• De oneindigheid van de geest

    De oneindigheid van de geest

    The Plains uit 1982 is de derde roman van de Australische schrijver Gerald Murnane. Achterin de ‘De vlakte’, de recente Nederlandse vertaling, zijn twee brieven opgenomen die dateren uit 2013. Een bewonderaar stelt hem, na een lange inleiding over zijn eigen schrijverschap, de vraag: ‘Hoe bent u tot die gewoonte van nauwkeurig beschrijven gekomen?’ Murnanes antwoord, in een nog veel langere brief, is verrassend: ‘Ik hoor uit mijzelf een stem; lange tijd heb ik die willen horen.’ Deze zin voegde hij op het allerlaatst toe aan zijn manuscript ‘Landscape with landscape’ (1985). Het was dé zin die hem in zijn lange bestaan als schrijver is bijgebleven als de essentie van zijn schrijverschap. 

    De vlakte is een wonderlijk boek waarop het woord roman eigenlijk niet van toepassing is, er is weinig verhaallijn en karakterontwikkeling. Aanvankelijk is het boek lastig en met enige verzuchting te lezen, omdat er nauwelijks iets gebeurt en omdat iedere zin wel twee keer gelezen moet worden om hem ten volle te bevatten. Tot, op ongeveer een derde, het kwartje valt. 

    Uitgestrektheid

    De roman gaat niet alleen over het lege binnenland van Australië, de vlakte is een metafoor, een allegorie voor de geest. Zoals Murnane in bovengenoemde brief schrijft: De uithoeken van mijn geest interesseren mij, vermoedelijk net zoals reizigers geïnteresseerd zijn in verre landen. […] geest zie ik als ruimte. Al lang geleden heb ik de populaire theorieën over de geest verworpen die in de twintigste eeuw naar voren zijn gebracht. Voor mij betekent de geest uitgestrektheid en, mogelijk ook, oneindigheid, in de betekenis van “zonder einde”.’ 

    Een jonge filmer, de ik-verteller, wil een film maken over het binnenland van Australië, de vlakte en zijn bewoners. Deze plainsmen zijn kunstenaars, schrijvers, musici en aristocratische grootgrondbezitters met landhuizen en grote bibliotheken vol boeken met de vlakte als onderwerp. De filmer neemt zijn intrek in een hotel in een provinciestadje en wacht tot de plainsmen samenkomen in het weekend voor hun drinkgelag. Dagen- en nachtenlang wordt er gediscussieerd en gefilosofeerd onder het genot van veel drank. De filmer maakt aantekeningen en becommentarieert deze scènes. ‘Iedereen die vanaf zijn jeugd was omringd door een overvloed aan vlak land moest wel afwisselend dromen van het verkennen van twee landschappen – een ervan voortdurend onzichtbaar, zelfs als je er dagelijks in rondtrok.’

    Kleuren

    De plainsmen onderzoeken hun herinneringen, hun culturele bagage en hun afkomst en vergelijken die met de schilderkunst en gedetailleerde natuurbeschrijvingen van de vlakte: van grassprieten tot verre einders, de kleuren van het licht en de vormen van de wolken. Er worden heel veel kleuren beschreven, blauw, groen, goud en de blanke huid van een vrouwenhals. Dankzij die kleuren komen de beelden tot leven. Ze hebben de omslagontwerper van het boek doen denken aan de schilderijen van Mark Rothko.
    In het plotloze verhaal gebeurt weinig tot niets, de meeste tijd gaat voorbij met wachten. ‘Het leven bestaat uit wachten en dat is gelijk aan de leegte van de vlakte.’ Een leegte tegelijkertijd vol van gedachten over tijd, beschouwingen over het landschap die vertaald kunnen worden naar de reikwijdte van de geest en vragen over het zijn in toen, hier en nu.

    Niets wordt echter specifiek benoemd, de filmer en de plainsmen hebben geen naam, waardoor een zekere afstand tot de lezer is geschapen en tegelijkertijd ben je aanwezig, daar in die bar van dat hotel of op de loggia van het landhuis terwijl de ogen zijn gericht op de vlakte bij avondlicht. Want tijdens de zonovergoten, zinderend hete dagen zit men binnen, de zonwering gesloten, de neus in de boeken. ‘Ik probeer een vlakte te scheppen waar alleen dat bestaat wat kunstenaars beweren gezien te hebben. En als ik die landschappen heb samengevoegd tot één grote geschilderde vlakte, dan loop ik op een morgen naar buiten en ga op zoek naar een nieuw land. Dan ga ik zoeken naar de plekken die net achter de geschilderde horizonten liggen, de plekken waarvan de schilders alleen maar wisten dat ze te suggereren waren,’ schrijft de filmer.

    Alleen film toont verrre horizonten

    Hij solliciteert naar een aanstelling bij een van de plainsmen om bij hem thuis in zijn bibliotheek de vlakte verder te bestuderen en houdt, na lang naar de verschillende mannen geluisterd te hebben, een betoog met de motivatie voor zijn film. ‘Daarop wendde ik me tot de zevende van de grote landeigenaren en verklaarde dat van alle kunstvormen alleen film de verre horizonten van dromen kon laten zien als een bewoonbaar land en tegelijkertijd vertrouwde landschappen kon herscheppen als een vaag decor dat alleen in dromen thuishoorde.’
    Tijdens het schrijven van zijn filmscenario verliest hij zich in zijn aantekeningen en vraagt hij zich af of hij niet beter schrijver kan worden. Hij zit dagen in de bibliotheek van de landeigenaar met zijn rug naar de ramen waarachter de vlakte ligt. De vrouw van de heer des huizes zit in dezelfde ruimte in haar eigen hoek. Tot een uitwisseling komt het nooit en ze lijkt zelfs blind voor de reden van zijn aanwezigheid in het huis. 

