• ‘Alles draaide om geweten’

    ‘Alles draaide om geweten’

    Wat na lezing van Vergeef ons onze zwakheid het meest bijblijft is het wel en wee van de aangespoelde walvis. Het wee liever gezegd, want van wel is weinig sprake. Debet aan dat bijblijven is de plastische beschrijving van de aanwezigheid van het dier gedurende de circa drie maanden dat verpleeghuisarts en hoofdpersoon Sybrand Staring op een Schots eiland verblijft. Hij is daar naartoe ‘gevlucht’ omdat de Nederlandse media op hem jagen sinds bekend is geworden dat hij een verpleeghuisbewoner hulp bij euthanasie verleende en de Amerikaanse dochter van de man daarom een aanklacht tegen hem heeft ingediend.

    Het boek begint als Sybrand aan de reling staat van het schip dat hem naar een van de Hebriden brengt, waar hij en zijn vrouw Cecile (die nu niet is meegekomen) op een afgelegen plek een tweede huis bezitten. Het eindigt als hij weer thuis is en zijn draai probeert te vinden. Al op de eerste bladzijde wordt de lezer het verhaal ingetrokken, niet alleen door het beeldend vermogen van IJlander maar ook door de soepele, zindelijke taal waarmee hij het verhaal vertelt. Ieder woord is verantwoord. Bovendien wordt het idee van een ingetogen vertelling versterkt door de afwezigheid van aanhalingstekens voor de dialogen.

    Tegelijk met Sybrands komst is de walvis aangespoeld. Sybrand gaat kijken en wordt geconfronteerd met eilandbewoners die het dier als een kermisattractie benaderen en er met een stok in prikken terwijl het, zo meent Sybrand, nog niet eens dood is. Zo staat hij wederom oog in oog met het sterven.

    Tijdens zijn werk in de tuin piekert Sybrand over de euthanasiekwestie. Hij heeft  verpleeghuisbewoner Arend Mos gewezen op de mogelijkheid van een zelfgekozen einde en daar zelfs ruzie om gekregen met een collega ‘…die hem ervan beschuldigde meneer in een bepaalde richting te duwen, hij mocht zijn opvattingen over levensbeëindiging niet opdringen aan een weerloos iemand.’ (p. 33) Twee andere collega’s steunden hem wel, maar hielden zich stil toen de media zich begonnen te roeren. Ook zijn baas liet hem vallen uit angst voor de reputatie van het verpleeghuis. Mede als gevolg daarvan gaat Sybrand op het eiland steeds meer twijfelen aan zijn eigen oprechtheid, en langzaam wordt duidelijk waarom.

    Hij begint te denken dat er internationaal jacht op hem wordt gemaakt en dat hij zal worden gearresteerd zodra de instanties erachter komen waar hij zich bevindt. Via telefoon en e-mail probeert de nuchtere Cecile hem ervan te overtuigen dat er geen reden voor zijn angst is. Hij heeft geen enkele Nederlandse wet overtreden.
    Hoe meer hij ervan overtuigd raakt dat hij gearresteerd zal worden, hoe schuldiger hij zich voelt over zijn hulp aan Mos. Heeft hij zich door Mos laten manipuleren? Had hij hem niet mogen helpen om zijn leven op zo’n manier af te sluiten? Zo maalt hij en maalt hij.

    Als Cecile wekenlang niets hoort en geen contact met hem kan krijgen, stuurt ze een telegram waarin ze onmiddellijk een teken van leven eist. In het telefonisch contact dat volgt overtuigt ze hem ervan dat er geen internationaal arrestatiebevel bestaat. ‘Je kunt morgenavond thuis zijn. Ik reken op je.’ (p. 168) Na dat telefoongesprek gaat hij terug naar huis.

    Tijdens het lezen lijkt Sybrands ontreddering logisch en begrijpelijk. Want al vlak voor de euthanasie ging hij ‘… met bezwaard gemoed van huis (…) hij vond dat hij het moest kunnen.’ (p. 34), zo bouwt IJlander de twijfel in. Toch stemt Sybrands toestand de lezer tot nadenken. Als verpleeghuisarts zag hij euthanasie als een zegen, als een aanvaarde mogelijkheid voor mensen in nood. Een uitweg waarvan het logisch is om er gebruik van te maken als de nood zich aandient. Vanwaar dan de latere scrupules?

    Eenmaal weer thuis toont hij zich in een gesprek met de dochter van Mos sterk genoeg om zijn visie op leven en dood helder te verdedigen. Dat roept wederom de vraag op waarom hij dan op het eiland zo wankel in zijn schoenen kwam te staan. Al stond de onttakeling van de walvis symbool voor dood en vergankelijkheid, die ervaring is toch niet heftig genoeg om Sybrands ideeën over waardig sterven geloofwaardig aan te tasten. Ze had die juist moeten versterken. Ook is er geen moment van opstandigheid tegen zijn werkgever of tegen de media, of van vurige verdediging van zijn standpunt, terwijl hij toch ooit zo overtuigd was van het recht op hulp dat mensen hebben bij de wil tot levensbeëindiging.

    Het verhaal zit goed in elkaar. Details en kleine gebeurtenissen worden voortdurend verweven met Sybrands leven van dat moment. Wind, wolken en water kleuren de omgeving. De natuur maakt als vanzelfsprekend deel uit van het verhaal, net als in de andere boeken van IJlander. Ook komen daarin steeds maatschappelijk geëngageerde onderwerpen aan de orde: politiek in Geen zee maar water, een slinkse projectontwikkelaar in Wildzang, een moord en een gemeenschap waarin men elkaar dekt in De Aanstoot, bouwfraude in De Brug. En nu dus euthanasie in Vergeef ons onze zwakheid. Het gaat IJlander om verantwoordelijkheid en hoe de hoofdpersoon daarmee omgaat. Of hij zich schuldig moet voelen, of dat hij het is.

