• Uitzondering op nooit uitgelezen woordenboeken

    Uitzondering op nooit uitgelezen woordenboeken

    Woordenboeken en encyclopedieën worden nooit uitgelezen. Je zoekt er iets in op, je leest er wat in en zet ze dan weer weg. In die zin is het Guus Middag’s Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden een uitzondering want ik denk dat er heel wat lezers zijn die dit boekje in z’n geheel tot zich zullen nemen. Niet achter elkaar, want elk stukje stemt wel even tot nadenken, en dat maakt snel moe.

    De ‘rare woorden’ van Guus Middag zijn niet de vreemde uitdrukkingen zoals ‘een uiltje knappen’, waarbij iedereen zich wel eens heeft afvraagt waar dat vandaan komt. Daar geeft het etymologisch woordenboek al antwoord op. Middags ‘rare woorden’ komen vaak maar één keer in geschreven vorm voor (dodemansbrief, allesdier) of maar één keer op televisie gebruikte woorden (behangenees). Of het woord bestaat helemaal niet (droomsteen). Wat ze gemeen hebben is dat ze Guus Middag tot nadenken aanzetten of zijn fantasie kittelden en tot een aardig  stukje tekst aanleiding gaven. In totaal honderdvijfenzeventig stuks, van ‘Aire’ tot ‘Zwouten’. En zo leidt de ziekte ‘pseumonoultramicroscopicsilicovolcanokoniosis’ (een in puzzelkringen bekende variant van de ziekte silicose) als vanzelf tot een partijtje schelden met als winnaar: ‘krijg de kankertyfusteringpokkenpest!’

    Wie dat te veel is kan op verhaal komen bij een uitleg van wat Nescio bedoelde toen hij in 1955 noteerde ‘Elly, panklaar’. Of mee-treuren bij de dood van de laatste man die het Oebychs sprak en het ook had kunnen verstaan als er nog een andere Oebych in leven was. Om daarna wat te neuzen in de nasotheek, een plek in Kopenhagen waar een uitstalling te zien is van neuzen die oorspronkelijk gediend hebben om de afgevallen neuzen van historische beelden te vervangen (tot archeologen tegen die restauratie in opstand kwamen en de plaatsvervangende neuzen weer verwijderd werden).

    Voor elk wat wils dus in dit bijzondere woordenboekje op zakformaat, met kennelijk genoegen en grote vaardigheid geschreven door Guus Middag. Over wiens naam Wikipedia meldt: ‘De naam Middag is een verbastering van “Midage”, dat is de Oudfriese vorm van “mid-oog”, met de betekenis “middelste (schier)eiland”.’ Het is maar een weet!

     

     

  • Oogst week 51 – 2021

    Het spettert geluk

    De erelijst van schrijver Tomas Lieske is ontzagwekkend: de VSB Poëzieprijs, de Libris Literatuurprijs, de Inktaap en de Littéraire Witte Prijs staan reeds op zijn palmares. Na boeken als Dünya, Honderd hoge dagen en Gran café boulevard vervaardigde Lieske een in Parijs spelende poëziebundel, genaamd Het spettert geluk. Normaliter ontleent een dichtwerk zijn kracht niet per se aan een plot, maar daarop vormt Lieskes recentste uitgave een uitzondering. Lieske (pseudoniem van Antonius Theodorus van Drunen) vertelt hier het verhaal van maatschappelijk verstoten zwervers in de Franse hoofdstad: een perfect decor voor de donkere dagen rond Kerst.

    Zonder hier al te veel over de inhoud prijs te geven zal de literatuurliefhebber zijn geluk op kunnen wat intertekstualiteit betreft: de Klassieke Oudheid, de Bijbel, de Verlichting: ze zijn volop aanwezig. Het spettert geluk doet denken aan Iason en de Argonauten, de Ark van Noach en Les Misérables. Bovendien wordt één van Lieskes eerdere bundels, Keto Stiefcommando, nieuw leven ingeblazen. De gelijknamige Afrikaanse banlieu-bewoner brengt de verstotenen namelijk onder in een boot, die tijdens een reis over én door de Seine op allerlei opmerkelijke overblijfselen van oude en moderne culturen stuit. Van scooters tot sarcofagen…

    Het spettert geluk
    Auteur: Tomas Lieske
    Uitgeverij: Querido

    Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden

    Soms komen talige vondsten uit onverwachte hoek. Radio 538 had jarenlang de rubriek ‘Een woord dat je niet zo vaak hoort’. En oké, het jolige gedoe en harde gelach nam je dan op de koop toe. Ook politici kunnen er wat van. Zo voelt Baudet zich geregeld ‘Spengleriaans angehaucht’ en noemt hij menslievende landgenoten ‘oikofoob’. Evers en Baudet bedrijven echter kinderspel vergeleken bij NRC-columnist Guus Middag, die onlangs het Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden uitbracht. Van 2012 tot 2020 verzorgde Middag bovendien voor Onze Taal de rubriek ‘Raarwoord’: een uitvoerige behandeling neologismen die andermaal bewijzen hoe leuk taal kan zijn.

