• Tulip Time

    Tulip Time

    Tulip Time in Pella is een fenomeen. Drie dagen lang feest rondom Nederlandse bloemen, tradities, eten en niet te vergeten de verkiezing van miss Tulip Time. Zelfs in het Chinese restaurant hangt een grote plaat met tulpen erop. In het centrum zijn Nederlandse liedjes als ‘Bij ons in de Jordaan’ en ‘Geef mij maar Amsterdam’ te horen. 

    Zo’n 150.000 mensen bezoeken jaarlijks deze stad om het feest mee te vieren. Amerikanen schrikken niet terug daar vier of vijf uur voor te moeten rijden. De inwoners van Pella zelf kijken er enorm naar uit. Ze betalen grif 15 dollar om plaats te nemen op de tribune voor een podium op het centrale plein en klappen vrolijk mee met de jongens en meisjes op klompen die oud-Hollandse liedjes zingen over beren die broodjes smeren. Bij het aanhoren van Amerikaanse en Nederlandse volksliederen zingen ze mee met de hand op hun hart.

    De middag- en avondparade zijn het hoogtepunt van het feest. Vanaf zes uur ’s morgens mag er een plaats langs de route gereserveerd worden door het plaatsen van een klapstoeltje. Daar wordt veel gebruik van gemaakt. De parade is een goed georganiseerde optocht waarin iedere praalwagen een aspect van de stad en haar verleden uitbeeldt. Fanfares en harmonieën schetteren erop los. Mijn vrouw en ik zitten in geleende klederdrachtkostuum op een wagen getiteld ‘Vriendschap’ samen met een stuk of tien kinderen die, net als wij, zwaaien naar het publiek. Voorbij elke bocht klinkt een luide stem die onze wagen voorstelt aan het publiek. Zo hoor ik vele malen mijn naam uit een luidspreker schallen. Dutch author. Wrote a historical novel. Based on facts. Mijn vrouw zit als een koningin op een hoge stoel en houdt mijn boek omhoog. We schamen ons hier nergens voor.

    De duizenden bezoekers van dit bloemen festival zijn op zoek naar een wereld die niet meer bestaat. Alles lijkt hier nog netjes, schoon en overzichtelijk, zoals vroeger. De gemoedelijkheid is groot. De auteur Bill Bryson herinnert zich dat hij onderweg met zijn ouders vaak in dit stadje stopte, omdat het er zo vriendelijk en mooi was. Het Archie Bunker gevoel maakt zich zelfs van mij meester. ‘Those were the days’. Ik geniet, maar het verwart me ook. Diep van binnen schuilt in mij blijkbaar nog die hang naar de ogenschijnlijke duidelijkheid van de kindertijd. 

    Ik was gevraagd om in Pella een lezing te geven over de stichter van het stadje, dominee Hendrik Peter Scholte. De zaal in de bibliotheek was afgeladen met belangstellenden. Nederland is het vaderland in de verte en velen willen graag horen wat een echte Nederlander over hun stichter te vertellen heeft. De rij wachtende mensen na afloop wordt maar niet kleiner. Als ik vele boeken gesigneerd heb, zing ik samen met een inwoner psalm 42 in de oude berijming van 1773, die ik vroeger op de ‘School met den Bijbel’ heb geleerd. Als we het lied inzetten, ben ik weer een jongen van tien. Het wordt zelfs de organisator te bont. Hij spoort mij aan haast te maken, hij wil naar huis.

    Het stadje trekt dit jaar ook de aandacht van Birgitta Tazelaar, de Nederlandse ambassadeur in Amerika. Ze bezoekt enkele grote bedrijven. Pella heeft meer arbeidsplaatsen dan inwoners en trekt personeel van heinde en verre aan om de machines draaiende te houden. Ondanks dat Trump hier een meerderheid behaalde, zijn er nu heel wat mensen die hem verafschuwen. Hij behandelt niet alleen mensen als koopwaar (commodity), maar helpt ook de hele economie naar de knoppen. Wie zal hier het werk doen als hij iedereen over de grens jaagt?

    De in oranje geklede ambassadeur brengt een spontaan bezoek aan het prachtig bewaard gebleven Scholtehuis waar ik mijn boek signeer. Het huis werd direct na aankomst door de dominee zelf ontworpen. We praten bijna een uur aan het boekentafeltje, waar oud-Hollandse koekjes, thee en prikkertjes met augurk en kaas worden geserveerd. Tot mijn vreugde zingt de ambassadeur uit volle borst mee met ‘Een Nederlandse Amerikaan’, een raadselachtig liedje, waarover de volgende keer meer. Daarna krijgen we nog een rondleiding van coördinator Lisa Zylstra. Het is voorbij sluitingstijd als de ambassadeur het pand verlaat.

