• ‘Een kijk op het leven zo hartelijk en vluchtig als een lachbui.

    ‘Een kijk op het leven zo hartelijk en vluchtig als een lachbui.

    St. Botolphs. Havenplaats. Vergane glorie. Thuis van de familie Wapshot. Al vele generaties. Leander Wapshot heeft twee zonen. Moses en Coverly. Maar het familiekapitaal zit bij nicht Honora. Kinderloze matriarch. Zij regeert. ‘Hakt de duivel in tweeën en loopt tussen de stukken door.’ Wijst Moses en Coverly aan als erfgenamen. Mits mannelijk nageslacht. Stuurt Moses weg. Moet de wereld ontdekken. Zichzelf bewijzen. Coverly volgt. Wil niet alleen achterblijven. Zoektocht naar toekomstig geluk. Maar toch altijd weer geworteld in verleden. In familie. Aaneenschakeling van ontworteling en eenzaamheid. Terwijl Leander verder teloorgaat, net als St. Botolphs. Geluk komt voor zijn zonen met teleurstellingen. Met steeds weer seks, lust en ‘de geilheid van een oceaan’. Susanna’s en Venussen. Smartelijke lust tussen mannen. Verleden lonkt maar verzengt. Erotiek is het beginpunt van alles. Van wijsheid. Maar ‘het spelen komt ten einde’. ‘De spelers waren geesten. Smolten weg tot lucht, ijle lucht. ‘T korte leven is van een slaap omringd.’

     

    Als deze stijl en het verhaal dat besloten ligt in deze korte passage je aanspreekt moet je zeker John Cheevers Kroniek van de familie Wapshot lezen. Een Amerikaanse roman uit 1957, in 2013 vertaald door Guido Golüke. John Cheever (1912-1982) beschrijft een ware familiegeschiedenis. Twee generaties Wapshot staan centraal, maar eerdere en komende generaties zijn nooit ver weg. Het decor is afwisselend St. Botolphs, een fictieve havenplaats in New England, New York, Washington of Clear Haven, een kasteel vol vergane glorie en kitsch uit de Eerste Wereld. En overal zijn de Wapshots en hun geschiedenis.

    Cheever vertelt de geschiedenis van Leander, Moses en Coverly in vier delen. Het eerste deel gaat vooral over het begin, over de wortels van de Wapshots en over de teloorgang van St. Botolphs. In zekere zin gaat het ook over de teloorgang van de waarden waar Leander nog voor staat; de Amerikaanse waarden van voor de Tweede Wereldoorlog. Eerlijkheid, eenvoud. Toen een haven nog een haven was. Een wereld die wordt verstoord door invloed van buitenaf. Een losbandige jonge vrouw staat daarvoor symbool. Zij rijdt letterlijk met een klap het leven van de Wapshots in en leidt uiteindelijk de uittocht van de zonen in.

    Het tweede deel gaat vooral over het verlies van Leander. Hem blijft niets bespaard. Hij verliest zijn zonen, zijn boot en uiteindelijk zijn eer. Leander vertelt zijn nicht Honora dat hij bij zijn dood de grafrede van Prospero uitgesproken wil zien, ‘Het spelen is ten einde’. In dit motto komt Leanders besef naar voren dat het leven vergankelijk is. Maar door het juist op dit moment aan te kaarten geeft hij er ook blijk van te beseffen dat het leven zoals hij dat kende ten einde is. Het spelen is voor Leander voorbij.