    De schrijver van onder meer De wereld is weer plat, ja en De eerste keer heeft de afgelopen jaren niet bepaald stilgezeten met zijn compilatie. Hij vult immers 192 pagina’s met nieuwvormingen. Een losse greep uit Middags woordenboekje, waar uitgeverij Van Oorschot overigens ook een opsomming van geeft, zegt al genoeg: ‘beatlehaar’, ‘honduree’, ‘behangenees’, ‘allesdier’, ‘zwouten’. Een bijkomend aardigheidje van het verklarende zakwoordenboek is dat Middag elk exemplaar persoonlijk heeft ondertekend met een unieke opdracht. Met nóg meer nieuwe vondsten, misschien? Vooruit, nog ééntje dan: ‘matchboxrupsbandafdruk’.

    Verklarend zakwoordenboekje van rare woorden
    Auteur: Guus Middag
    Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot

    Minjan – mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na mazzel tov

    De non-fictieroman Mazzel tov betekende de definitieve doorbraak voor de Vlaamse Margot Vanderstraeten. De Standaard en het NRC prezen haar om haar integriteit en medemenselijkheid in dit boek over de Joods-orthodoxe gemeenschap. Ze won er zelfs de E. du Perronprijs mee. Nu schrijft Vanderstraeten hierop een vervolg, waarin ze het gesprek aangaat met allerlei vertegenwoordigers van de Chassidische cultuur. Niet iedereen was namelijk even tevreden met Mazzel tov… De titel Minjan betekent ‘een groep van minimaal tien volwassen mannen waarmee een joodse gebedsdienst kan plaatsvinden’. Hiermee stipt zij subtiel de rechtlijnigheid aan die zij kritisch en respectvol bevraagt.

    Strikt genomen is Minjan een reportage die de lezer langs de Chassidische kring in Antwerpen voert. Vanderstraeten levert kritiek, zij het niet onder de vlag van ‘satire’, de vrijbrief om zo kwetsend mogelijk uit de hoek te komen. Wel betoont ze zich een onbevangen, seculier en onafhankelijk denker. Respect is voor haar niet ‘leven en laten leven’, maar ‘er hard tegenin gaan’. Bovendien biedt zij een inkijkje in haar privéleven; haar vriend is ernstig ziek. Via een keur van interessante personen komt ze erachter dat behoren tot een groep naast nadelen ook voordelen biedt. En zoals het een reportage betaamt, voegen de foto’s couleur locale toe.

    Minjan - mijn orthodox-Joodse ontmoetingen na mazzel tov
    Auteur: Margot Vanderstraeten
    Uitgeverij: Atlas Contact
  • Recensie door: Joost van der Vleuten

    Recensie door: Joost van der Vleuten

    Het Rarewoordenboek  is een lekker ding. Mooi formaat, fraai vormgegeven, goed getypografeerd, prettig papier en bijzondere illustraties. Buitenlandse studenten Type and Media van de Haagse Kunstacademie maakten kleurige typografische verbeeldingen van alle vijftig rare woorden die Middag in zijn boek aan de orde stelt. Behalve mooi is het Rarewoordenboek ook nog eens heerlijk om te lezen. En dat is bepaald een prestatie. De afgelopen decennia zijn stapels boeken en boekjes gepubliceerd over het Nederlands in al zijn aspecten. Opperlandse taal- en letterkunde van Battus natuurlijk, Opperlands werk van Komrij en Kousbroek, taaltrendy boekjes van Kuitenbrouwer en Cornelisse, ‘woordenboekigheden’ van Sanders en Van der Sijs en ga zo maar door. Het Rarewoordenboek raakt aan al die categorieën en stijgt daar vaak ver bovenuit.

