• Ik herhaal je gedichten – Ingrid Jonkers

    Ik herhaal je gedichten – Ingrid Jonkers

    In de vroege morgen van 19 juli 1965 spoelde het lichaam van de eenendertig jarige Ingrid Jonker aan op het strandje bij Drieankerbaai. Het was het einde van een bewogen bestaan: Ingrids jeugd aan de Kaapse kust, het verlies van haar moeder, haar stormachtige entree in het Zuid-Afrikaanse literaire circuit en de afwijzing ( als dichter en als dochter) van haar vader de schrijver Abraham Jonker. Ik herhaal je bevat meer dan tachtig gedichten, gekozen en vertaald door Gerrit Komrij. Deze editie bevat ook de Zuid-Afrikaanse originelen gedichten en een biografische schets van schilder en schrijver Henk van Woerden ( 1947-2005) over deze dichteres die leefde in de tijd van de Apartheid. Ingrid Jonker (1933-1965) was tijdens haar leven zowel bij blank als zwart geliefd. Toen Nelson Mandela het volk toesprak tijden de opening van het Zuid-Afrikaanse parlement in 1994, droeg hij haar aangrijpende gedicht Het kind’ voor. Ik herhaal je is een tweeluik – poëzie en biografie ineen – een monument voor een uitzonderlijk dichtersleven. Saskia van Schaik maakte de – door de VPRO in 2001 uitgezonden – documentaire, Korreltjie niks is my dood die diepe indruk maakte en won daarmee een zilveren Roos op het festival. Montreux. Michael Zeeman omschreef haar poëzie als: ‘Verpletterend in zijn directe emotionele toon.’

    Paula van der Oest regisseerde de film Black Butterflies – gebaseerd op het leven van Ingrid Jonker – met Carice van Houten, Rudger Hauer en Liam Cunningham.

     

     

     

  • Dansen op spijkers

    Dansen op spijkers

    Door Benno Zuidenga

    Het is meer dan 20 jaar geleden dat de dichter des vaderlands Gerrit Komrij iets met muziek deed. Dit betrof een samenwerking van de dichter met Boudewijn de Groot. In 1976 schreef Komrij op muziek van Boudewijn de Groot een lied genaamd Kinderballade, dat een jaar later op single verscheen. Oorspronkelijk was het nummer geschreven voor de lp Zing je moerstaal welke uitgebracht werd in het kader van de kinderboekenweek.

    In  2009 leverde het tweetal Komrij en Gauthier een luister-cd af waar de gedichten  mooi samengaan met de popachtige en soms als rap klinkende muziek van Gauthier. De composities van Gauthier en het aparte stemgeluid van Komrij zijn een zeer verrassend samengaan van muziek en proza.

    De cd begint met een intro van Gauthier, dit openingsnummer is een instrumentaal muziekstuk en verraadt nog niet veel aan de stijl en toonzetting van de composities op de rest van de cd, maar weet wel gelijk een sfeer te scheppen.

    De compositie Avondje met de tantes laat een verrassende tempowisseling horen. Door de samenvoeging van de vrolijke muziek met de dichtregels van Komrij zie je de tantes bijna echt zitten op hun avondje, met al hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden.

    De speciale toon en geluidseffecten van de muziek van Louis Gauthier brengen je helemaal in de sfeer van het gedicht van Gerrit Komrij, het ene gedicht is sexy en goor zoals Liefde waar in het intro het geluid van elektrische gitaar en kerkklok de heftigheid en sinistere sfeer al verraden, maar waar het uiteindelijk toch maar om één ding draait en dat is ‘liefde’, het andere dat reflecteert op de huidige tijd genaamd Twintigste eeuw. Deze compositie brengt je in ruim drie minuten door honderd jaar ups en downs in Nederland. In het titelnummer Zij danst op spijkers geeft de dichter mooi weer dat het leven van een dichter ook niet over rozen gaat.

    Louis Gauthier, geboren in IJsselstein op 4 maart 1981, is een jonge alleskunner. Hij is componist en werkte onder andere samen met de eenmans-band Spinvis, Ingmar Heytze en Henk Westbroek wat resulteerde in een aantal cd-singles.

