• Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

    Geen kinderachtige gedichten voor kinderen

    Wat boffen de kinderen van nu! Speciaal voor hen brengt Stichting Plint vier keer per jaar een tijdschrift uit waarin beeldende kunst en poëzie worden samengebracht, Dichter getiteld. Dichter in de betekenis van poëzieschrijver, maar zeker ook van ‘dichterbij’, omdat op deze laagdrempelige manier elk kind kan kennismaken met kunst en poëzie. En ook ‘dichter’, omdat door het lezen van poëzie je wereld intenser en intiemer wordt.

    Elk nummer heeft een thema, waarover zo’n vijftig dichters een splinternieuw gedicht schreven, een enkeling zelfs twee. Onder deze ‘dichters van dienst’ zijn heel bekende, zelfs beroemde namen van mensen die heus niet alleen voor kinderen schrijven. De gedichten zijn dan ook bedoeld voor ‘kinderen van 6 tot 106’, zoals op de voorkant te lezen staat. Een sympathieke actie van Plint is ook dat de nummers betaalbaar worden gehouden, zodat iedereen een exemplaar kan kopen. Ook geeft Plint gratis exemplaren aan de Stichting Jarige Job, voor kinderen bij wie er thuis geen geld is om een verjaardagsfeestje te vieren. Deze kinderen krijgen dan een ‘Dichter’ in hun verjaardagspakket. Zo wordt poëzie voor alle kinderen toegankelijk.

    Schooltuintjes en dierentuinen

    Het thema van dit nummer is de tuin. Je vraagt je misschien af hoe interessant een tuin kan zijn om er zo veel gedichten over te schrijven, maar alle facetten van de natuur in afgeperkte vorm worden in de gedichten belicht: van schooltuintjes, dierentuinen, verdwaaltuinen, wenstuinen tot geheime tuinen en zelfs de tuinen op een schilderij van Monet en van Jacobus van Looy. Ook de bewoners van die tuinen worden bezongen: duiven, bloemen, bijen, vlinders, naaktslakken (die in de soep gaan!), bomen en kapot gevallen tuinkabouters. Misschien zou je verwachten dat er in deze tijden van klimaatcrisis extra aandacht zou worden geschonken aan wat ons te wachten staat als we er met z’n allen niet gauw voor zorgen dat er een natuurramp afgewend wordt, maar dat valt reuze mee. Geen doemdenken over het einde van de wereld, geen apocalyptische taferelen worden aangedragen; klimaatactiviste Greta Thunberg heeft aan deze bundel niet meegewerkt. Het zijn juist bijna allemaal heel positieve en vrolijke gedichten, waarin woestijnen worden omgetoverd in bloeiende oerwouden en waarin mens en dier in harmonie samenleven met de natuur. 

    Een gedicht dat wel refereert aan de zorgwekkende toestand van onze aarde is ‘Tegelwippen’ van Margriet van Bebber, maar de oplossing ligt in de titel besloten. Ook het gedicht ‘je tuin’ van Diet Groothuis, waarin de zee met grof geweld het gewonnen land weer terugneemt, wijst op wat er gebeuren kan, net als het gedicht ‘Flevoland’ van Greetje Kruidhof, maar dat is niet alleen van deze tijd. En het gedicht ‘Zeg het de bijen’ van Hans Kuyper is ook niet zo vrolijk, maar wel van belang omdat het vertelt over een oeroude gewoonte, waarbij iemand ging aanzeggen aan de bijen dat de baas gestorven was. Er werd drie keer tegen de korf geklopt en verteld dat de baas dood was. Ook werd er vaak een zwarte strik op de korf geplaatst. Deed men dat niet, dan zouden de bijen gaan zwermen en verdwijnen. 

    ‘Ooit was het de gewoonte om te praten
     met het bijenvolk, dat alles kreeg te horen
     van wie ging trouwen en wie daaruit werd geboren.

     Het zoemde rond tussen de honingzoete raten
     die dropen van voorspelling en herinnering.

     Ook als een dierbaar iemand was gestorven
     ging altijd wel een bode naar de korven
     en zong het zachtjes voor de koningin.

     Maar nu het volkje van tuinen zelf moet sterven,
     de lege zomerlucht nooit meer zal gonzen – 

     wie wil er in paniek nog op de korven bonzen,
     vertwijfeld zoekend over barre akkers zwerven,
     wie gaat het zeggen aan de bijen deze keer?

