• Zeemansverhalen in een nieuwe literaire traditie

    Zeemansverhalen in een nieuwe literaire traditie

    In 1595 vertrok de eerste Nederlandse handelsexpeditie met vier schepen uit Texel om specerijen te gaan halen op Java. Van de 249 bemanningsleden keerden twee jaar later slechts 87 heelhuids terug met drie schepen; het vlaggenschip Amsterdam was wegens een gebrek aan matrozen voor het eiland Bawan in brand gestoken. De expeditie leverde niets op. De historische roman A.D. van Gustaaf Peek beschrijft in bloemrijke taal zo’n Nederlandse zeereis vol tegenslag en rampspoed, maar nadrukkelijk niet deze zeereis. Volgens de flaptekst is het 1597 en stuurt de jonge Republiek der Nederlanden reusachtige schepen oostwaarts om ‘buit te vergaren’. Opmerkelijk omdat er in dat jaar geen schip die kant op werd gestuurd.

    Het boek opent met een citaat uit de Aeneis, het heldenepos van Vergilius over de Trojaan Aeneas die van de goden de opdracht krijgt een nieuw wereldrijk te stichten, het latere Romeinse rijk. Hoewel dit boek bepaald geen heldenepos is, bevat de inhoud van het citaat een omineus voorteken: het beschrijft de wanhoop van de doden die geen graf in vaste aarde hebben gevonden, de verdronkenen dus, omdat hen de toegang tot de onderwereld wordt geweigerd.

    Geen mededogen

    Door middel van steeds wisselende perspectieven leeft de lezer mee met de bemanning die ziektes, straffen, windstiltes, stormen, honger en gevaarlijke inboorlingen moet trotseren. Het gebrek aan historische aanknopingspunten zoals tijden en plaatsen, maakt invoelbaar hoe de bemanning was overgeleverd aan het ongewisse. De kennis die de bemanning wel bezit, wordt specifiek benoemd: soorten schepen (Pinas, Lichter), scheepsonderdelen (het allemansend), verschillende functies (provoost, adelborst, bottelier), wapens (haakbus, hartsvanger), straffen (laarzing, drie sprongen van de ra) en ziektes (de rode loop). Alles zonder uitleg, wat de historische afstand van de lezer tot het verhaal tegelijk ontkent en onderstreept. Naar eigen zeggen wil Peek het de lezer niet makkelijk maken, maar wel een onvergetelijke en nieuwe ervaring bieden. Daar is hij goed in geslaagd.

    Het wordt de lezer niet gegund zich aan de bemanningsleden te hechten. Dat komt niet alleen door het voortdurend wisselende perspectief, maar ook doordat de een na de ander sterft door ziekte, ongeluk, straf, moord of suïcide. De bemanningsleden hechten zich ook niet aan elkaar. Ze geven elkaar bijnamen om de afstand zo groot mogelijk te maken. Er is nauwelijks mededogen of solidariteit, maar door de perspectiefwisselingen krijgt de lezer een rijk palet aan ontreddering, sadisme, verveling, onverschilligheid, haat en hebzucht voorgeschoteld. Zelfs het collectief van opvarenden voor de mast krijgt af en toe een stem, degenen die achter de mast leven (de kapitein, de kooplieden, de schipper en de officieren) nadrukkelijk niet. 

    De machtelozen

    Het zijn dus de machtelozen die in de geschiedenisboeken ongehoord blijven en in de sociologische tak van de literatuurwetenschap ‘de ander’ worden genoemd en die Peek alsnog een stem geeft. Het is niet de stem van een slachtoffer of een heilige, maar de stem van de wanhoop en de haat. Een uitstekend idee om een historische roman te schrijven die de ontberingen van een zeereis niet in verband brengt met heroïek en godvruchtigheid, maar met machtsmisbruik, klassenverschil, racisme, vrouwenhaat, sensatiezucht, lust en het recht van de sterkste. 

    A.D. biedt daarmee tegenwicht aan de heroïek die in boeken als De scheepsjongens van Bontekoe en films als Nova Zembla wordt opgevoerd. In A.D. is de kapitein erger dan de duivel. De bemanning schaamt zich, maar wil dat niet weten. En het is gevaarlijk om hen daaraan te herinneren: ‘Maak hen niet belachelijk want dat vrezen ze het meest. Maak hen niet kleiner, minder.’

    Aan het begin van het tweede deel staat het schip in brand voor de kust van een eiland, zoals het vlaggenschip van De eerste schipvaart ook in vlammen is opgegaan. Toch wijkt Peek zodanig af van historische gebeurtenissen en reisbeschrijvingen dat het duidelijk is dat hij zich niet heeft laten inspireren door één specifieke reis. De brand en de resterende verwikkelingen worden nu opeens allemaal vanuit hetzelfde perspectief verteld, dat van een jonge eilandbewoner, zoon van een verdwenen Portugees en een overleden inlandse vrouw. De hoofdstukken zijn niet langer genummerd om te benadrukken dat de verteller van dit tweede deel ongeletterd is.

    Wanhopige jongeman

    Met deze jongeman gooit Peek opeens een van zijn favoriete thema’s op tafel: een hoofdpersoon die los komt van zijn achtergrond. Deze jongen is wanhopig op zoek naar rolmodellen die hij niet kan vinden onder zijn stamgenoten noch onder de nieuwe kolonisten. De manier waarop de jongen als een kip zonder kop het eiland afschuimt en in een voortdurende existentiële crisis verkeert, is nogal over the top. De schaarse dialogen stuiteren heen en weer tussen onbegrijpelijk en ridicuul, de beschreven gruwelijkheden zijn misselijkmakend.

