• Hommage aan H.H. ter Balkt

    Agenda / vrij. 15 mei / 20.00 uur / Theater Perdu / Kloveniersburgwal 86, Amsterdam

    De dichters Maarten van der Graaff, Piet Gerbrandy, Eva Gerlach, Maartje Smids, Geert Buelens en Mustafa Stitou, zullen de dit jaar op 9 maart overleden dichter H.H. ter Balkt eren met een voordracht van een persoonlijke selectie uit de verzamelde gedichten. Twee van hen, Geert Buelens en Piet Gerbrandy zullen tevens een lezing verzorgen waarin zij verschillende aspecten van Ter Balkts oeuvre zullen belichten. Daarnaast wordt de korte film ‘Weemoed en tieren’, die Barbara den Uyl over Ter Balkt maakte, vertoond. Wil Hansen, de bezorger van Ter Balkts verzameld werk, leidt de avond in.

    H.H. ter Balkt (1938 – 2015) debuteerde in 1969 als Habakuk II de Balker met Boerengedichten; vijfenveertig jaar later, in 2014, werd zijn poëzie verzameld in Hee hoor mij ho simultaan op de brandtorens. Maar liefst 1800 pagina’s sprankelende en diverse poëzie liet hij na: over het landleven, de stad, vaderlandse geschiedenis, McDonald’s en Ötziman. Zijn oeuvre is meermaals bekroond met belangrijke prijzen, zoals de Constantijn Huygensprijs (1998) en de P.C. Hooftprijs (2003).

    MIDDAG

    Bevend schrijf ik
    in vervreemd schrift
    scheve letters
    op dit wit papier.
    In de haard gloeit vuur.
    De klok vreet wreed de uren.

    Ik schrijf maar
    en schrijf,
    en word langzaam ontbonden
    in inkt en papier.

    (Uit: Elektronen, 1953 – 1954)

     

    Meer info & tickets
    Reserveren:

  • In memoriam H.H. ter Balkt 1938 – 2015

    In de nacht van 8 op 9 maart is schrijver en dichter H.H. ter Balkt in zijn slaap te Nijmegen overleden. Ter Balkt is 76 jaar geworden.

    Dat hij een teruggetrokken en sober leven leidde was van hem bekend. In 2013 was H.H. ter Balkt uitgenodigd voor een optreden tijdens de Nacht van de Poëzie. De reis van Nijmegen naar Utrecht was hem echter teveel. Bij hem thuis werd een opname gemaakt waarmee Ter Balkt, na het online optreden van Leo Vroman, die 31ste Nacht afsloot. Zijn laatste woorden waren toen: ‘Droom niet lelijk over de poëzie.’

    Zijn verzameld werk werd vorig jaar uitgegeven door De Bezige Bij. Een dundrukeditie van 1800 pagina’s onder de titel, Hee hoor mij Ho simultaan op de brandtorens. Ter Balkt was bekend geworden als dichter van het boerenland. Zijn eerste versje schreef hij op zijn negende; zijn eerste gedicht op zijn vijftiende. In de tijd dat hij onderwijzer was in Drenthe, debuteerde hij in 1969 met Boerengedichten. Hij publiceerde meerdere bundels onder het pseudoniem Habakuk II de Balker. Hij koos voor een pseudoniem omdat hij vond dat een onderwijzer geen dichter kon zijn. Het was of het een of het ander.

    Karakteristiek aan zijn verschijning was zijn sonore stemgeluid waarmee hij zijn gedichten als broeiend brallende stromingen voortbracht en zijn haardracht, dat als een toupetje over zijn schedel leek te zijn gelegd. De haren naar voren, altijd half voor zijn ogen alsof hij daarachter beschutting zocht.
    Over zijn woordkeus is gezegd dat de woorden “stampen, knoerpen, toeteren, wringen en walsen”. Hij gebruikte eigenzinnige woorden als ‘hemelzweep’ en’aardappelmeelschuim’ en lardeerde zijn gedichten met uitroepen: (‘O’) en uitroeptekens. Uit zijn gedichten sprak een sterke kracht als gevolg van woorden en soms hele regels te herhalen. Hij allitereerde naar hartenlust en rijmde zo het hem uitkwam.
    ‘Ik bezing het vertrapte’, schreef hij eens en hij publiceerde als een van de weinige Nederlandse dichters protestverzen: tegen de vervuiling van de zee en tegen kerncentrales. Op de vraag of hij Dichter des Vaderlands zou willen worden, antwoordde Ter Balkt in een interview: ‘Ik heb een moederland, geen vaderland’.

