Klimt en Overvloed en onophoudelijke geboorte – Over het werk van Paula Modersohn-Becker. Inhoudelijk gaan de essays allemaal in meer of mindere mate over bekende en minder bekende boeken, schrijvers, muziek en muzikanten, beeldende kunst en kunstenaars. Hermsen is zeer goed thuis in de materie. Haar kennis is zo overkoepelend dat de analyses die ze maakt in het licht van Ogenblik & eeuwigheid niet alleen bijzonder plausibel zijn maar ook zeer interessant. Hermsen laat mensen die al genoten van allerlei vormen van kunst daar op een andere manier naar kijken en luisteren.

    Zorgen voor de ziel

    De Ierse schilder Sean Scully blijkt zich bijvoorbeeld in zijn werk te hebben laten inspireren door de Franse filosofe Simone Weil. In haar optiek moet er gezocht worden naar een nieuw equilibrium tussen de polen van tegenstellingen, ‘… pas dan zorgen we volgens Weil goed voor onze ziel’ schrijft Hermsen. ’Een interessante gedachte als je het voortdurende spel met horizontale en verticale assen van Scully in ogenschouw neemt, die niet alleen verklaarde “het gemeenschappelijke van de menselijke ziel te willen schilderen”, maar ook “geobsedeerd” te zijn met verhoudingen, verdubbelingen en paren.’

    In het essay over Virginia Woolf gaat het over herinneringen. Immers, ‘De spot drijven met de klok is ook een voorwaarde om een belangrijke bron van het schrijverschap te kunnen aanboren, namelijk de herinneringen van de schrijver.’ Hermsen beschrijft een aantal werken van Woolf en benadrukt het feit dat Woolf experimenteert met de tijd, zoals bijvoorbeeld in haar roman Mrs Dalloway (1925). In deze roman spelen alle gebeurtenissen behalve de flashbacks zich af op dezelfde dag in juni. De uitleg die Hermsen geeft over de tijdverdichtingen, tijdversnellingen, flashbacks en vooruitblikken voelt logisch en spoort de lezer aan om ofwel bekend werk te herlezen vanuit een nieuwe invalshoek, ofwel om nieuw werk van Woolf te gaan ontdekken, overigens zonder een keurslijf op te dringen. Over de kunst van Marlene Dumas betoogt ze: ‘De kunst zet ons graag op het verkeerde been en gaat daar net zo lang mee door tot we lopen, het ene been voor het andere, en zwerven door het vreemde, dat verbijsterend genoeg juist onderdak kan bieden aan datgene wat verbannen is’.

    Heilzaam

    Het essay over De Toverberg van Thomas Mann heeft als uitgangspunt dat ‘kunst, muziek en literatuur een heilzame werking op zowel onze geest als ons lichaam hebben’. Wat Hermsen betreft zou dit gegeven gevolgen moeten hebben voor het onderwijs: ‘Laat de literatuur en de inhoud van boeken toch weer de boventoon voeren in het taalonderwijs, en besteed serieus aandacht aan muziekvakken, theater en beeldende kunst; niet alleen leerlingen, maar ook docenten zullen er in mentaal en fysiek opzicht aanzienlijk van opknappen.’ De Toverberg vormt voor Hermsen de ‘novel cure bij uitstek’, de uitgelezen plek waar de geest oefening en bezieling kan vinden. 

    Over filosofe Hannah Arendt schreef Hermsen al in eerdere boeken. In dit essay richt ze de schijnwerper op Arendts principe van nataliteit, de kracht van het beginnen. Het is een principe waar maar weinig filosofen aandacht aan besteden. Ieder nieuw begin laat aan de wereld zien wie wij zijn. We maken onszelf zichtbaar in ons spreken en handelen, door het verwoorden van een bepaalde mening, visie of inzicht of door een initiatief te nemen. Dat nieuwe begin is overigens pas mogelijk wanneer de samenleving voldoende ruimte biedt aan de uniciteit van iedere mens en de pluraliteit van alle mensen onderling erkent. 