     De korf is leeg, er zijn geen bijen meer.

    Geen kinderachtige poëzie

    Mooie gedichten, maar geen echte ‘kindergedichten’. Wel voor kinderen bedoeld, maar niet kinderachtig. De dichters die aan deze bundel hebben meegewerkt, maken geen onderscheid tussen volwassenen en kinderen als het hun dichtkunst betreft. Hooguit zijn de onderwerpen enigszins aangepast en zijn de gedichten in toegankelijke taal geschreven. Kinderen worden in deze bundel serieus genomen en toegesproken door volwassenen die niet op hun hurken gaan zitten. Zo hoort het ook. Kinderen zijn immers de poëzieliefhebbers van de toekomst. Maar ook voor volwassen lezers zijn deze gedichten een plezier om te lezen. De variatie in tuinen en bijbehorende gedichten is veel groter dan je voor mogelijk had gehouden. 

    De beeldende kunst werd in dit nummer verzorgd door Anne ten Donkelaar. Zij bewaarde beschadigde dode vlinders die ze vond om ze daarna te repareren op een manier die hun schoonheid het beste tot haar recht laat komen in haar tentoonstelling ‘Broken Butterflies’. Ook maakt zij landschappen van bloemen die ze droogt, in combinatie met plaatjes van bloemen uit tweedehands boeken. Haar werk is tussen de gedichten geplaatst als een bonte bloementuin, wat nog versterkt wordt door het kleurige papier waarop de gedichten zijn afgedrukt. 

    Achter in de bundel zijn zes schrijftips van de dichter Jos van Hest opgenomen met voorstellen en opdrachten over een aantal gedichten uit de bundel, die je in je eentje kunt maken of met de hele klas samen tijdens een poëzieles op school. Ze zorgen voor verdieping van de gedichten en voor een andere manier van kijken en dat is goed. Zoals de dichter Kasper Peeters zijn gedicht ‘Tuin van de wensen’ afsluit: ‘[…] een goed land is misschien gewoon een grote tuin.’
    Een vrolijke en mooie bundel voor alle kinderen en volwassenen. Voor wie nog steeds denkt dat het thema ‘De tuin’ niet opwindend genoeg is, is het volgende nummer van Dichter misschien een aanrader. Dat gaat over fabeldieren.



  • Evenwichtige bundel met strakke compositie

    Evenwichtige bundel met strakke compositie

    Greetje Kruidhof studeerde af aan de Schrijversvakschool in Amsterdam in het vak poëzie. Een aantal van haar gedichten verscheen eerder in literaire tijdschriften als Liter en Kluger Hans.
    In haar debuut Wisselplaats, zijn het niet alleen de letters van de titel of de de tanden van het kind op de omslagfoto die gewisseld worden, maar ook de personen over wie de gedichten gaan. Zij wisselen van identiteit of bestemming in de zes afdelingen die deze bundel bevat: moeders worden kinderen, dochters worden moeders, een thuis wordt een tehuis. Het zoeken naar bevestiging van wie je bent en waar je thuishoort wordt al in het openingsgedicht merkbaar, waarin een volwassen vrouw zich probeert te herinneren wie ze als meisje was. De daarop volgende gedichten houden zich allemaal bezig met de vraag wie je bent en hoe je je verhoudt tot de rest van de wereld.

    Knikmeisje is de titel van de eerste afdeling met tien gedichten, waarvan er negen Inkijkexemplaar  genoemd zijn: een wrange en goed gevonden benaming als blijkt dat het meisje is opgenomen in een instelling, waar ze in therapie moet voor het snijden in haar eigen lichaam: ‘Het raam mag hier maar op een kier. Haar pols / wringt ze naar buiten, vrijheid die blauwe plekken bijt.’

    De eerder genoemde titel Knikmeisje doet vermoeden dat zij willoos en gedwee instemt met alle veranderingen die over haar heen komen en die haar door anderen worden opgelegd.
    In de afdeling Wisselziek wordt de moeizame en grillige relatie van een moeder en een dochter beschreven, die beurtelings elkaars rol lijken over te nemen. Ook in de overige gedichten valt te lezen hoe moeilijk het is om veiligheid en hechting te vinden binnen het gezin en hoe het ontbreken daarvan diepe wonden slaat die een mensenleven lang blijven bestaan. Zoals in de serie gedichten Lijfwerk de vrouw, die zelf moeder wordt, zichzelf in eerste instantie niet toestaat blij te zijn met haar zwangerschap: ‘Het kan een maaltijd zijn/ het mocht niet buiten komen.’

