• Zoektocht naar identiteit

    Zoektocht naar identiteit

    Bijna vijftig jaar geleden verscheen En dan is er koffie van Hannes Meinkema (1944-2022), pseudoniem van Hannemieke Stamperius. Het boek deed nogal wat stof opwaaien vanwege de vele seksscènes, het roken van stickies en de losse levenswijze van personage Rosa. Voor jonge vrouwen die het lazen ging er een wereld open. Een wereld van feministische gedachten die nog nooit zo luid uitgesproken waren, hoewel de woorden emancipatie of feminisme nergens genoemd worden. In dit boek denkt iedereen, behalve protagoniste Rosa, juist stereotype en conservatief en precies dat is de spiegel die laat zien hoe bekrompen de denkwereld in die tijd was ten opzichte van seks en de gelijkwaardigheid van man en vrouw. En dan is er koffie is opnieuw uitgegeven en het nu te herlezen is een verrassende herkenning. Het is niet gedateerd, maar ook niet meer van deze tijd, hoewel de liefdesperikelen van adolescenten, hun zoektocht naar eigen identiteit, rolpatronen, eenzaamheid en onbegrip, van alle tijden zijn.

    Vijftig jaar geleden brak Meinkema door met deze ‘familieroman Koffie’, zoals ze het boek noemde, aldus haar dochter Vita Stamperius in het voorwoord. Deze nieuwe uitgave bij Prometheus kreeg als ondertitel ‘De oerroman van het feminisme’ mee. Een belangrijke feministische roman is het zeker, net als De schaamte voorbij van Anja Meulenbelt, dat in hetzelfde jaar verscheen.

    Familierelaties

    En dan is er Koffie is in een opmerkelijke vorm gegoten. Van maandag tot en met zondag lezen we over de gedachten en bezigheden van de verschillende familieleden. Iedereen leeft toe naar zondag, de dag waarop vader Jacques jarig is. Korte stukjes vanuit steeds een ander perspectief met een cliffhanger aan het einde, of het stukje stopt in media res, zonder dat daar echt op teruggekomen wordt.

    We volgen vooral oudste dochter Rosa, zij heeft de meeste perspectieven. Maar ook haar broer Jaap, zijn vriendin Josien, haar zus Arja, haar vader Jacques en moeder Cora en haar vriendje Douwe komen aan het woord vanuit de derde persoon. Dat is even wennen, maar nergens onduidelijk, het is zelfs verfrissend om hun onzekere gedachten en vooroordelen over seks, hun leugens en angsten dat ze er niet bij horen te volgen. De mannen denken patriarchaal en dominant, zoals vader Jacques. ‘Andere vrouwen staan op tijd op om het ontbijt voor hun man te maken, maar Cora niet, hoor. Cora wil verwend worden. In een zwak moment is-ie ermee begonnen en zo is Cora: voor je ‘t weet heeft ze je zover gebracht dat je er een gewoonte van maakt.’

    De vrouwen denken onderwerpend en verzoenend, zoals een van de vriendinnen van Douwe, die in het midden laat of ze aan de pil is. ‘(…) hij denkt dat ze ‘m slikt. (…) “heb je wel eens eerder een vriendje gehad?” “Natuurlijk.” Wat een vraag. Alsof er een vrouw bestond die nee zou zeggen. “En wat deed je eraan?” “Ik slikte de pil.” “Mooi dan is dat dus oké.”’

    Branie en zachtheid

    Rosa is 26 en docente Nederlands en maatschappijleer op een middelbare school. Ze is vrijgevochten, bloedmooi, kleedt zich wulps, drinkt oude jenever als een kerel, blowt en heeft seks met wie maar wil. Rosa denkt na en laat zich niet temmen, ze is de feministe avant la lettre en shockeert graag: haar collega’s, haar ouders, haar vrienden. Ze heeft een vage relatie met Douwe, die ze op afstand houdt omdat ze niet in een keurslijf wil zitten en geen verwachtingen bij hem wil wekken. Toch is hij de enige die haar begrijpt. Het mooie en sterke van Rosa’s personage is dat ze ondanks haar branie ook verlangt naar aandacht van haar ouders, erbij willen horen, warmte en begrip, terwijl ze die tegelijkertijd afwijst. ‘Ze kan zichzelf niet uitstaan. Die hele rotfamilie zou haar niets moeten kunnen schelen, geen moer. En toch doet het pijn.’

    Er zijn vage toespelingen op de vader-dochter relatie. Rosa haat haar vader, een ouderwetse huisarts, die liefst zo min mogelijk gestoord wordt door zijn gezin. Hij is niet Rosa’s biologische vader. Haar moeder was eerder getrouwd, een onthulling die op de laatste bladzijde nog een verassing in petto heeft. Met haar moeder heeft ze een verdraagzame relatie. Mooi beschrijft Meinkema hoe de moeder heel andere verwachtingen koestert over haar dochter, wanneer ze samen voor Rosa een jurk gaan kopen die tenminste decent genoeg is om zondag aan te trekken. ‘Het plastic tasje staat naast de stoel. Cora kijkt er even in, voelt aan de stof. Misschien toch niet zo’n slechte keus, bij nader inzien. “Keurige jurk,” zegt Rosa ervan. “Doe je ‘m zondag aan?” vraagt ze, ze hoopt een beetje achteloos. “Als je dat graag wilt.”’ Natuurlijk doet Rosa de jurk zondag niet aan.

