• Hoop op vertaling: Perec, Mathews en Le Tellier.

    Hoop op vertaling: Perec, Mathews en Le Tellier.

    Ik denk eraan dat ik wel eens zou willen….

    Eén van de boeken die in 2021 het meeste indruk op me maakten, was Anomalie van Hervé Le Tellier. Een originele plot, veel humor, rijk aan literaire verwijzingen door citaten, pastiches en verschillende stijlen, maar ook een verdomd serieus thema als identiteit.
    Hervé Le Tellier is de huidige voorzitter van OuLiPo, de Franse werkplaats voor potentiële literatuur, waarvan ver vóór hem groten als Georges Perec, Italo Calvino en Raymond Queneau lid waren. Van Le Tellier is buiten Anomalie nog niets anders vertaald in het Nederlands. Wat mij betreft moet daar snel verandering in komen.

    Sommige titels van zijn boeken wekken onmiddellijk mijn nieuwsgierigheid. Neem Encyclopaedia inutilis, een ‘nutteloze encyclopedie’, die blijkt te bestaan uit verhalen over literaire en fictieve zonderlingen die gefascineerd waren door getallen en woorden.
    Tragikomisch is de briefwisseling (soms per ansichtkaart) die Le Tellier vanaf 10 september 1983 onderhield met de drie opeenvolgende presidenten François Mitterand, Jacques Chirac en François Hollande. Le Tellier schreef steeds over persoonlijke belevenissen, maar de antwoorden die hij kreeg waren (soms maanden later) steeds standaard: er werd bedankt voor de brief die uiteraard de volle aandacht zou krijgen en tot slot kreeg Le Tellier de beste wensen. Zelfs als hij zelf schreef dat hij het helaas te druk had om op het presidentiële antwoord te reageren kwam er dezelfde standaardbrief. Die hele correspondentie verzamelde Hervé Le Tellier in 2016, compleet met fotokopieën van de antwoordbrieven, in Moi et François Mitterand.

    Momenteel lees ik met tussenpozen La disparition de Perek. Dat boek verscheen al in 1997 en was lang alleen tweedehands verkrijgbaar tegen woekerprijzen. Gallimard kwam deze zomer gelukkig met een goedkope herdruk die in het zakje van mijn overhemd past. Grappige titel alleen al. Het is een thriller over de naspeuringen naar ene Philippe Perek (inderdaad met een k) die op gruwelijke wijze is vermoord. In de titel: La disparition (de verdwijning) van Georges Perec, de beroemde roman zonder de letter E (in het Nederlands verschenen als ’t Manco). In zijn voorwoord schrijft Le Tellier dat hij die titel gewoon grappig vond en dan maar op de koop toe neemt dat iemand met het gekochte boek thuisgekomen in woede ontsteekt omdat het, vanwege de vele E’s die erin voorkomen, barst van de fouten.

    Maar het meest zou ik willen pleiten voor een reeks vertalingen. En dan niet alleen van Le Tellier.
    Ik ga daarvoor eerst terug naar Perec. Die schreef in 1978 Je me souviens, een verzameling persoonlijke herinneringen die allemaal beginnen met ‘Ik herinner mij’. Hij deed zijn idee op bij de Amerikaan Joe Brainard die in 1970 volgens hetzelfde principe I remember schreef, waarin ook elke zin met ‘Ik herinner mij’ begint. Van Brainards boek verscheen begin dit jaar voor het eerst een Nederlandse vertaling (door Johannes Jonkers). Perec bleef tot nu toe onvertaald (de Arbeiderspers heeft er overigens wel plannen voor), maar in Nederland kwam in 1988 wel deel 151 uit in de serie Privé-domein waarin Nederlandse auteurs naar aanleiding van Perecs boek hun korte herinneringen publiceerden.
    Laat Je me souviens snel volgen.
    En voeg daar dan meteen twee andere soortgelijke boeken aan toe. Allereerst dat van Perecs Amerikaanse boezemvriend Harry Mathews, ook al lid van OuLiPo. Die schreef na de dood van zijn Franse vriend als eerbetoon The Orchard: A Remembrance of Georges Perec.

    Elke zin begint met ‘Ik herinner mij dat Georges Perec…’ De titel The Orchard (boomgaard) is ontleend aan de 123ste herinnering van Mathews, een ontroerend beeld van Perec, die in het laatste stadium van zijn longkanker verkeerde: ‘Uit het ziekenhuis, na een maand bij de familie van Catherine B. [Binet, zijn levensgezellin, AA] te zijn geweest, kwam hij bij ons in Lans-en-Vercors aan op 13 mei, net op het moment dat de boomgaard in bloei begon te staan. Hij zag er extreem bleek uit; ik kon maar moeilijk wennen aan zijn stekeltjeshaar en zijn verdwenen baard (hij legde die verschijning ondubbelzinnig uit als het begin van een nieuw leven); maar de berglucht deed hem snel goed, zijn gezicht kreeg weer kleur en zijn pas werd weer steviger’ (vert. AA).