    In het laatste gedicht van deze afdeling is haar moeder een kind geworden en zijn de rollen  omgewisseld: nu is het de dochter die voor haar moeder moet zorgen als voor een kind. Vervolgens moet de vrouw tot op het bot gaan om zichzelf te vinden, getuige de titel ontsla, ontkleed, ontvel van de verzameling gedichten die alle een genadeloos zelfonderzoek beschrijven, totdat er ‘een kier in de gordijnen’ verschijnt, waardoor het licht naar binnen kan vallen.
    In de laatste afdeling, Wisseltijd, lijkt de vrouw vrede te hebben gevonden met de dood van haar moeder en met haar eigen plaats in de wereld.

    De bundel is evenwichtig en wordt gekenmerkt door een strakke compositie; de volgorde van de gedichten is duidelijk verantwoord. Hoewel de onderwerpen zwaar beladen zijn, is de teneur van de gedichten nooit larmoyant of sentimenteel: alles is in proportie. Waar de gedichten over een kind gaan, is gekozen voor een kinderlijke manier van uitdrukken met woorden die een kind zou gebruiken. Goed lezen is daarom een vereiste: onder de schijnbaar luchthartige oppervlakte blijkt heel wat schuil te gaan. Kruidhof heeft een manier van schrijven gevonden die het haar mogelijk maakt zich kwetsbaar op te stellen, veel van zichzelf te laten zien en toch buiten schot te kunnen blijven door haar op het eerste gezicht neutrale observaties. Alsof het wel over haar gaat, maar het haar niet raakt. Dat dit een manier van zelfbescherming is voor de vrouw in de gedichten, mag duidelijk zijn.

    De gedichten hebben geen eindrijm, maar zijn door het metrum en de versvorm toch in een strak keurslijf gestoken: zo zijn bijvoorbeeld de gedichten in de afdeling Inkijkexemplaar ingedeeld in telkens een strofe van twee regels, gevolgd door twee strofen van drie. Deze vaste en consequent volgehouden indeling geeft goed de routine weer van de dagelijkse gang van zaken in een inrichting. In de laatste afdeling, waarin de ik-figuur vrede met haar identiteit gevonden lijkt te hebben, kan de dichter zich de vrijheid permitteren om te kiezen voor lossere metrums en verschillende uiterlijke vormen. Zo weerspiegelt de vorm van het gedicht zijn inhoud.
    Daarom is het jammer dat het laatste gedicht van de bundel zo buiten de toon valt: over de uitvinding van de beha. Op zich geen slecht gedicht, maar wat doet het hier aan het einde van zo’n zorgvuldig samengestelde bundel?

    Toch blijft deze bundel een overtuigend debuut dat respect afdwingt. Bovendien wekt hij de nieuwsgierigheid op naar werk van deze dichter waarin ze andere bronnen aanboort dan de thema’s ontheemding en wisseling van plaats en identiteit.

     

     

  • Oogst week 2

    De zee heeft honger

    Het jaar komt langzaam op gang. Twee dichtbundels – waarvan één debuut – en deel twee van Moord op de commandore van Murakami kwamen er bij de redactie binnen.

    Kira Wuck maakte met haar debuutbundel Finse meisjes in 2012 haar entree in de Nederlandse poëzie. Haar eigen kijk op de wereld wist ze in aanstekelijke poëzie te vatten. In 2016 debuteerde ze met een verhalenbundel, Noodlanding waarvan gezegd werd dat haar verhalen net zo vervreemdend werken als haar poëzie.
    Volgens haar uitgever gaat De zee heeft honger ‘over de anonimiteit van de stad, het verlangen om daaraan te ontsnappen en de verlokking van de zee’. Familie is een terugkerend thema in haar poëzie, evenals het verlangen normaal te zijn. Een bundel die meer een donkere kant laat zien dan haar vorige week, aldus de uitgever. De zee heeft honger, een zeer tot de verbeelding sprekende titel. Er wordt uitgekeken naar de recensie.

