• Intense waardering van twee mannen

    Intense waardering van twee mannen

    Het gewicht van woorden. Brieven aan mijn uitgever van Geerten Meijsing is een zeer rijk boek. Vóór alles biedt het wat de titel belooft: brieven van Meijsing aan zijn uitgever Theo Sontrop, uit de periode 1973-2017. In zijn verbluffend originele, soepele en elegante Nederlands neemt Meijsing de lezer mee langs toppen en dalen, obsessies, zorgen en genoegens uit de halve eeuw die zijn literaire loopbaan nu omspant. Maar het boek is méér. Het documenteert ook vijftig jaar letterkundig leven van de Lage Landen. Weliswaar vanuit een zeer persoonlijk standpunt, eenzijdig wellicht – maar toch. Het boek behandelt op minstens zo particuliere wijze de geschiedenis van uitgeverij De Arbeiderspers, die met name in de jaren zeventig, tachtig en negentig, onder de bezielende leiding van Theo Sontrop en Martin Ros, toonaangevend was in literair Nederland.

    Bloemrijk proza

    De uitgeverij was als een thuishaven voor schrijvers als Jeroen Brouwers, Maarten ‘t Hart, Mensje van Keulen en Gerrit Komrij. En ten slotte is dit boek een must voor liefhebbers van de befaamde reeks Privé-domein, waarin (sinds 1966 al) egodocumenten van schrijvers uit binnen- en buitenland zo plezierig uniform en schitterend vormgegeven zijn ondergebracht. Het gewicht van woorden is Meijsings eerste boek onder zijn eigen naam in deze reeks. Eerder publiceerde hij onder zijn schuilnaam Joyce & Co. in Privé-domein, en verzorgde hij talrijke vertalingen van verschillende delen in de reeks. Daarnaast bevat het boek ook brieven áán Geerten Meijsing, geschreven door Theo Sontrop en door tal van andere medewerkers van uitgeverij De Arbeiderspers.  

    Het boek is nóg meer. Op dit alles namelijk levert Meijsing ook nog eens uitvoerig commentaar. Ook dat gebeurt in bloemrijk proza, soms opgewekt en bevlogen, soms ironisch en gelaten, soms feitelijk, met af en toe een bitterzoete scheut scepsis erdoorheen. Het is lastig citeren uit het overvloedige, eloquente geroddel over collega’s, vormgevers, medewerkers van de uitgeverij, familieleden. Op elke bladzijde is wel iets smakelijks, treffends of amusants te vinden – en dat Meijsing af en toe ook zichzelf te kijk zet maakt het alleen maar beter. Zo schrijft hij over Martin Ros:

    Ros was een bangelijke man, die permanent op alle paarden tegelijk wedde om zich in te dekken tegen alle eventualiteiten: hij was zowel katholiek als calvinist, én socialist én communist én anarchist én liberaal. Hij zag zichzelf als een Jood in oorlogstijd die mocht en moest collaboreren om te overleven. Elke collega door wie hij zich ook maar enigszins gekwetst of bedreigd voelde, kreeg een anoniem getypte brief onder de deur doorgeschoven.’ 

    Hoop op enige vorm van welstand

    Een onderstroom in dit geheel wordt gevormd door de verzoeken om betalingen, wat de geldzorgen weerspiegelt waar de schrijver vrijwel permanent mee kampte. Zelfs na het winnen van die ene grote prijs – de AKO literatuurprijs in 1988 voor Veranderlijk en wisselvallig – is de toon, wanneer geld ter sprake komt, er een van bezorgdheid. Daarentegen vertegenwoordigt uitgever Theo Sontrop de zakelijkheid. Wat niet wegneemt dat ook zijn brieven elegant en ter zake zijn, en doorgaans zeer puntig geformuleerd. Sontrop belichaamt  natuurlijk de verhoopte belofte van enige vorm van welstand, of in elk geval van een situatie zonder acute zorgen. Deze tegenstrijdigheid of ongelijkwaardigheid bepaalt de ontwikkeling van de vriendschap tussen schrijver en uitgever in hoge mate, zeker in het begin.

    Maar het allerbelangrijkste van deze prachtige verzameling brieven, beschouwingen en boutades is de liefde die eruit spreekt voor de troost en de kracht van literatuur. En de intense waardering van twee mannen die – hoe verschillend hun positie aanvankelijk ook is – heel geleidelijk innige gevoelens van respect en vriendschap ontwikkelen, ja: een vorm van liefde, die hun samenwerking beter, groter en mooier maakte dan de som der delen ooit zou zijn geweest.    



