• Krijg de tering met je privatisering *

    Krijg de tering met je privatisering *

    ‘Het spookt in Europa’. Met deze onheilspellende woorden opent de Vlaamse schrijver Geert van Istendael zijn, wat hij noemt, ‘manifest tegen de grote verkilling’. Geïnspireerd door de woorden uit het Communistisch Manifest van Karl Marx: ‘Er waart een spook door Europa’, roept hij op tot een fundamentele bezinning op de kernwaarden van onze West-Europese maatschappij. Voor hem is dat de sociale zekerheid, verankerd in de verzorgingsstaat. Naast de Franse kathedralen, de symfonieën van Beethoven en de schilderijen van Vermeer, is dit een kroonjuweel van de Europese beschaving.

    Verkwanseling van de sociale zekerheid en kaping van gedachtegoed

    Gewapend met het vlammende zwaard van de retorica trekt Van Istendael als een oudtestamentische Mozes ten strijde tegen de valse profeten van het neoliberalisme, verwoord door de Amerikaanse econoom Milton Friedman en in de jaren tachtig in Europa vooral politiek vertaald door de conservatieve Britse premier Margaret Thatcher. Deze zag het als haar grootste opdracht af te rekenen met het begrip ‘solidariteit’ door de macht te breken van de Britse vakbeweging. Van Istendael laat zien hoe daarna Labour onder leiding van Tony Blair de zogenaamde Derde Weg, New Labour, inslaat, een poging tot consensus tussen neoliberalisme en sociaaldemocratie. In Nederland wordt dit overgenomen door de PvdA en door Wim Kok gekwalificeerd als, ‘het afschudden van de ideologische veren’. Feitelijk bekeerden de sociaaldemocraten zich tot het neoliberale marktdenken. Margaret Thatcher zei het zo, toen iemand haar vroeg wat zij zag als haar grootste verwezenlijking: ‘Tony Blair and New Labour. We forced our opponents to change their minds’. Dodelijker antwoord is, aldus Van Istendael, niet mogelijk. Hij laat zien dat deze ontwikkeling zich in alle belangrijke West-Europese landen vanaf de jaren tachtig en negentig heeft voorgedaan, binnen de eigen nationale context natuurlijk. Van Istendael concentreert zich vooral op de sociaaldemocraten, omdat zij, volgens hem, naast de christendemocraten, in de eerste plaats de dragers en de hoeders zijn van de sociale zekerheid. Deze partijen zijn verantwoordelijk voor de verkwanseling van de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat aan een onverantwoordelijk marktdenken. Op deze wijze hebben zij zich vervreemd van hun natuurlijke achterban, wat momenteel overal in Europa duidelijk zichtbaar wordt bij verkiezingen. Mensen voelen zich in de steek gelaten en zoeken hun heil bij doorgaans extreemrechtse populistische groeperingen die goed aanvoelen door welke ongenoegens zij bewogen worden. Het is dan ook niet zo vreemd dat de sociale paragraaf van het Front National van Marine LePen verdacht veel lijkt op die van de vroegere Franse communistische partij. Iets dergelijks zien we natuurlijk ook in Nederland bij de partij van Geert Wilders.

    Dieventaal en verloedering

    In Nederland werd deze verkwanseling gemunt met de term ‘participatiesamenleving’, een huichelachtige term om, zoals Jeroen Dijsselbloem onomwonden verklaarde, ‘de economie weer in evenwicht te brengen’. De valse suggestie die van de term uitgaat, namelijk de burgers meer deelgenoot te laten uitmaken van het democratische proces door hen te laten meedenken over- en meedoen met het lenigen van de behoeften in de samenleving, zet Van Istendael weg als ‘koorknapengeleuter’. Het gaat om neoliberale marktwerking, keiharde bezuinigingen dus. Hij veegt de vloer aan met figuren als Mario Draghi van de Europese Centrale Bank en diens kompaan Jeroen Dijsselbloem, paladijnen van een ongeremd kapitalisme en ‘herauten van de grote verkilling’. Jeroen Dijsselbloem, door Van Istendael weggezet als ‘nulpunt van luciditeit en verdwijnpunt van zelfinzicht’, wordt als neoliberale heelmeester van de Europese Unie verantwoordelijk gesteld voor de uitzichtloze situatie waarin het grootste deel van de Griekse bevolking zich thans bevindt. Hij heeft de ‘kersverse Griekse regeerders van Syriza geframed als ‘de nieuwe ideologen in Athene’ en gebruikt woorden als ‘gestaald kader, veelal marxisten’, terwijl het programma dat zij voorstaan bij monde van hun minister van financiën, Iannis Varoufakis (een ‘ideologische scherpslijper’, aldus Dijsselbloem) toch alleszins acceptabel wordt geacht door gezaghebbende wetenschappers en bankiers.’

