• De Parelduiker 2015/1

    De Parelduiker 2015/1

    Aandacht voor Hans Keilsons eerste jaren in Nederland als Duits vluchteling en hoe hij zijn brood verdiende als tekstschrijver voor een reclamebureau. Ook aandacht  voor de Italiaanse jaren van Arthur van Schendel en zijn dochter Corinna (Kennie in de dagboeken van Frida Vogels). Wam de Moor wordt herdacht in de rubriek De laatste pagina. En wat te denken van een foto waarop de Duitse acteur Heinz Rühmann staat, samen met de Nederlandse acteur Jan Teuling. En een nieuwe serie, Groningse schrijvers. Dit alles weer geïllustreerd met prachtig beeldmateriaal.

    Onlangs In de ban van de tegenstander van Hans Keilson (1909-2011) gelezen. Verstilde literatuur, welke in eerste instantie door een uitgever werd geweigerd. Dat het een blijver van grote betekenis voor de wereldliteratuur zou worden, had deze er toen niet aan afgezien. Later kwam het wel goed met dat boek, maar pas in 2010, nadat een recensent van de New York Times de schrijver een genie noemde, ging de wereld als een gek (virtueel) met de toen 100 jarige Keilson op de loop.
    Keilson was in eerste instantie medicus en daarna pas schrijver. Hij schreef omdat hij als medicus oprecht geïnteresseerd was in de wereld van de ander, vriend of vijand. Het mooie is dat mensen als Keilson hun sporen nalaten gaandeweg hun zoektocht door het leven.
    Cultuurhistoricus Sjoerd van Faassen deed onderzoek naar de schrijver achter het pseudoniem Benjamin Cooper. Cooper werkte tussen 1938 en 1939 in opdracht voor het Amsterdamse reclamebureau Co-op 2. Deze produceerde een aantal gelegenheidsboekjes waarin teksten van verschillende schrijvers werden samengebracht door deze Benjamin Cooper.

    Hans Keilson bleek één van de schrijvers achter dit pseudoniem. De andere schrijver was Gerd Klaass, eveneens uit Duitsland gevlucht. Klaass en Keilson woonden in hetzelfde pension aan de Anna Vondelstraat in Amsterdam. Het gaat om zes publicaties waarvan één op volledige verantwoording berust van Klaass en één op Klaass en Keilson samen. Voor de overige vier was Keilson verantwoordelijk. De onderwerpen waren even uiteenlopend als illuster, zoals: Hendrik Colijn, Erasmus, Comenius en de vrede (met teksten van de paus, Krishnamurti, Mahatma Gandhi en Henriette Roland Holst). Volgens Van Faassen geen Exil-literatuur maar wel met een licht ideologische lading gepresenteerd. Naast een compleet beeld van de zes uitgaven, schetst Van Faassen een biografisch beeld van Keilson, Klaass, reclamebureau Co-op 2, eigenaar Paul Guermonprez en zijn illustratoren.

    In Schrijvers uit het land van koolzaad en aardgas (1) opent Herman Sandman de serie Groningse schrijvers, met een beschrijving van de provincie (veen- klei- en zandgrond) en het literaire verleden en de toekomst: een poëtisch leeg landschap dat (volgens Sandman) juist door die leegte inspireert en iets met je doet. Zo was hij ooit bij dichter Rutger Kopland op bezoek en begreep welk een invloed het uitzicht van Koplands schrijfkamertje, op zijn werk had. Veertig jaar had de dichter met uitzicht op hetzelfde stukje grond vanuit zijn raam, zitten schrijven. ‘Dit uitzicht was mede verantwoordelijk voor veertien bundels (…). Dat uitzicht, daar zat bijna copyright op.’

    Het is een prachtig spectrum aan schrijvers die naar Groningen trokken of er juist van weg gingen (Max Dendermonde, J.B. Charles en Bert Schierbeek, Belcampo, W.F. Hermans) en schrijvers die boeken, geïnspireerd op de Groningse cultuur schreven (Tessa de Loo’s Meander (1986) en De nieuwe man (2003) van Thomas Rosenboom). En wellicht had de Franse schrijver Georges Simenon zijn Maigret in Delfzijl bedacht. En daarbij dan die foto waarop de Europese vertolkers van Maigret te zien zijn bij de onthulling van het standbeeld van Maigret in 1966. Waaronder Heinz Rühmann (1902-1994) en Jan Teuling. Rühmann, waarvan de naam waarschijnlijk per abuis als Ruehman gespeld is, was het prototype van de ontwapende ‘kleine man’, in al zijn rollen. Mooi deze ‘kleine man’ hier te zien opduiken. Groningse schrijvers, een mooie kroniek waarvan nog twee delen zullen volgen.