    Gauthier werkt samen met diverse fotografische kunstenaars zoals Margi Geerlings, Bart van de Hulsbeek en Ramses Singeling. Louis heeft een studie afgerond aan de Universiteit in Utrecht en specialiseerde zich daar in theater-, film- en televisiewetenschap. Hij heeft meegewerkt aan prestigieuze radio- en televisiedocumentaires, zoals de radiodocumentaire over de Extra Beveiligde Inrichting in Vught welke bijna de RVU Radioprijs won in 2003.

    Gerrit Komrij,  dichter, schrijver, vertaler, toneelschrijver en criticus, heeft met Louis Gauthier componist, producer en ontwerper een luisterrijke en zeer verrassende cd afgeleverd. De poëzie en goed gearrangeerde muziek zijn mooi verweven en vullen elkaar goed aan. De cd is niet alleen een aanrader voor mensen die van aparte muziek houden, maar zeer zeker voor de liefhebbers van poëzie en Gerrit Komrij.

    De cd bevat bevat twaalf gedichten/composities en wordt geleverd in een mooi door Louis Gauthier ontworpen boekje met de teksten van de gedichten.

     

  • Gerrit Komrij

    Gerrit Komrij is dichter, schrijver, vertaler, criticus, polemist en toneelschrijver. Komrij staat bekend om zijn virtuoze en kleurrijke taalgebruik en zijn felle polemieken. Voor zijn beschouwend proza kreeg Komrij in 1993 de P.C. Hooft-prijs. Knap voor iemand zelf beweert: ‘Nooit van mijn leven heb ik een essay geschreven.’ (De Buitenkant, 1995).

    Gerrit Komrij wordt op 30 maart 1844 geboren in Winterswijk, waar hij opgroeit in een socialistisch gezin. Na het gymnasium gaat hij in Amsterdam Algemene Literatuurwetenschap studeren. Hij stopt echter met zijn studie en wordt vertaler uit het Nieuwgrieks, Latijn, Engels, Duits en Frans.

    In 1968 debuteert hij met de gedichtenbundel Maagdenburger halve bollen en andere gedichten en vanaf 1975 gaat hij essays schrijven. Twee jaar later krijgt Komrij een vaste column, Een en ander, in NRC Handelsblad. Met deze felle columns, waarin scheldpartijen niet van de lucht zijn, bereikt hij een groot publiek.

    In 1982 debuteert Komrij met Het chemisch huwelijk als toneelschrijver, acht jaar later verschijnt zijn eerste roman, Over de bergen.

    In 2000 wordt Gerrit Komrij de allereerste Dichter des Vaderlands, maar op 29 januari, kort na middernacht en het begin van Gedichtendag, maakt hij bekend zijn functie neer te leggen. In zijn functie schreef Komrij onder andere gedichten bij het twintigjarig regeringsjubileum van koningin Beatrix, de dood van Pim Fortuyn, de herdenking van de val van Srebrenica en trad hij regelmatig op in radio- en televisieprogramma’s. Bovendien richtte hij een Poëzieclub op, initieerde het tijdschrift Awater en verscheen er een reeks bundels onder zijn redactie. Komrij gaf aan niet meer te weten wat hij daar nog aan toe zou kunnen voegen en op zijn ‘Komrijiaans’ vertelde hij er mee te stoppen: ‘Ik treed af, ik abdiceer, ik heb er tabak van. Vanaf morgen ben ik loco.’

    Gerrit Komrij woont samen met zijn partner, de graficus Charles Hofman, in Vila Pouca de Beira, Portugal.