    Sorry, we missed you

    Terwijl dienstverlening aan die burgers juist de kerntaak van de overheid moet zijn, wordt marktwerking heiligverklaard, altijd ten koste van de burgers. De zogenaamde efficiency van het particuliere bedrijfsleven is, volgens Van Istendael, doorgaans een mythe en maar al te vaak het product van ‘naakte uitbuiting’. Hij laat dit zien aan de hand van Bpost (spreek uit: ‘biepoowst’), zoals de Belgische posterijen sedert enkele jaren heten. Bpost doet aan georoute waarbij iedere beweging van de postbode wordt gechronometreerd: 5,760 seconden per brief. ‘Bpost vindt de metingen objectief. De vakbondsman zegt: Bpost vermaalt menselijk potentieel tot appelmoes. (Zie in dit verband de onlangs uitgebrachte, prachtige film van Ken Loach, ‘Sorry, we missed you’, waarin een soortgelijke problematiek behandeld wordt bij de Britse pakketbezorging.)

    De financiële markten zijn, aldus Van Istendael, ten diepste onethisch, immoreel. Dit in tegenstelling tot het ethische begrip ‘sociale zekerheid’. ‘Wie werkt aan de sociale zekerheid geeft blijk van een grote morele en maatschappelijke verantwoordelijkheidszin.’

    Noodzakelijk, maar vermoeiend

    Geert van Istendael analyseert in zijn boek het feilen van de sociaaldemocratie in West-Europa en de ogenschijnlijk onweerstaanbare opmars van het neoliberale marktdenken. Maar hij is ook een gelovige die voortdurend getuigenis lijkt af te leggen. Hij roept op het tij te keren en de sociale zekerheid, ‘dit kroonjuweel van de Europese beschaving’, te redden en wereldwijd uit te rollen. Van Istendael doet dit met veel verbaal geweld in een hartstochtelijk betoog dat zeer goed onderbouwd is. Hij legt doorlopend kruisverbanden tussen financieel-economische ontwikkelingen, milieukwesties, klimaatcrisis, vluchtelingenproblemen, opkomend nationalisme versus Europese eenwording, racisme en multiculturele samenleving. Kortom, het is een hoogst actueel en goed boek waaraan één nadeel kleeft: zijn in verbaal geweld verpakte woede is ook vermoeiend en gaat soms ten koste van de leesbaarheid.

  • Oogst week 21 – 2019

    De grote verkilling

    In deze week van de Europese Verkiezingen ontvingen wij op de redactie het nieuwe boek De grote verkilling van Geert van Istendael (1947), schrijver, vertaler, essayist en dichter. De uitgeverij omschrijft dit boek op de achterflap als: ‘een manifest voor een sociaal Europa, geschreven door een gedreven Europeaan’
    Van Istendael neemt duidelijk stelling in De grote verkilling.

    Uit de flaptekst: Ons Europa verkilt zienderogen. De grote middenpartijen die na 1945 de genereuze sociale bescherming hebben opgebouwd die de halve wereld ons benijdt, zijn aan het verschrompelen of liggen al tijden op apegapen. De burgers hebben hen afgestraft en keren zich naar rattenvangers die beweren in de naam van het volk te spreken. Hebben sociaaldemocraten en christendemocraten – want over hen gaat het – al te gretig het neoliberale geloof omhelsd? Land voor land laat Van Istendael zien hoe de verzorgingsstaat wordt afgekalfd. Dit boek probeert buiten ieder dogma of makkelijke verklaring om de grote verkilling van Europa te beschrijven en de oorzaken van de malaise te achterhalen. Het is daarnaast een vurig pleidooi voor de sociale zekerheid als toekomstproject in het belang van ons allen, zowel binnen als buiten Europa, of zoals van Istendael zelf schrijft:

    ‘Ik stel dat de sociale zekerheid een toppunt is van Europese beschaving en dat zij ons aller borstwering is tegen oeverloze ellende.’