    Van Ter Balkt verschenen meer dan dertig boeken. Eén van de hoogtepunten uit zijn werk zijn de Laaglandse hymnen, bestaande uit meer dan 200 veelstemmige sonnetten waarin Ter Balkt de Nederlandse geschiedenis vanaf de steentijd tot aan het heden bezingt. Van de klokbekervolken tot Rembrandt, van Erasmus tot veldslagen, zeereizen en aardappeleters, van de Bloedraad tot de Vrede van Nijmegen. Met een rauwe maar ook tedere blik op de geschiedenis toonde Ter Balkt zich een meester van de taal en de verbeeldingskracht. Ter Balkt won sinds 1973 verschillend literaire prijzen voor zijn werk, waaronder de Jan Campertprijs, Karel de Grote prijs, Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs. In 2014 ontving hij de erepenning van de gemeente Nijmegen.

    Hierbij een gedicht van Maarten van der Graaff dat zowel in stijl als onderwerp een eerbetoon aan de dichter Ter Balkt is. Het werd geschreven ter ere van het verschijnen van Ter Balkts verzameld werk vorig jaar.

    Voor H.H. ter Balkt

    Een tor.
    Het weerstandsbeleid
    van de tor.
    Zijn onzichtbare woede.

    Ik wacht op de stoptrein
    die verschijnt en aan alles voldoet.
    De tor is de waarheid trouw
    en mijn vader was maagd.

    De veranda.
    Zieltogende lampen.
    Ik hoor geroezemoes uit het slachthuis
    klimmen.

    De tor zweert de waarheid
    te spreken en duikt op bij de deur.
    Over gorzen en slikken
    is hij tot ons gekomen.
    De tor deelt een broodje ei
    met een zwerver.

    Het zwembad. Een tombe.
    De showroom. Een auto.
    De kooi is groter
    dan de belemmeringen
    die wij betreuren.

    Ik wil geen ruïneuze gedichten schrijven,
    maar ingesloten door ontspannen verschijningen
    op een terras zitten.

    Een tor. De tor van zojuist.
    Onze meesters aan zet.

    Ineengedoken op een terras
    aan de wilde dieren denken.
    De wilde dieren der woestijnen.
    De wilde dieren der eilanden.

    Ik wil niet meer,
    maar het leven heeft zijn vormen.
    Recreatieve vormen. Parasietvormen
    en de afmattende vormen
    waarin wij vertroeteld worden.

    Er is geen stem in de wind
    die voor zich uit praat.

    Geen ruïneuze gedichten nu.
    Belangrijk is dat de tor
    blijft staan.
    Dat de tor op zijn pootjes blijft
    in het licht van een fruitautomaat.
    Er is een tor in de wind.
    Hij nadert.

    Dit gedicht werd eerder op de website van De Gids gepubliceerd.

     

    Bron: Wikipedia, De Bezige Bij en de Koninklijke Bibliotheek

     

  • 31e Nacht van de Poezie in Totale witte kamer

    Literair Nederland was erbij

    Voor eenmaal vond de Nacht van de Poëzie haar onderkomen in de futuristische ruimtes van Media Plaza voordat deze volgend jaar opnieuw plaats zal vinden in muziekcentrum Vredenburg. De presentatie was in handen van de dichters Ingmar Heytze en Ester Naomi Perquin.

    De Nacht van de Poëzie vindt van oudsher plaats in muziekcentrum Vredenburg maar sinds deze locatie vanwege een ingrijpende verbouwing vanaf 2008 gesloten is, reist De Nacht langs wisselende onderkomens waarvan Media Plaza het laatste station is. Het hoofdpodium stond in Polar, een ovaalvormige zaal die voor deze 31e Nacht  was omgedoopt tot Totaal witte kamer, naar een gedicht van Gerrit Kouwenaar. En wit was het, witter dan wit de stoelen, de wanden, de katheder, de vloer en de presentatoren. In verblindend witte pakken, een wit dat kraakt en afstand eist. En met deze witte entourage gingen 21 dichters en 6 entr’actes in line-up De Nacht in.