    Ik moest aan die drie bijzondere memoires (Brainard, Perec en Mathews) terugdenken toen ik op nog een boek van Hervé Le Tellier stuitte: Les amnésiques n’ont rien vécu d’inoubliable (wie zijn geheugen verliest heeft niets onvergetelijks meegemaakt). Elke zin daarin begint met ‘Ik denk eraan…’ Ook in zijn zinnen, net als in die van zijn voorgangers, alledaagse herinneringen en mijmeringen. Natuurlijk komt Perec er in voor: ‘Ik denk eraan dat ik me niet meer precies herinner wanneer Georges Perec Je me souviens schreef. Was dat niet in 1978?’. En ik herken Le Telliers humor: ‘Ik denk eraan dat het maar gelukkig is dat alleen Orly en Le Bourget merknamen van panty’s zijn. Zie je jezelf al Charles de Gaulle dragen?’

    Wat zou ik ze graag op een rijtje naast Ik herinner me van Brainard in mijn boekenkast hebben staan, of op mijn nachtkastje hebben liggen: Ik herinner me van Perec, De boomgaard van Mathews en Wie zijn geheugen verliest heeft niets onvergetelijks meegemaakt van Le Tellier.

     

     


    Gedurende de zomer van 2022 schrijven verschillende recensenten van Literair Nederland speciale bijdragen over boeken die in hun ogen een herdruk of vertaling verdienen.

  • De ultieme confrontatie van de mens met zichzelf

    De ultieme confrontatie van de mens met zichzelf

    Op 10 maart 2021 landt op Kennedy Airport een Franse Boeing 787 met vluchtnummer AF 006, afkomstig uit Parijs. Het toestel van gezagvoerder David Markle met 243 personen aan boord is door een noodweer gevlogen en in een verschrikkelijke luchtzak terecht gekomen. Als het op het vliegveld is aangekomen blijkt het zwaar beschadigd te zijn.
    Op 24 juni 2021 vliegt opnieuw een Franse Boeing 787 met vluchtnummer AF 006 van Parijs naar Kennedy Airport in New York. De gezagvoerder is David Markle. Aan boord zijn 243 personen die ook al op de passagierslijst van de vlucht van 10 maart stonden. Het toestel doorstaat een storm. De situatie is door de overeenkomst met 106 dagen eerder bijzonder verdacht. De FBI grijpt in. Het toestel wordt afgeleid naar de militaire basis McGuire in New Yersey, waar het zwaar beschadigd landt.

    We zitten in de roman Anomalie van Hervé Le Tellier, winnaar van de Prix Goncourt 2020. De ‘verdubbeling’ van de Air Francevlucht trekt de lezer in een duizelingwekkend labyrint waar hij zich maar met moeite uit los kan trekken. Anomalie is echter veel en veel meer dan spannende science fiction. Het is een fenomenale roman over onze reflexen als niet voorziene zaken ons bedreigen. Maar vooral gaat hij over onze identiteit. Wie zijn we? En wie zijn we als ons zelfbeeld aan het wankelen wordt gebracht?

    Dubbelganger

    Hervé Le Tellier is de huidige voorman van Oulipo (Ouvroir de littérature potentielle), de werkplaats voor potentiële literatuur waarvan de leden – wiskundigen en schrijvers – zich dwingende, vaak beperkende, regels – contraintes – opleggen omdat dat nieuwe creativiteit aanboort. De bekendste vertegenwoordigers ervan waren Georges Perec, Raymond Queneau, Italo Calvino en de in Nederland helaas volkomen onbekende Harry Mathews.
    In een interview dat Paris Match eind 2020 had met Le Tellier, zelf wiskundige én schrijver, zegt hij dat hij zich tot slechts drie contraintes beperkt heeft: elk hoofdstuk moest een eigen stijl hebben (detective, erotiek, science fiction, ambtelijke verslagen enzovoort), er moesten in elk daarvan dwarsverwijzingen naar de andere voorkomen en zoveel mogelijk hoofdstukken moesten beginnen met een parafrase van een citaat uit een boek uit zijn bibliotheek. Maar Anomalie bevat heel wat meer aspecten die typisch des Oulipo’s zijn, zoals de talrijke citaten uit literatuur en film en vooral de structuur van de roman.
    In hetzelfde interview licht Le Tellier toe waaruit Anomalie voortkwam. Hij wilde al lang het thema van de dubbelganger behandelen maar dan niet in de zin van een kloon. Het moest een vorm zijn waarin de mens met zichzelf wordt geconfronteerd in een situatie waarin hij niet kan liegen omdat het gaat om dezelfde herinneringen, genegenheid en aversies. Daarvoor vond hij een ingang in de simulatietheorie van Nick Bostrom, de Zweedse filosoof aan de Universiteit van Oxford die voortborduurt op het denkexperiment dat onze wereld een illusie is, ja zelfs een computersimulatie.