     

    De grote verkilling
    Auteur: Geert van Istendael
    Uitgeverij: Atlas Contact

    De kleine Huizinga

    In de serie Kleine boekjes – grote inzichten van uitgeverij Atlas Contact is onlangs De Kleine Huizinga verschenen, geschreven door Willem Otterspeer. Otterspeer, hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Leiden publiceerde al eerder over Huizinga in Orde en Trouw, een serie essays dat in 2006 verscheen.

    Herfsttij der Middeleeuwen, maar ook de andere boeken van Huizinga worden vaak geprezen, maar evenzo vaak niet goed begrepen.
    In De kleine Huizinga probeert Otterspeer niet alleen Herfsttij der Middeleeuwen maar ook de samenhang met het andere werk van Huizinga te duiden. Om die samenhang te ontdekken vindt Otterspeer dat men Huizinga niet als historicus moet lezen maar als schrijver.

    Inge Meijer schreef een column over De kleien Huizinga en Otterspeer bij VPROBoeken.

    De kleine Huizinga
    Auteur: Willem Otterspeer
    Uitgeverij: Atlas Contact

    Aan de andere kant van de natuur

    De andere kant van de natuur omvat twaalf prozaschetsen die Rilke in het tweede decennium van de twintigste eeuw schreef en die niet eerder samen in Nederlandse vertaling in boekvorm verschenen. Ze worden gevolgd door een voordracht van Stefan Zweig over Rainer Maria Rilke.

    Het verhaal Gym begint als volgt:

    ‘In de militaire school van Sankt Severin. Gymzaal. In de lichtgekleurde tijkhemden staat de klas in twee rijen opgesteld onder de grote gaslampen. De gymleraar, een jonge officier met een hard, getaand gezicht en spottende ogen, heeft het commando tot vrije oefeningen gegeven en deelt nu de groepjes in. ‘Eerste groep rekstok, tweede groep brug, derde groep paard, vierde groep klimmen! Ingerukt!’ En op hun lichte schoenen met colofonium op de zolen verspreiden de jongens zich ogenblikkelijk. Enkelen blijven midden in de zaal staan, aarzelen, quasi-onwillig. Ze vormen het vierde groepje, dat van de slechte gymnasten die geen zin hebben om iets aan de toestellen te doen en al moe zijn van de twintig kniebuigingen, een beetje ontredderd en buiten adem.
    Maar een van hen, normaal hierbij altijd de laatste, Karl Gruber, is al bij de klimstangen die in een nogal schemerige hoek van de zaal staan opgesteld, pal voor de nissen waar de uitgetrokken uniformen hangen. Hij heeft de eerste de beste stang vastgepakt en trekt die met buitengewone kracht naar voren, zodat ze vrij op de voor de oefening geschikte plaats staat te wiegen. Gruber laat de stang niet eens eerst weer los, hij springt omhoog en blijft op een behoorlijke hoogte aan de stang hangen, met zijn benen onwillekeurig in de klemhouding waar hij eerder nooit iets van heeft begrepen.’
    […]

    Aan de andere kant van de natuur
    Auteur: Rainer Maria Rilke
    Uitgeverij: Uitgeverij Koppernik (2019)

    Lezen in tijden van Netflix

    Het is misschien gek om op een website voor lezers een boek te signaleren dat aandacht vraagt voor de concurrentiestrijd tussen de moderne media en het boek. Want lezers weten allang dat de rust, concentratie en onthaasting tijdens het lezen bijzonder aangenaam en waardevol zijn.
    Maar toch, ook echte lezers zullen wel eens voor de keuze staan: lezen of kijken?

    De Duitse Felicitas von Lovenberg (1974) heeft onderzoek, lezerservaringen en haar eigen leesgedrag in dit boek bijeengebracht. Voor allen die tips nodig hebben om hun leesgedrag te optimaliseren, geen tijd meer hebben om te lezen of met de zin en onzin, het nut en de meerwaarde van het lezen worstelen.
    Von Lovenberg schrijft toegankelijk en geanimeerd en gaat in op de manier waarop het lezen de sociale competentie en het zelfbewustzijn kan bevorderen. Hoe het ideologieën ondermijnt, ons minder eenzaam maakt en nieuwe werelden voor ons opent. Maar dat wist u natuurlijk allang!