    Dina Aristodemo, Italiaans letterkundige en publicist brengt de jaren dat Arthur van Schendel, met vrouw en dochter in Italië verbleef, op een speciale manier onder de aandacht. Het blijkt dat na de dood van Van Schendel er twee Italiaanse romans verschenen waarin episodes van zijn verblijf in Italië (en van zijn dochter) zijn vastgelegd. Het bestaan van deze boeken was tot nu toe onbekend in Nederland. Aristodemo onderzocht de overeenkomsten tussen de bekende biografische gegevens van de Van Schendels, en de beide romans en haar bevinding is: ‘dat we deze romans in de beeldvorming over de Van Schendels niet zonder meer ter zijde kunnen schuiven.’
    Lees en ervaar deze verrijking voor de literair hongerige geest.

    Met dank aan ‘Parelduikers‘ Sjoerd van Faassen, Herman Sandman, Frank Okker, Dina Aristodemo, Hans Olink, Jan Paul Hinrichs en Paul Arnoldussen.

     

  • Biografie van een avontuurlijk leven

    Biografie van een avontuurlijk leven

    Schrijver en journalist A. den Doolaard (1901 – 1994) was een opmerkelijke verschijning in de Nederlandse letteren. Geen navelstaarderij of getob in de binnenkamers van zijn ziel, maar een leven van zwerven, actie en avontuur. Dat vroeg om een biografie. Die is er nu, van de hand van Hans Olink, onder de veelzeggende titel Dronken van het leven.

    In 29 hoofdstukken verdeeld over 400 bladzijden trekt het leven van Den Doolaard aan de lezer voorbij. Hij werd geboren in Zuid-Afrika als Cornelis Spoelstra, zoon van een bevindelijke dominee. Na een jaar repatrieerde het gezin naar Den Haag. Vader keerde terug naar Afrika, werkte als onderzoeker en prediker, en keerde zenuwziek terug naar Nederland, waar hij overleed aan Parkinson in 1918. Den Doolaard groeide op in ´nette armoede´, en werd gegrepen door boeken (Robinson Crusoë), sport en zwerven. Tijdens schoolvakanties wandelde hij in zijn eentje half Nederland door en hij schaatste de Elfstedentocht toen hij nog maar 15 was. Na de middelbare school leek het avontuurlijke leven voorbij. Er was geen geld voor de universiteit en dus nam hij een baan op kantoor bij de Bataafse Petroleummaatschappij. Maar diep van binnen voelde hij zich dichter. Met het pseudoniem Den Doolaard verhulde hij voor zijn boekhoudende collega’s dat hij verzen en artikelen publiceerde in onder andere de Vrije Bladen, het tijdschrift van het vitalisme. Hij werd onthaald als een talent, maar dan een in de categorie ruwe diamant. De grote vitalist Marsman vond de gedichten van Den Doolaard ‘te opgewonden’ en ‘bicepspoëzie’: ‘De ziel, schrik niet, ontbreekt!’

    Zwerven om te schrijven

    Den Doolaard stapte over naar het progressief-katholieke De Gemeenschap, en volgde zijn vriend en redacteur Albert Kuyle naar de Nieuwe Gemeenschap, totdat dat al te fascistisch en antisemitisch werd. Maar toen had Den Doolaard zijn leven van boekhouden, sporten en schrijven in de avonduren al omgegooid. Hij nam ontslag bij ´de Bataafsche´ en joeg zijn gouden handdruk van 7000 gulden er doorheen in een jaar van feesten en nietsdoen. Toen trok hij naar Frankrijk, waar hij een halsbrekende winterbeklimming van de Mont Blanc overleefde en de Franse schaatskampioen op de 1500 meter versloeg. Hij ontdekte de skisport en schreef er als eerste Nederlander een boek over.

    Voort trok hij naar de Provence, waar hij druiven plukte met rondzwervende seizoensarbeiders (roman: De druivenplukkers) en mee reisde met nomadische herders en de cowboys van de Camargue (boek: De laatste wilden). Tussen de bedrijven door leidde hij in Nederland een vrouwenverslindend feestleven. Onder zijn veroveringen waren de danseres Darja Collin (die met Slauerhoff trouwde) en actrice Eline Pisuisse. In een berghut op de Mont Blanc belandde hij zelfs tussen de paardendekens met Leni Riefenstahl, de filmster en latere regisseuse van de nazi-film Triumf des Willens. Hij stootte door naar de Balkan waar hij decennia lang zou reizen en zelfs wonen, gefascineerd als hij was door het primitieve, tribale leven, waar de gastvrijheid geen grenzen kende en de bloedwraak het leven spannend hield. Hij zou er zijn meest succesvolle reportages en romans over publiceren. Classics als De herberg met het hoefijzer, Het land achter Gods rug, Oriënt-Express en De Bruiloft der zeven zigeuners. Nog in de jaren zeventig stond Den Doolaard in de top tien van meest verkochte auteurs, tussen de nieuwe goden Wolkers, Cremer en Hermans.