    In het derde deel staat de zoektocht van de nieuwe generatie centraal. Moses en Coverly zoeken en vinden geluk. Maar het komt nooit zonder teleurstellingen. Moses eet vele gouden appels, maar deze blijken vaak net zozeer kopieën en vervalsingen als de kunst in Clear Haven, het kasteel waar hij zijn vrouw Melissa vindt en zal trouwen. Coverly’s appels zijn minder luxueus. Zijn Betsey is meer een boeren appeltje, dat net zo zeer op zoek is naar vriendschap als Coverly, en er net zo veel moeite mee heeft. Als ze wegloopt wordt Coverly meermalen bezocht door de demonen van de homoseksuele lust. Een lust die hij indamt, maar waarna hij zich niet meer waardig voelt voor Venus’ liefde. Totdat Betsey terugkeert. Ook Melissa vertrekt, zij het zonder te vertrekken. Zij blijft steeds op Clear Haven, maar is vaak net zo ver van Moses verwijderd als Betsey van Coverly.

    Deel vier is het antwoord, het vinden. Melissa en Betsey baren beiden een zoon. Honora schenkt haar geld aan Moses en Coverly en de zonen kopen hun vader een boot. Leander is blij, maar blijkt al verloren. Voor hem was het spelen al ten einde. Al heeft hij wel het laatste woord, met een advies aan zijn zonen. Een aaneenschakeling van tegeltjeswijsheden. Wijsheden van grootse eenvoud, ‘Neem elke dag een koud bad. Akelig maar verkwikkend. Vermindert ook de lust.’ Geestige wijsheden ook, ‘Draag nooit een rode stropdas’. Mooie wijsheden, ‘Angst smaakt als roestig mes, laat haar niet binnen’.

    Kroniek van de familie Wapshot is een mooi boek, maar niet altijd gemakkelijk voor de lezer, en hier en daar wat eenvoudig van opzet. In zijn dagboekaantekeningen hanteert Leander dezelfde epistolaire schrijfstijl waarmee deze recensie begon. Cheever creëert zo weliswaar een mooie cadans, maar het is geen plezier bij het lezen. Gelukkig zijn er ook vele passages waar Cheever verhalend schrijft. Met een ongelofelijke zintuiglijkheid in zijn woorden, die van grootse schoonheid is. Bijvoorbeeld als hij Leanders gemoedstoestand onder woorden brengt als deze zich niet langer gerespecteerd voelt: ‘Hoe teergevoelig is een man. Zoals zijn ziel, ondanks dat gesnoef en dat stoere rukje aan zijn kruis, bij wat gefluister al afkoelt tot een sintel. De smaak van aluin in het schilletje van een druif, de geur van de zee, de warmte van de lentezon, bessen bitter en zoet, een korreltje zand tussen zijn kiezen – al wat het leven voor hem betekende leek hem ontnomen.’

    Gemakkelijk is het abrupte einde in deel vier, waarbij op luttele pagina’s de kroniek zijn ontknoping vindt. Het lijkt wel of Cheever daar zijn interesse in de Wapshots verloren is. Hij raffelt het verhaal in nog geen acht pagina’s af en doet daarmee geen recht aan wat hij in de ruim driehonderd daaraan voorafgaande pagina’s heeft opgebouwd. En onbegrijpelijk, stuitend zelfs, is de introductie tot het hoofdstuk waarin Coverly’s homoseksuele zoektocht begint. Cheever noemt het een onsmakelijk gedeelte, een benaming die zeker ook voor zijn eigen intro ervan geldt. Maar behoudens deze minieme uitglijders is Kroniek van de familie Wapshot toch vooral datgene dat Coverly ontdekt als hij na de dood van zijn vader alleen door de familieboerderij dwaalt: ‘een kijk op het leven zo hartelijk en vluchtig als een lachbui’.

     

    Kroniek van de familie Wapshot

    Auteur: John Cheever
    Vertaald door: Guido Golüke
    Verschenen bij: Uitgeverij Van Gennep
    Aantal pagina’s: 333
    Prijs: € 19,90

  • Licht op Arthur Miller

    Licht op Arthur Miller

    Op zoek naar een toekomst is een verhalenbundel van de vooral als toneelschrijver bekende Arthur Miller. In het voorwoord schrijft Miller dat het voordeel van korte verhalen ten opzichte van toneelstukken de mogelijkheid is gebeurtenissen en personen ‘in een roerloze toestand te bekijken.’ (8) In een geslaagd kort verhaal spelen de locatie, het weer, de sfeer en stemming sterk mee. Zo ook in deze verhalen van Miller, die stuk voor stuk de moeite waard zijn.