    Von Lovenberg studeerde Moderne geschiedenis en werkte als literatuurcritica bij de Frankfurter Allgemeine Zeitung en is in de boekenwereld in Duitsland een bekende persoonlijkheid.

     

    Lezen in tijden van Netflix
    Auteur: Felicitas von Lovenberg
    Uitgeverij: uitgeverij Cossee
  • Grote betrokkenheid en felle kritiek op Belgische staatsinrichting

    Grote betrokkenheid en felle kritiek op Belgische staatsinrichting

    Hoe lang kan het formeren van een regering duren? In België is men bezig met de langste formatie uit de wereldgeschiedenis. Op 13 juni 2010 waren er verkiezingen en pas halverwege deze maand (augustus 2011) gaan de onderhandelingen weer van start. Een dik jaar voor een regeringsformatie is een wereldrecord waar niemand jaloers op zal zijn.

    Voor de Brusselaar Geert van Istendael is de eerste verjaardag van de formatie aanleiding geweest zijn boek Het labyrint van België geheel te herzien en opnieuw uit te brengen. Het is een uiterst leerzame en amusante gids voor wie zich af en toe op het achterhoofd krabt en meewarig het hoofd schudt na het aanhoren van alle politieke moeilijkheden bij onze zuiderburen. Hoe dichtbij België ook ligt en hoe eenvoudig het ook is om de landsgrens naar Vlaanderen over te steken, voor de meeste Nederlanders zal België altijd wel een raadsel blijven. Er is geen land ter wereld dat tegelijkertijd zoveel op Nederland lijkt als ervan verschilt.

    Van Istendael leidt zijn boek in met een opsomming van wat hij bemint en haat in België. Die houding, van grote betrokkenheid en tegelijkertijd felle kritiek, houdt hij het hele boek vol. Het is meer dan opmerkelijk dat iemand over een onderwerp als Belgische staatsinrichting en politieke geschiedenis zo’n bevlogen en bij vlagen amusant boek kan schrijven. Van Istendael slaagt hierin doordat hij afstand neemt van zijn onderwerp maar tegelijkertijd nadrukkelijk aanwezig blijft. Hij geeft een goed gedocumenteerd beeld van de Belgische politieke geschiedenis en verhoudingen en geeft af en toe duidelijk te kennen wat hem wel en niet bevalt. Dat laatste doet hij vaak op een geestige manier waardoor het lezen van dit boek bijna nergens saai wordt.

    Het meest betrokken en enthousiast weet Van Istendael te vertellen over taal. Taal in België is de wortel van veel problemen, zo lijkt het, maar ook de basis van veel wat de moeite waard is. Van Istendael heeft het niet alleen over de taalstrijd tussen Frans- en Nederlandstaligen, maar ook over het Vlaams, dialecten als het Brabants en het Limburgs, het Duits, taalvervuiling (‘verkavelings Vlaams’) en de tientallen talen (‘je komt vingers en tenen te kort’) die je in Brussel kunt horen. De taalstrijd, oorzaak en gevolgen, krijgen ruim aandacht in het boek, maar het is bijzonder aardig dat Van Istendael ook aandacht heeft voor andere talen en dialecten.

    Ruim aandacht krijgt ook de geschiedenis, voor zover deze iets bij kan dragen aan het inzicht in de huidige politieke en sociale verhoudingen in België. Een kort hoofdstuk vertelt in vogelvlucht de ontwikkelingen van de Spaanse opstand tot de twintigste eeuw. Daarna worden de Eerste en de Tweede Wereldoorlog uitgebreid behandeld. De tragiek van België is de tragiek van de alsmaar dreigende tweedeling. De geschiedenis heeft België een aantal keren verscheurd of afgesneden. Tijdens de Spaanse overheersing, de Tachtigjarige Oorlog, waren het de zuidelijke Nederlanden die afgesneden werden van het noorden. Het rijke Zuiden verviel in armoede en bleef katholiek. Het zag velen vluchten naar de protestantse Nederlanden dat met hulp van de Vlaamse nieuwkomers een gouden eeuw tegemoet ging.