     

    De zee heeft honger
    Auteur: Kira Wuck
    Uitgeverij: Podium

    Moord op Commendatore- Deel twee

    Lang werd er gewacht op het tweede deel van De moord op commendatore van Murakami dat vandaag is verschenen. Het eerste deel eindigde met een echte cliffhanger dus voor wie het eerste deel gelezen heeft, zal het een goed weekend worden. Vooral wie naar het Murakami weekend gaat, waar, naar het schijnt speciale ruimtes zijn ingericht om deel twee te lezen.

    Rondom de verschijning van dit tweede deel van De Moord op Commendatore organiseert uitgever Atlas Contact een Murakami-weekend in Rotterdam met muziek, theater, literatuur en Japanse cultuur. Kijk voor kaarten op Murakami.nl.

    Moord op Commendatore- Deel twee
    Auteur: Haruki Murakami
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Wisselplaats

    Debutant Greetje Kruidhof  studeerde aan de Schrijversvakschool te Amsterdam. Ze publiceerde eerder op de site van Liter en in het tijdschrift Kluger Hans. De bundel Wisselplaats is geschreven als afstudeeropdracht. Als dichter werd ze beoordeeld als: grossiert in sterke beelden en onverwachte wendingen en ‘verbeeldt de ontheemding op een verrassende manier’.

    Het thema in Wisselplaats is zeer actueel is: hoe voelt het voor een kind om in een volstrekt andere omgeving te worden geplaatst? Hoe hervind het zichzelf en hoe verovert het zich een plek in die andere gemeenschap? Kruidhof ontleedt en verbeeldt die wisseling van huizen en tehuizen in haar gedichten.

     

    Wisselplaats
    Auteur: Greetje Kruidhof
    Uitgeverij: Manuzio
  • What’s in a design

    What’s in a design

    De redactie van Kluger Hans is in de afgelopen drie jaar twee keer volledig van wacht gewisseld. Stijl en toon van het tijdschrift lijken hier niet onder te lijden. Ergo, steeds beter komt uit de verf waar oprichter Xavier Roelens in 2008 de nadruk oplegde, namelijk dat ‘literatuur iets is tussen lezer en auteur en geen van beiden precies weet wat er staat.’ Zoals de lezer  meer uit een tekst haalt dan de auteur er heeft in gestopt, wordt ook de zin of onzin van een tekst voor een groot deel door lezers bepaald, of die nu recensent zijn of niet. En dan is vormgeving ook nog een ding.

    Zin en onzin speelt ook in deze 32e editie van Kluger Hans een rol. Alleen al de titel, ‘Pallaschk’, een niet bestaand woord dat door het af te drukken toch enige betekenis krijgt, al was het maar die van de onzin. Vormgeving en een speelse lay-out horen bij Kluger Hans maar deze 32e editie is een ware lees- en zoektocht geworden. Om het redactionele stuk te lezen moet het tijdschrift een kwartslag gedraaid worden en: Follow the Lyrics. De vraag om een gebruiksaanwijzing laat zich even gelden. Maar we lezen dapper verder, al draaiend en kerend naar gelang de tekst zich wil laten lezen. Het consequente aan deze editie lijkt aanvankelijk de paginanummering die, ongeacht hoe de tekst is afgedrukt, rechtsboven en linksonder van de op leesniveau gebrachte bladzijde te vinden is. Wat het doorbladeren van het tijdschrift, terugzoekend naar een bepaalde pagina, tot een duizelingwekkende belevenis maakt.

    Je kunt je het plezier van de vormgevers voorstellen. Kom, dit gedicht op de kop en dit verhaal overdwars. Eerlijk gezegd heeft het wel wat wanneer je eenmaal de weerstand die het kan oproepen, overwonnen hebt. Toch zijn er teksten die aan de vormgeving ten onder kunnen gaan. Dat gebeurt een beetje met de twee gedichten van Greetje Kruidhof, (al doorbladerend zijn ze niet terug te vinden, ze lijken verdwenen, hoe vreemd, ah wacht hier staan ze). De gedichten staan op een wit blad, met witte letters in een mintgroen balkje, schuingedrukt op de bladspiegel, het tweede gedicht op de volgende bladzij, schuin op zijn kop (waarbij dan tegelijk opvalt dat de paginanummering toch niet zo consequent is als gedacht). Korte gedichten waar vooral bij het tweede, ‘Dood is een soort doofstom’,  de vormgeving in de weg zit. Het tijdschrift laat zich lastig openvouwen, je moet het een kwartslag draaien om dit stollend mooie gedicht, dat in een schuine hoek haast van de bladzijde glijdt, tot je te nemen:

    Dood is een soort doofstom
    dat zich uitbreidt in je lijf.

