• Iets om nooit te vergeten

    Iets om nooit te vergeten

    ‘Vrouw Garrigue slaakte een kreet en als antwoord zette de harmonika buiten het op een draf’, schrijft Henk Romijn Meijer in zijn roman Mijn naam is Garrigue. Een omschrijving die mij terugbracht naar een cursus in 2000, over de joodse godsdienstfilosoof Martin Buber, bij de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden.

    De docent had als onderdeel ‘Klezmer als chassidische uiting’ opgevoerd, waarbij hij zelf accordeon speelde. Ik zal het nooit vergeten. Hij kwam langzaam op gang en begon steeds sneller te spelen. Misschien wilde hij in extase raken, wie zal het zeggen. Zijn hoofd bewoog steeds sneller mee op de muziek. Een beetje eng vond ik het. Wat zou er gebeuren als hij letterlijk en figuurlijk over z’n toeren raakte?

    Zoiets als bij de Tacoma Narrows Bridge gebeurde? Bij bepaalde windkracht begon de brug te deinen. Toen het op een dag echt stormde, ging het wegdek golven. Steeds heviger en door zijn eigen beweging nog meer aangewakkerd dan door de storm zelf. Zorgwekkend. Uiteindelijk stortte de brug in. Zou de accordeonist ook instorten als ’t te gek werd?

    De dansers van tarantella’s hebben er wat op gevonden. De achtergrond van de tarantella is een fabel uit Zuid-Italië. Men geloofde (ten onrechte, schijnt) dat de beet van een tarantula-spin erg giftig was, en dat het slachtoffer er alleen vanaf kon komen door net zo lang en opzwepend te dansen tot (het was meestal een vrouw) ze instortte.
    Als je op YouTube tarantella dansende vrouwen (en mannen) opzoekt, valt op dat ruim voor het moment suprême de danser(es) wordt afgelost door iemand uit de groep die eromheen staat.

    Je kunt hier twee dingen uit afleiden: dat het er niet om gaat dat een danser, of musicus, in extase raakt en/of dreigt in te storten. En als het eerste wel voorkomt, zoals ik eens meemaakte tijdens een concert door klavecinist Gustav Leonhardt in Leeuwarden, en de musicus dit louter ten dienste van de muziek en de luisteraars weet aan te wenden, dan gebeurt er iets om nooit te vergeten.

    En dan realiseer  ik me opeens dat het niet alleen eng was, die accordeonist tijdens die cursus, maar wat vooral indruk maakte, was dat hij zo eenzaam overkwam. Zoals hij daar zat in het midden , en niet te midden van zijn gehoor. Hij maakte er geen deel vanuit, had geen contact met ons. Vooral dát voelde niet goed.

    Ik ben benieuwd wat de toehoorders zullen ervaren bij de concerten die tenor Marco Beasley deze maand samen met een luitist en gitarist in het land gaat geven. Op het programma staan enkele tarantella’s …

     

     

  • Portret Henk Romijn Meijer in de De Parelduiker 2011 3/4

    Portret Henk Romijn Meijer in de De Parelduiker 2011 3/4

    Ondanks dat het werk van Henk Romein Meijer als zeer toegankelijke gold, genoot hij geen grote bekendheid in literaire kringen. Marja Pruis schreef dat Romijn Meijer in zijn tijd al een ‘geheimtip’ was, Tom van Deel is van mening dat hij nog steeds een schrijver is die ontdekt moet worden en Aleid Truijens concludeerde dat hij schromelijk onderschat was en kortweg te weinig gelezen werd.

    Literair executeur Gerben Wynia schafte zich tijdens zijn studie Nederlands in Groningen in 1982 de verhalenbundel Bang weer van Henk Romijn Meijer (1929-2008) aan. Waarna zijn bewondering voor Romijn Meijer als schrijver gewekt was. Negen jaar later besprak hij, als recensent van De Twentsche Courant, enkele verhalenbundels van Romijn Meijer. Een lovende recensie, waarop hij een vriendelijke brief van Romijn Meijer ontving. Hierna ontstond een vriendschap die tot de dood van de schrijver in 2008 duurde waarna Wynia, op verzoek van Romijn Meijer tot zijn literair executeur werd benoemd. Wynia beschrijft hoe hij in die hoedanigheid in de zomer van 2008 het Franse plaatsje Souillac bezoekt, waar de schrijver de laatste jaren van zijn leven met zijn vrouw Elisabeth Mollison (Mollie) woonde. Hoe hij samen met Mollie de werkkamer van de schrijver doorwerkt: ‘(…) een schrijversleven ging door onze handen.’ En hij naar een paar dagen met ‘een rugzak vol kostbaarheden’ (brieven, foto’s manuscripten en dagboekcahiers) naar huis vertrekt. Wynia tipt verder nog het kortstondig dichterschap van Romijn Meijer aan en de daaruit voortkomende kennismaking met Gerrit Achterberg. En schrijft in Een trans-Atlantische vriendschap over de vriendschap van Bernard Malamud en Romijn Meijer die bijna een kwart eeuw duurde. Een vechtvriendschap gaat over de moeizame vriendschap met Han Voskuil.