    Letterlijk verscheurd raakt België in de Eerste Wereldoorlog, beter bekend als de Grote Oorlog. Het grote Duitsland besloot Frankrijk vanuit het noorden aan te vallen. Op de Duitsers maakte de Belgische neutraliteit en de weigering een Duits leger toegang te verlenen geen enkele indruk. Het Duitse leger liep België onder de voet en het verwoestende front bleef jarenlang binnen of net buiten de Belgische landsgrenzen liggen. Veel Belgen vluchtten naar Nederland waar je in Amersfoort en Ede nog Belgische monumenten van dankbaarheid kunt vinden. Maar behalve de verwoesting van steden en mensenlevens laat de oorlog nog andere sporen na. Van Istendael beschrijft hoe vooral het Vlaams nationalisme in de Grote Oorlog een behoorlijke knauw krijgt. Een deel van de nationalisten laat zich verleiden door Duitse beloftes voor zelfbestuur en onafhankelijkheid. Landverraad roepen velen. De Vlaamse beweging worstelt er jaren later nog mee. Van Istendael wijdt een heel hoofdstuk aan de IJzerbedevaart, de jaarlijkse herdenking van de Vlaamse gevallenen in Diksmuide, bij het riviertje de IJzer. De bedoelingen waren vanaf het begin af aan goed en onschuldig betoogt hij, maar de uitvoering zo vreselijk onhandig. Wat begon als een bijeenkomst tegen oorlog en voor een zelfbewust Vlaanderen, komt in de loop der jaren steeds meer in de greep van extreem rechts en neo-nazi’s. Het is een verhaal dat ook bij Van Istendael zowel ergernis als treurigheid oproept.

    Het Vlaams nationalisme krijgt opnieuw een klap tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Na de bezetting dragen de nationalisten opnieuw het stempel van collaboratie, de Walen die van verzet. Van Istendael corrigeert dat beeld behoorlijk. Vlamingen namen deel aan het verzet en ook Walen collaboreerden. Hij windt zich behoorlijk op over het zelfmedelijden van sommige Vlaams nationalisten die zich beklaagden over de ‘repressie’, de strafmaatregelen en zuiveringen die na de oorlog plaats vonden. Het is duidelijk dat de Duitse bezetting, diepe wonden slaat die lang voelbaar blijven. In België zet het de bestaande politieke en sociale verhoudingen extra onder de druk.

    Na de oorlog bouwt België zich als de meeste West Europese landen zich snel op. Vrouwen mogen eindelijk stemmen (vanaf 1946) en de Waalse staalindustrie behoort tot de grootsten ter wereld. Dat duurt tot de jaren zestig waarna de rollen van het altijd zo arme Vlaanderen en het zo welvarende Wallonië langzaam worden omgedraaid. Vlaanderen ontdoet zich van het loodzware katholieke juk. En bij vlagen laait taalstrijd hoog op. Het is het Belgische probleem bij uitstek dat ook in de huidige formatie een grote rol speelt.

    Bij de taalstrijd is het waar het echte Belgische labyrint begint. De taalstrijd voedt het Vlaams nationalisme wat weer aanleiding geeft tot de ontwikkeling van een Waals volksgevoel. Dat heeft aanleiding gegeven tot een vaak gewijzigde grondwet. Nederlandstaligen mogen alleen stemmen op Nederlandstalige politici, Franstaligen op Franstalige politici. Dan zijn er nog gewesten en er zijn gemeenschappen. ‘Wie de twee niet uit elkaar kan houden wordt opgeslokt door het Belgisch labyrint,’ waarschuwt van Istendael en inderdaad, het is eenvoudig hier het spoor bijster te raken. Er is ook een Waals, Vlaams en federaal parlement, waarbij we de Duitstalige Belgen even vergeten. Er zijn provincies en er zijn kieskringen. Er is één kieskring die niet samenvalt met een provincie. En daarmee komen we aan bij de duisterste gangen van het labyrint, aangeduid met de bijna onheilspellende letters BHV. Wie BHV kan oplossen heeft de sleutel voor de regeringsformatie in handen.

