• Naar een ultieme staat van verlichting

    Naar een ultieme staat van verlichting

    De man die een berg werd van Grete Simkuté speelt zich af ergens in Noord-Japan en begint in 1823 op dag 0. Het verhaal behandelt het leven van de jonge boerenzoon Myo. Hij is eerstgeborene. De ouders zijn arme rijstboeren en de jongen praat niet totdat jaren later zusje Asa geboren wordt. Het zijn Myo’s gelukkigste jaren. Wanneer er hongersnood uitbreekt en de twee kinderen hun vader en moeder van nabij zien sterven, besluit de jonge Myo om met zijn zusje naar de stad te vluchten. Onderweg moet hij haar echter achterlaten. Wanneer hij terugkomt is ook zij gestorven. De jongen wordt geplaagd door schuldgevoelens, en houdt als automatisch weer op met praten. Hij wordt gevonden en onder de hoede genomen door meester Katashi, leider van een excentrieke sekte ergens hoog in de bergen. Myo ondergaat in en buiten de geïsoleerde tempel loodzware beproevingen en ontberingen om zijn lijf en geest te verschonen en te harden.

    Het oude Japan en de 21e eeuw

    Deze roman neemt je mee naar een ongekende wereld in het oude Japan. Het is een meeslepend verhaal van rituelen, eenzaamheid, innerlijke conflicten, opofferingen en toewijding.
    Met de stijl is iets vreemds aan de hand.
    De schrijfster begint het boek met een proloog geschreven in maart 2019 in Noorwegen. Zij zit met haar vriend gevangen in een onbevredigende relatie. Ze vertrekken samen naar Marokko om daar verandering in te brengen. Maar hij gaat surfen en zij verveelt zich.
    Zij schrijft zich verongelijkt in voor een yoga-retraite en leest daar ‘een boek’ met ‘weifelende’ aandacht. In het boek staat een stukje over de geest van Sokushinbutsu, een monnik die, kort gezegd, levend onder de grond gaat en daar uiteindelijk mummificeert.
    De schrijfster herkent in de eenzame opsluiting haar eigen situatie (!) en gaat op zoek naar meer informatie. Ze gaat daar mee door wanneer zij weer terug zijn in Noorwegen.

    Op Dag 0 lopen we plotseling op houten sandalen, met een brief in de hand, over een bemost bospad.  We zijn op weg naar meester Katashi. Vanaf dat moment sleurt de schrijfster ons het verhaal van Myo in. Maar omdat schrijfster zich in de proloog vereenzelvigd heeft met het lot van de onbekende monnik klinkt haar eigen stem regelmatig door in de veelal interne observaties en schuldbewuste gedachten van de verder zwijgende Myo. Dat botst. Het taalgebruik van Myo verandert op die momenten in de taal van de eenentwintigste eeuw en verbreekt daardoor direct de betovering.
    De schrijfster heeft er klaarblijkelijk voor gekozen zichzelf te pas en te onpas op te voeren; dit doet zij zo vaak dat het ergerlijk wordt.

    Schrijven is schrappen

    Het verhaal van Myo kent 378 dagen. Die 378 dagen zijn vaak meeslepend, hier en daar betoverend mooi beschreven. Het verhaal krijgt een buitenaards karakter wanneer je met Myo de berg op en vele bladzijden later de berg in getrokken wordt. En ook hier geldt, als zo vaak met dikkere boeken; schrijven is schrappen. Met honderd bladzijden minder had hier een debuut gelegen dat zijn gelijke niet had gekend.
    Er zit een prachtige roman verborgen in dit slordige debuut. Grete Simkuté kan wondermooi schrijven, daar is geen twijfel over. Zij verdient, voorlopig althans, een ter zake kundige, strengere redacteur.

    Grete Simkuté (Lithouwen 1991) is journalist. Zij woonde en werkte langere tijd in België, Noorwegen en delen van Azië.
    Haar teksten over kunst, cultuur en architectuur verschenen in De Morgen, De Standaard en in Elle. In opdracht schrijft zij voor architectenbureaus, galeries en kunstenaars. De man die een berg werd is haar debuut.

