Naar Beiroet is de zevende roman van Gerrit Brand (1956). Hoofdpersoon van deze roman is Edgar Laseur die een galerie heeft in de stad Groningen en op zoek is naar nieuwe inspiratie. Zijn vriend Arthur van den Berg is arabist en wijst Laseur op Libanon als ideale springplank naar het Midden-Oosten. Daar kan hij vast wel inspiratie opdoen en werk van interessante schilders vinden. De internationale kunstmarkt wordt immers steeds meer door rijke oliesjeiks beheerst. Van den Berg weet ook nog iemand die Edgar wegwijs kan maken in de hoofdstad van Libanon, namelijk de persfotograaf Fatima die van de alwetende verteller geen achternaam meekrijgt.
Das gelobte Land
Laseur reist af naar Beiroet. Hij hoopt er niet alleen een schilder te vinden die zijn galerie een nieuwe impuls kan geven, maar is ook op zoek naar een impuls in zijn eigen leven. Na 7 oktober 2023 ziet hij een groep jongens die zwaaien met Palestijnse vlaggen en luid juichen. Free Palestine hoort hij hen roepen. Het zijn aanhangers van Hezbollah die blij zijn dat Hamas Israël te grazen heeft genomen, in de eufemistische woorden van Fatima.
Tijdens zijn reis leest Laseur de roman Das gelobte Land (Het beloofde land) van Erich Maria Remarque die vooral bekend is geworden door zijn roman Im Westen nichts Neues. De vlucht van Joodse vluchtelingen voor de naziterreur uit Das gelobte Land spiegelt Laseur aan het lot van de Palestijnse vluchtelingen voor de Israëlische bombardementen. Het boek van Remarque biedt daardoor een mooie allegorie op de huidige situatie in het Midden-Oosten.
Eyeless in Gaza
Laseur moet tijdens zijn verblijf in Libanon ook denken aan een andere roman: Eyeless in Gaza van Aldous Huxley. De titel refereert aan Simson met de lange haren uit de Bijbel, een Jood met bovenmenselijke krachten. God waarschuwt hem: als zijn haar wordt afgeknipt, verliest hij zijn kracht. Simson valt voor de Filistijnse – zeg maar: Palestijnse – Delila, die achter zijn geheim komt en zijn haar afknipt terwijl hij slaapt. Ze levert hem uit aan de Filistijnen die zijn ogen uitsteken en hem gevangen zetten in Gaza. Vandaar de titel van de roman van Huxley: Eyeless in Gaza. In Gaza begint zijn haar weer te groeien en wanneer hij meegenomen wordt naar de tempel van een Fenicische god, vraagt hij of hij even mag uitrusten tussen de steunpilaren. Daar bidt hij tot God en vraagt aan Hem of hij zijn kracht terug kan krijgen. God vervult zijn wens en vervolgens duwt Simson de steunpilaren uit elkaar waarop de tempel instort. Hij komt samen met de Filistijnen om het leven.
Het boek van Huxley spiegelt niet alleen de huidige situatie in het Midden-Oosten, maar ook de eigen positie van Laseur. Is hij niet blind geweest voor het lijden van de Palestijnen en is hij niet als blindeman op zoek gegaan naar de zin van het leven?
Kantelend perspectief
Fatima neemt Laseur mee naar demonstraties (omdat ze daar foto’s moet maken) en laat hem de verwoestingen na de Israëlische bombardementen zien. Laseurs westerse en pro-Israëlische opvattingen kantelen omdat hij via haar Libanon leert kennen en de geschiedenis van dat land beter leert begrijpen. Zijn zoektocht naar een spraakmakende schilder gaat door en door bemiddeling van Fatima maakt Laseur kennis met de schilder Balsam Aridi en hij koopt haar werk voor zijn galerie. Wanneer de dreiging groter wordt, geeft hij gehoor aan het negatieve reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken en keert hij terug naar Groningen.
Vernissage
Terug in zijn galerie exposeert Laseur de schilderijen van Aridi. De Libanese ambassadeur komt de expositie zelf openen. Dat is natuurlijk mooi, maar misschien ook wat onwaarschijnlijk daar op de schilderijen wonderlijke voorstellingen van open vulva’s, rechtopstaande en hangende penissen (doorboord of afgebonden) te zien zijn. Of geeft dit blijk van vooringenomenheid en een westerse blik op een land dat voor de helft uit Moslims bestaat? Op de vernissage is ook één zwarte man aanwezig, Kofi Tsiboe uit Ghana. Hij zegt: ‘Zolang je als buitenlander kunst maakt en je aangepast gedraagt is er niets aan de hand. Als er maar niet te veel van jouw soort het land inkomen.’ Zo eindigt de boeiende roman een tikje moralistisch. Het is een indringend verhaal, niet zozeer door de belevenissen van de hoofdpersoon die op zoek is naar inspiratie, maar door de lotgevallen van de vrouwen in Libanon die zwaar te lijden hebben onder oorlog en geweld.