    BHV staat voor Brussel-Halle-Vilvoorde, de kieskring voor Brussel en omgeving, die in 2003 ongrondwettelijk werd verklaard maar desondanks nog steeds bestaat. Het probleem komt er kort gezegd op neer dat Franstalige politici verkiesbaar zijn in het Nederlandstalige Halle-Vilvoorde waardoor Franstalige Brusselaars stemmen kunnen ronselen in Nederlandstalig gebied. Vlaamse partijen kunnen niet over hun taalgrens stemmen trekken. Het is een probleem dat zo nijpend is dat Van Istendael de suggestie doet om 1 miljoen euro uit te betalen aan diegene die met de oplossing komt. (Geïnteresseerden kunnen zich melden bij het Koninklijk Paleis in Brussel. ‘Vragen naar Albert.’) Ik vrees dat het te weinig is.

    De Belgische politiek blijft voor Nederlanders, ondanks Van Istendaels voortreffelijke rondleiding, een waar labyrint. Wat desondanks herkenbaar is, is de alles overstijgende overlegcultuur en de vanzelfsprekendheid om er al pratend uit te komen. Dat de botsing van twee talen en de gevoelens van nationalisme niet zijn uitgelopen tot een gewapende strijd kun je gerust een klein wonder noemen.

    Van Istendael besluit zijn boek dan ook met de vurige wens dat België niet uit elkaar zal vallen en dienst zal blijven doen als een Europees waarschuwingssignaal. ‘[…] een signaal dat ons meldt: kijk eens hoe moeizaam en breekbaar het samenleven tussen verschillende talen en culturen is. Hoe fascinerend. Hoe hartstochtelijk. Hoe moeilijk. Hoe ergerlijk.’ Een betere pleitbezorger kan de Belgische staat zich moeilijk wensen. Nu maar snel een regering.

     

  • Recensie door: Lodewijk Lasschuijt

    Recensie door: Lodewijk Lasschuijt

    Bij het lezen van de titel van dit boekje zullen er zeker wenkbrauwen worden gefronst. Is dit serieuze literatuur? Moest er over dit mannetje zo nodig een boek worden geschreven? Zonder de dubbel afgedrukte bladzijden zou het boekje nog dunner zijn geworden en aanvankelijk maakt het een rommelige indruk.

    Toch is Geert van Istendael niet de eerste de beste schrijver en heeft hij zijn sporen op het gebied van onder meer de poëzie duidelijk verdiend. Er wordt van hem gezegd dat hij een zeer toegankelijke poëzie schrijft met een duidelijke voorkeur voor het alledaagse leven in de tegenwoordige tijd. Dit is zonder meer van toepassing op dit verhaal. Er worden vaak platte en plastische uitdrukkingen in gebruikt die zo nu en dan worden afgewisseld met clichés.

    Van Istendael is onder meer gefascineerd door zijn geboortestad Brussel en dat zal hem ertoe gebracht hebben om dit boekje over het kleine mannetje te schrijven. Heel duidelijk is ook dat hij veel onderzoek heeft gedaan naar de historie van Manneke Pis en alle verhalen die in de loop der tijden om hem heen zijn ontstaan. Alle verhalen zijn misschien niet waar gebeurd maar ze zijn in ieder geval wel amusant. Het schrijven van cabaretteksten zou een lucratieve nevenbezigheid kunnen zijn voor Van Istendael.
    Op velerlei manieren draagt Manneke Pis bij aan de economie van de stad Brussel, zijn beeltenis wordt in allerlei vormen te koop aangeboden. Er zijn bierpullen, aanstekers, balpennen, koffiemokken, sleutelhangers en nog tientallen andere voorwerpen met daarop de beeltenis van het kleine jongetje. Het meest interessant is misschien wel de kurkentrekker in de vorm van Manneke Pis. In diverse andere steden vinden we beeltenissen van het mannetje onder andere in Geraardsbergen maar natuurlijk is het beeldje in Brussel de enige echte. Wel kreeg hij een zusje, Jeanneke Pis, waarschijnlijk op aandringen van feministen die vonden dat er een eind gemaakt moest worden aan de ongelijkheid der seksen zoals die tot uitdrukking kwam in het alleen maar tentoonstellen van een bloot mannetje. Wel is het meisje beperkt in haar bewegingsvrijheid doordat zij is opgesteld achter rood geverfde tralies.