    Droom

    Het is een gedachte die doet denken aan het beroemde verhaal van de Chinees Zhuang Zhou uit de derde eeuw voor Christus over de ‘transformatie der dingen’. Hij droomde eens dat hij een vlinder was. Toen hij wakker werd wist hij niet meer of hij een vlinder was die droomde dat hij Zhou was of Zhou die droomde dat hij een vlinder was. En in onze tijd past zo’n experiment van Bostrom bij ontwikkelingen als kunstmatige intelligentie, de inmiddels bestaande mogelijkheid om 3D-prints van menselijke organen te maken, en recent het onderzoek van de Amerikaanse overheid naar UFO’s.
    Het thema van de dubbelganger duikt herhaaldelijk op in Anomalie. Al in het eerste hoofdstuk, een pastiche van de detectives van Mickey Spillane, volgen we de beroepsmoordenaar Blake die voortdurend wisselt van identiteit bij een nieuwe opdracht, maar in zijn gewone leven een keurige huisman is. Later in de roman komen enkele dubbelspionnen voor met verschillende identiteiten en met het verhaal van de bekende identiteitsfraudezaak uit de 16de eeuw rond Martin Guerre duikt Le Tellier ook de geschiedenis in. De belangrijkste verdubbeling doet zich uiteraard voor als de passagiers van de vliegtuigen van 10 maart en 24 juni met elkaar, maar in wezen dus met zichzelf, worden geconfronteerd.

    Protocol

    Voor het zover is lezen we over de paniek die het incident van 24 juni teweegbrengt in politiek, ethisch, religieus en wetenschappelijk opzicht. De eerste reflex van Amerika is de doofpot. Er wordt echter wel een wetenschappelijk collectief opgetrommeld om in het geheim te adviseren over de vraag hoe een fenomeen als zich nu heeft voorgedaan kan worden voorkomen. Een belangrijke rol daarin vervult de probabilist (een wiskundige die zich met waarschijnlijkheidsberekeningen bezighoudt) Adrian Miller. Hij moet met een team een protocol opstellen dat alle eventualiteiten uitsluit. Le Tellier geeft een simpel voorbeeld van zijn opdracht: welke mogelijkheden zijn er als je een munt opgooit? Hij kan terugvallen op kop of munt, maar Miller werkt zelfs de mogelijkheid uit dat de munt op zijn kant landt. Toch is dat niet genoeg, want wat als de munt in de lucht blijft hangen?
    Die extreme gedachte komt voort uit de angst die Amerika na 9/11 ten diepste in de greep is blijven houden. Het dacht toen op terreur te zijn voorbereid, maar had over het hoofd gezien dat zelfmoordpiloten de Twin Towers zouden kunnen invliegen.
    Maar de vlucht AF006 brengt meer te weeg. Hoe communiceert Amerika dit met Frankrijk waaruit veel van de inzittenden afkomstig zijn? En hoe wordt gezichtsverlies voorkomen tegenover China? Daarnaast worden geestelijke leiders van alle religies bij elkaar geroepen want ‘God zou wel eens een probleem kunnen worden’: is het een daad van Satan of een straf van God? En wat zal dit onder fanatici teweegbrengen?
    Le Tellier stort de lezer daarmee in een wereld van reële complexe vraagstukken over de krachten die vrijkomen als we de greep op de gebeurtenissen verliezen.