    Je wordt een pop in cadeauverpakking
    zonder dat iemand die uitpakt

    Je bent niet langer gevoelig voor trillingen
    of voor klappen op het hoofd.

    Van de haar in je oog weet je niets
    Als iemand je rechtop zet, val je om.

    Dood is gewoon
    niks anders dan gisteren.

    Worstelend met de tekst door de vormgeving heen. Maar dan: waar geworsteld wordt, wacht onderspit of overwinning. En dat laatste is het. De speelsheid van de verscheidenheid in dit blad, scherpt de geest omdat je er wat voor moet doen.
    Er zijn mooie stukken proza en poëzie. Het verhaal (normale blad ligging) Zomerzwaarte van  Annemarie Peeters over vriendschap, een kinderwens en de twijfels daarover als je een vriendin ziet worstelen met de impact die een kind met zich meebrengt: “‘Vakantie? Het komt eruit als een schreeuw, rauw van snot. ‘Ik heb al meer dan twee jaar geen dag vakantie meer gehad! Geen dag, ik zeg het je!’ Ze loopt naar buiten met het kind op haar arm. Anouk staat op en verdwijnt in de toiletten.Wen er maar aan, echoën haar oren in de stilte.”

    En Hier wonen de mensen van Lies Gallez in 16 genummerde alinea’s, verdeeld over vier pagina’s waarbij de volledige conventionele lay-out is losgelaten. Een verhaal in sterke beelden waarvan hier alinea 16: “Voor het eerst in mijn leven had ik een gewoonte. Op zondag ging ik naar mijn vader. En ik stak mijn duim op naar de buurman. Ik geloofde dat ik ergens moest zijn. En daar was ik.”

    In samenwerking met digitaal cultureel magazine De Optimist, een bijdrage van Dries van Doorn. Het gedicht nader tot u, een vierluik met entr;actes (waarin hij zij eigen werk ondertiteld en van commentaar voorziet), zet voor een moment onze visie over  het wereldgebeuren te kijk.
    De kleurige collages van Pieter De Clercq, in dieproze en goudbruin met titels als; ‘I Hope There is Some Room Left in the Middle’ zijn een prettige onderbreking van de teksten. Naar mate er meer ontdekt wordt, des de groter de vreugde over het aanbod, het vernuft van de constructie en de plek voor iedere auteur en kunstenaar is een genoegen te ontdekken. En wie wil dat niet: ontdekt worden.

    Een Kluger Hans waar je niet zo maar klaar mee was. Dat niet alleen omdat witte letters in mintgroen, of mintgroene letter op een wit fond zich moeilijk lezen laat. Toch werkt het door, dat anders kijken naar een tekstpresentatie. Na dit leesavontuur kan het zomaar gebeuren dat je overweegt de boekenkast opnieuw in te richten. Op alfabet maar dan te beginnen met rechtsonder de A en eindigend linksboven met de Z.

    Verder met bijdragen van Moya De Feyter, Salomé Mooij, Dorien Couton, Rinske Kegel, Anna Van Hoof, Greetje Kruidhof, Drien Van Doorn, Pim Cornelussen, Maciek Chełmicki, Lies Gallez, Annemarie Peeters, Eline Crols, Mattijs Deraedt, Anneleen Van Offel, Lander Severins, Stefanie Huysmans, Daniël Vis, Hans Depelchin, Bas Tuurder, Lies Jo Vandenhende, Nils Geylen, Janine Jongsma, Jill Marchant en Leen Pil. Beeldbijdragen van Jan Laroy en Pieter De Clercq.

    In samenwerking met Jeugd & Poëzie (Soet-poëzieprijs), Creatief Schrijven (Naft voor Woord) en De Optimist.

     

    Kijk voor meer of een abonnement op: KlugerHans