    Dit tweede deel is beduidend minder goed dan het eerste. De lezer moet per sé de politiek-correcte boodschap geserveerd krijgen dat kolonialisme, geweld, verkrachting, diefstal en toe-eigening betekent en tot verweesde bastaards en geknechte inlanders leidt. Onnodig, want waarschijnlijk vinden vrijwel alle lezers van dit boek dit al. Bovendien bleken die slechte bedoelingen al overduidelijk uit het eerste deel. Beter had Peek een historische roman over De eerste schipvaart geschreven. Die vertrok weliswaar al in 1595 in plaats van 1597 en resulteerde niet in de oprichting van een fort en de onderwerping van een eiland, maar bevatte voldoende materiaal voor een prachtige roman waarin Peek zijn opvattingen over het misplaatste gebral over het roemrijke VOC-verleden kwijt kan, precies zoals hij dit in het eerste deel van het boek geweldig heeft gedaan. 

    Als hij zich beperkt had tot een beschrijving van die ene reis, zou het boek een evenwichtiger indruk hebben opgeleverd. Dat laat onverlet dat dit boek door zijn stijl, invalshoek en opvattingen aan de fraaie Nederlandse literaire traditie van zeemansverhalen en reisbeschrijvingen een nieuwe richting geeft.

     

  • Oogst week 40 – 2021

    A.D.

    Gustaaf Peek (1975) schrijft onder meer proza, poëzie en filmscenario’s. Hij debuteerde in 2006 met de roman Amin. In 2015 won hij een Gouden Kalf voor zijn scenario voor de film Gluckauf. Zijn nieuwste roman A.D. speelt zich af aan het einde van de zestiende eeuw, als de Republiek der Nederlanden nog voor de oprichting van de VOC schepen naar het oosten stuurt om specerijen te halen. Het is een meedogenloze concurrentiestrijd: degenen die als eerste de kruiden vinden, verdienen het grote geld. Verschillende personages zijn aanwezig op een schip naar Indië, allemaal met andere verhalen en visies. De een sterft aan scheurbuik, terwijl de reis voor de ander hoop betekent. De aankomst in Indië vormt het begin van de geschiedenis tussen de twee volken.

    A.D.
    Auteur: Gustaaf Peek
    Uitgeverij: Querido

    Na de moord in Amsterdam

    Zeventien jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Journalist en publicist Ian Buruma bezoekt de plaats delict en reflecteert op het Nederland voor en na 2 november 2004. Destijds schreef Buruma over de vrijheid van meningsuiting, maar kreeg felle kritiek. In een nieuw essay bij dit werk kijkt Buruma terug op deze kritiek, die vooral tegen de islam werd geuit, en stipt hij onderwerpen aan als rechts-populisme en de vermeende islamisering. Ian Buruma (1951) is sinoloog, japanoloog, journalist en publicist. Hij won verschillende belangrijke prijzen, zoals de Erasmusprijs in 2008 en de Gouden Ganzenveer in 2019.

    Na de moord in Amsterdam
    Auteur: Ian Buruma
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Vlieg weg, vlieg weg

    Het werk van de Oostenrijkse auteur Paulus Hochgatterer (1961) kenmerkt zich door vele verhaallijnen die uiteindelijk samenkomen. Ook in zijn roman Vlieg weg, vlieg weg (uit het Duits vertaald door Gerrit Bussink) is dit het geval. Het verhaal speelt zich af in Furth am See, een stadje in Oostenrijk. Een gewonde man, die eruitziet alsof hij in elkaar is geslagen, beweert dat hij uit een appelboom is gevallen. Op de intensive care wordt een kloosterzuster verzorgd, die geen idee heeft hoe er kattenvoer in haar longen is gekomen. Ook wordt er een kind ontvoerd, maar zonder losgeldeis. Psychiater Raffael Horn en politie-inspecteur Ludwig Kovacs proberen de gebeurtenissen los van elkaar te duiden. Dit levert een kennismaking op met een reeks kleurrijke personages, waaronder een priester die tijdens de mis oortjes in heeft en naar muziek van Leonard Cohen luistert.

    Vlieg weg, vlieg weg
    Auteur: Paulus Hochgatterer
    Uitgeverij: Wereldbibliotheek
  • Oogst week 49

    Moord op Commendatore

    ‘Toen ik vandaag uit een kort middagdutje ontwaakte, zat ‘de man zonder gezicht’ voor me. Hij had plaatsgenomen op de stoel tegenover de bank waarop ik had liggen slapen en staarde me strak aan, met zijn paar denkbeeldige ogen dat het zonder gezicht moest stellen.’

    Een zesendertigjarige portretschilder neemt zijn intrek in een oud atelier. Behalve door liefdesperikelen wordt hij geplaagd door een painter’s block. Hij hoopt in het afgelegen atelier tot rust te komen, en zijn inspiratie terug te vinden, maar het zal anders gaan.

    Op 1 december jl. is deel één van de nieuwe roman van Haruku Murakami, De moord op Commendatore, verschenen. Over ruim een maand zal deel twee verschijnen dat meteen gevolgd wordt door een speciaal Murakami-weekend op 13 en 14 januari op het cruiseschip Rotterdam.