    In diverse van de opgenomen verhalen is er een rol weggelegd voor de joodse identiteit, bijvoorbeeld in ‘Monte Sant’Angelo’ waarin een man tegen zijn vriend beweert dat hij aan de manier waarop een Italiaan zijn bundel stoffen dichtknoopt kan zien dat deze joods is: ‘De hele geschiedenis is je boeltje pakken en wegwezen. Niemand anders kan zo liefdevol en fijngevoelig met zijn bundel bezig zijn.’ (81) De man in kwestie blijkt echter geen jood te zijn en zelfs de betekenis van het woord niet te kennen. De hoofdfiguur, Bernstein, denkt echter dat de stoffenhandelaar toch joods is maar dit zelf niet weet. Het werpt een interessant licht op identiteit: is deze aangeboren, of gaat het erbij om een proces van aanleren?

    Ook vriendschap is een thema in deze verhalen. Zo wordt in het verhaal ‘Roem’ een bekende toneelschrijver door iedereen herkend. Dan komt deze dan een oud-klasgenoot tegen, die de toneelschrijver zich in het geheel niet herinnert. De oud-klasgenoot herkent hem wel, maar niet omdat de man bekend is, maar gewoon omdat hij vroeger vier jaar naast hem gezeten heeft. Als de schoolvriend hoort dat zijn oude kameraad beroemd is, maakt hij zich snel uit de voeten.

    Roem speelt ook een rol in het titelverhaal, waarin een bekende acteur teleurgesteld is in het leven. Vroeger dacht hij ‘dat een groot acteur de mensheid iets te bieden had’ (265), maar nu ziet hij zichzelf als een mislukking, ongetrouwd en met een aftakelende vader. Het is een verhaal over desillusie. De acteur ‘had niets liever gewild dan kinderen, een gezinsleven’, maar dat kwam er nooit van. Hij mag in zijn carrière geslaagd zijn, in het leven voelt hij zich een mislukking.

    Relaties, in vele verschijningsvormen, spelen in Millers verhalen een belangrijke rol. Zo heeft in het verhaal ‘Bulldog’ een jongetje van dertien seks met een volwassen vrouw en probeert een schrijver zijn writer’s block in het verhaal ‘Het naakte manuscript’ te overwinnen door met een pen een verhaal op de huid van een naakte vrouw te schrijven. Het is het minste verhaal in de bundel, want te vergezocht. In ‘Het leven van een lelijke vrouw’ toont Miller empathie: het gaat over een al dan niet onaantrekkelijke vrouw die geluk vindt met een blinde man en zich zo toch nog mooi kan voelen. Het idee is misschien niet zo origineel, maar de uitwerking is sterk. Miller, zelf ooit getrouwd met Marilyn Monroe, weet het geestesleven van deze vrouw goed uit te werken.

    Het verhaal dat het meest bij blijft is ‘Het optreden’, waarin een joodse tapdanser optreedt voor Adolf Hitler, zo ongeveer het hoogtepunt uit zijn leven. Men biedt hem na het optreden, niet wetend van zijn joodse achtergrond, aan om een tapdansschool in Berlijn op te zetten, om het Duitse volk cultureel te verheffen. Miller schrijft: ‘Hitler had een hartstochtelijke waardering voor hem getoond, in zekere zin zelfs van hem gehouden, van zijn talent in elk geval, en dat met een vuur dat niemand waar dan ook ooit bij benadering had kunnen evenaren’ (342) Het werpt een interessant licht op de op artistiek gebied niet bijster talentvolle Hitler.