    Rare woorden staan soms gewoon in het woordenboek,  maar vallen op of wijken af. Ze hebben iets waardoor je er meer van wilt weten. Woorden met een poëtische lading of klank: boetelingensneeuw, roosvingerig, linteldoek of (jazeker) chlamydia. Woorden waar je je weinig of juist van alles bij kunt voorstellen: veulenmilt, onk, tohoe wa bohoe en wegluis. Of die eenmalig en toevallig zijn: kalebouterboom of koolpikravenzwart, bij voorbeeld. Jarenlang noteerde Middag dergelijke woorden. Hij pikte er vijftig uit om hun betekenis op te sporen en vast te leggen; geheel volgens de regels van de lexicografie, maar dan toch een tikkie anders. De hoofdmoot van de 50 stukjes is steevast een speelse speurtocht naar de mogelijke betekenis van het woord. Die begint vaak bij de brontekst (en dat is meestal een gedicht), en voert via Van Dale en het Groot Woordenboek der Nederlandse taal, maar ook – om maar wat te noemen – langs vertaalwoordenboeken, Google, een handboek voor de dierenarts, de Bijbel, klassieke teksten van Homerus en Vergillius en de Koran.  Al zoekend, associërend, grasduinend en citerend werkt Middag toe naar een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van het rare woord in kwestie, met behoud van rarigheid.

    Haarfijne as
    Een voorbeeld. Middag maakt aan de hand van de Koran duidelijk waarom Leopold de term ‘zoon des wegs’ gebruikt in plaats van het gewone ‘zwerver’ in een vertaling van de tiende-eeuwse Syrische dichter Al-Ma`Arrî.  De woordenboekomschrijving waarmee Middag dit stuk afsluit is prachtig: ‘zoon des wegs, vreemde (inzonderheid behoeftige, naar onderdak en dartele veulenvormige haardvlam verlangende toevallig voorbijkomende reiziger).’ Wie het stuk gelezen heeft begrijpt precies waarom Middag dat zo opschrijft, en hij begrijpt iets meer van de peilloze zorgvuldigheid waarmee Leopold te werk ging.  Aan de hand van rare woorden maakt Midag ook andere teksten van andere ‘moeilijke’ dichters als Ida Gerhard, Hans Favery, en Gerrit Kouwenaar toegankelijk.

    Nog een voorbeeld. Kouwenaars gedicht ‘Helder’ begint als een onschuldig weerpraatje (‘Zo helder is het werkelijk zelden’), maar wint aan diepgang door de simpele woordgroep ‘helder maar grijzer’. Waarna een slalom volgt langs ‘stof en as’ uit het bijbelboek Genesis, de schaduw van de dood, Kouwenaars jeugdherinneringen aan vakanties in Bergen, een associatie met grijs Zweeds wittebrood, en analogieën met ‘rare’ trappen van vergelijking als ‘hoe dommer hoe brommer’ en ‘sadder but wiser’. Dat alles speelt Middag voor elkaar in een bestek van niet meer dan 4 pagina’s. Goed voor gegrinnik, inzicht in Kouwenaars prachtgedicht, alsmede enige kennis van de morfologie van vergrotende trappen en woorden die daar op lijken. Uitsmijter is de betekenisomschrijving volgens de regels van het woordenboek: ‘helder, net niet meer helder (ten gevolge van neerdaling van haarfijne as).’  Helder zal nooit meer hetzelfde zijn.

    Alle ik doen de brul
    Middag verklaarde dat hij met dit boek niet zozeer kennis wil overdragen als wel een sensatie wil delen, de sensatie dat alles een naam heeft en dat je met woorden de wereld kunt leren kennen. Laatste voorbeeld is het stuk over ‘Brul’, een raar woord uit een vreemd gedicht van de Australiër Les Murray in vertaling van Huub Beurskens. Dat is geheel geschreven vanuit het perspectief van een koe, die op een gegeven moment ziet hoe de boer een andere koe slacht. Het machteloze geloei van de kudde die dat niet aan kan zien, in de woorden van de koe zelf: ‘Alle ik doen de brul.’ Een fraai staaltje ‘Nederkoes’ zoals Middag het noemt, ter afsluiting van een stuk waarin ook koegedichten van Gerrit Achterberg en K. Schippers aan bod komen.

    Het is een klein wonder dat Middag zoveel belezenheid, kennis en scherpzinnigheid in een paar bladzijden weet te proppen zonder dat het topzwaar of gortdroog wordt. En dat vijftig keer achter elkaar. Mijn persoonlijke favoriet is het stukje over ‘bereshit’ – aangetroffen in een gedicht van Rob Schouten. Hiphoptaal, volkstaal en oudtestamentisch Hebreeuws reiken elkaar hier op dubbelzinnige wijze de hand. Ik ga niet verklappen hoe dat zit, maar het is formidabel leuk. Lezen dus! Want het Rarewoordenboek is grappig en nauwkeurig, erudiet en lichtvoetig, diepgravend en verstrooiend tegelijk. En lekker – maar dat zei ik al.

     

    Rarewoordenboek
    Van bereshit tot zeeajuin

    Auteur: Guus Middag
    Verschenen bij: Uitgeverij Van Oorschot (2011)
    Aantal pagina’s: 236
    Prijs:  € 19,90