    Moord op Commendatore
    Auteur: Haruki Murakami
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Onderbuik

    In de serie Nieuw Licht leggen filosofen Frank Meester en Coen Simon een hedendaagse denker een vraag voor die in een klassiek geworden tekst al eerder aan de orde kwam, maar dan door een andere denker, in een andere tijd, en binnen een andere politieke en maatschappelijke context.

    In het woord vooraf van de achtste editie schrijven ze aan Marte Kaan:

    ‘Erich Fromm beschreef in 1956 in The Art of Loving de liefde als een integrerend deel van de persoonlijkheid. Waarmee hij wees op het belang van een gezonde emotionele huishouding in de redelijke omgang met elkaar. Zou jij, Marte, als psycholoog, relatie- en verslavingstherapeut, deze tekst van Fromm nog eens willen herlezen en de vraag willen beantwoorden in hoeverre emoties een rol kunnen en mogen spelen in onze oordeelsvorming?’

    Met als motto de uitspraak van de Amerikaanse schrijfster Maya Angelou – ‘I’ve learned that people will forget what you said, people will forget what you did, but people will never forget how you made them feel.’ – heeft Marte Kaan de handschoen opgenomen en Onderbuik – Nieuw licht op redelijkheid geschreven.

    Onderbuik
    Auteur: Marte Kaan
    Uitgeverij: Ambo|Anthos

    Verzet!

    Met de romans die hij schreef (Armin, Dover, Ik was Amerika en Godin, Held) was Gustaaf Peek (1975) zeer succesvol.

    Nu heeft hij het over een geheel andere boeg gegooid met een ‘revolutionair pamflet waarin hij decennia van kapitalistische indoctrinatie ondermijnt.’

    ‘In dit pamflet pleit Gustaaf Peek voor een van de nog altijd controversiële ideeën van Karl Marx: de rechtvaardige herverdeling van kennis, macht en inkomen. Het communisme heeft een nieuwe poging tegoed, een revolutie in de richting van een natuurlijker menselijk verbond en een betere wereld.’

    Verzet!
    Auteur: Gustaaf Peek
    Uitgeverij: Querido
  • Een wandelaar

    Een wandelaar

    Soms moet je tot middelen overgaan die je eerder wantrouwde. Niet alleen een goed boek scherpt de geest maar ook meer pit in het eten kan de boel wakker schudden. Dus voegde ik deze week een stukje gele peper, Madamme Jeannette aan de pompoensoep toe. En terwijl ik Madamme Jeanette erdoor roerde dacht ik aan mezelf als een wandelaar en fietser. Waar die gedachte vandaan kwam kan ik niet verklaren, maar met de gedachte kwam het besef dat het maanden geleden was dat ik verder had gewandeld dan naar de buurtsuper om de hoek en dat het weken geleden was dat ik had gefietst. Zo hield ik mezelf door een gedachte in stand. Na de soep sprong ik op de fiets en stopte pas in een stadje aan de IJssel waar ik me op een terrasje zette met Godin, held van Gustaaf Peek. Onderwijl noterend wat zoal om me heen gebeurde in een klein zwart (nee, geen moleskine) boekje.

    Op het vrijwel lege terras zaten een man en een vrouw met een glas bier voor zich. Beslist geen Tessa en Marius, het stel uit Godin, held. Dit echtpaar had zijn beste tijd gehad gezien hun zwijgzaamheid. ’s Avonds was er in het stadje aan de IJssel niets te beleven, de straten waren verlaten. Je zag de verslagenheid van eeuwige pech op hun schouders rusten. Wel keken ze geregeld achterom, naar waar ik zat, en opzij naar het terras van een nabijgelegen eethuisje. Ik keek met ze mee naar dat naastgelegen eethuisje. Het was daar aanzienlijk drukker. En hé, er zat een uitgever uit Amsterdam. Het omgekeerde van wat Van der Laan in Zomergasten had benadrukt ging door me heen; kleine steden zijn ook van Amsterdammers. De uitgever zat aan een tafeltje met een oudere man met wit haar die wel wat weg had van de schrijver waarmee Adriaan van Dis ooit in de clinch lag in zijn programma ‘Hier is Adriaan van Dis’, maar dan een vriendelijker versie daarvan.

    Terug naar het echtpaar voor me. Ik schreef in het kleine boekje dat ze ‘zwijgend communiceerden’. Toen kwam de gedachte ontdekt te worden – zoals een zanger in het park of op een steiger al zingend ontdekt wordt – door een schrijver van een belendend terras. Dat het geluid van je pen over het papier en het gedreven ritme van het schrijven hem influisterde dat hier iets gebeurde wat niet onopgemerkt mocht blijven. Dat hij vroeg te mogen lezen wat je daar zoal opschreef want hij was een expert in het ontdekken van echte schrijvers. Ondertussen at de schrijver – die vertaler bleek van een bekend Russisch schrijver – van een zoutloos gerecht, zoals de serveerster zijn bestelling noemde. Ik dacht aan hoge bloeddruk en dat het beter is geen zoethoutthee te drinken al wilde ik hem daarvoor niet waarschuwen. De enige drank die de vertaler gebruikte was rode wijnsaus over zijn steak. Wellicht om er wat pit aan te geven.