  • Oogst week 13 – 2023

    Omtrekkende bewegingen

    De Russische schrijver Sergej Dovlatov (1941-1990) schreef korte verhalen en romans met een veelal autobiografisch karakter. Hij groeide op in Leningrad waar hij ook een paar jaar Finse taal- en letterkunde studeerde. Zijn militaire dienstplicht vervulde hij als bewaker in een goelagkamp, daarna ging hij journalistiek studeren. Schrijver Joseph Brodsky zegt dat Dovlatov van dat goelagkamp terugkwam als ‘Tolstoj uit de Krim met een bundel verhalen en een zekere verbijstering in zijn blik’.

    Dovlatov bleef verhalen schrijven, waarvan het hem niet lukte die uitgegeven te krijgen. Pas in 1978 werden twee boeken van hem gepubliceerd, bij een uitgeverij in New York waarheen hij – met toestemming van de Sovjetautoriteiten – met zijn gezin was verhuisd. In 1990 overleed hij aan een hartstilstand. Kort daarop werd hij een van de populairste schrijvers van Rusland.

    Zijn stijl doet eenvoudig aan en heeft een laconieke, soms hilarische toon. Niet zelden komen er pechvogels, verschoppelingen of criminelen in voor, maar vooral maakt Dovlatov zijn eigen leven tot onderwerp. Omtrekkende bewegingen bevat vier romans. Compromis gaat over zijn mislukkingen bij een Estlandse krant; Die van ons vertelt zijn familiegeschiedenis, van zijn grootvader uit Vladivostok tot zijn in New York geboren zoon; Ambacht bevat zijn ervaringen met afwijzingen van zijn werk van Leningradse uitgevers en met de krant die hij in New York begon. Filiaal tenslotte handelt behalve over zijn eerste huwelijk over een conferentie met geëmigreerde Russische schrijvers in Californië.

     

    Omtrekkende bewegingen
    Auteur: Sergej Dovlatov
    Uitgeverij: Van Oorschot 2023

    Huisgenoten – Insecten in en om je eigen huis

    Entomoloog, schrijver en spreker Aglaia Bouma is onderzoeker bij Naturalis en heeft een veelgelezen column over insecten in de NRC. Wie niet wist dat kakkerlakken sociaal zijn en oorwurmen zorgzaam doet er goed aan zich te verdiepen in HuisgenotenInsecten in en om je eigen huis van Bouma. In 2020 schreef zij het boek Insectenrijk. Dertig jaar eerder overleefde zij nauwelijks een steek van een grote wesp met een fobie tot gevolg. Daarop besloot ze zich grondig in insecten te verdiepen.

    Uit Huisgenoten blijkt dat er veel meer diertjes in en rond je huis vliegen, rennen, kruipen en scharrelen dan je ooit had gedacht. ‘We wonen gemiddeld samen met ongeveer honderd verschillende soorten geleedpotigen, al willen de meesten het vermoedelijk niet weten.’ schrijft Bouma. Insecten zijn niet populair, de meeste mensen houden er niet van en schromen niet ze te doden wanneer ze er in huis een tegenkomen. Bouma laat zien hoe fascinerend de kleine kriebelige beestjes zijn en welke er leven in alle hoeken en kieren van je huis, in de potten met kruiden in je keuken en in je tuin. Je leert ze kennen en gaat begrijpen hoe één bedwants of één limonadewesp het voor de hele groep verpest.

    Net als de film Onder het maaiveld – over wormen en microscopisch kleine beestjes op en in de aarde onder onze voeten – leert Huisgenoten over gedrag en belang van de allerkleinste dieren, de wezens zonder aaibaarheidsfactor. Bouma verandert door begrip en kennis de menselijke blik van wegkijken in begroeten.

     

    Huisgenoten - Insecten in en om je eigen huis
    Auteur: Aglaia Bouma
    Uitgeverij: Atlas Contact 2023

    Siciliaanse brieven – Berichten van Ortigia

    Ze doen denken aan dagboekaantekeningen, de 25 brieven van Geerten Meijsing in Siciliaanse brieven (Berichten van Ortigia). De auteur schrijft over Sicilië en zijn woonplaats Ortigia, het schiereiland en historisch centrum van Syracuse. Hij geniet van zijn appartement met dakterras, dwaalt door kleine steegjes, langs oude gebouwen, langs vissersboten, zwemt in zee en geniet van de natuur. Aan wie hij de brieven richt wordt niet duidelijk. De ontvanger zou een ‘verloofde uit het noorden’ zijn. Tien eerder verschenen brieven zijn ook in deze bundel opgenomen.