    Buitengewoon groot is de verzameling kostuums waarmee Manneke Pis kan worden uitgedost. Vrijwel alle lidstaten van de Europese Unie hebben een bijdrage geleverd in de vorm van hun nationale klederdrachten. Er is een ruimtevaarderpak en ook de kleding van de stripfiguur Obelix ontbreekt niet. John Bull is vertegenwoordigd evenals Elvis Presley en Mozart maar het meest opmerkelijke kostuum is wel dat van Nelson Mandela compleet met pruik met grijze krulletjes. Niet elk kostuum wordt zonder meer geaccepteerd, er moet over vergaderd worden door de Orde der Vrienden van Manneke Pis samen met de schepen van cultuur en het Geschiedkundig Genootschap van de stad Brussel. Alle reclame-uitingen in de aangeboden kostuums worden geweerd. Het zal de lezer duidelijk worden dat er op een uiterst serieuze wijze wordt omgegaan met Manneke Pis, het is tenslotte het symbool van vrije meningsuiting en Brussel blijft daardoor een vrije en plezante stad.

    Manneke Pis

    Een biografie
    Auteur Geert van Istendael
    Verschenen bij: uitgeverij Atlas
    Prijs: € 14,50

  • Biografische schets van zoon over succesvolle vader

    Biografische schets van zoon over succesvolle vader

    Dat Geert van Istendael (Ukkel, 1947) opkeek naar zijn vader blijkt wel uit de titel van zijn nieuwste boek Gesprekken met mijn dode god. Daar had hij alle reden toe. De Vlaamse August Vanistendael (1917-2003) (de spatie onderscheidt zoon van vader) groeide op onder armoedige omstandigheden en stierf met een eredoctoraat en de titel van Minister van Staat op zijn naam. Ook moet hij één van de meest bereisde mensen van zijn tijd zijn geweest, gemeten naar het aantal kilometers dat hij aflegde in vliegtuigen. Tel daarbij op dat hij drie dichtbundels gepubliceerd heeft en een grote rol speelde in de christelijke, internationale vakbeweging en je kunt begrijpen dat zoon een keer ‘over deze man moest schrijven’.

    Van Istendael, inmiddels 62 en vanaf 1993 voltijd schrijver, beschrijft het leven van zijn vader door hem aan te spreken, hem zich voor te stellen, zijn geschriften te lezen, zijn gedichten te bespreken en zijn oude vrienden na te reizen. Hij begint zijn verhaal min of meer in de vorm van een roman en gaat dan langzaam maar zeker over in een meer beschouwende biografische stijl. Latere hoofdstukken zijn in de vorm gegoten van een journalistiek verslag en het boek eindigt met een overzicht van de poëzie van zijn vader.

    In het begin is het dus proza dat je als lezer onder ogen krijgt. August, of Guske, is nog niet geboren als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Het gezin vlucht tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Engeland, waar Guske geboren wordt. Twee jaar later zijn ze terug in Vlaanderen en straatarm.

    Het tweede hoofdstuk leest als een kort verhaal. Het wordt verteld door een gespierde kapelaan. Hij is het die de kleine Guske uit de armoede van de Rode Straat van Sint Truide tilt.

    Het is vlot geschreven proza met enkele romantische details. Zo maakt de kapelaan indruk op de arbeiders die hem met geweld de straat uit willen drijven door zijn spierkracht te tonen en een zware zak op te tillen. En alsof dat nog niet genoeg is, bijt hij ook nog de kop van een rat af. Een detail dat overigens niet representatief is voor de rest van het boek. De kapelaan maakt van de jonge Guske een katholiek en biedt hem via studie een uitweg uit de armoede.

    Met het beschrijven van de ontluikende liefde tussen zijn vader en zijn moeder loopt de trein uit de rails. Geert van Istendael merkt op dat hij zich nog steeds zijn ouders niet vrijend kan voorstellen. Vervolgens probeert hij wel hun meest intieme gevoelens voor elkaar aan de lezer voelbaar te maken. Dat lukt hem uiteindelijk niet goed.
    Foto’s met herinneringen voeren ons terug in de tijd met Van Istendaels commentaar als ‘voice over’. We ontmoeten zijn moeder als onderwijzeres. We kijken in de hoofden van de geliefden mee en lezen delen van de liefdesbrieven die ze elkaar schrijven. Van Istendael legt daarbij teveel nadruk op wat we nu eigenlijk lezen. Uit de citaten blijkt een net niet uitgesproken, groot verlangen naar elkaar dat door de sociale omstandigheden en het katholieke geloof pas met een huwelijk vervuld zou worden. Van Istendael legt het teveel uit, zodat je als lezer meer op Van Istendael let dan op het liefdesverhaal dat hij vertelt. Hij zit zijn ouders zo dicht op de huid dat we het drama niet meer kunnen zien. Toch weet hij het enigszins goed te maken door het verhaal te verplaatsen naar zijn tante en oom, hoe zij het huwelijk van hun zus met een groots etentje proberen te voorkomen. Het verhaal ademt even, krijgt kleur en glimlacht.