    Miesel

    De auteur roept de verwarring niet alleen op door het feit van de wisselende identiteiten en de spectaculaire gebeurtenis. Hij speelt voortdurend een spel met de lezer. Zo schreef hij de roman in 2020, maar laat hem spelen in 2021. Voor zichzelf schreef hij dus een toekomstroman (voor Franse lezers was dat nog steeds zo, want die konden Anomalie al in 2020 lezen), maar wij krijgen hem pas onder ogen ná juni 2021. Er zijn verder de hiervoor genoemde dwarsverwijzingen, waarvan de meest opvallende is dat een passagier in het vliegtuig een boek leest dat Anomalie heet en is geschreven door Victor Miesel; hij heeft het van zijn vriendin cadeau gekregen. Deze Miesel wordt al eerder in het boek opgevoerd als schrijver en vertaler van onder andere Wachten op Godot in het Klingon (de kunsttaal uit Star Trek). Hij heeft kort nadat hij het manuscript van Anomalie aan de uitgever heeft gestuurd zelfmoord gepleegd. Die uitgever wil meteen munt slaan uit die sensationele omstandigheid, waarna de zin volgt: ‘Hij heeft een voorbeeld in gedachten, van dertien jaar geleden, hoe heette die schrijver ook alweer?’ Een zin die bovengetekende recensent op een particuliere manier frappeert vanwege de bespreking een paar weken geleden, op 16 november, op Literair Nederland van Zelfmoord van Édouard Levé (https://litned.hollands-spoor.com/recensie-edouard-leve-zelfmoord/). Hij moet gezien zijn sterfjaar de man ‘van dertien jaar geleden’ zijn die Le Tellier bedoelt.

    Schaduw

    Le Tellier is in Anomalie zeer herkenbaar als Oulipo-vertegenwoordiger. Er zijn legio verwijzingen, parafrases en citaten van zijn voorgangers terug te vinden. Titels van de afzonderlijke delen zijn ontleend aan gedichten van Queneau, een nieuw boek van Victor Miesel heeft een titel die begint met Calvino’s Als op een winternacht een reiziger en Perec wordt zelfs op het schild geheven als Miesel een beschrijving van dingen die hij waarneemt geeft in de vorm van een lange parafrase van het begin van Perecs Poging tot een uitputtende beschrijving van een plek in Parijs. Want ‘waarom zou hij in de schaduw van Perec gaan staan?’, vraagt Miesel zich af. Het is een zin die extra lading krijgt omdat Miesel als niet minder dan een alter ego van Le Tellier kan worden gezien. Miesel die Anomalieschreef is Le Tellier die Anomalie schrijft. Andermaal een verdubbeling.
    Overigens citeert Le Tellier heel wat meer mensen dan de genoemden. Ervaren lezers zullen zonder veel moeite zinnen van Shakespeare, Tolstoi en Auden, maar bijvoorbeeld ook van de filosoof Popper herkennen en cinematofielen quotes uit films als Close Encounters of the third Kind.

    Trump

    Bij dit alles is Anomalie ook nog eens een humoristisch en scherpzinnig boek. De al genoemde Adrian Miller, wiens werk als probabilist bestaat uit kansberekeningen, leeft daar ook naar. Als hij zijn liefde wil verklaren aan collega Meredith lezen we: ‘Hij schat zijn kans van slagen op zevenentwintig procent. Dat had veertig procent kunnen worden als hij niet zo naar drank had gestonken, maar van de andere kant zal zijn dronkenschap de pijn van een afwijzing met zestig procent verminderen. De probabilist heeft daaruit geconcludeerd dat je met zoveel kans om een blauwtje te lopen net zo goed dronken kunt zijn’.
    Al net zo komisch zijn de scènes waarin Trump een rol speelt. Die is in de toekomst die Le Tellier in zijn roman schetst, nog altijd president van de VS en wordt uiteraard bij het crisisoverleg betrokken. Hij wordt afgeschilderd als de koppige onhandige man die wij kennen. Als zijn adviseurs willen dat hij belt met Macron (door Trump ‘een kleine arrogante klootzak’ genoemd), wil hij eerst overleggen met Xi Jinping. En als de wetenschappers hem bijpraten over te nemen stappen luistert hij onbegrijpend om pas op te veren als de titel van een film wordt genoemd: ‘Ja, die heb ik gezien!’. Adrian Miller wordt er door ‘gesterkt in het ontmoedigende idee dat het optellen van individuele domheid zelden leidt tot wijsheid van de massa’. Het is één van de vele aforistische zinnen die je geneigd bent te onderstrepen.

    Eén aspect aan Anomalie dient hier zeker nog te worden genoemd. Het is een roman over onze diepste angsten: ‘We zijn bereid de werkelijkheid te verdraaien als we het gevaar lopen alles te verliezen’, maar zeker ook over onze overlevingskracht en vermogen tot liefde als blijkt tot welke keuzes de verdubbelde passagiers uiteindelijk in staat zijn.

    Anomalie is een roman waarop tal van superlatieven kunnen worden geplakt. Een boek waarmee je trillend in je handen zit, dat je met rode oren leest, dat je laat lachen en inzicht verschaft in onze menselijke valkuilen en dat je hoop geeft. Een roman om onmiddellijk weer te herlezen en dan te ontdekken welke vertelrijkdom de eerste keer nog aan je aandacht ontsnapte.
    Ren onmiddellijk naar de boekhandel!