    Op zoek naar een toekomst is een sterke bundel, mooi vertaald door Guido Golüke.  Miller weet zowel de leefwereld van kinderen als van volwassenen overtuigend uit te werken en zowel ontwikkelde mensen als laaggeschoolden worden treffend getoond in zijn teksten. Bovendien werpen deze verhalen licht op het geestesleven en ook wel op de persoonlijke biografie van de belangrijke schrijver Arthur Miller.

     

  • Schone schijn in Suburbia

    Schone schijn in Suburbia

    De Amerikaanse auteur John Cheever (1912-1982) was vooral bekend om zijn succesvolle korte verhalen. Zijn romans daarentegen werden geprezen én verguisd. Cheever ontving onder andere de Pulitzer Prize for Fiction en de National Medal for Literature. Zijn roman Bullet Park verscheen in 1969. Een slechte recensie op de voorpagina van de New York Times Book Review verergerde Cheevers alcoholprobleem en bracht hem in een diep dal. Zijn volgende roman Falconer werd wel  lovend ontvangen. Het boek stond wekenlang op 1 in de New York Times Bestseller List. De Nederlandse vertaling van Bullet Park (1969) verscheen voor het eerst in 1980. In 2012 volgde een heruitgave door Van Gennep en deze druk werd door vertaler Guido Golüke volledig herzien.

    Bullet Park is een vreemd boek qua opbouw, perspectiefwisselingen en plot. Het doet misschien nog wel het meeste denken aan The Great Gatsby, als het gaat om het handhaven van jezelf in een droomwereld. Bullet Park is niet zo zeer een goede of mooie roman. Het laat zich eerder lezen als een analyse van en een kritiek op de Amerikaanse samenleving. Cheever laat doelbewust en vol ironie de achterkant van het leven in de buitenwijken zien. De keerzijde van de Amerikaanse droom. Er gebeurt vrij weinig, maar toch is het boek interessant om te lezen: het geeft de tijdsgeest van de jaren 60 weer en die blijkt nog heel wat raakvlakken met het heden te hebben.  Alleen al daarom was Bullet Park een heruitgave waard.

    Niets is wat het lijkt in de wijk Bullet Park. Hoofdpersoon Elliot Nailles is vreselijk gelukkig en de verbetenheid die hij daarin tentoonspreidt is bijna angstaanjagend. ‘Nailles zag pijn en lijden als een vorstendom ergens achter de wettige grenzen van West-Europa.’ En het was absoluut niet ‘de bedoeling dat hij daarheen reisde…’ Niet alleen Nailles leidt een perfect modelbestaan, datzelfde geldt voor zijn buren en vrienden. Maar stukje bij beetje komen hun werkelijke levens aan het licht, al doet de hele buurt angstvallig zijn best om alleen het goede te zien en alle barstjes in het dunne laagje vernis weg te poetsen.

    De opbouw van het boek is curieus. Het is verdeeld in drie delen. In het eerste deel staat Elliot Nailles centraal, in het tweede deel zijn tegenpool Paul Hammer. In het derde deel komen beide verhaallijnen samen, al overlappen ze elkaar soms al in de eerste twee delen. Cheever wisselt snel en bijna onopgemerkt, ook binnen de delen, van tijd en perspectief en dat maakt dat de lezer in het begin even moet wennen en misschien wat moeilijk in het verhaal komt. Het boek begint met een scène in de derde persoon verleden tijd, maar loopt bijna onopgemerkt over naar een vertelwijze in de eerste persoon tegenwoordige tijd. Dit wordt vaak in het boek toegepast: tijden en perspectieven wisselen elkaar continu af. Toch stoort dit niet, deze overgangen gaan vloeiend in elkaar over. Maar als lezer word je wel af en toe op het verkeerde been gezet.