    Een liefdevol stuk (Engelstalig) van Elisabeth Mollison over hun eerste ontmoeting in Henk and I begin vijftiger jaren. In dagboeknotities is te lezen over hun vriendschap met o.a. Han en Lousje Voskuil en Hannie Michaelis en Gerard van het Reve. Ook zijn er verschillende bijdragen van Henk Romijn Meijer zelf, dagboekaantekeningen uit Dagboek 1954-1955, Dagboek 2002 en Dagboek 2007 en het verhaal Slaap, dat een realistisch verslag is van een verblijf in Parijs van Romijn Meijer met zijn vrouw.

    In Censuur bij de Reina Prinsen Geerligsprijs schrijft Wynia dat Romijn Meijer in vrijwel al zijn verhalen dicht bij de personen en plaatsen blijft die hem inspireerden. Een manier van schrijven die veel schrijvers eigen is, maar Romijn Meijer schreef zo dicht op de werkelijkheid dat hij bij het verkrijgen van de Reina Prinsen Geerligsprijs (1954), waarvoor hij zeven verhalen inzond, het verzoek kreeg het verhaal Na het concert alstublieft niet voor te lezen bij de prijsuitreiking, omdat het te zeer naar de werkelijkheid beschreven was. Hier heeft de dan 25 jarige auteur zijn stijl van schrijven al gevonden; zijn personages worden herkenbaar en naar het leven getekend. Ondanks dat hem voorspeld werd (door o.a. zijn vader) dat het hem problemen zou opleveren als hij zo bleef schrijven, bleef hij deze uitgangspunten en technieken zijn hele leven als schrijver trouw.

    Over de relatie tussen Henk Romijn Meijer en zijn toenmalige uitgever Geert van Oorschot dat eindigde in een conflict, een stuk van Arjan Fortuin. Van Oorschot verweet Romijn Meijer onder meer dat er geen ‘klik’ was tussen hen. In een briefwisseling tussen Romijn Meijer en Geert van Oorschot waarin de onverkoopbaarheid van Meijers werk centraal staat, eindigt Romijn Meijer aan Van Oorschot met: ‘Ik vind je overigens ook best aardig, ook soms half aardig, soms opgeblazen en vervelend. Eveneens sans rancune, met hartelijke groeten, Henk’. Tussen hen is het nooit meer echt goed gekomen. Evenals de breuk met Voskuil, bereikte Romijn Meijer een grens waar hij niet van terug kon.

    Overige bijdragen van Theo Sontrop Stuur weer eens gauw iets voor Maatstaf, Mischa Andriessen De tijd die niet voorbij gaat. Over jazz in het proza van Henk Romijn Meijer, Willem van Manen Herinneringen aan Henk,Laurens van Krevelen HRM en de opstand der realisten, Peter Verstegen Hondsdagen in perspectief, Maarten Asscher Daar zijn ze weer. Over De Amerikaantjes van HRM en Chantal van Dam Gracias a la vida. Een correspondentie in ansichtkaarten.

    Henk Romijn Meijer heeft meer dan 25 titels op zijn naam staan en als schrijver bewees hij zich een ironicus, een scherp observator en een groot verteller. De vele foto’s en afbeeldingen van persoonlijke documenten en boekcovers completeren het beeld van de schrijver. Overigens begint het tijdens lezing van dit nummer dusdanig te kriebelen dat je je een verhalenbundel van deze schrijver zou willen aanschaffen om over dat alles, dat zijn leven zo in beweging bracht te lezen. Vooruit, naar de winkel!

     

    www.parelduiker.nl