    In het thema van De Nacht Kom nacht/en wis mij uit, van Fernando Pessoa, weerklinkt de wens om volledig te willen verdwijnen in het donker. Door het overheersende wit werd dit de bezoeker zeer moeilijk gemaakt. Maar er was poëzie, poëzie waarin het goed toeven was en poëzie om in te verdwijnen. De Nacht zélf naar binnen halen, door het enorme dak boven de Totaal witte kamer te openen zoals het plan was, werd verhinderd door een geselende oostenwind die zo niet onophoudelijk  dan toch op gepaste tijden over het dak raasde. Waardoor Cees Nooteboom, door Ester Naomi Perquin aangekondigd als ‘literaire berg in Nederland’, enigszins verstoord opkeek toen de ijzige wind opnieuw over het dak van de zaal roffelde en zich tussen zijn voordracht I.M. Hugo Claus en het publiek drong. Hier werd geen spelletje gespeeld volgens Nooteboom want hij zelf had tijdens de begrafenisplechtigheid van Claus de woorden uitgesproken: ‘kom vooral spoken’. En hier was hij dan, die andere grote literaire berg, die deze 31e Nacht door rukwinden werd aangekondigd.

    Toon Tellegen & het Wisselend Toonkwintet van Corrie van Binsbergen, vertolkten onder meer op onnavolgbare wijze zijn bekende gedicht De rechte weg. De repeterende woorden als een formule uitgesproken kregen een dwingend karakter: ‘Ik liep langs een rechte weg./Ik noemde het een rechte weg./Het was geen rechte weg./Ik kwam bij een hoek./Ik sla die hoek niet om, dacht ik./ Ik sla die hoek niet om, niet om, niet om./ Ik sloeg die hoek om.’
    Tellegen behoort met Elly de Waard, Cees Nooteboom en Leo Vroman tot de grand old poets van de Nederlandstalige poëzie die met hun optredens De Nacht van een waardige glans voorzagen. Dichter des Vaderlands, Anne Vegter maakte indruk met haar scherp sissende en ronduit krachtige voordracht van haar gedichten. Waaronder het gedicht Nu Wij, over laaggeletterdheid in Nederland. ‘(…) Moesten we luidop lijstjes/ lezen, op werk zeiden we niet geweten, bril vergeten. (..) het alfabet is misschien niet helemaal eerlijk verdeeld. Waar waren we toen de/letters werden geschud? Is er nog over van de spelling? Mogen wij ook?’

    Met een voorproefje van haar nieuwe tour Last Resistance – The Naked Sessions was Wende Snijders de grootste publiekstrekker. Met enthousiaste kreten werden haar songs onthaald. Indruk maakte het lied Black Feather, gebaseerd op Dominique Strauss Kahn en gezongen als een gospel. Ondertussen droeg Elly de Waard enkele van haar gedichten voor in Splash, een van de kleine zalen waar tientallen bezoekers met oprechte waardering haar presentatie bijwoonde.

    Ook Tom Lanoye bracht later in De Nacht in een performance een hommage aan Hugo Claus. En met opzwepende versregels als  ‘It was, it is, it remains’ en ‘One people, one nation’ wist hij Obama en Claus aan elkaar te dichten.
    Tonnus Oosterhof had volgens eigen zeggen inktzwarte gedichten uitgezocht voor deze witte nacht. Ze waren politiek getint en dwongen een betekenisvolle stilte af bij het publiek. Charlotte Mutsaers las voor uit haar bundel Dooier op drift. Met fijne versregels als ‘Alles van plastic is weerbaar’ en het gedicht Leeftocht over ouderdom, met een lach en verwondering. ‘Zeventig/alleen mijn leeftijd is vreemd’.

    Volgens Ingmar Heytze zijn er ‘dichters uit hun holen gekropen om zich met zenuw aftellende minuten de tijd door te slepen tot ze het podium kunnen betreden’. De Nacht was toen al ver heen en het overgebleven publiek had zich verzameld, als bij de nazit van een geslaagd feest, in de Totaal witte kamer. Liggend op vloerkussens en tegen elkaar aanleunend in stoelen, werd genoten van onder meer de Belgische band Dez Mona. Waarvan de zanger, Gregory Frateur met zijn opvallend grote stembereik en grillige dansbewegingen, deed denken aan de optredens van Kate Bush, inclusief blote voeten.