    Bijzonderheden

    • Komrij is ook bekend om zijn bloemlezingen. Zijn allereerste bloemlezing, De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in duizend en enige gedichten (1979) zorgde voor een fikse rel. Enkele vertegenwoordigers van de poëzie van de Vijftigers, zoals Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek en Lucebert waren het niet eens met de door Komrij gemaakte keuze en spanden een kort geding aan tegen Bert Bakker, de uitgever van de bloemlezing. Hun argument was dat Komrij hun gedichten zonder toestemming had opgenomen, maar waar het eigenlijk om draaide, formuleerde J. Bernlef treffend in De Haagse post: Komrij’s keuze was ‘een welbewuste poging om een van de belangrijkste stromingen in de twintigste-eeuwse Nederlandse poëzie onder tafel te werken.’
    • In 2002 zette Komrij in samenwerking met Uitgeverij 521 de Sandwichreeks op, waarin hij de aandacht vestigt op poëziedebuten en lang vergeten dichters.
    • Komrij vertaalde een aantal gedichten van T.S. Eliot die de basis vormen voor de Nederlandstalige versie van de musical Cats.
    • Onwelriekende gleuvenbrigade. Komrijiaans voor de feministische beweging.
    • De gedichtenbundel Onherstelbaar verbeterd bevat parodieën op bekende Nederlandse gedichten.
    • Gerrit Komrij komt als vriend voor in Hans Warrens Geheim Dagboek. Komrij: ‘Aangenaam is anders. Zoiets is onvermijdelijk als je vrienden krijgt die ook een pen vasthouden. Twintig jaar lang houd je je kiezen op elkaar, en dan gaat een ander het vertellen.’
    • Er is een treinstel van vervoersmaatschappij Syntus vernoemd naar Gerrit Komrij.

    Werken

    • Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten (1968)
    • Alle vlees is als gras, of Het knekelhuis op de dodenakker (1969)
    • Ik heb Goddank twee goede longen (1971)
    • Tutti-frutti (1972)
    • Op de planken. Episodes uit het leven van de tragédienne Zizi Maëlstrom en de toneelkunstenaar Sacha Culpepper (1973)
    • Komrij’s patentwekker (1974)
    • Daar is het gat van de deur (1974)
    • Fabeldieren (1975)
    • De wonderbaarlijke lotgevallen van Jubal Jubelslee, getekend door Rodolphe Töpffer, op rijm gezet door G. Komrij (1975)
    • De Verschrikking (1977, gedichten)
    • Horen, zien, zwijgen. Vreugdetranen over de treurbuis. (1977, tv-kritieken)
    • Capriccio (1978)
    • Sing Sing (1978)
    • De ontmoeting (1978)
    • Dood aan de Grutters (1978)
    • Heremijntijd. Exercities en ketelmuziek (1978)
    • Papieren tijgers (1978)
    • De stankbel van de Nieuwezijds Contra Scientology (1979)
    • Het schip De Wanhoop (1979)
    • De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten (1979)
    • Verwoest Arcadië (1980)
    • Averechts (1980)
    • De bibliofiel (1980)
    • Peper en zout (1980)
    • De zonderlinge avonturen van Primus Prikkebeen, met de oorspronkelijke tekeningen van Rodolphe Töpffer en op rijm gezet door Gerrit Komrij; met nawoord van Dirkje Kuik (1980)
    • Onherstelbaar verbeterd (1981)
    • Het kroost van Aagt Morsebel (1981)
    • Praag (1982)
    • De os op de klokkentoren gedichten (1982)
    • Gesloten circuit (1982)
    • Het chemisch huwelijk (1982)
    • Aan een droom vol weelde ontstegen (1982)
    • De paleizen van het geheugen (1983)
    • De muze in het kolenhok (1983)
    • Het boze oog (1983)
    • Dit helse moeras (1983)
    • Alles onecht, eigen keuze uit het gehele poëtisch oeuvre (1984)
    • Verzonken boeken (1986)
    • Humeuren en temperamenten (1989)
    • Over de bergen (1990)
    • De Pagode (1992)
    • De buitenkant. Een abecedarium (1992)
    • Een zakenlunch in Sintra en andere Portugese verhalen (1996)
    • Niet te geloven (1997, essay ter gelegenheid van de Boekenweek)
    • Pek en zwavel (1997, polemieken en essays, een keuze)
    • In Liefde Bloeyende. De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in honderd en enige gedichten (1998)
    • De tranen der ecclecia’s (1999, lezing t.g.v. inauguratie W.F. Hermans Instituut)
    • Poëzie is geluk (2000, rede)
    • 52 Sonnetten bij het verglijden van de eeuw (2000, gedichten)
    • Luchtspiegelingen (2001, gedichten)
    • Vreemd pakhuis (2001, beschouwingen)
    • Hutten en paleizen. De mooiste gedichten (2001)
    • De klopgeest (2001, roman )
    • Inkt. Kapitale stukken. (2002, beschouwingen)
    • Lang leve de dood. Een bloemlezing in honderd-en-enige gedichten (2003)
    • Een zakenluch in Sintra (2003, verhalen)
    • Demonen autobiografische (2003, verhalen)
    • Alle gedichten tot gisteren (2004)
    • Hercules (2004, roman)
    • Wagner en ik (2004)
    • Gouden woorden (2005, kritieken)
    • Spaans benauwd gedichten (2005)
    • Fata morgana gedichten (2005)
    • Eendagsvliegen dagboekfragmenten (2005)
    • Kakafonie. Encyclopedie van de stront (2006)
    • De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (2007)