    Als oudere schrijver laat hij de ouderdom niet onvermeld, andere onderwerpen zijn onder meer de maffia, filosofie, literatuur, zijn werkster. Ook zijn oudere, in 2012 overleden zuster Doeschka Meijsing wordt gememoreerd als hij mijmert over een bezoek van haar: ‘Nu kon ik haar verzorgen en behoeden. Ik sliep op de bank en zij in mijn bed, en buiten bonkte de winterzee tegen het bastion.’ En in het kader van de oudheid vertelt hij over zijn dochter die dit tot onderwerp van haar studie heeft gemaakt. Eén brief is helemaal gewijd aan Siciliaanse schrijvers. Ondanks de wat weemoedige toon is duidelijk dat Meijsing geniet van het leven op Sicilië.

    Siciliaanse brieven - Berichten van Ortigia
    Auteur: Geerten Meijsing
    Uitgeverij: De Arbeiderspers
  • Hoop op vertaling: Het rusteloze graf

    Het rusteloze graf

    Een boek dat elke literatuurliefhebber zou moeten lezen en herlezen is het wonderlijke geschrift The unquiet grave dat in 1944 is gepubliceerd door Engelse criticus Cyril Connolly, onder het pseudoniem Palinurus. Het is een lucide boek over de verhouding van de mens tot de beschaving, met een accent op de letteren. Grotendeels opgebouwd uit citaten uit de wereldliteratuur en commentaar daarop, verraadt het de voorkeur van de auteur voor de Franse taal en cultuur. Het werk is niet zozeer ‘mooi’ of ‘leuk’, wel zeer indringend.

    Dit merkwaardige, compacte meesterwerk is in 1982 in het Nederlands vertaald als Het rusteloze graf door Joyce & Co. [= Geerten Meijsing en Keith Snell]. Van die vertaling bestaat maar één uitgave, in de reeks Privé-domein; antiquarisch is dit boekje moeilijk verkrijgbaar en doorgaans is het nog al duur. Terwijl het op ieders nachtkastje thuishoort – of toch tenminste voor velen een bron van inspiratie zou kunnen zijn.

     

    Zie ook:
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Cyril_Connolly
    https://en.wikipedia.org/wiki/The_Unquiet_Grave_(book)
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Joyce_%26_Co.


    Dit is een bijdrage van Reinder Storm die op ons verzoek om titels door te geven die een vertaling verdienen pleit voor een vertaling van The unquiet grave van Cyril Connolly.
    Binnenkort een pleidooi van zijn hand voor de vertaling van Berliner, Amsterdamer und ach, – Jude auch.
    Het rusteloze graf
    Auteur: Cyril Connolly
    Uitgeverij: De Arbeiderspers – Privé-domein
  • Oogst week 40 (2018)

    Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie

    Er mag rivaliteit geweest zijn tussen de schrijvende broer en zus – Geerten en Doeschka – Meijsing, maar uit Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie spreekt vooral verwantschap en vertrouwdheid. Dat zal voor een deel zijn – zoals Geerten Meijsing in Spätlese, het nawoord bij de brieven schrijft, waaruit ook blijkt hoe hard de klap van de plotselinge dood van zijn zus bij hem aangekomen is – omdat zij elkaar op papier ontzagen en vooral complimenteus waren waar het hun werk betrof, maar dat is niet de voornaamste reden.
    Belangrijker is dat zij elkaar als mens verstonden en hun vak op dezelfde manier benaderden:

    ‘het schrijverschap was en is voor ons een allesomvattende levenshouding waaraan alle andere bezigheden en beslommeringen van het dagelijkse leven ondergeschikt zijn, de nevenwerkzaamheden die mijn zuster voorzichtigheidshalve bijna tot op het einde verricht heeft ten spijt.’

    In de brieven, die de periode 1979 tot 2009 beslaan, gaat het over het werk en de litteratuur, maar minstens even prominent aanwezig zijn de beslommeringen – privé en zakelijk – die in de praktijk behoorlijk veel energie en tijd vragen. Doeschka en Geerten Meijsing nemen geen blad voor de mond en sparen elkaar ondanks hun verwantschap niet. Hun jalousie de métier laait op als de één van de ander vindt dat hij/zij zich teveel op het territorium van de ander begeeft.