    Het juiste moment, de juiste plaats

    De romantiek van het zwerversleven verwerkte Doolaard in zijn romans en in sommige van zijn lyrische reportages. Maar zijn journalistieke werk en pamfletten signaleerden sociale misstanden en politieke dreigementen. Hij had er een haarscherp oog voor. In 1930 maakte Den Doolaard zich nog belachelijk door te verklaren dat Hitler de gevaarlijkste man van Europa was. In 1938 publiceerde hij een pamflet tegen de wapenindustrie en publiceerde hij over de listen en lagen van het nazisme. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak vluchtte hij via Frankrijk, Spanje en Portugal naar Londen. Daar dronk hij thee met koningin Wilhelmina en borrels met premier in ballingschap De Geer. Hij werd de stem van radio Oranje en sprak de Nederlandse burgers in nood moed in. Na de oorlog vond Den Doolaard meer vastigheid: met zijn tweede vrouw `Wampie´ (Erie Meijer) en dochters woonde hij in Hoenderlo op de Veluwe. Van daaruit ondernam hij ieder jaar weer lange reizen. Met een vast contract van De Gelderlander trok hij door Europa, Noord-Afrika en India – toen de eerste hippies de weg naar dat land nog niet gevonden hadden. Hij schreef over de verwoesting en ontreddering in het naoorlogse Duitsland, over de coupe van de kolonels in Griekenland, en protesteerde tegen de wapenwedloop, tegen milieuvervuiling en overbevolking. Als secretaris van de Nederlandse PEN deed hij ´illegaal´ werk ten behoeve van verdrukte schrijvers in het Oostblok. Hij was verbazingwekkend vaak op het juiste moment op de juiste plaats, en deed daar vaak ook nog goede dingen.

    Fatale omkering

    Een biografie over zo’n avontuurlijk leven kan haast niet mislukken, en Olink weet er een meeslepend verhaal van te maken. Maar daarmee is het nog geen volmaakte biografie. Olink blijft te dicht bij zijn bronnen en dat zijn maar al te vaak de boeken van Den Doolaard zelf, zoals diens memoires Ogen op de rug en Leven van een landloper. Dat leidt tot naverteld proza dat de tekst vlak maakt en bovendien niet de afstand creëert die een biograaf tot zijn onderwerp moet hebben. Erger wordt het als Olink ingaat op een van de drama´s in Den Doolaards leven. Zijn eerste vrouw, de Franse Daisy Roulot, gaat tijdens hun reizen vreemd. Eerst met een Bulgaarse bendeleider en later met een agent van de Roemeense geheime dienst. Die sterft door een kogel uit Den Doolaards pistool. Een ongeluk, volgens de politieverslagen. Een crime passionel, zegt Olink. Dat doet hij op grond van de roman Samen is twee keer alleen, die Den Doolaard 34 jaar na dato schreef.

    Hier draait Olink de verhouding tussen fictie en werkelijkheid op een fatale manier om. Waarom zou Den Doolaard de waarheid veranderen, als het Nederlandse publiek hier toch niets vanaf weet?, vraagt Olink retorisch. Het antwoord is ligt voor de hand: omdat bloedwraak en crime passionel een beter verhaal opleveren dan een lullig ongeluk met een pistool. En omdat die motieven naadloos passen binnen de thematiek van Den Doolaards werk. Wat ik daarnaast miste is een duidelijker plaatsing van Den Doolaard in het literaire klimaat. Je wilt meer weten over het vitalisme als literaire stroming en over Den Doolaards polemiek en breuk met Marsman. Meer ook over zijn loyaliteit aan ‘de foute’ Albert Kuyle, en ‘stalinist’ Theun de Vries.

    In 1949 schreef Den Doolaard een artikel waarin hij fel protesteerde tegen het naoorlogse publicatieverbod voor Kuyle. Nota bene in de uiterst rechts-katholieke Linie, een blad dat er in slaagde fout te zijn na de oorlog. Hoe zat dat? En hoe zat het met de depressies en crises van den Doolaard, die frequenter werden naarmate hij ouder werd? Hadden die iets te maken met de zenuwziekte van zijn vader? En wat had zijn panische zwerflust en roekeloosheid daarmee van doen? Wat meer eigen visie en wat minder navertellen van Ogen op de rug. Wat meer culturele en maatschappelijke context, en wat meer turen in de ziel van Den Doolaard – het had een betere biografie opgeleverd. Dat neemt niet weg dat Dronken van het leven leest als een Oriënt Express.