    Prijzen

    • 1970 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Alle vlees is als gras, of Het knekelhuis op de dodenakker
    • 1975 Cestoda-prijs
    • 1979 Busken Huet-prijs voor Papieren tijgers
    • 1982 Herman Gorter-prijs voor De os op de klokketoren
    • 1983 Kluwer-prijs voor gehele oeuvre
    • 1992 Frans Erens-prijs voor gehele oeuvre
    • 1993 P.C. Hooft-prijs voor gehele beschouwende oeuvre
    • 1999 Gouden Uil voor In Liefde Bloeyende
    • 2006 Lofprijs der Nederlandse Taal voor ‘de grootste taalrots-in-de-branding van het Nederlands.’

    Benoemingen

    • 2000 Dichter des Vaderlands
    • 2001 Eredoctoraat Universiteit van Leiden
    • 2003 Erepenning van de Nederlands-Zuid-Afrikaanse Vereniging

     

  • Beperkte houdbaarheid

    Recensie door Coen Peppelenbos

    Vroeger was Gerrit Komrij een literaire held voor mij. Ik spreek nu over zo’n vijfentwintig jaar geleden. Die man kon alles. Poëzie schrijven, een prachtige autobiografie schrijven, toneelteksten maken, een musical vertalen (Cats), maar bovenal vlijmscherpe columns schrijven. Zijn beste verzameling gaat over de televisie: Horen, zien en zwijgen.

    Ik koop nog steeds elk boek van Komrij, maar een held is hij niet meer. Zijn nieuwste verzameling columns, Gouden woorden, vind ik zelfs van een slaapverwekkende saaiheid. Komrij schrijft wekelijks een column over een actuele gebeurtenis, de ondertitel van dit boek luidt dan ook ‘of  De jongste vaderlandse geschiedenis.’ In de boekenweek werden ze zelfs met zo’n buikbandje in de winkel gelegd, want geschiedenis verkoopt.

    Het procédé is vrij eenvoudig. Komrij citeert een uitspraak, meestal van een politicus, en vervolgens spreekt hij de desbetreffende persoon in zijn stukje bestraffend toe. Meestal noemt hij de personen bij de voornaam en als die te lang is, of als hij de persoon nog meer te kakken wil zetten, dan maakt hij er een naamgrap van. Zo heet Balkenende ‘Balkje’ en Bolkenstein ‘Bolkje’. Je moet er maar opkomen.

    Veel ruimte heeft Komrij niet tot zijn beschikking, in het boek zijn het net twee pagina’s en soms haalt hij zelfs dat niet. Tijd voor enige verdieping van het onderwerp is er niet, dus wordt kort het onderwerp geïntroduceerd, waarna overgegaan wordt tot enige smalende opmerkingen en dan is het al weer tijd voor een harde afsluiter: ‘Is Jozias op de zwarthemdentoer?’

    De jongste geschiedenis. Dat betekent de vogelpest, de affaire Oudkerk, het verbod op wonen in vakantiehuisjes en andere belangrijke zaken van de afgelopen jaren. Gelukkig staat er onderaan de bladzijde vaak waar de column een reactie op is, want de houdbaarheid van actuele columns blijkt uiterst beperkt te zijn.

    En wat misschien nog erger is: de meningen van Komrij stellen niet veel voor: niet meer dan sarcasme zonder een eigen visie. Over iedereen kun je smalend schrijven en iedereen kan met het grootste gemak belachelijk gemaakt worden. Als je als schrijver daar niets tegenover zet, worden je eigen woorden net zo hol als de uitspraken van anderen die je onderuit probeert te halen.

     

    Gerrit Komrij: Gouden woorden. De Bezige Bij. 160 blz. €14,90