     

     

  • Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

    Herinneringen gedrenkt in vergaan geluk

    Hemingway’s laatste boek, Parijs is een feest, verscheen in een nieuwe vertaling door Arie Storm, en met nieuwe hoofdstukken uit de nalatenschap, die in 2009 werden vrijgegeven door de erven van de auteur. Een prachtboek vol rake zinnen en goede verhalen over Parijs in de jaren twintig; over schrijven, skiën, eten, beminnen, paardenraces en boksen – om maar wat te noemen. Een boek vol zonlicht en zomergroen, met af en toe een blik in de afgrond waaruit Hemingway zijn herinneringen opdiepte.

    In 1922 vestigde Hemingway zich met zijn vrouw Hadley Richardson in Parijs. Hij was een journalist met literaire ambities, maar ook een ambulance-vrijwilliger die gewond, gedecoreerd en getraumatiseerd was teruggekeerd uit de Italiaanse Eerste Wereldoorlog. Hemingway werkte hard, leverde tientallen artikelen aan de krant Toronto Star Weekly, stortte zich in het Parijse leven en raakte bevriend met expat-schrijvers als Scott Fitzgerald, Ezra Pound en James Joyce, die hij ontmoette in de salon van Gertrude Stein, of in de boekhandel-met-uitleenbibliotheek van Sylvia Beach. In 1926 brak hij door met The sun also rises, een sleutelroman over drie buitenlanders die vanuit Parijs afreizen naar de stierengevechten van Pamplona. Een affaire met Vogue-journaliste Pauline Pfeffer (Ms. Hemingway 2) betekende het einde van Hemingway’s huwelijk en in 1927 waren zijn Parijse jaren voorbij.

    Jachtpartij en elektroshock
    In de decennia die volgden groeide Hemingway uit tot literaire superstar. Hij schreef meesterwerken als For whom the bell tolls, A farewel to arms, The old man and the sea en ijzersterke verhalen als die in The Snows of Kilimanjaro and other stories. Hij leefde een celebrity-leven temidden van de rich and famous, vol vrouwen (vier huwelijken), drank, meesterwerken, bestsellers, boekverfilmingen, jachtpartijen, een burger- en een wereldoorlog, zeevis- en grootwildsafari’s, auto- en vliegtuigongelukken, en een Pullitzer- en een Nobelprijs in 1954. Hij was een levende legende, op het hoogtepunt van zijn roem, maar diep ongelukkig. Hij werd gesloopt door alcoholisme, depressies en elektroshocks die niet hielpen maar wel zijn hoofd verwarden. Papa Hemingway was de weg kwijt. Almaar meer drank bood steeds minder troost en in 1961 schoot hij zich dood met zijn jachtgeweer.

    Zijn laatste jaren bleef hij maar voorttobben met een boek dat onvoltooid bleef, hoewel hij al meer dan genoeg pagina´s had. Dat boek ging over 40 jaar eerder, de jaren twintig in Parijs, toen alles nog moest beginnen. Het werd 3 jaar na zijn dood gepubliceerd als A moveable feast en tot verbijstering van de critici was het vintage Hemingway.

    Hemmingway schreef proza zonder bullshit, waarin ieder woord zijn plek kent en bijvoeglijk naamwoorden verdacht zijn. Hij beschrijft Parijs, maar niet alleen dat. Het hoofdstuk ‘Mensen van de Seine’ begint:

    ‘Er waren vele manieren om van de rue Cardinal Lemoine naar beneden naar de rivier te gaan. De kortste was recht naar beneden door de straat, maar het was er steil en je kwam, nadat je het appartementengedeelte had gehad en het drukke verkeer aan het begin van de boulevard Sant-Germain had overgestoken, op een saai gedeelte waar een saai, winderig stuk van de rivieroever was met de Halle aux Vins rechts van je. Die […] zag er van buiten even vreugdeloos uit als een militair depot of een gevangenkamp.’

    Dus neemt de schrijver een route via boekenstalletjes, waar Engelse boeken goedkoper zijn dan Franse, omdat ze zo slecht zijn gebonden. En hij vertelt over boeken die mensen achterlaten in boten, die worden opgenomen in de scheepsbibliotheek. En hij wandelt verder naar het Ile de la Cité, dat uitloopt ‘in een punt als de scherpe boeg van een schip en er was een klein park aan de waterrand met mooie kastanjebomen, sommige heel groot en zich breed vertakkend, en in de stromingen en de vergeten hoekjes van de Seine waren uitstekende plekken om te vissen.’ Waarna hij voortschrijft over de vissers en waarom hij zelf niet vist (hij moet schrijven) en over waar in het seizoen goede plaatselijke vis wordt geserveerd. En hoe triest hij is als de lente teruggeslagen lijkt te worden door voorjaarsbuien. ‘Als de koude regens aanhielden en de lente vermoordden, was het alsof er een jong iemand was doodgegaan zonder reden.’ Het gaat al met al over de Seine en zijn oevers met paradijselijke trekjes: boeken uit stalletjes, een eiland als een schip en verse vis uit de rivier. En het gaat over de oorlog (militair depot, gevangenkamp, doodgaan zonder reden). En over hoe schrijven over het ene Hemingway troostte en hielp om te schrijven over het andere.