     

     


    Michiel van Diggelen reist vier weken door de VS om de vertaling van zijn twee historische romans (uitg. IJzer), over  Predikant Hendrik Peter Scholte (1805-1868) te promoten in het afzetgebied Michigan en Iowa. Voor Literair Nederland doet hij hiervan verslag.

  • Our guy

    Our guy

    Een vrouw van een jaar of zeventig loopt met grote passen op me af, pakt mijn hand en zegt dat ze zo blij is dat er in Grand Rapids eindelijk iemand aandacht besteedt aan ‘My guy Scholte’. Zij is oorspronkelijk afkomstig uit Pella (Iowa) en vindt het maar niks dat Scholte in Michigan niet meetelt. Hier is Albertus van Raalte de grote man, over wie bijna ieder jaar wel een boek verschijnt, terwijl haar Scholte, die toch minstens zo interessant is, er wordt doodgezwegen. Vindt zij.

    Ik ben op het Theologisch Seminarium van de Calvin University om samen met de in Pella wonende Bruce Boertje een lezing te geven naar aanleiding van de verschijning van de Engelse vertaling van mijn beide historische romans over Hendrik Peter Scholte. Tot mijn grote verbazing zijn er meer dan 100 mensen op de lezing afgekomen en, zo vertelt organisatrice Sonja de Jong vol trots: ‘Online luisteren en kijken ook nog 150 mensen mee.’

    Zelden werd ik enthousiaster ontvangen bij een lezing. Zelden ook waren de geluidsinstallatie en het projectiescherm zo professioneel als hier. Vier jonge mensen waren continu in de weer om de zaken te regelen. Het leeft hier allemaal nog, al zijn de bezoekers – alumni van Calvin University – wel allemaal boven de zestig. Tijdens mijn lezing wordt er veel gelachen. Terwijl ik toch echt niet leuk wil zijn. Volgens vertaalster Carol Hoeksema lachen ze ook omdat ze mijn accent zo grappig vinden. Ik knauw niet als een Amerikaan en mijn uitspraak houdt het midden tussen een betere versie van Rutte en die van mijn middelbare schooldocent Jan Bertens.

    Uit de vragen die mij gesteld worden blijkt dat sommigen heel goed op de hoogte zijn en een docent Engels heeft mijn boek zelfs in drie dagen uitgelezen. Hij wil graag weten of Scholte zelf niet beter is geworden van de landverkoop in de kolonie Pella. Ik kan hem verzekeren dat Scholte een ‘fair price’ heeft gerekend en dat niet ik dat heb onderzocht maar de in Grand Rapids hooggewaardeerde professor Robert Swierenga. Dat maakt me meteen geloofwaardig. 

    Een dag later spreek ik in het Museum van Holland, de stad die door dominee van Raalte in oktober 1846 werd gesticht. De kleine zaal is vol ook al moeten de bezoekers entree betalen. Voorafgaand aan de lezing ontbijten we bij restaurant De Boer, die ook als bakker van traditionele producten als speculaas en krentenbrood zijn broek ophoudt. Voorvader De Boer was afkomstig uit Kollum. De huidige eigenaar De Boer komt, als we aan de maaltijd zitten, naar ons toe om de mensen uit zijn vaderland te begroeten. Hij spreekt zelf geen enkel woord Nederlands meer, maar trakteert ons wel spontaan op ‘Sinterklaas Kapoentje’ dat hij met volle bariton zingt. Dit feest wordt hier nog altijd gevierd.

    Als bakker van traditionele Nederlandse producten heb je er natuurlijk belang bij dat dit feest gevierd blijft. Ik heb hem maar niet verteld dat Scholte wilde dat de landverhuizers zo snel mogelijk Amerikanen werden. Maar de meeste volgelingen, hier in Holland, maar ook in Scholte’s Pella hielden tradities vast. Zo wordt er in beide steden een Tulip Festival gehouden, waar klompen en klederdracht tevoorschijn worden getoverd. Het is een meerdaags feest waarvoor heel de gemeenschap als vrijwilligers tienduizenden bezoekers vermaken. Het is een feest voor iedereen en zeer in het bijzonder voor de plaatselijke middenstand. Volgende week gaan we dit feest meevieren in Pella, waar ik nog een lezing zal geven.

    Na afloop van de lezingen komen mensen enthousiast op me af. Of ik met hen op de foto wil en of ik het door hen gekochte boek wil signeren. Even, heel even heb ik het gevoel dat ik een beroemde schrijver ben. Maar het draait hier niet om mij, maar om dominee Scholte: ‘He’s our guy, you know.’

     

    `

     


    Michiel van Diggelen, reist vier weken door de VS om de vertaling van zijn twee historische romans (uitg. IJzer), over  Predikant Hendrik Peter Scholte (1805-1868) te promoten in het afzetgebied Michigan en Iowa. Voor Literair Nederland doet hij hiervan verslag.