    Maar dan stopt het proza toch echt. Er volgt een vrij lang biografisch middenstuk over de succesvolle carrière van vader Gust bij de Internationale Christelijke Vakbond (ICV). De oorlogstijd is dan al met een paar bladzijden afgedaan. Het zijn de jaren vijftig en zestig waarin Gust voortdurend de wereld rondreist op zoek naar broeders in de strijd tegen armoede en voor solidariteit. Want niet alleen katholieken ook aanhangers van andere wereldgodsdiensten kunnen zich aansluiten bij de ICV, dat later Wereldverbond voor Arbeid is gaan heten. Het is een klein stukje, niet oninteressante, sociale geschiedenis waar we kennis mee maken. Over de christelijke, katholieke vakbeweging die in concurrentie met de socialisten de arbeidsomstandigheden wil verbeteren.

    Ondanks Van Istendaels vlotte stijl wordt het hoofdstuk vrij taai als hij aan de hand van citaten van zijn vader diens motieven en denkbeelden gaat analyseren. Wie en wat was August Vanistendael? Katholiek, met een grondige hekel aan het communisme, solidair met de armen, en vechtend tegen de gezagsdragers van het Vaticaan, wereldreiziger en dichter. Het is een biografische schets van een zoon over zijn succesvolle vader die overigens nergens echt kritisch wordt. Vader was nooit thuis, weten we al vanaf de eerste pagina. Ook na zijn pensioen was hij voortdurend op reis. Van Istendael draagt hem dat niet na. Zijn moeder noemt hij een onbestorven weduwe, maar wat de afwezigheid van haar man voor haar echt betekende, krijgen we niet te horen. Was hij haar wel eens ontrouw? Het is een vraag die van Istendael zich niet stelt.

    Voor mij wil vader dan ook niet echt tot leven komen. Van Istendael probeert dat goed te maken door terug te keren naar een prozastijl en vader zelf, fictief, aan het woord te laten. We lezen over een toespraak en het zingen van Schubert in Togo. Maar die overgang van een biografische stijl naar proza valt bij mij niet goed. Het eerste is iets te droog, het tweede te zoet. Het verhaal raakt uit evenwicht en vindt de balans niet meer terug.

    Het fragmentarische karakter van het boek wordt nog versterkt door twee journalistieke hoofdstukken die welbeschouwd niet over zijn vader gaan, maar over een vriend en naaste medewerker, Pater Vekemans. Deze zou in Chili banden gehad hebben met de CIA tijdens de verkiezingen in 1964, die niet door Allende maar door de katholieke Frei Montalva werden gewonnen. Van Istendael, voormalig verslaggever van de BRT, doet journalistiek verslag van gesprekken in Ecuador en Chili met oude vrienden van zijn vader. Aardig voor wie zich interesseert voor de buitenlandse inmenging in de Chileense politiek in die jaren, maar als literair verslag wat minder interessant.

    Ten slotte volgt nog een beschouwing over zijn vader als dichter. Zoals gezegd publiceerde August Vanistendael drie dichtbundels. Het is een liefdevolle beschouwing van een zoon van de poëzie van zijn vader. De gedichten doen mij persoonlijk te weinig om heel erg geboeid te worden.

    Al met al is Gesprekken met mijn dode god een teleurstellend boek voor een lezer die niet direct op zoek is naar informatie over August Vanistendael. Zoon Van Istendael heeft geprobeerd een monument voor zijn in 2003 gestorven vader te schrijven. ‘Het werd mijn moeilijkste boek’, schrijft hij op de achterflap en helaas worstel je als lezer soms mee. De liefde van de zoon voor de vader proef je wel, maar liefde alleen blijkt niet genoeg.