    In het eerste deel doet Nailles dus hardnekkig zijn best om gelukkig te zijn (en te lijken). Hij ziet ook in anderen niets dan het goede. ‘Hij ging er bij alle mannen en vrouwen van uit dat ze eerlijk en oprecht, betrouwbaar en gelukkig waren en werd vaak verrast en teleurgesteld.’ Het eerste scheurtje in het geluk van Nailles komt aan de oppervlakte als zijn zoon Tony niet meer op wil staan. ‘Ik hou van de wereld. Ik voel me alleen gedeprimeerd, dat is alles,’ verklaart Tony die weken in bed blijft. Nailles wil er niet aan dat er iets ergs aan de hand is en houdt hardnekkig vol dat zijn zoon de Ziekte van Pfeiffer heeft. Flashbacks laten het leven van de familie Nailles vóór Tony’s ziekte zien. Het leventje van Nailles gaat zijn gangetje (in het heden en verleden), al is er af en toe wat turbulentie die haastig wordt weggepoetst. Een humoristische scène ontstaat als Tony een oudere weduwe met wie hij naar bed is geweest uitnodigt voor een gezinslunch. Zijn ouders zijn in shock als ze er achter komen dat dit serpent hun onschuldige 17-jarige zoon verleid heeft. Hoe komt deze lunch ooit nog goed, vraag je je af. De oplossing is heel simpel. Ze spelen gewoon het spel ‘ik heb mijn grootmoeders koffer gepakt’. Dat deden ze immers ook altijd toen Tony klein was en ‘het allemaal niet zo goed ging.’ En zo wordt de lunch uitgezeten en is het gezin na afloop weer net zo gelukkig als daarvoor. Nailles’ leven kabbelt verder naar de scène die duidelijk maakt waarom Tony in bed blijft liggen en wat de rol van Nailles daarin is. De gemoederen lopen hoog op op het golfveld. ‘Ik kon maar niet begrijpen hoe mijn enige zoon, van wie ik meer hou dan van wat dan ook ter wereld, me zover kon krijgen dat ik hem wilde vermoorden.’ Hier zitten we dus duidelijk weer in het ik-perspectief.

    In deel 2 schakelt Cheever over naar Paul Hammer, al kan ook hier het perspectief zo maar switchen naar Nailles, of iemand anders. In tegenstelling tot het geluk van Nailles, zwelgt Hammer in zijn ongeluk. Hij is een onecht kind met een afwezige vader en een moeder die volledig op gaat in haar eigen excentriciteit. Zijn oma voedt hem vanaf zijn zesde op en haar eerste daad is hem zijn onechte naam afnemen. Voortaan heet hij Hammer, omdat er toevallig een man met een hamer langs liep. Hammer is vreselijk eenzaam, maar koestert dit gevoel ook. Hij ontdekt dat bastaards een bedreiging voor de geordende samenleving vormen en buit dit uit. Na een rusteloze zwerftocht over de wereld bezoekt hij zijn moeder. In een van hun spaarzame gesprekken brengt zij hem op het idee om ‘de wereld wakker te schudden’. Paul Hammer strijkt kort daarna, inmiddels getrouwd, neer in Bullet Park waar hij uiterlijk net zo perfect probeert te zijn als zijn buren. Maar hier in Bullet Park zal hij zijn morbide plan om de wereld te veranderen uitvoeren. Het is toeval dat hij daarvoor zijn oog op Nailles als lijdend voorwerp laat vallen. ‘Er was die toevallige combinatie van onze namen en ik vond dat hij een prettig uiterlijk had.’ De eerste band ontstaat tussen beide mannen als zij getuigen zijn van de zelfmoord van een man die voor de trein springt. ‘Ze waren slechts kennissen maar het dodelijk ongeluk had hen in een intieme relatie gedreven.’ En ineens is de alwetende verteller weer aanwezig. Deel 3 telt slechts 19 van de 228 pagina’s van het boek en hier gebeurt eindelijk écht wat. En niet zomaar wat: razendsnel ontvouwt de plot zich. De ironie druipt van de pagina’s, vooral de bijtende laatste zin is gedenkwaardig. En dan is het boek, eigenlijk heel abrupt uit. Net als het verhaal begonnen is. Maar natuurlijk leefden ze nog nog lang en heel, heel gelukkig. Of toch niet?