    Andermans geest is niet te doorgronden

    Tegen het einde van het boek zijn we twintig jaar verder. De filmer voelt zich onbegrepen door de landeigenaar en zijn gezin en dat is wederzijds: ‘En in die stervende middagen waarin het landschap vaker aangewezen leek dan geobserveerd, telkens als de camera in mijn handen het beeld bij me opriep van een jonge vrouw’ is het de vraag of hij na al die jaren op de vlakte de plainsmen heeft weten te doorgronden. Nee, andermans geest is nooit ten volle te doorgronden. 

    Murnane heeft nooit gereisd, hij heeft geen computer en typt met één vinger omdat hij dan het tempo van zijn denken volgt, schrijft Wim Boevink in een verhelderend voorwoord. Overigens werpen de brieven aan het eind van het boek ook een mooi licht op het leven van een uitzonderlijk en ondanks zijn grote productie onbekend schrijver, die wel wordt vergeleken met Kafka, Borges, Calvino en Beckett. 

    Zoeken naar herkenningstekens

    Zodra je je niet meer verzet tegen het onbegrip, maar je laat meeslepen door de taal, de woordkeuze en de rangschikking van de woorden in een zin, – ‘ieder mens is in zijn hart een reiziger in een onbegrensd landschap, maar zelfs de plainsmen (die geleerd moesten  hebben verre einders niet te vrezen) zochten naar herkenningstekens en wegwijzers in dit verontrustende domein van de geest.’ – zie je de wonderlijke poëzie van Murnanes gecomponeerde zinnen en wordt het lezen van De vlakte een genot. 

     

  • Oogst week 11 – 2020

    De vlakte

    De 81-jarige auteur van De vlakte, Gerald Murnane, is op zijn zachtst gezegd een enigmatische figuur. Zo zou hij nooit een computer hebben aangeraakt – dat wil zeggen: hij zou er in ieder geval nooit een manuscript op hebben getypt –, en zou hij nog nooit een voet in een vliegtuig hebben gezet. Hoewel hij oorspronkelijk van katholiek-Ierse afkomst is, woont en verblijft hij al zijn hele leven in Australië. Zijn fictie staat haaks op die persoonlijke werkelijkheid. In zijn romans overstijgt hij juist gebieds- en landsgrenzen. Ondanks of dankzij Murnanes zonderlinge levenshouding werd hij eens ‘de grootste auteur in het Engelse taalgebied (waar de meeste mensen nog nooit van hebben gehoord)’ genoemd (in The New York Times). De vlakte is een heruitgave, oorspronkelijk in het Engels verschenen in 1982, en bereikt nu voor het eerst een Nederlands lezerspubliek.

    In De vlakte strijkt een jonge filmmaker neer in Australië, waarmee een wisselwerking tussen werkelijkheid en fictie in gang wordt gezet. De beginzinnen zijn veelzeggend:

    ‘Twintig jaar geleden, toen ik voor het eerst op de vlakte aankwam, hield ik mijn ogen open. Ik zocht naar iets in het landschap wat leek te wijzen op een diepere betekenis onder het oppervlak.’

    De vlakte
    Auteur: Gerald Murnane
    Uitgeverij: Signatuur

    Hier zijn we

    Hier zijn we van de Britse schrijver Graham Swift gaat over drie jongeren die in een theater aan de pier van Brighton werken: Evie, Jack en Ronnie. Tegen de achtergrond van een voorspoedig, bruisend zomerseizoen komt de verhouding tussen de drie op scherp te staan. Die relatie tussen het algemene en het persoonlijke komt vaker terug in Swifts werk. Eerder schreef hij de historische novelle Moeders Zondag (Mothering Sunday), die in Nederland lovend werd ontvangen. Daarin speelt de nasleep van de Eerste Wereldoorlog in Groot-Brittannië een bepalende rol, maar wordt juist ook het particuliere perspectief van hoofdpersonage Jane Fairchild uitgediept in het tijdsbestek van één beslissende dag.

    Graham Swift schreef negen romans en schreef daarnaast korte verhalen, gedichten en essays. Hij won de Booker Prize met Last Orders (vertaald als Laatste ronde).

    Hier zijn we
    Auteur: Graham Swift
    Uitgeverij: De Arbeiderspers

    De Parelduiker, Louis Paul Boon

    In het nieuwste nummer van De Parelduiker staat Louis Paul Boon (1912-1979), ook wel de ‘Vlaamse Multatuli’ genoemd, centraal. Hij is wijd en zijd bekend dankzij zijn magnum opus De Kapellekensbaan (1953), waarop in 1956 het vervolg Zomer te Ter-Muren verscheen. Boon werd lange tijd getipt als belangrijke kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur. Hij was niet alleen schrijver, ook zijn productie beeldende kunst valt ontzagwekkend te noemen.

    Geheel in lijn met het thema van de Boekenweek 2020, ‘Rebellen en dwarsdenkers’, wordt in De Parelduiker Boons rebelse imago binnenstebuiten gekeerd en aan een kritische herziening onderworpen, onder anderen door Boon-kenner Jos Muijres. Hoe kijken we met de kennis van nu naar Louis Paul Boon – wás hij inderdaad een rebel of dwarsdenker, of is dat vooral een rol die hem in retrospectief is toegekend?

    De Parelduiker, Louis Paul Boon
    Auteur: Eindredactie Hein Aalders
    Uitgeverij: Uitgeverij Vantilt