    De jacht op de ware zin
    Parijs is een feest is een goed boek, doortrokken van nostalgie en melancholie: een boek over leven in nobele armoede en over schrijven. Hoe de schrijver met de zakken vol mandarijnen en gepofte kastanjes naar zijn koude kamer gaat, de kachel opstookt en aan de slag gaat. Schrijven tot de eerste oprechte zin er staat, alle voorafgaande onzin weggooien, en voort met het verhaal. Als glanzend gewreven kralen toont Hemingway allerlei aspecten van zijn leven in de stad ‘die van alle steden het meest te bieden heeft voor een schrijver om te schrijven’: de huurkazernes, de paardenraces, het eten bij brasserie Lipp, de bokswedstrijden in een buitenwijk, de winterse skivakanties in Oostenrijk, en gesprekken met zijn zoontje over ‘ineenstorten door de oorlog’’. Wie wil kan met het boek in de hand nog steeds door Parijs zwerven, naar de Closerie des Lilas (onherkenbaar veranderd) waar Hemingway schreef bij een café crème, of langs de Seinekades met hun boekenstalletjes (niks veranderd).

    De literatuur als slagveld
    Bij herlezing beginnen patronen op te vallen, die het boek minder Parijs jaren 20 en meer Hemingway jaren 50 maken. Minder snoer van verhalen en meer memoir. Onherroepelijk treuriger, maar beter. Een boek waarin de kiemen naspeurbaar zijn van alles wat Hemingway uiteindelijk zou slopen. Alles dat verleidelijk is, van de paardenraces tot vissen in de Seine bedreigt zijn schrijven. En Hemingway maakt in Parijs is een feest korte metten met vrijwel alle literaire grootheden waarover hij schrijft. Het oude alfa-mannetje duldde geen concurrentie. Zelfs niet van de door hem hoog geachte Gertrude Stein, ook niet van de trouwe vriend Scott Fitzgerald en zeker niet van de goeie Ford Maddox Ford, die altijd loog en bovendien uit zijn mond stonk. Uitzonderingen waren Ezra Pound (fout in de oorlog, als gek opgesloten), en de onbekende Elvin Shipman, die jong stierf en die het niet uitmaakte of zijn gedichten werden gelezen. Succes leidt tot rijkdom, en rijkdom tast je aan en zorgt dat je als schrijver geen oprechte zin meer kunt schrijven. Wie succes heeft faalt onherroepelijk. Rijken, die slepen je mee naar dure tenten waar foute mensen komen en ze verpesten je ongerepte skihellingen.

    En dan zijn er vrouwen, Zelda Fitzgerald voorop: met afschuw vertelt Hemingway dat zij haar man belemmert te werken, omdat ze jaloers is op zijn schrijverschap. Hier wordt het pijnlijk. Hemingway beschrijft ook hoe zijn vrouw Hadley een koffer met ongeveer al zijn ongepubliceerde werk verliest in de trein. En hoe hij dat verschrikkelijk vindt, maar ook dat hij haar vergeeft. Wat hij schrijft over Zelda zou bij nader inzien wel eens kunnen zijn ingegeven door Hemingway’s al dan niet bewuste vermoeden dat Hadley onbewust jaloers was op zijn schrijverschap. Het lijkt de barst in hun relatie geslagen te hebben waardoor ‘die ander’ (Pauline) er in slaagt een verhouding met hem te beginnen ‘[…] en dat was het einde van de eerste periode in Parijs, en Parijs was nooit meer hetzelfde al was het altijd Parijs […].’
    Hemingway werd nooit meer de oude, zoals ook blijkt uit de laatste zinnen van sommige hoofdstukken. Bij voorbeeld,‘Alles wat me te doen stond was gezond en goed in mijn hoofd te blijven tot de ochtend als ik weer zou gaan schrijven. In die tijd dachten we niet dat daar iets moeilijks aan was.’ Of ‘”We hebben altijd geluk”, zei ik en ik was dwaas genoeg om het niet af te kloppen. Er was overal in dat appartement hout waarop je kon kloppen.’

     

  • Onvervuld verlangen 

    Onvervuld verlangen 

    Te veel is zelden goed. Te veel slaat dood. Zo ook in Godin, held, het boek dat Gustaaf Peek schreef over de liefde tussen Tessa en Marius. Verboden liefde, want beiden hadden officieel een andere relatie, maar werden steeds weer naar elkaar toegetrokken, als vliegen op honing. Hunkerend naar seks en naar elkaar. Seks die overvloedig en expliciet van de pagina’s afspat, maar uiteindelijk niet kan verhullen dat het werkelijke thema van Peek gemis en onbereikbaarheid is.

    Tessa en Marius kennen elkaar sinds hun middelbare schooltijd, waarin ze samen hun eerste voorzichtige seksuele ervaringen opdeden. Als ze elkaar later op een reünie weer tegenkomen blijkt de aantrekkingskracht niet verdwenen. De eerste toenadering is weer net zo schuchter, maar maakt snel plaats voor een volledige wederzijdse overgave.

    Peek vertelt hun liefdesgeschiedenis achterstevoren. Beginnend op de begrafenis van Tessa, 24 jaar nadat Marius was overleden. Om in vijftig hoofdstukken te eindigen bij daar waar het begon: bij het ongeduldig smachten van Tessa naar liefde. ‘De tijd ging haar te traag. Ze wilde ouder worden, een vrouw zijn en eindelijk de wereld betreden waar hij op haar zou wachten.’ ‘Hij mocht meer ervaring hebben, maar het belangrijkste zouden ze samen ontdekken.’