    De brieven zijn door Nop Maas zo gedetailleerd geannoteerd dat er niet veel aan de verbeelding van de lezer wordt overgelaten, maar zijn werkwijze stimuleert het

     

    Liefdevolle rivaliteit: de correspondentie
    Auteur: Geerten Meijsing & Doeschka Meijsing
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)

    Istanbul, Istanbul

    Burhan Sönmez leefde tien jaar in ballingschap in Londen. Inmiddels woont en werkt hij weer in Istanbul, maar bij terugkeer trof hij een andere stad aan dan hij verliet, waardoor hij in zekere zin opnieuw in ballingschap verblijft. Vertelde hij vorige maand in De Balie, waar hij te gast was tijdens PEN Spreekt.
    Istanbul, Istanbul volgt de vorm van de Decamerone van Boccaccio. Tien dagen lang vertellen vier politieke  gevangenen – een dokter, een student, een barbier en ‘oom Küheylan’ – elkaar verhalen om de moed erin te houden. Zij zitten in een ondergrondse cel in Istanbul waar zij op elk willekeurig moment opnieuw verhoord kunnen worden.

    In die verhalen is Istanbul alom tegenwoordig. De bovengrondse stad, de stad die in herinneringen voortleeft en het mythische Istanbul. De vier die behalve hun gevangenschap weinig met elkaar gemeen hebben, bieden via hun verbeelding weerstand tegen de martelingen die zijn ondergaan.
    Istanbul, Istanbul verscheen in 2015, voordat de situatie in Turkije door de mislukte coup dramatisch verslechterde, maar de roman kan gelezen worden als een aanklacht tegen de meedogenloze manier waarop tegenstanders van het regime sindsdien onschadelijk gemaakt worden.

    Maar Istanbul, Istanbul laat zich los van een specifieke historische context ook lezen als een pleidooi voor het vertellen van verhalen. Burhan Sünmez geeft zijn personages de nodige overwegingen mee die ontleend zijn aan de (wereld)literatuur.

    Istanbul, Istanbul
    Auteur: Burhan Sönmez
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando (2018)

    Alle verhalen

    Haar schilderijen tonen verwantschap met het werk van Jheronimus / Jeroen Bosch. Ze worden bevolkt door wezens die eerder aan de fantasie ontsproten lijken te zijn dan dat zij hun oorsprong in de werkelijke wereld hebben. Leonora Carrington (1917-2011) schilderde niet alleen, ze schreef ook, zij het niet heel veel en vooral korte verhalen. Die verhalen – vorig jaar ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag gebundeld en nu onder de titel Alle verhalen verschenen in het Nederlands – zijn net zo surrealistisch als haar schilderijen. Macabere sprookjes lijken het, waarin de grens tussen leven en dood vloeibaar is. Zwarte verhalen, waarin de natuur en de vergankelijkheid zich opdringen. Maar tegelijk getuigen ze van een scherpe kijk op de conventies waarmee het leven gepaard gaat. Veel van haar vrouwelijke personages onttrekken zich aan hun voorbestemde leven, zonder dat Leonora Carrington nadrukkelijk een feministisch statement maakt.

    Haar vroegste verhalen dateren uit de jaren 1937/’38. Naarmate de tijd verstrijkt, sluipt er meer herkenbare werkelijkheid en idem dito maatschappijkritiek in de verhalen die Leonora Carrington in het Engels, Frans en Spaans schreef.

    Eerder dit jaar verscheen al het autobiografische Beneden, waarin Leonora Carrington verslag doet van de waanzin die haar trof na de arrestatie van kunstenaar Max Ernst en haar gedwongen opname in een inrichting.

     

    Alle verhalen
    Auteur: Leonora Carrington
    Uitgeverij: Uitgeverij Orlando (2018)

    Kellendonk

    ‘Een schrijversbiografie heeft pas iets in te brengen wanneer de schrijver zich niet volledig heeft kunnen waarmaken, wanneer toevallige omstandigheden hun bulten en blauwe plekken op het oeuvre hebben achtergelaten en de schepper interessanter is dan het werk, dat in zoverre dus mislukt mag heten.’