    Heerlijk herkenbare cliché’s 

    Zus Arja is dol op haar vader, maar ook zij wordt door hem niet echt gezien. Zonder dat het uitgesproken wordt, worstelt Arja met lesbische gevoelens voor een lerares. Broer Jaap stapt in de voetsporen van zijn vader, hij studeert medicijnen en is corpsbal. Hij woont stiekem samen met Josien, hun relatie druipt van de geheimen en wederzijds onbegrip. Josien verlangt naar het huwelijk en een gezin, zonder echt te beseffen wat dat betekent voor haar eigen vrijheid. Jaap wil een vrouw die hem gehoorzaamt en waarmee hij voor de dag kan komen. De stereotype relatie die gedoemd is te mislukken als hij begrijpt dat hij niet haar eerste vriend was. ‘Hoelang woonde ze al niet bij ‘m, en geen woord al die tijd. Hem laten geloven dat-ie de eerste was.’

    In het laatste hoofdstuk vindt vaders verjaardag plaats, iedereen is aanwezig. De verwachtingen zijn hoog gespannen en de cliché’s die horen bij zo’n verplicht feestje zijn heerlijk herkenbaar geschreven.

    Niemand lijkt echt sympathiek in En dan is er koffie, maar door hun gedachten te kennen worden de personages zo ontzettend menselijk dat sympathie er niet meer toe doet. Met haar sterke, toegankelijke stijl loodst Hannes Meinkema de lezer vlot door het leven van verschillende vrouwen. Ze haalt seksualiteit uit de taboesfeer en beschrijft hun gevoelens op een manier die vijftig jaar geleden nog niet gewoon was. Dit boek opnieuw uitgeven was een goed idee. Oudere generaties, feministen uit de jaren zeventig, zien dat vrouwen een stuk vrijer en geëmancipeerder zijn geworden. Hun kinderen, dochters, zullen waarschijnlijk denken: ‘Goh, er is nog heel wat te doen.’

     

     

  • In memoriam Hannemieke Stamperius, alias Hannes Meinkema 1944 – 2022

    Zonder dat er veel ruchtbaarheid aan werd gegeven is Hannemieke Stamperius, vooral bekend onder haar pseudoniem Hannes Meinkema, op 22 november in haar slaap overleden in haar woning te Amsterdam. Ze werd 79 jaar.

    In de zeventiger jaren was dat wel anders. Stamperius debuteerde in 1974 met De maaneter, een roman over de ondergang van een vrouw die zich bovenmatig betrokken voelt bij alles wat er om haar heen gebeurt. Ze koos ervoor te publiceren onder de mannennaam Hannes Meinkema om zogezegd de te verwachten achterstand die vrouwelijke schrijvers in die tijd hadden, hiermee te slechten. Onder dit pseudoniem  verschenen acht verhalenbundels, elf romans en een gedichtenbundel. Met En dan is er koffie (1976)door sommige critici als ’triviaal’ gekarakteriseerd, verwierf ze grote bekendheid onder jonge vrouwen die zich in haar boeken (soms op hilarische wijze) herkenden.

    In 1977 promoveerde Stamperius cum laude met het proefschrift Marsmans Verzen. Toetsing van een ergocentrisch interpretatiemodel aan de Universiteit in Utrecht. In 1978 richtte zij samen met Ethel Portnoy het op vrouwen gerichte tijdschrijft Chrysalis op, waarin publicaties van vrouwen voorrang hadden en dat een korte duur van bestaan had. In 1980 verscheen haar eerste poeziebundel, Het persoonlijke is poëzie. Ook publiceerde ze artikelen en verhalen in onder andere Opzij. In 1989 ontving ze de Annie Romeinprijs voor haar hele oeuvre.

    Stamperius publiceerde meer dan dertig boeken. Onder haar eigen naam schreef ze kinderboeken, over literatuurtheorie, religie, adoptie en was samensteller van prozabundels van vrouwelijke schrijvers. Later schreef ze onder het pseudoniem Justa Abbing nog een viertal detectives.

    Een leven in autarkie

    Stamperius schreef in haar romans en verhalen over de worsteling van de vrouw zichzelf te mogen zijn. Haar vrouwen zijn slachtoffer van de heersende moraal in de jaren zestig en zeventig, en van een meisjesopvoeding die zich richtte op dienstbaarheid. Haar vrouwelijke personages onttrekken zich daaraan en willen macht over hun eigen leven. Stamperius wilde ‘autarkie’ voor de vrouw, zoals in haar laatst verschenen roman De heiligwording van Berthe Ploos (2007). Waarin Berthe als reactie op haar onvervulde verlangens naar liefde, veiligheid en erkenning, kiest voor een leven in het ‘kale land van de autarkie’. In deze roman is een kaasschaaf burgerlijk. En burgerlijkheid was de vijand van de vrouw. 

    In 1987 adopteerde Stamperius een Braziliaans meisje. Als alleenstaand ouder begon ze in 1995 – omdat adoptie in Nederland niet mogelijk was voor alleenstaanden – een proefproces om haar dochter, die ze vernoemde naar Vita Sackville West, legaal te kunnen adopteren. Sindsdien is adoptie voor alleenstaanden mogelijk volgens de Nederlandse wet. Over de adoptieproblematiek schreef ze Moeders kindje. Het moederschap inspireerde haar om het uitzinnige geluk alsook de alledaagse frustraties in haar boeken te verwerken. Stamperius verdiepte zich de laatste jaren steeds meer in religie, getuige ook haar laatste hierboven genoemde roman. In 2011 verschijnt nog het non-fictie boek God en de verlichting, over religiefilosofie.

    Sinds 1997 leed Stamperius aan een botziekte die een voortdurende pijn veroorzaakte. Ze schreef nog steeds maar er was geen uitgever die in haar werk geïnteresseerd was. Te hopen is dat haar boeken een nieuw leven beschoren krijgen, een schrijfster van haar kaliber verdient het niet in de vergetelheid te verdwijnen.

     

     

    Foto: achterflap Meinkema’s laatste roman