    Dat ontdekken kwam wel goed. Peek beschrijft dat in talloze passages, die niet smakeloos zijn, maar wel uiterst expliciet en voor de lezer onontkoombaar: ‘Alleen mijn held mag in m’n mond spuiten, niemand anders. Niemand anders? Alleen mijn held. Kom maar, lieverd. Spuit maar, ik wil je proeven.’ Of: ‘Hij voelde Tessa’s voeten op zijn billen, zijn uitzicht op haar dreigde hem te ontroeren, hij wilde nog zo veel dichter bij haar zijn, haar geile praat kwam als een opluchting en hij hervond zich en antwoordde haar, ja hij zou haar neuken, hij was nog lang niet klaar met haar, hij had haar ook gemist, hij zou het haar laten  voelen, zijn pik was hard voor haar, was ze zijn vrouw, wilde ze zijn zaad in haar hete kut?’

    Godin, held staat vol met dit soort passages. Je kunt er niet omheen. Als bezegeling van de onontkoombaarheid van de liefde tussen Tessa en Marius, waar ook Paul en Corinne (hun ‘officiële’ partners) niet tussen komen. Een liefde die is, maar tegelijkertijd ook niet. Ze beleven hem in een soort van gedroomde tijd. Ze consumeren voortdurend de liefde zonder elkaar echt te bezitten. Waardoor uiteindelijk niet de veelheid aan seks maar gemis en onbereikbaarheid het centrale thema van Godin, held blijkt te zijn.

    Marius lijkt dat terdege te beseffen en spiegelt dit ook aan de onbereikbaarheid van zijn eigen gestalte vroeger in de spiegel. Het lijkt wel of hij zijn meest intense seksuele ervaringen niet heeft als Tessa bij hem is, maar als hij over haar denkt, droomt of fantaseert. Als hij zich aftrekt op een foto van haar, of in haar meisjeskamer waar hij heeft ingebroken. Of als hij later aan haar denkt en zich kwelt en tegelijkertijd opgeilt met een fantasie over haar onderwerping en vernedering, waarbij meerdere mannen seks met haar hebben: ‘ … in zijn dromen kon ze weer kinderen krijgen en elke man maakte haar zwanger, liet met elke stoot haar buik en borsten zwellen tot hijzelf, schreeuwend, huilend, klaarkwam achter zijn bureau, of in het bed waar hij haar ooit had vastgehouden tot hij sliep.’

    Dat een kind van hen samen een onbereikbaarheid is, is iets dat ook Tessa zich realiseert. Een realiteit die ze tot in het spel doortrekt. Een spel dat ze maar wat te graag speelt. ‘Ze wil het spel doen, zij is een vrouw alleen, vruchtbaar; hij een vreemde die haar verrast. Hij wil dat ze het zegt. “Niet in me. Niet in me spuiten, niet doen. Maak me geen kind.”‘ Een spel dat Marius jaren later zal herhalen, als hij in Padua één dag voor zijn dood een escort-dame naar zijn hotelkamer laat komen. Hij wil dat ze zich Tessa noemt, en dat ze vlak voor dat hij klaarkomt ‘maak me een kind’ tegen hem zou zeggen. Een wens die tijdens de daad zou omslaan. ‘Hij schokte leeg in haar, terwijl zijn hand haar mond bedwong. Niets wilde hij meer horen van zijn verzoek, zijn vergissing, de vuile uitlopers van zijn oude, dode droom.’

    Wat jammer is is dat bij Godin, held alle aandacht voor de vleselijke liefde de andere kanten van menselijke relaties ondersneeuwt. Het gemis en de onbereikbaarheid worden wel aangestipt, maar niet uitgediept. Peek laat ontzettend veel te raden over. Over Marius’ kinderwens. Over Tessa’s verdriet om haar zoon Onno, die om onduidelijke redenen zelfmoord pleegt. Over Corinne en Paul. Over de scheiding van Marius en Corinne; over de scheiding van Tessa en Paul, en over de schijnbare onverbrekelijkheid van Tessa’s en Marius’ officiële relaties. Wat op zich natuurlijk niet erg is; iets van eigen inkleuring mag altijd van een lezer worden verwacht. Maar Godin, held verwacht in dit opzicht wel erg veel. Te veel.

    Om diezelfde lezer aan het einde net als Tessa met een onvervuld gevoel achter te laten. Ze baalt ervan dat ze voor haar laatste dag in dit leven geen uitspatting met een jongen had geregeld. Een jongen een uur lang helemaal voor haar. ‘Voor het laatste een pik, de zachte huid en onrust, al dat leven.’ Maar ook die vervulling was haar niet gegeven. Op 7 september – de dag waarop ook Marius was overleden – stopte haar hart. Ze was ouder geworden en betrad als vrouw een andere wereld waar hij op haar zou wachten.

     

     

  • Oogst week 41

    Door Ingrid van der graaf

    Gustaaf Peek is een schrijver die je steeds nieuwsgierig maakt naar zijn volgende boek. Na vier jaar komt hij eindelijk met een nieuwe roman, Godin held. Na zijn laatste roman, Ik was Amerika ( waarvoor hij de BNG Literatuurprijs ontving), bleef het vier jaar stil. Maar nu is er dan Godin held, een roman over een stel dat sinds hun schooltijd verliefd op elkaar is maar niet met elkaar leeft. Ze leven jarenlang van geheime ontmoetingen in hotelkamers. Een romance, of ook wel: een bevlieging, een affaire of een obsessie genoemd. Volgens de uitgever het ‘onverhulde verhaal, verteld van einde tot begin. Wat natuurlijk een mooi perspectief biedt, vertellen van einde tot begin. Uit zijn vorige romans is gebleken dat Peek zich goed kan inleven in zeer uiteenlopende personages. Een recensie over dit boek volgt binnenkort. Godin held werd uitgegeven bij Querido, 274 blz., prijs €19,99.