    Ogenblik & eeuwigheid is geen boek om achter elkaar uit te lezen, dat zou de essays geen recht doen. Ze kunnen een fijne toevoeging vormen aan het beleven van kunst, of dat nu het werk van de wereldberoemde Mark Rothko is of dat van Paula Modersohn-Becker, van wier werk pas ruim honderd jaar na haar dood een overzichtstentoonstelling in het Musée d’Art Moderne in Parijs werd ingericht. Maar ook zonder kennis te hebben van de beschreven kunstenaars of kunstwerken zijn de prachtig geschreven filosofische verhandelingen zeer interessant. Hermsen is zo ongelooflijk thuis in de wereld van de kunst dat je nieuwsgierig wordt naar alles wat je nog niet gelezen, gezien of gehoord hebt en waar zij zo vol enthousiasme over schrijft. Daar zou je zomaar een eeuwigheid voor nodig kunnen hebben.

     

     

  • Verhalen die verder gaan

    Verhalen die verder gaan

    Hij heeft niet eens een bijrol in de Harry Potter-reeks. Hij is ‘slechts’ de schrijver van Fantastic Beasts and Where to Find Them, verplichte kost voor leerlingen van Hogwarts School of Witchcraft and Wizardry.
    Zeven delen is Newton Artemis Fido (roepnaam Newt) Scamander onzichtbaar, hoewel zijn naam in de verfilming van Harry Potter and the Prisoner of Azkaban te zien is op Marauder’s Map (hij is dus in de buurt). Dat hij de leading man zou worden in een film met dezelfde titel als zijn boek kwam voor velen als een verrassing en was dan ook groot nieuws. Dat er vanwege verwacht succes nog vier films volgen niet minder.

    Toen vorig jaar De middelste dag van het jaar van Maria Stahlie verscheen, was er geen krant die kopte dat Sylvia Ciecierzky eindelijk de kans kreeg om haar kant van het verhaal te vertellen, nadat het in Honderd deuren (1996) vooral om haar dochters draaide. Sterker nog: de verwantschap tussen beide romans kwam in de media nauwelijks ter sprake. Zelfs de meeste recensenten deden alsof De middelste dag van het jaar volledig op zichzelf stond.
    Joke Hermsen gaat verder: zij vervolgt in haar romans de levens van haar personages. Drie romans lang – in Het dameoffer (1998), De profielschets (2004) en Blindgangers (2012) – gunde zij Det van Vliet de kans iets van haar leven te maken. Inmiddels is ook Ella Theisseling in Rivieren keren nooit terug toe aan haar derde literaire levensfase. Zij debuteerde in De profielschets en was in Blindgangers een van de zes ‘dramatis personae’.

    In de literatuur is het niet gebruikelijk om levens te hernemen en spin-offs komen ook niet zo vaak voor. Misschien omdat literatuur er niet a priori op uit is om leeshonger te stillen en lezers vast te houden. Liefhebbers van literatuur willen wel meer, maar niet per se meer van hetzelfde.
    Dat er met literatuur relatief weinig geld te verdienen valt, zal ook een rol spelen. De prikkel om uit financiële overwegingen in herhalingen te vervallen, ontbreekt. Literatuur is een fundamenteel andere vorm van vermaak dan ‘leesboeken’, televisie(series) of films waarvan er dertien in een dozijn gaan.

    Als schrijvers als Maria Stahlie of Joke Hermsen ervoor kiezen het leven van een personage te verlengen, is dat een keuze ingegeven door louter literaire overwegingen. Zij zijn nog niet klaar met hun protagonist; ze zien in hem/haar de ideale persoon om ideeën over het voetlicht te brengen en/of een verhaal vanuit een ander perspectief te vertellen. Dat dat personage ondertussen eventueel ouder en misschien ook wel wijzer is geworden, is in de meeste gevallen mooi meegenomen.

    De schrijver die op deze manier romans aan elkaar rijgt, neemt een risico. Hij mag zelf zo zijn redenen hebben om een verhaal aan dat ene en niet aan een willekeurig nieuw personage op te hangen, als de lezer nog nooit van Sylvia Ciecierzky, Det van Vliet of Ella Theisseling heeft gehoord, schiet hij een deel van zijn doel voorbij. In het gunstigste geval wordt zijn meest recente roman welwillend ontvangen, maar dat die roman onderdeel is van een groter verhaal blijft helaas en tot zijn spijt onopgemerkt.

     


    Liliane Waanders komt wel eens ergens, ontmoet wel eens iemand en leest wel eens wat. Als dat met literatuur te maken heeft, schrijft ze er columns over.