    Iets meer overtuiging had IJlander zijn hoofdpersoon in zijn stellingname over euthanasie wel kunnen meegeven, hetzij vóór, hetzij tegen. Sybrands ontreddering weet de lezer niet helemaal voor zich te winnen. De zin ‘En misschien had hij ook wel verraad gepleegd aan zichzelf, op die bewuste dag.’ (p. 203) is voor tweeërlei uitleg vatbaar, wat nog versterkt wordt door: ‘Alles draaide om geweten…’ (p. 203). Uiteindelijk wordt er in dit boek geen enkel standpunt echt verdedigd. Als IJlander vooral reserve over het onderwerp wilde laten zien, dan is hij daarin uitstekend geslaagd.

     

     

  • Het boerenleven een aflopende zaak

    Het boerenleven een aflopende zaak

    Middelpunt van het boek is boerderij Wildzang, die als een landmerk in het verstedelijkte Noord-Hollandse landschap staat en opgeslokt wordt door de oprukkende nieuwbouw. De verbitterde oude Berkhout probeert elke verandering tegen te houden en zou het liefst zien dat een van zijn twee zoons het boerenbedrijf overneemt zodat hijzelf rustig zijn oude dag in een zijkamertje kan slijten. De oudste is echter naar Nieuw-Zeeland geëmigreerd en de jongste, de dwarse Bertus, zou eigenlijk in Portugal een huisje opknappen om daarin een lifestyle boek te schrijven, maar hij verkocht het huisje om weer iets anders op te knappen en is langzamerhand een projectontwikkelaar geworden. Er zijn drie partijen die om Wildzang vechten: de gemeente IJlandspolder, een project-ontwikkelaar en monumentenzorg. De gemeente wil er een paradepaardje van maken onder de naam Wiltsangh, een vastgoedonderneming wil er veel geld mee verdienen en monumentenzorg wil het beschermen.

    Het boek begint met Bertus die in het vliegtuig naar huis zit omdat zijn vader in een verzorgingstehuis is opgenomen. Er moeten knopen worden doorgehakt over de bestemming van de boerderij. De zaken in Portugal gaan niet naar wens. Bertus heeft uiteindelijk geen toestemming gekregen van Europa om het appartementencomplex in een natuurgebied neer te zetten, maar daarover niets tegen zijn vrouw Ingrid gezegd.
    Bertus neemt voor enkele dagen zijn intrek in de boerderij. Hij slaapt in de oude bedstee. Zijn zorgen worden aangewakkerd door vreemde geluiden gedurende de nacht en nog meer als de volgende dag de knechtenwoning gekraakt blijkt door de jonge moeder Ellen, die met haar twee kinderen uit de nieuwbouwwijk komt en huwelijksproblemen heeft. Het is net de tijd dat de schapen lammetjes moeten krijgen. Bertus kan zijn zorgen mooi loslaten bij de dieren en door te sleutelen aan de oude tractor.

    IJlander weet het aflopende boerenleven overtuigend neer te zetten en de spanning vast te houden. De verhouding van Bertus tot Ellen is heel kwetsbaar. Het is niet geheel duidelijk wat de rol is van haar man Fred, die ook op de huizenmarkt actief is. Is er sprake van een zware relatie-crisis, die Ellen noopt om met haar twee zoontjes het huis te verlaten of wordt zij door Fred als pion gebruikt om Bertus uit de boerderij te krijgen? Het verhaal zit gedegen in elkaar en de realistische stijl past goed bij de inhoud. De ontwikkelingen worden knap gedoseerd. De doorleefde indruk heeft misschien te maken met de uitspraak van de schrijver in de Verantwoording, namelijk dat alles gebeurd is, al zegt hij daar verder niets over.

    Wildzang gaat over snelle culturele veranderingen, de twijfel aan het nut daarvan en de moeite zich daaraan aan te passen. Vader Arie wil dat alles op de oude manier doorgaat, broer Siem wil een grootschaliger bedrijfsvoering en vertrekt naar het buitenland en Bertus weet niet goed wat hij moet doen. Hij is ooit in de reclame-wereld begonnen, maar heeft zich daaruit teruggetrokken vanwege de verzakelijkte sfeer en zijn werk in Portugal is ook op een fiasco uitgedraaid. De ontworteling is sterk voelbaar als hij een ronde maakt over het grasland rond de boerderij dat begrensd wordt door nieuwbouw en doorkruist door een snelweg. ‘Verkoop de boerderij en zoek een plek waarmee je je wel kunt verbinden,’ zegt een zwakke stem in hem, die echter overschreeuwd wordt door andere. Als Bertus met autopech langs de snelweg staat stelt hij vast dat er in dit land niets meer te lachen valt.
    ‘Grijs en vreugdeloos was dit landschap van asfalt en beton, grijs en vreugdeloos was het leven hier. Hij keek naar de gespannen gezichten van voorbijrazende bestuurders, gevangen in hun wereld van wat moest en wat niet kon, op weg naar hun kleurloze woninkjes.’

    Bertus is een eenling in gevecht met de instanties; de spreekwoordelijke koppige boer, die voelt dat alles hem wordt afgenomen, zijn verleden, zijn toekomst en zelfs de lucht, op het moment dat Ellen een sigaret opsteekt. De bestemming van de boerderij raakt aan de onzekere bestemming van zijn eigen leven. Het zijn uiteindelijk de omstandigheden die de beslissing nemen.