    Dichter en prozaschrijver 9200000028425277Jacob Groot publiceerde dertien dichtbundels en drie romans waarvan de laatste Adam seconde, alsmetafysische liefdesroman werd betiteld. Nieuwe zon is een groots opgezet poëzie boek. Een ‘bewustzijnsstroom van 26 hoofdstukken waarin zich een dramatische denktocht voltrekt, een megagedicht dat alle grenzen passeert, een passieboek’, aldus de uitgever. De hoofdstukken zijn getiteld naar de letters van het alfabet. A ik ademde de bedwelming (…) B Ik sliep met de mensheid‘. Nieuwe zon is groots van structuur en van een overrompelende taal.  Nieuwe zon is verschenen bij Uitgeverij De Harmonie. Prijs: € 29,90, Blz.: 200.

    9789028425835_VRKDe Finse schrijver Tuomas Kyrö is een bestseller auteur in eigen land. Haas & bedelaar is zijn eerst roman die in het Nederlands vertaald is zodat we ook hier mogen ervaren wat voor een schrijver Kyro is.
    Fragment van de flaptekst: De Roemeen Vatanescu vertrekt naar het koude en donkere Finland om er te gaan bedelen. Met andere bedelaars zet hij een feestmaal op touw met de inhoud van een afvalcontainer, maar hun werkgever, de mensenhandelaar Jegor Koegar, wijst dit bacchanaal ten strengste af. Het conflict loopt zo hoog op dat Vatanescu zowel internationale misdaadorganisaties als de politie moet zien te ontwijken. Hij vlucht samen met een ter dood veroordeelde haas – die eigenlijk een konijn is. Ze belanden in Lapland, op het bouwterrein van het Nationaal Ideeënpark, en komen zelfs tot in de hoogste regionen van de Finse politiek. Haas & Bedelaar werd uitgegeven door Wereldbiblitheek. Prijs: 19,95.

    9200000022205921Inez Weski schrijft wekelijks voor Opzij over strafzaken. Met De jacht op het recht, over de advocaat en de rest van de wereld maakt Weski haar debuut. Ze is bekend van haar werk in grensoverschrijdende strafzaken. In De jacht op het recht beschrijft ze met scherpe pen en met humor haar trektochten door het woud van de hedendaagse strafprocedures. Bevlogen vertelt ze over de pracht van haar vak, of over het recht, dat zoveel gemeen heeft met kunst: soms zo mooi en altijd zo kwetsbaar. En dat alles lardeert ze met hilarische gebeurtenissen en absurde banaliteiten, zoals de onmenselijke inrichting van menig moderne rechtbank. De jacht op het recht is uitgegeven door Querido. Prijs: € 18.99, Blz.: 196.

     

  • Onthechting en eenzaamheid

    Onthechting en eenzaamheid

    Gustaaf Peek (1975) debuteerde in 2006 met de roman Armin. Zijn tweede roman Dover (2008) werd genomineerd voor de BNG Literatuurprijs. Peek vindt zijn thema’s in historische gebeurtenissen die onderbelicht zijn gebleven. Zijn laatste roman Ik was Amerika vindt zijn oorsprong in het gegeven dat Duitse krijgsgevangen tijdens de Tweede Wereldoorlog in de VS in kampen hebben gezeten. Daar werden ze zeer goed behandeld, dit in tegenstelling tot de zwarte bevolking van de VS.

    Nadat Dirk Winter op negentienjarige leeftijd ongewild iemand vermoord, vlucht hij naar Duitsland. Het land waar zijn moeder vandaan komt. Hij sluit zich aan bij de nazi’s en komt zo in Noord-Afrika terecht waar hij in 1943 door Amerikaanse soldaten krijgsgevangene wordt gemaakt. Met duizenden andere Duitse gevangenen komt hij in een van de kampen in Texas terecht. Het leven in het kamp is goed en er is ruimte voor hun eigen cultuur. Overdag werken ze tussen de zwarte landarbeiders in de katoenpluk of op de pindavelden. Dirk komt te werken op de boerderij van Mr. Love. Een grote boerderij die al sinds de slavernij in handen is van de familie van Mrs. Love. Een vreemde positie nemen de Duitse krijgsgevangenen daar in. De blanke gevangenen zijn ondergeschikt aan de zwarte arbeiders maar in plaats van dat die laatsten die positie gebruiken, buigen ze voor de Duitsers en knappen de zware klussen voor hen op.

    Harris Winslowe is een teruggetrokken zwarte jongeman die nog nooit een blanke heeft zien werken tussen zwarte katoenplukkers. Dirk heeft nooit met een zwarte gesproken. Dirk, als nazi en onderdrukker, is een jongen met een egoïstische levensinstelling, liefde en compassie zijn hem onbekend. Daar tegenover is Harris, de onderdrukte en vervolgde, zorgzaam voor zijn naasten. Harris is op jonge leeftijd wees geworden, al wordt niet helemaal duidelijk wat er met zijn ouders gebeurd is. Hij is tractorbestuurder op de plantage. Hoog gezeten op zijn tractor bevindt hij zich in een beschouwende positie. Hij ziet bijvoorbeeld hoe onhandig de Duitse gevangenen zijn in het landwerk.