    Tot zover Frans Kellendonk. Zijn oeuvre – verre van mislukt – is relatief klein gebleven, want toen Frans Kellendonk in 1990 stierf, was hij pas 39. In zekere zin geldt voor hem dus dat hij zich als schrijver niet volledig heeft kunnen waarmaken en is het gerechtvaardigd dat er een biografie verschijnt van een schrijver die al wel veel beloftes inloste, maar nog niet uitgedacht en uitgeschreven was.
    Jaap Goedegebuure was niet de eerst aangewezen biograaf, maar uiteindelijk wel degene die de opdracht tot een (goed) einde bracht. Afgaande op zijn inleiding en het eerste hoofdstuk gaat Jaap Goedegebuure op zoek naar ‘continuïteit’ in het werk van de auteur in wiens leven juist (culturele) breuklijnen bepalend waren. Kellendonk trad niet in de voetsporen van zijn vader – zoals veel zonen van zijn generatie dat niet meer deden – en gaf gehoor aan de roep van het dichterschap én hij nam afstand van de traditionele wijze van het belijden van het rooms-katholieke geloof zonder de rituelen vaarwel te zeggen. Wat Jaap Goedegebuure voor ogen stond, was het traceren van de ‘spiegeling van de familiegeschiedenis in de grote geschiedenis.’ Hij zocht naar de invloed van Kellendonks afkomst op zijn maatschappijvisie en wereldbeschouwing, zoals die in zijn werk – romans, verhalen en essays – vorm kreeg. Volgens degenen die Kellendonk: een biografie al uit hebben met wisselend succes.

    Kellendonk
    Auteur: Jaap Goedegebuure
    Uitgeverij: Uitgeverij Querido (2018)
  • In memoriam Doeschka Meijsing (1947-2012)

    ‘En plotseling was alles anders dan vroeger.’

    Maandag 30 januari overleed de schrijfster Doeschka Meijsing op 64 jarige leeftijd. Mijn boekenkast als stille getuige dat ik haar kende; De hanen en andere verhalen, Robinson, Tijger, tijger!, De beproeving, Vuur en zijde, 100 % chemie en Over de liefde, stonden met hun ruggen, opeens lichtelijk verschrokken naar me toe. Alsof ze te lang vergeten stonden. Doeschka Meijsing, haar naam alleen al steeg uit boven andere schrijvers, die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig debuteerden. Robinson was het eerste boek dat ik van haar las en het was prachtig, terughoudend en bedacht maar tegelijkertijd vrij rebellerend.

    Doeschka Meijsing werd geboren onder de naam Maria Johanna Meijsing in Eindhoven op 21 oktober 1947 als tweede kind in een gezin van vier kinderen. Begin jaren vijftig verhuisde het gezin naar Haarlem. Ze vertrok naar Amsterdam toen ze Nederlands en literatuurwetenschap ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In die tijd schreef ze verhalen en gedichten en op 22 jarige leeftijd debuteerde ze in het literaire tijdschrift Podium. Na haar studie gaf ze van 1971 tot 1976 les aan het St. Ignatiusgymnasium en tot 1978 was ze wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam. In 1978, ze had toen al drie boeken gepubliceerd, trad ze toe tot de redactie van de boekenbijlage van Vrij Nederland en in 1989 werd ze literatuurredacteur van opinieblad Elsevier.

    Ze schreef zo’n 20 boeken waaronder verhalen, romans, gedichten en essays. Met  haar jongere broer, Geerten Meijsing schreef ze in 2005 Moord & doodslag. Voor haar werk  ontving ze verschillende prijzen waaronder de Annie Romeinprijs in 1997 voor haar gehele oeuvre en in 2008 werd Over de liefde met meerdere prijzen bekroond: AKO Literatuurprijs, F. Bordewijkprijs en Opzij Literatuurprijs.
    Doeschka Meijsing schreef een aanzienlijk en respectabel oeuvre bij elkaar. Deze maand zou haar nieuwe verhalenbundel Het kauwgomkind uitkomen maar volgens uitgeverij Querido heeft ze het boek niet kunnen voltooien.

    In haar laatste boek, Over de liefde (2008), waarmee ze volgens sommigen pas echt doorbrak, (wee degene, die haar daarvoor niet kende), roept Meijsing dezelfde onherroepelijkheid op als in haar eerste roman Robinson. In Over de liefde begint Meijsing de derde alinea met: ‘Iemand had, buiten mijn weten, mijn leven overhoop geschopt en mijn toekomst aan diggelen.’ In die sfeer opende ze ook haar eerste roman (Robinson): ‘En plotseling was alles anders dan vroeger.’ De onomkeerbaarheid van het lot, al doe je nog zo je best, het neemt je altijd onverwacht te grazen. Haar personages zijn immer zoekende en worstelen met de werkelijkheid maar gingen er nooit aan onderdoor. Op 30 januari bepaalde het lot anders en overleed Doeschka Meijsing na een zware operatie. Een belangrijk schrijfster is heengegaan. Haar boeken blijven, fier rechtop in de boekenkast en hopelijk zullen veel van haar titels een herdruk beleven.