    Om half vier ’s nachts kwam Leo Vroman, onderhand een vertrouwde verschijning op poëziefestivals via skype, met zijn vrouw Tineke langs. Als een verlate gast die aanschoof om de achterblijvers, onder uitgezakt of liggend op gigantische zitzakken, nieuw leven in te blazen. Want met een versregel als: ‘Onschuldige moordenaars die het leven nooit hebben gekend.’ keerde hij de waarheid ondersteboven en vroeg men zich af ‘hoe het nu verder moest met het leven’.

    Als laatste dichter in de line-up las NK Poetry Slam winnares 2011, Kira Wuck, in bruin gebloemde jurk, op stevig staande benen, zich soms haast verslikkend maar nooit haperend haar gedichten voor. Waarna H.H. ter Balkt met zijn sonore stem onder meer met een: ‘Dat was het’ via skype de avond afsloot waarmee de Nacht van de Poëzie 2013 een voldongen feit was. Een Nacht die kan worden bijgezet als ‘ zeer succesvol’ in het archief van de Nacht van de Poëzie.

    In de wandelgangen stonden de bekende boekentafels opgesteld en was er dit jaar veel aandacht voor literaire tijdschriften als onder meer Extaze, Liter, Vooys, SLANG, Terras en Revisor.

     

    Foto Cees Nooteboom: Anna van Kooij

     

     

  • Ester Naomi Perquin wint met 'Celinspecties' de VSB Poëzieprijs 2013

    door Ingrid van der Graaf

    De bundel Celinspecties van de dichter Ester Naomi Perquin werd door de jury van de VSB Poeziëprijs verkozen tot de beste dichtbundel van het afgelopen jaar.

    Ester Naomi  Perquin (1980) genoot grote bekendheid  in betrekkelijk kleine kring. Daar maakte het winnen van de VSB Poëzieprijs een einde aan. Vanaf nu zal men in heel het Nederlandstalig gebied weten wie Ester Naomi Perquin is, en dat werd tijd ook.

    De jury van de VSB Poëzieprijs  verkoos Perquin boven H.H. ter Balkt, Sybren Polet, Menno Wigman en Luuk Gruwez te plaatsen. En was meer dan te spreken over de ‘verraderlijk luchtige toon en de onvoorspelbare wendingen waarmee Perquin een gelaagde ruimte in haar bundel schept.’ Men roemde haar taalgebruik: ‘soms soepel als spreektaal, dan weer geraffineerd en virtuoos. De dichter neemt de lezer aan de hand en laat hem net zo gemakkelijk struikelen, wanneer haar woorden dat nodig hebben.’

    De jury was verder van mening dat: ‘Als de dichter al een taak heeft, laat het dan die zijn die Perquin zich heeft opgelegd: het zichtbaar maken van wat obscuur en meestal verborgen blijft. (…) In het geval van Celinspecties levert het een bundel op van noodzaak, verlangen en schitterend mislukken.’

    Sinds 2007 publiceerde Perquin drie dichtbundels waarvan de eerste twee werden onderscheiden met verschillende prijzen. Haar werk wordt nogal eens beoordeeld als verontrustend. Als dichter heeft ze een scherp gevoel voor het alledaagse waaruit, wanneer zij haar poëzie erop richt, bevreemdende en schokkende voorstellingen ontstaan. In Perquins bundel Celinspecties zijn de duistere kanten van het leven op zijn scherpst verdicht. Wekelijks schrijft zij voor de Groene Amsterdammer een column waarin zich dezelfde, soms ontluisterende, ontrafeling van alledaagse gebeurtenissen voltrekt als in haar gedichten.

    Juryleden Maria Barnas, Geert Buelens, Patrick Lateur, Anthonya Visser en Saskia J. Stuiveling selecteerden in november 2012 de vijf genomineerden uit vijfenzeventig ingezonden bundels die allen tussen 1 september 2011 en 31 augustus 2012 verschenen.
    Aan de prijs is een bedrag van 25.000 euro verbonden.

    Uit alle ingezonden bundels koos juryvoorzitter Saskia J. Stuiveling haar 100 favoriete gedichten voor de bloemlezing De 100 beste gedichten VSB Poëzieprijs 2013. De uitgave van De Arbeiderspers en Stichting VSB Poëzieprijs werd tijdens de uitreiking gepresenteerd.