    Hij leert ze dan ook, enigszins onwennig, de juiste manier van onkruid wieden. Zodat ze hun handen niet kapot trekken aan het scherpe gras. Later bij de katoenpluk geeft hij Dirk een tip. Om de zak snel vol te krijgen moet hij hem bijvullen met stokjes, gruis en zand, zoals alle ervaren plukkers doen. Met een handdruk bezegelen ze hun kennismaking. Vanaf dat moment blijven ze naar elkaar uitkijken en zoeken elkaar op in de middagpauze. Beiden maken zich niet geliefd bij hun eigen mensen. Harris wordt op een middag klemgezet door zijn mensen.

    ‘Ze vroegen wat hij deed (…) Ze keurden verbroedering af, (…)  Ze wilden hem alleen maar waarschuwen, hij moest weten wie zijn mensen waren.’

    In het kamp wordt Dirk beschimpt en gemeden om zijn omgang met Harris en later met Cicely (Sissy), de vermeende halfzus van Harris. Sissy leidt een onrustig leven. Ze brengt de lunchpakketten rond. Harris en Dirk delen, in afzondering van de anderen, de lunch met elkaar. Waardoor er ruimte is om nader tot Sissy te komen. Dirk voelt zich aangetrokken tot haar. Een paar maal zijn ze in de gelegenheid elkaar alleen te treffen. Dan wordt Sissy door Mrs. Love ontslagen. Voor het eerst sinds Dirk krijgsgevangene is, ervaart hij dan de onvrijheid van het gevangen zijn. Hij kan Sissy niet gaan zoeken en van Harris wordt hij niet veel wijzer. Er ontstaat een verwijdering tussen Harris en Dirk, die van Harris uitgaat en die voortkomt uit het feit dat Sissy zwanger is van Dirk.

    Cruciaal moment in het verhaal is wanneer Harris en Dirk slachtoffer worden van een lynchpartij en het beiden ternauwernood overleven. Voor het eerst in zijn leven voelt Dirk een sterke compassie voor een ander. Nadat hij gered is door zijn medegevangenen blijft hij in het ongewisse over het lot van Harris. Voor hij zelf buiten bewustzijn raakte heeft hij Harris hoog in een boom zien hangen. Niemand weet hoe het met zijn vriend is afgelopen, of hij het overleefd heeft.

    Na geruime tijd ontmoeten ze elkaar voor de laatste keer. De oorlog is voorbij en Harris komt Dirk met paard en wagen ophalen. Het is voldoende elkaar zwijgzaam de littekens van de mishandelingen te tonen om de draad weer op te pakken. Dirk heeft een camera bij zich. Ze gaan op weg naar het huis van Harris waar Sissy ook woont. Sissy is dan zichtbaar zwanger. Harris maakt een foto van Sissy en Dirk in elkaars armen. Dan gaat Dirk terug naar Europa.

    Na zesendertig jaar treffen Harris en Dirk elkaar opnieuw in Houston. Dirk heeft een brief ontvangen waarna hij naar Amerika vertrekt. De reis van New York naar Texas, heeft veel weg van een sentimental journey, ware het niet dat Dirk nu pas echt kennis maakt met Amerika. Er worden veel situaties beschreven van mensen die in bizarre omstandigheden leven en van de maatschappij afstand hebben genomen. Het verwart hem maar het lijkt hem ook niet echt te raken. Hij is ziek, heeft kanker, en verwaarloost zijn medicatie. Gedurende de reis voelt hij zich steeds slechter. Hij krijgt een auto ongeluk. De ontmoeting met Harris vindt plaats in een ziekenhuis. Zesendertig jaar nadat hij Harris voor het laatst zag, ziet Dirk een oude man met de bekende trekken van zijn vriend aan het voeteneinde van zijn bed staan. In wat je de epiloog zou kunnen noemen van een vriendschap, vindt een vertederende ontmoeting plaats tussen twee oude mannen die door het leven gepokt en gemazzeld zijn. Ze zijn nog steeds aan elkaar gewaagd.

    Ik was Amerika speelt in het  Texas van 1943 – 1945, en zesendertig jaar later. In korte fragmenten worden herinneringen afgewisseld met flashbacks en in de tegenwoordige tijd spelende gebeurtenissen. Het is een roman over het ontstaan van een vriendschap tussen twee jongemannen. Onthechting en eenzaamheid zijn de grote thema’s.

    Gustaaf Peek schrijft in staccatostijl doorvlochten met poëtische fragmenten. Wanneer je enkele van die zinnen onder elkaar zet heb je een gedicht. De terugkeer van de Duitsers naar Europa beschrijft Peek als volgt: Terugkeer. Iemand riep New York. Iedereen hoopte aan de goede kant van de coupé te zitten voor het beste uitzicht, voor een glimp van iets groots. (…) Ze stonden op de kade, klaar om geteld te worden, en keken naar het water. De angst van een kind dat iets kostbaars gebroken heeft en niet meer naar huis durft.  

    Door de flashbacks en het beschrijven van herinneringen die elkaar in korte of langere stukken proza afwisselen, beleef je het verhaal eerst op afstand. Aan het einde van het boek komen deze herinneringsfragmenten als mozaïekstukjes bij elkaar al sluiten de verhaallijnen niet naadloos op elkaar aan. Peek heeft veel ‘cement’ moeten gebruiken om het geheel consistent te houden. Maar zeker is dat Ik was Amerika een boek is met een ziel, een zeer sfeervolle roman.