     

     

  • Doeschka Meijsing

    Doeschka Meijsing

    Doeschka (Maria Johanna) Meijsing (1947 – 2012) was romanschrijfster. Haar werk wordt gerekend tot de Revisor-stijl, waarin een helder en goed gestructureerd verhaal centraal staat.

    Meijsing werd in 1947 in Eindhoven geboren, ze is de oudere zus van schrijver Geerten Meijsing en filosofe Monica Meijsing. Ze groeide op in Haarlem en ging daar naar het gymnasium. Na het gymnasium studeerde ze Nederlands en algemene literatuurwetenschap in Amsterdam. Hierna werkte ze achtereenvolgens als leraar op een middelbare school, docent aan de Universiteit van Amsterdam en als criticus en schrijver voor verschillende weekbladen.
    Haar eerste verhaal verscheen in het literaire tijdschrift Podium en in 1974 debuteerde ze met de verhalenbundel De hanen en andere verhalen. Haar eerste kleine roman Robinson verscheen in 1976.

    In 1980 volgde een tweede roman: Tijger, Tijger! die bekroond werd met de Multatuli-prijs. Ze bleef verhalen publiceren in onder meer Podium en De Revisor. Haar proza werd in die tijd samen met dat van tijdgenoten als Dirk Ayelt Kooiman, Frans Kellendonk en Nicolaas Matsier geschaard onder het kopje ‘Revisor- of Academisch proza’, kortweg samen te vatten als proza van en voor (literatuur)wetenschappers. Hoewel deze term intussen allang weer achterhaald is, klopt het wel dat Meijsing veel speelde met het werk van haar grote voorbeelden Flaubert, Joyce, Borges, Nabokov en Gombrowicz. In haar werk valt een zeker intellectualisme te bespeuren, wat haar romans en verhalen tot voer voor professoren en studenten maakte.

    Na Tijger, Tijger! volgden in de jaren tachtig de romans Utopia of De geschiedenissen van Thomas en Beer en Jager. Meijsing schreef in een zeer bedachtzame stijl, geen woord lijkt willekeurig gekozen. Haar verhalen laten zich op meer dan alleen verhaalniveau lezen, ze doen geconstrueerd aan, echter zonder dat ze onleesbaar worden. Haar personages hebben, met name in haar vroege werk, meestal een wat vage identiteit, en zijn soms zelfs naamloos. Vanaf De beproeving (1990) krijgen de hoofdfiguren wat meer reliëf en psychologische diepgang.

    Links:
    www.dbnl.nl
    In memoriam van Doeschka Meijsing.

    Bibliografie:

    • De hanen en andere verhalen (1974)
    • Robinson (1976)
    • De kat achterna (1977)
    • Tijger, tijger! (1980)
    • Utopia of De geschiedenissen van Thomas (1982)
    • Zwaluwen en Augustein (1982)
    • Ik ben niet in Haarlem geboren (1985)
    • Paard Heer Mantel (1986)
    • Beer en jager (1987)
    • Hoe verliefd is de toeschouwer? (1988)
    • De beproeving (1990)
    • Vuur en zijde (1992)
    • Beste vriend (1994)
    • De angstige waakhond (1996)
    • De weg naar Caviano (1996)
    • De tweede man (2000)
    • 100% chemie (2002)
    • Moord en doodslag (2005) (samen met Geerten Meijsing)
    • De eerste jaren (2007)
    • Over de liefde (2008)

    Prijzen

    • 1981 Multatuli-prijs voor Tijger, tijger!
    • 1997 Annie Romein-prijs voor gehele oeuvre
    • 2003 Tzumprijs voor de beste literaire zin. De bekroonde zin komt uit de roman 100% chemie: ‘Wij mochten op vrije zaterdagmiddagen bij louche verkopers minachtend tegen de banden schoppen, terwijl mijn vader onder de motorkap keek of de problemen die zich zouden kunnen voordoen met touw waren op te lossen.’