     

     

  • Oogst week 13 – 2022

    De ander bestaat niet – Pleidooi voor moed in de literatuur

    De titel van Christine Ottens nieuwste boek, De ander bestaat niet, klinkt in eerste instantie als navelstaarderij: alleen jijzelf doet ertoe, naar anderen moet je niet kijken. Precies het hardnekkige schrikbeeld over elitaire schrijvers, die slechts op zichzelf reflecteren terwijl ze ondertussen vervreemd raken van de maatschappij. Otten (1961) bewees echter in het verleden al met Een van ons en De laatste dichters middenin de samenleving te staan en daarover te schrijven. Zij dwong met deze romans tweemaal een Libris-nominatie af en won de prijs zelfs in 2004. Niet ‘l’art pour l’art’, maar ‘met de voeten in de modder’ typeert haar poetica. Ook Gevangenismonologen is een mooi voorbeeld van haar realiteitszin.

    De ander bestaat niet is een bundeling van essays die de kracht van literatuur aantonen, haar invloed beter gezegd. Schrijven is volgens Otten geen gewichtloze bezigheid, een louter bellettristische stijloefening. Literatuur, verhalen en narratieven vormen ons denken zo ingrijpend, dat we ons daar niet altijd bewust van zijn. Via geesteswetenschappelijke concepten als culturele toe-eigening, de Auteur als ‘neutrale’ instantie en het maatschappelijk engagement in fictie zwengelt Otten discussies aan die de relevantie van literatuur onderstrepen.

    De ander bestaat niet - Pleidooi voor moed in de literatuur
    Auteur: Christine Otten
    Uitgeverij: De Geus

    Mijn liefste is op het land

    Bij de liefdeslyriek uit de Klassieke Oudheid denken we doorgaans aan Catullus, Sappho of Ovidius. Een minder bekende dichter luistert naar de naam Albius Tibullus. Hij leefde van 54 tot 19 voor Christus en produceerde in zijn vijfendertigjarig bestaan vele liefdesgedichten. Classica Mieke de Vos vertaalde er het leeuwendeel van en doopte de compilatie om tot Mijn liefste is op het land, naar een van zijn beroemdste verzen. Door de moord op Julius Caesar groeide de politieke instabiliteit in het Romeinse Rijk, hetgeen Tibullus’ familie tot de bedelstaf veroordeelde. Tibullus geniet de reputatie van een poète maudit avant la lettre, omdat hij zich door die armoede veroordeeld zag tot de rand van de maatschappij.

    Mijn liefste is op het land valt onder de herderspoëzie, ook wel bucolische dichtkunst genoemd. Hierin schittert het ongerepte en toch lieflijke platteland als decor voor vrije liefde. Zoals de gewoonte was in de Klassieke Oudheid, zijn Tibullus’ verzen niet slechts heteronormatief: zijn erotiek richt zich op zowel mannen als vrouwen. Bezit en status wijst hij af, soberheid prijst hij aan, met een spottende ondertoon. Volgens de classici behoort Tibullus bovendien tot de zogeheten Elegiaci, een groep elegie-schrijvers. Zijn poëzie bevat dan ook veel klaagzangen. Is de verliefde niet te beklagen én te benijden tegelijk?

    Mijn liefste is op het land
    Auteur: Tibullus
    Uitgeverij: Van Oorschot

    De man die een berg werd

    Grete Simkuté (1991) debuteert deze maand met de historische roman De man die een berg werd. Dit verhaal speelt zich af in vroeg negentiende-eeuws Japan. Voor de verschijning van haar eersteling was Simkuté al bekend als columniste voor De Morgen, De Standaard en ELLE. Bovendien biedt zij haar diensten aan voor talloze kunstenaars, architecten en ontwerpers. De geboren Litouwse werkt niet alleen vanuit België, maar ook vanuit Noorwegen en (bij vlagen) Japan. Haar diepe fascinatie voor het Oost-Aziatische land én haar verblijf in Noord-Europa komen samen in De man die een berg werd.

    De titel is al voer voor genoeg speculatie. In de Japanse mythologie, met name het shintoïsme, geldt een berg als een heilige entiteit. Wie kent niet de berg Fuji, gelegen op 112 kilometer afstand van wereldstad Tokio? Religie en spiritualiteit spelen dan ook een grote rol in Simkutés boek. Hoofdpersoon Myo treedt toe tot een bergsekte, die hem blootstelt aan allerlei mentale en fysieke beproevingen. Gebruikmakend van haar kennis over Japan, vermijdt Simkuté exotiserende clichés over ‘De Oriënt’. Wel behandelt zij via Haruki Murakami’s De moord op Commendatore het fenomeen ‘sokushinbutsu’: zelfmummificatie in het hooggebergte.

    De man die een berg werd
    Auteur: Grete Simkuté
    Uitgeverij: Lebowski Publishers